Basislessen: 6.1.1. Belangrijke elementen van
1. Een inleiding in de ontwikkeling van het kind Piagets theorie
1.1. Een oriëntatie op de 6.1.2. De sensomotorische periode (0-
ontwikkelingspsychologie 24m): de basis van de vroege
1.1.1. De reikwijdte van het vakgebied cognitieve groei
1.1.2. De invloed van de cohorten op de 6.1.3. Reflecties bij de theorie van
ontwikkeling Piaget: steun en kritiek
1.1.3. Vraagstukken bij thema’s van de 6.2. De informatieverwerkingstheorie van
ontwikkelingspsychologie cognitieve ontwikkeling
1.1.4. De toekomst van de 6.2.1. Codering, opslag en terughalen:
ontwikkelingspsychologie de grondslagen van
informatieverwerking
2. Theoretische perspectieven 6.2.2. Het geheugen in de babytijd
2.1. Perspectieven bij het kijken naar 6.2.3. De ontwikkeling van intelligentie
kinderen bij baby’s
2.1.1. Het psychodynamisch perspectief:
focus op innerlijke krachten 7. De sociaal-emotionele ontwikkeling en
2.1.2. Het behavioristisch perspectief: persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd
focus op waarneembaar gedrag 7.1. De basis van sociaal gedrag
2.1.3. Het cognitief perspectief: kijken 7.1.1. Emoties in de babytijd
naar de oorsprong van ons begrip 7.1.2. De ontwikkeling van het ik
2.1.4. Het systemisch perspectief: brede 7.1.3. Social referencing
visies op ontwikkeling 7.1.4. Theory of mind
2.1.5. Het evolutionair perspectief: wat 7.2. Relaties aangaan
onze voorouders bijdragen aan 7.2.1. Hechting
ons gedrag 7.2.2. Rollen van ouders bij hechting
2.1.6. Waarom “welk perspectief het 7.2.3. Ontluikende relaties via
juiste?” de verkeerde vraag is interacties
3. In wit zetten 7.3. Verschillen tussen baby’s
4. De geboorte van het pasgeboren kind 7.3.1. Persoonlijkheidsontwikkeling:
4.3. Wat een pasgeboren baby allemaal kan kenmerken die baby’s uniek
4.3.1. Fysieke vaardigheden maken
4.3.2. Het leervermogen van de 7.3.2. Temperament: stabiele factoren in
pasgeborene het gedrag van een kind
4.3.3. Sociale vaardigheden: reageren 8. In wit zetten
op anderen 9. De cognitieve ontwikkeling in de peuter- en
kleutertijd
5. De fysieke ontwikkeling in de babytijd 9.1. De intellectuele ontwikkeling
4.1. Groei en ontwikkeling 9.1.1. Piaget: het preoperationeel
4.1.1. Fysieke groei: snelle schreden van denken
de babytijd
4.1.2. Integratie van de 10. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de
lichaamssystemen: de cycli van persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter-
de babytijd en kleutertijd
5.3. De ontwikkeling van de zintuigen 10.1. Een antwoord op de vraag ‘wie ben
5.3.1. Gevoeligheid voor pijn en ik?”
aanrakingen 10.1.1. De persoonlijkheidsontwikkeling:
5.3.2. Multimodale perceptie: de input conflicten oplossen
van individuele zintuigen 10.2. Vrienden en familie: het sociale leven
gecombineerd van peuters en kleuters
10.2.1. Het ontstaan van
6. Cognitieve ontwikkeling in de babytijd vriendschappen
6.1. Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget
1
, 10.2.2. De ‘theory of mind’ van peuters 16.1.1. Zelfbeeld en eigenwaarde
en kleuters: begrijpen wat 16.1.2. Identiteitsvorming in de
anderen denken adolescentie: verandering of
10.3. Morele ontwikkeling en zelfbeheersing crisis
10.3.1. Het ontstaan van moreel besef: 16.1.3. Marcia’s theorie van
goed en fout in de maatschappij identiteitsontwikkeling
11. In wit zetten 16.2. Relaties: familie en vrienden
12. Cognitieve ontwikkeling in de schooltijd 16.2.1. Familiebanden: veranderende
12.1. De intellectuele ontwikkeling relaties binnen het gezin
12.1.1. De cognitieve ontwikkeling 16.2.2. Relaties met leeftijdsgenoten:
volgens Piaget het belang van ‘erbij horen’
12.1.2. De informatieverwerkingstheorie
17. De volwassenheid
13. De sociale ontwikkeling en de 17.1. De cognitieve ontwikkeling in de
persoonlijkheidsontwikkeling in de volwassenheid
schooltijd 17.1.1. Benaderingen van postformeel
13.1. De ontwikkeling van het eigen ik denken
13.1.1. De psychosociale ontwikkeling 17.2. Evolutie van intellectuele
en zelfkennis in de vlijt versus vermogens/hoe ontwikkelt
minderwaardigheid intelligentie zich gedurende de
13.1.2. Eigenwaarde: hoe kinderen een levensloop?
beeld van zichzelf ontwikkelen
13.2. Relaties: vriendschappen in de 18. De sociaal-emotionele en
schooltijd persoonlijkheidsontwikkeling in de
volwassenheid
14. De fysieke ontwikkeling in de adolescentie 18.1. De psychosociale theorie van Erikson
14.3. Bedreigingen voor het welzijn van 18.2. De partnerrelatie
adolescenten 18.2.1. Sternbergs driedimensionele
theorie: de 3 gezichten van
15. Cognitieve ontwikkeling liefde
15.1. Intellectuele ontwikkeling 18.2.2. Een partner kiezen: de ware
15.1.1. Het formeel-operationele Jacob/Jacoba herkennen
stadium van Piaget 18.2.3. Hechtingsstijlen en romantische
15.1.2. De relaties
informatieverwerkingstheorie: 18.3. Ouderschap
geleidelijke veranderingen in 18.4. Homoseksuele ouders
vermogens 18.5. Ontwikkelingen in het gezin
15.1.3. De adolescent als het 18.6. Beroepscarrière
middelpunt van het universum 18.7. Zelfbeeld en eigenwaarde
15.2. De morele ontwikkeling 18.7.1. Mythe van de midlifecrisis
15.2.1. Kolbergs theorie van morele
ontwikkeling 19. Oudere volwassenheid
15.3. Schoolprestaties en cognitieve 19.1. Beeldvorming over ouderen
ontwikkeling 19.2. De fysieke ontwikkeling in de oudere
15.3.7. Verder leren volwassenheid
15.4. Het kiezen van een beroep 19.3. De cognitieve ontwikkeling in de
15.4.1. De drie perioden van Ginsberg oudere volwassenheid
15.4.2. De 6 persoonlijkheidstypen van 19.3.1. Competent ouder worden
Holland 19.4. De sociale en
persoonlijkheidsontwikkeling in de
16. Sociaal- emotionele ontwikkeling en de volwassenheid
persoonlijkheidsontwikkeling in de 19.4.1. De psychosociale theorie van
adolescentie Erikson
16.1. Identiteit: een antwoord op de vraag: 19.4.2. Het grootouderschap
“wie ben ik?” 19.4.3. De pensionering
2
, 19.4.4. Het levenseinde/de dood 3.3. Het verband tussen groei van de
19.4.4.1. De medische constatering hersenen en cognitieve ontwikkeling
van de dood 4. Peuter- en kleutertijd: motorische
19.4.4.2. Rouwfasen ontwikkeling
19.4.4.3. De beleving en betekenis 4.1. Grove motoriek
van de dood 4.2. Fijne motoriek
19.4.4.4. Het doodsbegrip op 4.3. Zindelijk worden: wanneer en hoe?
verschillende leeftijden 5. Schooltijd: fysieke ontwikkeling, groeiende
19.4.4.5. Het stervensproces in de lichaam
verschillende fasen van de 5.1. De fysieke ontwikkeling
levensloop 5.2. Motorische vaardigheden:
19.4.4.6. De invloed van de voortdurende verbetering
overledene 6. Adolescentie: fysieke ontwikkeling
6.1. Groei in de adolescentie: het snelle
Specialisatieles: het begin van het leven tempo van de fysieke rijping
3. Het begin van het leven 6.2. Motorische vaardigheden: voor
3.1. De vroegste ontwikkeling
3.1.1. Genen en chromosomen: de code Specialisatieles: Ontwikkeling genderidentiteit
van het leven en seksuele ontwikkeling
3.1.2. Genetische consultatie en 1. Babytijd
erfelijkheidsadvies 1.1. Geslacht en gender: mannelijk of
3.2. Het samenspel tussen erfelijkheid en vrouwelijk
omgeving 2. Peuter- en kleutertijd
3.2.1. De rol van omgeving: van 2.1. Genderidentiteit: het ontstaan van
genotype naar fenotype vrouwelijkheid en mannelijkheid
3.2.2. Een antwoord op het nature- 2.2. Het ontdekken van seksualiteit
nurture raadsel 3. Adolescentie
3.2.3. Kunnen genen de omgeving 3.1. Puberteit: het begin van de seksuele
beïnvloeden? rijping
3.3. Prenatale groei en verandering 3.2. Beeld van het eigen lichaam: reacties
3.3.1. De stadia van de prenatale op fysieke veranderingen in de
periode: het begin van de adolescentie
ontwikkeling 3.3. Vroege en late rijping: gevolgen
3.3.2. Problemen rond de zwangerschap 3.4. Seksuele activiteiten tijdens de
3.3.3. De prenatale omgeving: adolescentie
bedreigingen voor de ontwikkeling 3.5. Seksuele oriëntatie/geaardheid en
genderidentiteit
Specialisatieles: motorische en fysieke 4. Vroege volwassenheid
ontwikkeling doorheen de levensloop + 4.1. Relaties aangaan en het verloop van
1. Geboorte en complicaties bij de geboorte relaties
1.1. Geboorte: van foetus tot neonaat 5. Middelbare leeftijd/middenvolwassenheid
1.2. Complicaties bij geboorte: premature 5.1. Seksualiteit tijdens de middelbare
baby’s: te vroeg, te klein leeftijd: de ontwikkelingen gaan door
1.3. Complicaties bij geboorte: 5.2. Het vrouwelijk climacterium en de
postmature baby’s: te laat, te groot menopauze
2. Babytijd: motorische ontwikkeling 5.3. Het mannelijk climacterium
2.1. Reflexen: onze aangeboren fysieke 6. Ouderdom
vaardigheden 6.1. Seksualiteit tijdens de ouderdom: rust
2.2. Motorische ontwikkeling bij baby’s: roest
fysieke mijlpalen
2.3. De ontwikkeling en coördinatie van Specialisatieles: taal
motorische vaardigheden 1. De taalontwikkeling
3. Peuter- en kleutertijd: fysieke ontwikkeling 1.1. Terminologie
3.1. Het groeiende lichaam 1.2. De prelinguale fase
3.2. De groeiende hersenen 1.3. Vroeglinguale fase
3
, 1.4. De differentiatiefase 1.6. Humor
1.5. De voltooiingsfase 2. Tekenontwikkeling/kindertekeningen
2. Het ontstaan van taal 2.1. Verschillende stadia in tekenen
2.1. Joint attention 2.1.1. Krabbelstadium (1à3jaar)
2.1.2. Vormstadium en ontwerpstadium
Specialisatieles: onderwijs: lezen, schrijven, en (3-4)
rekenen (en meer) 2.1.3. Picturale stadium (4-5)
1. Onderwijs wereldwijd: wie mag er naar 2.1.4. Verstandelijk realisme (5-7)
school? 2.1.5. Visueel realisme (vanaf 8-9)
2. Onderwijstrends: meer dan lezen, schrijven 2.2. Hoe kijken we naar kindertekeningen?
en rekenen 3. Kinderspel
3. Schoolrijpheid: wanneer is een kind klaar 3.1. Kenmerken van spel
voor school? 3.2. Functies van het spel voor de
4. Lezen: het leren ontcijferen van de ontwikkeling van het kind
betekenis van woorden 3.2.1. Cognitieve ontwikkeling
4.1. Leerstadia: ontwikkeling van 3.2.2. Emotionele ontwikkeling
geletterdheid 3.2.3. Sociale ontwikkeling
3.2.4. Zintuigelijke en motorische
Specialisatiles: creatief-expressieve ontwikkeling
ontwikkeling 3.3. Spelontwikkeling: een geïntegreerde
1. Fantasie indeling
1.1. Kenmerken van fantasie bij 2-4 jarigen 3.4. Fantasiespel nader bekeken
1.2. Motieven om te fantaseren 3.5. Gezelschapsspel nader bekeken
1.3. Fantasievriendjes 3.6. Wat met gamen?
1.4. Verzinsels van anderen 3.7. Samenspel: spel en de sociale
1.5. Onderscheid fantasie-werkelijkheid ontwikkeling
1. Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Definities:
Ontwikkelingspsychologie = wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en
stabiliteit bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie tot de late volwassenheid
o Synoniem = levenslooppsychologie
Ontwikkeling = genese, ontvouwen lichamelijke groei en veranderingen in psyche van
individuele personen die worden beïnvloed door ontwikkeling van samenleving (groei,
toename, stabiliteit, voortgang & teruggang, afbraak en aftakeling)
De reikwijdte van het vakgebied
Ontwikkelingsdomeinen
- Fysieke ontwikkeling: studie naar invloed van lichaam op gedrag
- Cognitieve: studie naar invloed van groei en verandering in intellectuele vermogens op
gedrag
- Sociaal-emotionele: studie naar interactie van mensen en hoe hun sociale relaties in
loop van leven groeien, veranderen en stabiel blijven, manier waarop mensen in
toenemende mate hun emoties bewust ervaren en er greep op hebben
- Persoonlijkheids: studie naar stabiliteit en verandering in eigenschappen die personen
onderscheiden
o Socio-emotionele en PH- : sterk verweven met elkaar
Ontwikkelingsfasen en individuele verschillen:
- Prenatale periode (conceptie – geboorte)
- Babytijd (0-2 jaar)
4