HET FUNDAMENT
1. INLEIDING
/
2. WAT ZIJN ORGANISATIES?
Sociologie: ‘niemand is een eiland’ maken deel uit van diverse SL-verbanden, zijn op
deze manier verbonden aan vasteland.
Op vasteland komen in cc, maken gebruik van of engageren ons in veelheid van
organisaties.
Invloed organisaties (op SL en ons leven) = groot.
2.1. KENMERKEN VAN EEN ORGANISATIE
Functioneel
Regelen sociale leven en dagelijks gedrag van individu.
Al vanaf geboorte Bv: ziekenhuis, geboorte gekend gemaakt bij overheidsinstantie,
opgevolgd door kind & gezin, ondersteuning van babynest, opvoedingswinkel,
kinderdagverblijf, school.
Verschillende organisaties tot doel kids mee op te voeden, onderwijzen, ondersteunen
zodat later kunnen deelnemen aan SL.
Verbonden zijn in & met organisaties constante in levensloop.
Verrichten arbeid, opdoen kennis, religie beleven, beschermen van gezondheid, sport
beoefenen, vrijetijdsbesteding.
Binnen ortho werkveld diversiteit van organisaties
Scholen, dagcentra mensen met beperking, jeugdhulpinstellingen..
Wat hebben ze met elkaar gemeen?
‘Organisatie’ griekse ‘organon’ = werktuig/ hulpmiddel
organisatie = hulpmiddel om doel te bereiken.
Mensen komen/werken samen aan éénzelfde doel/ delen dezelfde missie.
Missie gedreven organisaties wnr organisatie duidelijk sociaal doel voor ogen heeft
wil impact maken om van wereld/maatschappij betere plek te maken voor iedereen.
,Organisaties zijn:
1. menselijke samenwerkingsverbanden
2. gericht op realiseren van duidelijk doel
3. ontworpen als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde activiteiten.
4. verbonden met externe omgeving.
2.2. SOCIAL PROFIT VS PROFIT ORGANISATIES
Ortho sector social profit sector
o = containerbegrip voor tal van organisaties die hoofdzakelijk diensten leveren
met maatschappelijk nut.
VERSCHIL TUSSEN SOCIALE SECTOR (SOCIAL PROFIT) EN BEDRIJVEN (PROFIT)?
social profit organisaties
Gemeenschappelijke winst ipv winstmaximalisatie (strveen maatschappelijke & sociale
doelen na).
Belangrijkste doelstelling = collectieve doelen
Vallen vaak onder vzw-wetgeving
Profit organisaties (commerciële bedrijven)
Winstmaximalisatie ten behove van bedrijfscontinuïteit (bedrijf kan blijven
voortbestaan).
Belangrijkste doelstelling = eigen doelen.
2.3. ORGANISATIEONTWIKKELING, WAT?
Cursus opgebouwd uit 3 belangrijke basiscomponenten:
,1: DE ORGANISATIE EN DE OMGEVING (GROEN)
Elke org heeft specifieke bestaansreden, neergeschreven in ‘de missie’.
Waarom org nodig in SL, welk sociaal doel & impact willen ze organiseren in SL?
Ontwikkelen ‘strategie’: nadenken, vastleggen en focussen op wat ze wel en niet gaan
doen + aanpak om missie concreet waar te maken.
Missie gedreven org directe verbinding met “omgeving” waarin actief.
o Willen omgeving beïnvloeden + ondergaan zelf invloed ervan.
DE ORGANISATIE & STRUCTUUR (BLAUW)
Org beschikt over specifieke “structuur” waarin men specifieke taken, rollen &
bevoegdheden krijgt binnen org om missie waar te kunnen maken.
DE ORGANISATIE & HET MENSELIJK KAPITAAL (ROZE)
“Menselijk kapitaal”
Belangrijk om impact te kunnen hebben.
Missie waarmaken mensen aanwerven & opleiden om functies uit te voeren,
vastgelegd in structuur.
Inspanningen en realisaties opgevolgd & beloond vasthouden van motivatie,
productiviteit en succes in org.
Org = “mensenwerk”
Gedragen dor mensen afh van elkaar en in interactie met elkaar om via samenwerking
een gemeenschappelijk (of pers) doel na te streven/ realiseren.
“Leiderschap” = onmisbaar
, Kort samengevat:
Missiegedreven org hebben sociaal doel en willen duurzame impact hebben op SL of
iets betekenen voor specifieke doelgroep waarvoor ze werken.
Om doelen te halen gepaste organisatiestructuur waarin rollen, taken & functies
vastliggen.
eenmaal duidelijke structuur juiste mensen op juiste plaats om doelstellingen te
verwezenlijken.
3. HET GROTE WAAROM: MISSIE, VISIE EN KERNWAARDEN
Org ontstaan, bewegen, beïnvloeden & verhouden zich tot hun omgeving.
Nood aan sterk fundament (gevoel van bestemming) om te weten wat ze kunnen
betekenen en hoe op uitdagingen moeten inspelen/ ertegen beschermen.
o “waarom doen we wat we doen?”
Nadenken over fundamentele vraag noodzakelijk om verdere beslissingen af te
toetsen & weten welke richting/ focus te kiezen om te doen wat je wil/moet doen.
Fundament geeft richting aan waar we heen willen met org, bestaat uit:
1. De missie (wat-vraag)
Bestaansreden, unieke bijdrage ten dienste van omgeving. Wat komt omgeving
tekort als org niet meer bestaat?
2. visie en kernwaarden (waarom-vraag)
Waarom doen we wat we doen? wat is de bestemming, droom van org?
3. strategie (hoe-vraag)
Hoe bereiken wat we willen en moeten bereiken met org?
Strategie ontwikkelen
Duurzaam evenwicht vinden binnen spanningsveld wat we kunnen, moeten en willen
doen in org deze 3 vragen vormen strategische driehoek