College 1: Inleiding
EXAMEN
Hoofdstuk over identiteit is heel belangrijk!
Cijfermateriaal of grafieken moet je niet vanbuiten kennen maar is ter illustratie
Het examen:
o 7-tal open vragen (bv. kennisvragen, korte casus of toepassing, een term
uitleggen, aanvullen met termen, …)
o Voorbeeldvraag na elk college + verbetersleutel
o Let op structuur van antwoord (antwoorden mogen puntsgewijs opgebouwd
worden)
o Gesloten boek: Geen hulpmiddelen toegestaan
Prof raad aan het handboek aan te schaffen!
o Wat je in de colleges ziet is het belangrijkste!
OVERZICHT COLLEGE 1:
1) Adolescentie situeren en beschrijven
2) Emerging adulthood
3) Adolescentie als “moeilijke leeftijd”
4) Ontwikkelingspsychologisch perspectief
ADOLESCENTIE ALS FASE IN DE LEVENSLOOP
Opdeling van de levensloop in verschillende fases
Adolescentie is de 5de fase en is een transitieperiode tussen de kindertijd en
volwassentijd
2 bedenkingen (hieronder)
(1) SITUERING
BEDANKINGEN OVER ADOLESCENTIE:
(1) Overgangsperiode tussen kindertijd – volwassenheid
(2) Discussie/onenigheid over ‘grenzen’ adolescentie: wanneer begint het en
wanneer eindigt het?
o Die grenzen zijn cultureel bepaald: wat als “volwassen gedrag” geldt, en
wanneer iemand als volwassene wordt gezien, verschilt van cultuur tot
cultuur.
o Leeftijd is daarom geen absoluut of waterdicht criterium.
Pagina 1 van 186
, Toch wordt leeftijd in de praktijk vaak gebruikt als maatstaf voor maatschappelijke
status, omdat rechten en verantwoordelijkheden aan leeftijdsgrenzen gekoppeld
zijn, bijvoorbeeld:
o Politiek (stemrecht) 18 jaar
o Rechtssysteem 18 jaar
o Films 16 jaar
Daardoor wordt 18 jaar vaak gezien als het moment waarop je “volwassen” bent.
Dit kan leiden tot een maturity gap: een kloof tussen
o De objectieve maatstaf (bv. wettelijke leeftijdsgrens) en
o De subjectieve beleving van jongeren (hoe volwassen ze zich voelen en
gedragen).
o Het is dus een kloof tussen wat de maatschappij als “volwassen”
beschouwt (vaak gekoppeld aan een vaste leeftijdsgrens zoals 18 jaar) en
hoe volwassen jongeren zich zelf voelen en functioneren.
o Omdat volwassenheid niet enkel door leeftijd bepaald wordt, kan iemand
juridisch “volwassen” zijn, terwijl die persoon zich subjectief nog niet zo
volwassen voelt (of omgekeerd). Die mismatch kan invloed hebben op
gedrag, zelfbeeld en hoe goed iemand met nieuwe verantwoordelijkheden
omgaat.
Belang van discrepantie tussen subjectieve ervaring en objectieve maatstaf
impact op functioneren
o Bijvoorbeeld: jongeren kunnen lichamelijk al (bijna) “volwassen” lijken,
terwijl hun gevoel, zelfbeeld, of sociaal-emotionele ontwikkeling nog in
beweging is.
BEGIN EN EINDE VAN ADOLESCENTIE
Begin: “biologie” (hormonale/lichamelijke veranderingen, veranderingen in het
denken, …)
o Begin van adolescentie wordt vaak vooral biologisch omschreven: de start
van de puberteit met hormonale en lichamelijke veranderingen, en ook
veranderingen in het denken. Over dat biologische startpunt is relatief
weinig discussie.
Einde: “cultuur” (einde fulltime scholing, ‘bereiken volwassenheid’,
zelfstandigheid, …)
o Het einde van adolescentie is veel minder eenduidig en wordt vaker
cultureel en sociaal bepaald, bijvoorbeeld via het einde van voltijds
onderwijs, zelfstandigheid, het opnemen van volwassen rollen of het
bereiken van een bepaalde leeftijd.
Maar er moet hier een belangrijke kanttekening bij geplaatst worden
o Ook het begin heeft een sociaal-culturele kant (bv. overgang van lager
naar secundair onderwijs als “startmoment”).
o Het einde (“volwassen worden”) omvat meerdere aspecten en is geen
scherp afgelijnd eindpunt:
Volwassenheid is geen eindstadium, maar een blijvend
ontwikkelingsproces (identiteit blijft evolueren).
Culturele en geslachtsverschillen: Wat als “volwassen” geldt, verschilt:
o In westerse, individualistische contexten ligt de nadruk vaak op autonomie
en zelfbeschikking.
o In andere culturen kan volwassenheid sterker verbonden zijn met zorg,
verbondenheid en investeren in familie.
Ontwikkelingspsychologen:
Pagina 2 van 186
, o Adolescentie = van 10 tot 22 jaar
Middelbare school en hoger onderwijs
o Onderverdeling (grenzen zijn slechts benaderingen):
10 - 13 jaar: Vroege adolescentie
14 - 18 jaar: Midden-adolescentie
19 – 22 jaar: Late adolescentie
Puberteit vs. adolescentie:
o Puberteit: lichamelijk proces van geslachtsrijping (incl. hormonale
veranderingen) en vaak ook veranderingen in stemming en gedrag
(“puberen”).
o Adolescentie: het psychologisch en sociaal integreren van die
veranderingen:
Wat betekenen ze voor wie ik ben, wat ik wil, en wat anderen van
mij verwachten? → identiteitsontwikkeling.
Wanneer jongeren moeite hebben met hun lichaam, kan dit hun
gevoel van controle en hun zelfbeeld onder druk zetten (bv. te
linken aan Erikson).
Erikson: koppelt adolescentie aan de ontwikkelingsfase ‘identiteit vs.
rolverwarring’: in die periode probeert een jongere een samenhangend antwoord
te vinden op “Wie ben ik?” en “Wat wil ik worden?”.
o Als dat identiteitsproces moeilijk loopt (bv. door onzekerheid over het
lichaam of verwachtingen van anderen), kan er verwarring ontstaan over
zichzelf en zijn/haar plaats in de wereld.
Uitdagende periode
o Identiteitsproces
o Mogelijke discrepantie tussen snelle lichamelijke veranderingen en het
psychische tempo waarmee iemand die veranderingen verwerkt.
(2) EMERGING ADULTHOOD / OPKOMENDE VOLWASSENHEID
= Opkomende volwassenheid is de periode tussen adolescentie en
(jong)volwassenheid, meestal gesitueerd tussen 18 en 25 jaar (soms tot 30). Ze ontstaat
omdat klassieke “volwassenheidscriteria” (zoals trouwen, kinderen krijgen, financieel
onafhankelijk zijn, uit huis gaan) gemiddeld later worden bereikt. Daardoor worden veel
volwassen rollen uitgesteld.
Waarom is die periode er?
o Omdat er veel criteria van vroeger die bepaalde of iemand volwassen is of
niet zijn opgeschoven in de tijd (mensen trouwen later, krijgen later
kinderen, studeren veel later) dus veel volwassen rollen worden uitgesteld
naar de latere jaren.
Synoniem: Hotel mama jongeren die heel lang thuis blijven wonen
Vooral aanwezig in westerse, geïndustrialiseerde samenlevingen
o Meer zichtbaar in stedelijke contexten dan in landelijke gebieden.
o Niet overal even sterk: in veel culturen is er minder ruimte om rollen uit te
stellen (bv. door werken, gezin, economische druk).
Nieuwe ontwikkelingsperiode tussen adolescentie en volwassenheid
o in-between status = veel 18–25-jarigen voelen zich op sommige vlakken
volwassen, maar op andere niet, ze ervaren een tussenstatus.
Universiteit uitvergroting hiervan dus vooral in bepaalde contexten
Pagina 3 van 186
, o In veel culturen hebben jongeren niet de kans en de luxe om verder te
studeren en dus die volwassen rollen uit te stellen, ze zitten in een heel
ander levenstraject
Periode van:
o Mogelijkheden en keuzes = kan leiden tot een paradox van de
keuze / tirannie van de vrijheid zeker bij weinig steun
De tirannie van de vrijheid of paradox van de keuze betekent dat
meer keuze niet altijd beter is. Als je heel veel opties hebt (studie,
job, relaties, levensstijl), kan dat leiden tot keuzestress, twijfel en
spijt (“had ik toch iets anders gekozen?”).
Je voelt je dan ook sneller persoonlijk verantwoordelijk als het niet
loopt zoals gehoopt, waardoor vrijheid eerder als druk dan als kans
kan aanvoelen.
o Feeling in-between = veel 18–25-jarigen voelen zich op sommige
vlakken volwassen, maar op andere niet, ze ervaren een tussenstatus.
o Exploratie en zelf-focus: keuzes rond opleiding, werk, relaties, waarden
en levensdoelen (sterk gelinkt aan identiteitsontwikkeling).
Exploratie is belangrijk binnen het college identiteit
o Instabiliteit: wisselende studies, jobs, relaties, woonplaatsen of andere
dingen kunnen onzekerheid geven.
‘Quarterlife crisis’ (= gevoel dat er kwart van het leven voorbij is; cfr. ‘midlife
crisis’)
o De stress of twijfel rond ±25 jaar bij het vinden van “een plek” in de
volwassen wereld
o Het is het gevoel van onzekerheid over de overgang naar het volwassen
leven.
o Het gaat het over de stress en twijfel over werk/studie, relaties, identiteit,
toekomstkeuzes en “mijn plek vinden” in de maatschappij.
Onderzoek spreekt dit tegen: meeste jongeren voelen zich goed en welzijn
neemt toe
o We mogen het niet veralgemenen want de meeste adolescenten doen het
goed
(3) ADOLESCENTIE ALS MOEILIJKE LEEFTIJD
Als we aan adolescentie denken…
o Ontwikkeling
o Overgang naar volwassenheid
o Biologische veranderingen/rijping
o Herdefiniëring relaties met ouders van een meer verticale naar een
horizontale gelijkwaardige relatie
o Identiteit en experimenteren
Maar adolescentie wordt ook vaak geassocieerd met kwetsbaarheid,
probleemgedrag, opstandigheid en de “apenjaren”
o Dat sluit aan bij het klassieke idee van “storm and stress” (Hall, 1904) =
het beeld dat adolescentie typisch gepaard gaat met emotionele onrust en
hevige emotionele uitbarstingen, waardoor deze periode snel als een
probleemfase wordt gezien.
o Deze negatieve beeldvorming wordt gevoed door:
Media-aandacht voor extreme gevallen, gericht op sensatie:
bijvoorbeeld berichten over vechtpartijen of zwaar
grensoverschrijdend gedrag.
Pagina 4 van 186
EXAMEN
Hoofdstuk over identiteit is heel belangrijk!
Cijfermateriaal of grafieken moet je niet vanbuiten kennen maar is ter illustratie
Het examen:
o 7-tal open vragen (bv. kennisvragen, korte casus of toepassing, een term
uitleggen, aanvullen met termen, …)
o Voorbeeldvraag na elk college + verbetersleutel
o Let op structuur van antwoord (antwoorden mogen puntsgewijs opgebouwd
worden)
o Gesloten boek: Geen hulpmiddelen toegestaan
Prof raad aan het handboek aan te schaffen!
o Wat je in de colleges ziet is het belangrijkste!
OVERZICHT COLLEGE 1:
1) Adolescentie situeren en beschrijven
2) Emerging adulthood
3) Adolescentie als “moeilijke leeftijd”
4) Ontwikkelingspsychologisch perspectief
ADOLESCENTIE ALS FASE IN DE LEVENSLOOP
Opdeling van de levensloop in verschillende fases
Adolescentie is de 5de fase en is een transitieperiode tussen de kindertijd en
volwassentijd
2 bedenkingen (hieronder)
(1) SITUERING
BEDANKINGEN OVER ADOLESCENTIE:
(1) Overgangsperiode tussen kindertijd – volwassenheid
(2) Discussie/onenigheid over ‘grenzen’ adolescentie: wanneer begint het en
wanneer eindigt het?
o Die grenzen zijn cultureel bepaald: wat als “volwassen gedrag” geldt, en
wanneer iemand als volwassene wordt gezien, verschilt van cultuur tot
cultuur.
o Leeftijd is daarom geen absoluut of waterdicht criterium.
Pagina 1 van 186
, Toch wordt leeftijd in de praktijk vaak gebruikt als maatstaf voor maatschappelijke
status, omdat rechten en verantwoordelijkheden aan leeftijdsgrenzen gekoppeld
zijn, bijvoorbeeld:
o Politiek (stemrecht) 18 jaar
o Rechtssysteem 18 jaar
o Films 16 jaar
Daardoor wordt 18 jaar vaak gezien als het moment waarop je “volwassen” bent.
Dit kan leiden tot een maturity gap: een kloof tussen
o De objectieve maatstaf (bv. wettelijke leeftijdsgrens) en
o De subjectieve beleving van jongeren (hoe volwassen ze zich voelen en
gedragen).
o Het is dus een kloof tussen wat de maatschappij als “volwassen”
beschouwt (vaak gekoppeld aan een vaste leeftijdsgrens zoals 18 jaar) en
hoe volwassen jongeren zich zelf voelen en functioneren.
o Omdat volwassenheid niet enkel door leeftijd bepaald wordt, kan iemand
juridisch “volwassen” zijn, terwijl die persoon zich subjectief nog niet zo
volwassen voelt (of omgekeerd). Die mismatch kan invloed hebben op
gedrag, zelfbeeld en hoe goed iemand met nieuwe verantwoordelijkheden
omgaat.
Belang van discrepantie tussen subjectieve ervaring en objectieve maatstaf
impact op functioneren
o Bijvoorbeeld: jongeren kunnen lichamelijk al (bijna) “volwassen” lijken,
terwijl hun gevoel, zelfbeeld, of sociaal-emotionele ontwikkeling nog in
beweging is.
BEGIN EN EINDE VAN ADOLESCENTIE
Begin: “biologie” (hormonale/lichamelijke veranderingen, veranderingen in het
denken, …)
o Begin van adolescentie wordt vaak vooral biologisch omschreven: de start
van de puberteit met hormonale en lichamelijke veranderingen, en ook
veranderingen in het denken. Over dat biologische startpunt is relatief
weinig discussie.
Einde: “cultuur” (einde fulltime scholing, ‘bereiken volwassenheid’,
zelfstandigheid, …)
o Het einde van adolescentie is veel minder eenduidig en wordt vaker
cultureel en sociaal bepaald, bijvoorbeeld via het einde van voltijds
onderwijs, zelfstandigheid, het opnemen van volwassen rollen of het
bereiken van een bepaalde leeftijd.
Maar er moet hier een belangrijke kanttekening bij geplaatst worden
o Ook het begin heeft een sociaal-culturele kant (bv. overgang van lager
naar secundair onderwijs als “startmoment”).
o Het einde (“volwassen worden”) omvat meerdere aspecten en is geen
scherp afgelijnd eindpunt:
Volwassenheid is geen eindstadium, maar een blijvend
ontwikkelingsproces (identiteit blijft evolueren).
Culturele en geslachtsverschillen: Wat als “volwassen” geldt, verschilt:
o In westerse, individualistische contexten ligt de nadruk vaak op autonomie
en zelfbeschikking.
o In andere culturen kan volwassenheid sterker verbonden zijn met zorg,
verbondenheid en investeren in familie.
Ontwikkelingspsychologen:
Pagina 2 van 186
, o Adolescentie = van 10 tot 22 jaar
Middelbare school en hoger onderwijs
o Onderverdeling (grenzen zijn slechts benaderingen):
10 - 13 jaar: Vroege adolescentie
14 - 18 jaar: Midden-adolescentie
19 – 22 jaar: Late adolescentie
Puberteit vs. adolescentie:
o Puberteit: lichamelijk proces van geslachtsrijping (incl. hormonale
veranderingen) en vaak ook veranderingen in stemming en gedrag
(“puberen”).
o Adolescentie: het psychologisch en sociaal integreren van die
veranderingen:
Wat betekenen ze voor wie ik ben, wat ik wil, en wat anderen van
mij verwachten? → identiteitsontwikkeling.
Wanneer jongeren moeite hebben met hun lichaam, kan dit hun
gevoel van controle en hun zelfbeeld onder druk zetten (bv. te
linken aan Erikson).
Erikson: koppelt adolescentie aan de ontwikkelingsfase ‘identiteit vs.
rolverwarring’: in die periode probeert een jongere een samenhangend antwoord
te vinden op “Wie ben ik?” en “Wat wil ik worden?”.
o Als dat identiteitsproces moeilijk loopt (bv. door onzekerheid over het
lichaam of verwachtingen van anderen), kan er verwarring ontstaan over
zichzelf en zijn/haar plaats in de wereld.
Uitdagende periode
o Identiteitsproces
o Mogelijke discrepantie tussen snelle lichamelijke veranderingen en het
psychische tempo waarmee iemand die veranderingen verwerkt.
(2) EMERGING ADULTHOOD / OPKOMENDE VOLWASSENHEID
= Opkomende volwassenheid is de periode tussen adolescentie en
(jong)volwassenheid, meestal gesitueerd tussen 18 en 25 jaar (soms tot 30). Ze ontstaat
omdat klassieke “volwassenheidscriteria” (zoals trouwen, kinderen krijgen, financieel
onafhankelijk zijn, uit huis gaan) gemiddeld later worden bereikt. Daardoor worden veel
volwassen rollen uitgesteld.
Waarom is die periode er?
o Omdat er veel criteria van vroeger die bepaalde of iemand volwassen is of
niet zijn opgeschoven in de tijd (mensen trouwen later, krijgen later
kinderen, studeren veel later) dus veel volwassen rollen worden uitgesteld
naar de latere jaren.
Synoniem: Hotel mama jongeren die heel lang thuis blijven wonen
Vooral aanwezig in westerse, geïndustrialiseerde samenlevingen
o Meer zichtbaar in stedelijke contexten dan in landelijke gebieden.
o Niet overal even sterk: in veel culturen is er minder ruimte om rollen uit te
stellen (bv. door werken, gezin, economische druk).
Nieuwe ontwikkelingsperiode tussen adolescentie en volwassenheid
o in-between status = veel 18–25-jarigen voelen zich op sommige vlakken
volwassen, maar op andere niet, ze ervaren een tussenstatus.
Universiteit uitvergroting hiervan dus vooral in bepaalde contexten
Pagina 3 van 186
, o In veel culturen hebben jongeren niet de kans en de luxe om verder te
studeren en dus die volwassen rollen uit te stellen, ze zitten in een heel
ander levenstraject
Periode van:
o Mogelijkheden en keuzes = kan leiden tot een paradox van de
keuze / tirannie van de vrijheid zeker bij weinig steun
De tirannie van de vrijheid of paradox van de keuze betekent dat
meer keuze niet altijd beter is. Als je heel veel opties hebt (studie,
job, relaties, levensstijl), kan dat leiden tot keuzestress, twijfel en
spijt (“had ik toch iets anders gekozen?”).
Je voelt je dan ook sneller persoonlijk verantwoordelijk als het niet
loopt zoals gehoopt, waardoor vrijheid eerder als druk dan als kans
kan aanvoelen.
o Feeling in-between = veel 18–25-jarigen voelen zich op sommige
vlakken volwassen, maar op andere niet, ze ervaren een tussenstatus.
o Exploratie en zelf-focus: keuzes rond opleiding, werk, relaties, waarden
en levensdoelen (sterk gelinkt aan identiteitsontwikkeling).
Exploratie is belangrijk binnen het college identiteit
o Instabiliteit: wisselende studies, jobs, relaties, woonplaatsen of andere
dingen kunnen onzekerheid geven.
‘Quarterlife crisis’ (= gevoel dat er kwart van het leven voorbij is; cfr. ‘midlife
crisis’)
o De stress of twijfel rond ±25 jaar bij het vinden van “een plek” in de
volwassen wereld
o Het is het gevoel van onzekerheid over de overgang naar het volwassen
leven.
o Het gaat het over de stress en twijfel over werk/studie, relaties, identiteit,
toekomstkeuzes en “mijn plek vinden” in de maatschappij.
Onderzoek spreekt dit tegen: meeste jongeren voelen zich goed en welzijn
neemt toe
o We mogen het niet veralgemenen want de meeste adolescenten doen het
goed
(3) ADOLESCENTIE ALS MOEILIJKE LEEFTIJD
Als we aan adolescentie denken…
o Ontwikkeling
o Overgang naar volwassenheid
o Biologische veranderingen/rijping
o Herdefiniëring relaties met ouders van een meer verticale naar een
horizontale gelijkwaardige relatie
o Identiteit en experimenteren
Maar adolescentie wordt ook vaak geassocieerd met kwetsbaarheid,
probleemgedrag, opstandigheid en de “apenjaren”
o Dat sluit aan bij het klassieke idee van “storm and stress” (Hall, 1904) =
het beeld dat adolescentie typisch gepaard gaat met emotionele onrust en
hevige emotionele uitbarstingen, waardoor deze periode snel als een
probleemfase wordt gezien.
o Deze negatieve beeldvorming wordt gevoed door:
Media-aandacht voor extreme gevallen, gericht op sensatie:
bijvoorbeeld berichten over vechtpartijen of zwaar
grensoverschrijdend gedrag.
Pagina 4 van 186