Penologie en penitentiair recht
Ter inleiding: enkele illustraties
Straffen in vergelijkend en historisch perspectief
- detentieratio =gaat over de gevangenispopulatie, is een cijfer dat het aantal gedetineerden per
100.000 inwoners uitdrukt
- Cijfers afkomstig van Noorse criminoloog Nils Christie, n.a.v. lezing op 19 november 2002, te Londen
→ cijfers hebben een aflopende trend, dus ze worden met de tijd kleiner
→ cijfers zijn veel hoger in Amerika dan in IJsland, dus de ene samenleving sluit veel meer mensen op
dan de andere, dit heeft te maken met de band tussen criminaliteit en straf, de manier hoe mensen
reageren op criminaliteit en of ze gaan straffen. Misdaad en straf zijn dus niet zoals een Siamese
tweeling. De ontwikkeling van de straf is dus aan bepaalde dynamieken onderworpen, die je niet kan
terugkoppelen aan criminaliteit.
→ in Oost-Europa wordt er meer gestraft, dan in West-Europa
Wat begrijpen we onder ‘straf’?
- Straffen: een aloude en alledaagse praktijk → het gebeurt overal en altijd
- Het alledaagse straffen vertoont zekere gelijkenissen met straffen in de strafrechtsbedeling
- Maar óók: grote verschillen: cf wettelijk apparaat, eigen instellingen, gebruik van dwang,
bureaucratisch proces, gespecialiseerd personeel, …
Hoe ‘straf’ definiëren in kader van een cursus ‘penologie en penitentiair recht’?
- Straf = een leed door de wet bepaald en door de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens
een gepleegd misdrijf’ (Hof van Cassatie, 1924)
- punishment = the legal process whereby violators of the criminal law are condemned and
sanctioned in accordance with specified legal categories and procedures (Garland 1990: 17)
- punishment = punishment for crime, imposed by the judiciary in accordance with penal law, and
administered by penal institutions such as prisons and the probation service (Hudson 2002: 234)
De zeven kenmerken van de straf (Walker 1991)
- (1) Er wordt ‘iets’ toegebracht aan een ander persoon, waarvan verondersteld wordt dat het
onaangenaam is
- (2) Het toebrengen van de straf is intentioneel en gebeurt om een bepaalde reden
- (3) Degenen die de straf opleggen hebben daartoe het recht
- (4) De straf wordt opgelegd ter gelegenheid van een daad of een omissie, die een overtreding van
een wet, een regel of een gewoonte inhoudt
- (5) Degene die gestraft wordt heeft de inbreuk vrijwillig gepleegd
- (6) De redenen om te straffen moeten te rechtvaardigen zijn
1
,- (7) Of de bestraffingsact werkelijk als straf wordt beschouwd is afhankelijk van wat de bestraffer
verstaat onder bestraffing en niet van de opvatting van de gestrafte
Hoe bestuderen we bestraffing in een cursus ‘penologie en penitentiair recht’?
- Wat doet de ‘penologie’?
→ Traditioneel een wat beladen term… cf C.S. Lewis (1953: 226):
- ‘Penologie is de sociaal-wetenschappelijke bestudering van de oplegging en tenuitvoerlegging van
strafrechtelijke sancties ...In de penologie komen vragen aan de orde als: wat houden de diverse
sancties in; welke rechtstheoretische en –filosofische ideeën liggen er aan ten grondslag; welke
doelen wil men ermee bereiken en lukt het om die doelen te realiseren: zijn ze effectief?’ (Moerings
2003: 5)
→ is een goede definitie, maar mist de strafsociologische component, vandaar de andere definities
als aanvulling, om ook de relatie tussen straffen en de maatschappij te benadrukken
- ‘that body of thought which explores the relations between punishment and society, its purpose
being to understand punishment as a social phenomenon and thus trace its role in social life’
(Garland 1990: 10)
→ Wanneer is een straf rechtvaardig?
→ Werkt een straf?
→ Welke functies vervult de straf?
1. Waarom straffen?
(1) Inleiding: situering van het rechtvaardigingsvraagstuk van de straf
- College van vandaag: het rechtvaardigingsvraagstuk
- Waarom is dit vraagstuk zo belangrijk?
→ Essentie van de straf (cf Walker 1991): straffen doet ‘pijn’ - doelgerichte leedtoevoeging; het gaat
om een vorm van ‘statelijk geweld’
→ Straffen is duur – een belangrijke maatschappelijke investering
→ >>>> DUS: straffen is om minstens twee redenen potentieel problematisch
→ >>>> DUS: nood aan ‘goede redenen’ om over te gaan tot bestraffing
- Straffilosofische theorieën identificeren de problematische aspecten en zoeken, voor zover mogelijk,
naar mogelijkheden om er mee om te gaan
(3) De klassieke antwoorden: retributivisme, utilitarisme & verenigingstheorieën
(3.1) Retributivisme
2
,- Immanuel Kant (1724-1804)
- Gericht op het verleden
- Straf beoogt herstel van de rechtsorde
→ talio beginsel: oog om oog, tand om tand
→ vergeldigingsidee
- De plicht om te straffen, in alle omstandigheden
→ houdt geen rekening met context, mogelijkheden,…
- Moderne variant: just desert (verdiende loon, straf moet in proportie zijn met de ernst van het
gepleegde misdrijf)
→ Herstel sociaal evenwicht => door de straf de voordelen van het misdrijf wegdoen
→ Afkeuring uitdrukken => communicatief element, waardoor er normbevestiging is van de
heersende normen
→ afschrikking => maar dit op secundair niveau, het is bijkomstig, want als het primair het doel zou
zijn, zou het over utilitarisme gaan
(3.2) Utilitarisme
- Jeremy Bentham (1748-1832)
→ zie panopticon
- Gericht op de toekomst
→ men kijkt naar de positieve gevolgen die de straf met zich mee kan brengen in de toekomst
- Preventie
→ de straf wordt gerechtvaardigd in termen van het geluk en het vergroten van het geluk in de
samenleving
- Hedonistische mensvisie
→ de mens van nature wordt aanzien als een wezen dat plezier nastreeft, en pijn wil vermijden,
vandaar dat het afschrikkingsidee hier centraal staat
- Generale en individuele preventie
→ generale = algemene, richt zich naar iedereen, via het strafwetboek,… iedereen kan hetzelfde lot
ondergaan als die de regels breekt
→ individuele = richt zich tot de individuele misdrijfpleger, kan op verschillende manieren:
• Door neutralisatie: ervoor zorgen dat je na de feiten geen nieuwe feiten kan plegen bv. de
doodstraf of levenslange opsluiting
• Door reformatie: hier gaat men inwerken op het verlangen om misdrijven te plegen, er dus
voor zorgen dat ze niet langer misdrijven willen plegen
3
, • Door individuele afschrikking: diegene die het misdrijf pleegt moet de straf ervaren, voelen,
wat hem dan zou afschrikken om nieuwe misdrijven te plegen, het gaat hier dus om het niet
langer durven plegen van misdrijven
(3.3) Verenigingstheorieën
- Spaarzaamheid (limiting retributivism)
→ Desert (de verdiende straf) is niet langer ‘definiërend’ (het misdrijf bepaald de hoogte van de
straf), maar wel ‘limiterend’ principe
• De proportionele straf zet dus de bovengrens, maar je mag de straf dus wel lager maken of
een andere straf gebruiken als daarbij andere objectieven worden verwezenlijkt
→ Principe van spaarzaamheid i.p.v. principe van gelijkheid
→ Afschrikking en neutralisering
- Neorehabilitationisme
→ Ook hier desert als limiterend principe
→ rehabilitatie => hoe kan een behandelingsidee een rol gaan spelen in de bepaling van de straf en
kan een bepaalde vorm van behandeling ervoor zorgen dat de straf lager wordt, of wordt aangepast
(3.4) De kwestie van de relatieve autonomie
- Verschillende fases, andere drijfveren, in het bijzonder:
→ Strafbaarstelling
→ Straftoemeting
→ strafuitvoering
- Principe van de ‘relatieve autonomie’
=> De verhouding tussen politiek en context, waarin beide een eigen bestaan hebben, maar elkaar
toch beïnvloeden.
(4) intermezzo: over het woord ‘allochtoon’
- omdat een minderheid onder 1 hoedje wordt gebracht, met een stigmatiserende toon, dus het
gebruiken van die term, kan kwade gevolgen hebben voor die groep
- houdt verband met de abolitionisten, want die houden zich bezig met de wijze waarop we taal
gebruiken, de manier waarop we zaken benoemen
(5) Het abolitionistisch antwoord: géén rechtvaardiging
- Het meest radicale antwoord op vraag ‘Waarom straffen we?’: er is géén rechtvaardiging
- Cf Jeremy Bentham – niet straffen indien:
→ Straf is ongegrond => als er geen onheil is dat voorkomen moet worden
→ Straf is niet effectief
→ Straf is te duur of niet voordelig
4
Ter inleiding: enkele illustraties
Straffen in vergelijkend en historisch perspectief
- detentieratio =gaat over de gevangenispopulatie, is een cijfer dat het aantal gedetineerden per
100.000 inwoners uitdrukt
- Cijfers afkomstig van Noorse criminoloog Nils Christie, n.a.v. lezing op 19 november 2002, te Londen
→ cijfers hebben een aflopende trend, dus ze worden met de tijd kleiner
→ cijfers zijn veel hoger in Amerika dan in IJsland, dus de ene samenleving sluit veel meer mensen op
dan de andere, dit heeft te maken met de band tussen criminaliteit en straf, de manier hoe mensen
reageren op criminaliteit en of ze gaan straffen. Misdaad en straf zijn dus niet zoals een Siamese
tweeling. De ontwikkeling van de straf is dus aan bepaalde dynamieken onderworpen, die je niet kan
terugkoppelen aan criminaliteit.
→ in Oost-Europa wordt er meer gestraft, dan in West-Europa
Wat begrijpen we onder ‘straf’?
- Straffen: een aloude en alledaagse praktijk → het gebeurt overal en altijd
- Het alledaagse straffen vertoont zekere gelijkenissen met straffen in de strafrechtsbedeling
- Maar óók: grote verschillen: cf wettelijk apparaat, eigen instellingen, gebruik van dwang,
bureaucratisch proces, gespecialiseerd personeel, …
Hoe ‘straf’ definiëren in kader van een cursus ‘penologie en penitentiair recht’?
- Straf = een leed door de wet bepaald en door de rechterlijke macht opgelegd als een sanctie wegens
een gepleegd misdrijf’ (Hof van Cassatie, 1924)
- punishment = the legal process whereby violators of the criminal law are condemned and
sanctioned in accordance with specified legal categories and procedures (Garland 1990: 17)
- punishment = punishment for crime, imposed by the judiciary in accordance with penal law, and
administered by penal institutions such as prisons and the probation service (Hudson 2002: 234)
De zeven kenmerken van de straf (Walker 1991)
- (1) Er wordt ‘iets’ toegebracht aan een ander persoon, waarvan verondersteld wordt dat het
onaangenaam is
- (2) Het toebrengen van de straf is intentioneel en gebeurt om een bepaalde reden
- (3) Degenen die de straf opleggen hebben daartoe het recht
- (4) De straf wordt opgelegd ter gelegenheid van een daad of een omissie, die een overtreding van
een wet, een regel of een gewoonte inhoudt
- (5) Degene die gestraft wordt heeft de inbreuk vrijwillig gepleegd
- (6) De redenen om te straffen moeten te rechtvaardigen zijn
1
,- (7) Of de bestraffingsact werkelijk als straf wordt beschouwd is afhankelijk van wat de bestraffer
verstaat onder bestraffing en niet van de opvatting van de gestrafte
Hoe bestuderen we bestraffing in een cursus ‘penologie en penitentiair recht’?
- Wat doet de ‘penologie’?
→ Traditioneel een wat beladen term… cf C.S. Lewis (1953: 226):
- ‘Penologie is de sociaal-wetenschappelijke bestudering van de oplegging en tenuitvoerlegging van
strafrechtelijke sancties ...In de penologie komen vragen aan de orde als: wat houden de diverse
sancties in; welke rechtstheoretische en –filosofische ideeën liggen er aan ten grondslag; welke
doelen wil men ermee bereiken en lukt het om die doelen te realiseren: zijn ze effectief?’ (Moerings
2003: 5)
→ is een goede definitie, maar mist de strafsociologische component, vandaar de andere definities
als aanvulling, om ook de relatie tussen straffen en de maatschappij te benadrukken
- ‘that body of thought which explores the relations between punishment and society, its purpose
being to understand punishment as a social phenomenon and thus trace its role in social life’
(Garland 1990: 10)
→ Wanneer is een straf rechtvaardig?
→ Werkt een straf?
→ Welke functies vervult de straf?
1. Waarom straffen?
(1) Inleiding: situering van het rechtvaardigingsvraagstuk van de straf
- College van vandaag: het rechtvaardigingsvraagstuk
- Waarom is dit vraagstuk zo belangrijk?
→ Essentie van de straf (cf Walker 1991): straffen doet ‘pijn’ - doelgerichte leedtoevoeging; het gaat
om een vorm van ‘statelijk geweld’
→ Straffen is duur – een belangrijke maatschappelijke investering
→ >>>> DUS: straffen is om minstens twee redenen potentieel problematisch
→ >>>> DUS: nood aan ‘goede redenen’ om over te gaan tot bestraffing
- Straffilosofische theorieën identificeren de problematische aspecten en zoeken, voor zover mogelijk,
naar mogelijkheden om er mee om te gaan
(3) De klassieke antwoorden: retributivisme, utilitarisme & verenigingstheorieën
(3.1) Retributivisme
2
,- Immanuel Kant (1724-1804)
- Gericht op het verleden
- Straf beoogt herstel van de rechtsorde
→ talio beginsel: oog om oog, tand om tand
→ vergeldigingsidee
- De plicht om te straffen, in alle omstandigheden
→ houdt geen rekening met context, mogelijkheden,…
- Moderne variant: just desert (verdiende loon, straf moet in proportie zijn met de ernst van het
gepleegde misdrijf)
→ Herstel sociaal evenwicht => door de straf de voordelen van het misdrijf wegdoen
→ Afkeuring uitdrukken => communicatief element, waardoor er normbevestiging is van de
heersende normen
→ afschrikking => maar dit op secundair niveau, het is bijkomstig, want als het primair het doel zou
zijn, zou het over utilitarisme gaan
(3.2) Utilitarisme
- Jeremy Bentham (1748-1832)
→ zie panopticon
- Gericht op de toekomst
→ men kijkt naar de positieve gevolgen die de straf met zich mee kan brengen in de toekomst
- Preventie
→ de straf wordt gerechtvaardigd in termen van het geluk en het vergroten van het geluk in de
samenleving
- Hedonistische mensvisie
→ de mens van nature wordt aanzien als een wezen dat plezier nastreeft, en pijn wil vermijden,
vandaar dat het afschrikkingsidee hier centraal staat
- Generale en individuele preventie
→ generale = algemene, richt zich naar iedereen, via het strafwetboek,… iedereen kan hetzelfde lot
ondergaan als die de regels breekt
→ individuele = richt zich tot de individuele misdrijfpleger, kan op verschillende manieren:
• Door neutralisatie: ervoor zorgen dat je na de feiten geen nieuwe feiten kan plegen bv. de
doodstraf of levenslange opsluiting
• Door reformatie: hier gaat men inwerken op het verlangen om misdrijven te plegen, er dus
voor zorgen dat ze niet langer misdrijven willen plegen
3
, • Door individuele afschrikking: diegene die het misdrijf pleegt moet de straf ervaren, voelen,
wat hem dan zou afschrikken om nieuwe misdrijven te plegen, het gaat hier dus om het niet
langer durven plegen van misdrijven
(3.3) Verenigingstheorieën
- Spaarzaamheid (limiting retributivism)
→ Desert (de verdiende straf) is niet langer ‘definiërend’ (het misdrijf bepaald de hoogte van de
straf), maar wel ‘limiterend’ principe
• De proportionele straf zet dus de bovengrens, maar je mag de straf dus wel lager maken of
een andere straf gebruiken als daarbij andere objectieven worden verwezenlijkt
→ Principe van spaarzaamheid i.p.v. principe van gelijkheid
→ Afschrikking en neutralisering
- Neorehabilitationisme
→ Ook hier desert als limiterend principe
→ rehabilitatie => hoe kan een behandelingsidee een rol gaan spelen in de bepaling van de straf en
kan een bepaalde vorm van behandeling ervoor zorgen dat de straf lager wordt, of wordt aangepast
(3.4) De kwestie van de relatieve autonomie
- Verschillende fases, andere drijfveren, in het bijzonder:
→ Strafbaarstelling
→ Straftoemeting
→ strafuitvoering
- Principe van de ‘relatieve autonomie’
=> De verhouding tussen politiek en context, waarin beide een eigen bestaan hebben, maar elkaar
toch beïnvloeden.
(4) intermezzo: over het woord ‘allochtoon’
- omdat een minderheid onder 1 hoedje wordt gebracht, met een stigmatiserende toon, dus het
gebruiken van die term, kan kwade gevolgen hebben voor die groep
- houdt verband met de abolitionisten, want die houden zich bezig met de wijze waarop we taal
gebruiken, de manier waarop we zaken benoemen
(5) Het abolitionistisch antwoord: géén rechtvaardiging
- Het meest radicale antwoord op vraag ‘Waarom straffen we?’: er is géén rechtvaardiging
- Cf Jeremy Bentham – niet straffen indien:
→ Straf is ongegrond => als er geen onheil is dat voorkomen moet worden
→ Straf is niet effectief
→ Straf is te duur of niet voordelig
4