PRINCIPES BOEKHOUDEN
Examen Samenvatting
Openboek Routekaart
Gebruik deze samenvatting tijdens een openboekexamen als opzoekdocument. Begin niet vooraan te lezen,
maar zoek meteen op het soort oefening.
Stappenplan bij elke boeking
Stap 1: Wat gebeurt er? Aankoop, verkoop, betaling, afschrijving, voorraad, loon, afsluiting?
Stap 2: Welke rekeningen horen erbij?
Stap 3: Zijn die rekeningen actief, passief, kost of opbrengst?
Stap 4: Stijgt of daalt elke rekening?
Stap 5: Zet om naar debet/credit.
Stap 6: Controleer: totaal debet = totaal credit.
Snel zoeken op onderwerp
Als de vraag gaat over… Sectie Zoekwoorden
Basisbegrippen balans 1-2 actief, passief, eigen vermogen, vreemd vermogen
Debet/credit 3 A+ D, P+ C, K+ D, O+ C
Btw 4 4110, 4510, inclusief btw, x
Rekeningnummers (MAR) 5 MAR, klasse 1, klasse 6, klasse 7
Journaal / grootboek 6 journaal, proefbalans, saldibalans
Aankoopfactuur 7 6040, 4110, 4400
Verkoopfactuur 8 4000, 7040, 4510
Voorraadwijzigingen 9 EV > BV, EV < BV, 340, 6094
Personeel 10 620, 621, 453, 454, 455
Afschrijvingen / MVA 11 6302, balanswaarde, pro rata temporis
Dubieuze debiteuren 12 407, 409, 6340
Eigen vermogen / resultaat 14-15 140, 141, 693, 793
Voorzieningen 16 162, 6360, 6361
Afsluitwerkzaamheden 18-20 regularisatie, overlopende rekeningen
Juist/fout-vragen 22 examenvalkuilen
Pagina
,Principes Boekhouden — Examen Samenvatting
Meest gebruikte boekingen
Verrichting Boeking
Aankoop handelsgoederen op factuur 6040 D, 4110 D → 4400 C
Aankoop vast actief op factuur 2... D, 4110 D → 4400 C
Verkoop handelsgoederen op factuur 4000 D → 7040 C, 4510 C
Betaling leverancier via bank 4400 D → 5500 C
Klant betaalt via bank 5500 D → 4000 C
Afschrijving MVA 6302 D → 2...9 C
Voorraad stijgt (EV > BV) 340 D → 6094 C
Voorraad daalt (EV < BV) 6094 D → 340 C
Toevoeging voorziening 6360 D → 162 C
Winst overdragen 693 D → 140 C
Verlies overdragen 141 D → 793 C
Pagina
, Principes Boekhouden — Examen Samenvatting
1. Balans & Basislogica
Actief = Passief
Actief = Eigen vermogen + Vreemd vermogen
Eigen vermogen = Actief − Schulden
Actief Passief
Waarin zit het geld? Waar komt het geld vandaan?
Werkmiddelen / bezittingen Financieringsmiddelen
Vorderingen Eigen vermogen en schulden
Soort actief Betekenis Voorbeelden
Vaste activa > 1 jaar gebruikt gebouwen, machines, computers
Vlottende activa Snel omzetbaar in geld voorraad, klanten, bank, kas
Examenvalkuil: Kapitaal is NIET hetzelfde als geld op de bank. Kapitaal staat op passief; bank staat op
actief.
2. Balans vs. Resultatenrekening
Balans Resultatenrekening
Momentopname Overzicht over een periode
Toont activa, schulden en eigen vermogen Toont kosten en opbrengsten
Geeft vermogenstoestand Geeft winst of verlies
Resultaat Betekenis
Winst Opbrengsten > Kosten
Verlies Kosten > Opbrengsten
Break-even Opbrengsten = Kosten
Winst verhoogt het eigen vermogen. Verlies verlaagt het eigen vermogen.
Pagina