Disperse systemen= bestaan uit 2 fasen die niet in elkaar oplossen
Definitie
HETEROGENE BEREIDING
Uitwendige fase : vloeibaar
externe fase=dispergerende fase (stof wordt gedispergeerd (het mengen
van ten minste twee substanties die niet in elkaar oplossen))
Inwendige fase : vast > 0,1 µm (wnr ze te klein zijn->wel oplosbaar)
(interne fase) onoplosbaar in de uitwenidge fase
disperse fase (omdat het gesplitst en verspreid is
over de uitwenidge fase)
• GEBRUIK: inwendig (neurofen) of uitwendig (zwavelsuspensie)
Eigenschappen
Toepassing/Voordelen? (waarom kiezen voor suspensie)
• Smaak farmaca maskeren
• Stabiliteit verbeteren (beter in vaste t dan in opgeloste toestand)
• Onoplosbare farmaca verwerken
• verlengde werking verkrijgen (moet eerst oplossen in maag-
darmvocht)
, Eisen gesteld aan een goed geformuleerde suspensie?
Goede stabiliteit (zie volgende dia)
• Sedimentatie moet vertraagd worden zie wet van stokes
• Deeltjesgrootte gesuspendeerde stof: < 180 μm en uniform
• Viscositeit : verhogen
• Densiteitsverschil (ρv –ρvl ) zo klein mogelijk
Goede opschudbaarheid
• Deeltjes die bezinken vormen makkelijk opschudbaar sediment
(caking vermijden)
• Sediment moet zo groot mogelijk volume innemen (hoe groter
volume hoe meer losse vlokken worden gevormd, hoe meer ruimte
tussen partikels)
• Na opschudden : suspensie voldoende lang homogeen voor
nauwkeurige dosering van actief bestanddeel.
Hoe snel sedimenteert een suspensie?
Sedimentatiesnelheid is gebaseerd op Wet van Stokes
V=sedimentatiesnelheid
• r = straal van deeltje (recht evenredig met v, als r beetje stijgt
gaat v vele groter zijn door ^2)
• g = valversnelling (9.81m/s2 )
• ρv = relatieve dichtheid van gesuspendeerde deeltje (vast)
• ρvl = relatieve dichtheid van medium (vloeistof)
verschil tussen deze 2 : hoe groter het verschil hoe groter v (hoe
sneller het deeltje neerslaat, dus zorgen voor een klein verschil !)
• Ŋ = viscositeit van het medium (omgekeerd evenredig met v ,
hoe groterviscositeit ,hoe lager de sedimentatiesnelheid)