2025-2026
PSYCHODYNAMISCH
WERKEN MET
KINDEREN EN
JONGEREN
1MA PSY - KU LEUVEN
,LES 1
BASISPIJLERS VAN HET PSYCHOANALYTISCH
PSYCHOTHERAPEUTISCH PROCES
HET ACHTERLIGGENDE MENSBEELD
Elke psychotherapeutische oriëntatie vertrekt vanuit een specifiek mensbeeld
en beluistert en begrijpt het ‘menselijk functioneren’ zodoende op een specifieke
manier
o Psychoanalyse is een breed gebied
De therapeut die werkt vanuit een bepaalde oriëntatie heeft affiniteit met dit
mensbeeld; het vormt immers de basis van onze psychotherapeutische
interventies
o Het dynamische, werken vanuit een ontwikkelingsperspectief, overdracht
in therapeutische relaties, afweer en weerstand en het onbewuste zijn
hierbij heel belangrijk. Ook in de algemene psychiatrie naast dit vakgebied
Het mensbeeld hangt samen met ons perspectief op psychopathologie
o “Patiënt” heeft wel een zekere bijklank, maar heeft echter weinig te maken
met “normaal” of “pathologisch”
o Mensen komen altijd naar een therapeut door een bepaalde vorm van
lijden
BASISASSUMPTIE PAT (PSYCHOANALYTISCHE THERAPIE)
Deze basisassumpties staan niet los van elkaar:
Belang van onbewuste processen
Denken vanuit & luisteren naar ontwikkelingsperspectief
Oog voor complexiteit en het singuliere; elke patiënt is uniek
o Elke patiënt is uniek en dient in zijn uniciteit gehoord te worden
Vaak gevonden dat jonge therapeuten het beter doen dan oudere
therapeuten. Deze bevinding is gelinkt aan de uniciteit van de
patiënt. Mogelijks doordat er minder directe invulling is door
kennis/ervaring, gaat er veel beter/meer geluisterd worden. Terwijl
ervaren therapeuten al veel rapper een conclusie gaan trekken uit
eerdere kennis/ervaring, waardoor de uniciteit van de patiënt
wegvalt.
Gericht op de gehele persoon
o Symptomen zijn belangrijk, maar niet het enige waarnaar gekeken.
Belangrijk om naar de gehele persoon te kijken mét zijn symptomen.
Overdracht en tegenoverdracht
Met oog voor psychische causaliteit & de rol van het intrapsychische conflict
Continuïteit tussen normaliteit en psychopathologie
o Er zijn overal patiënten; er is geen verdeling van ziek en gezond, maar
iedereen bevindt zich op hetzelfde continuüm
1. HET ONBEWUSTE
= Naast bewuste gedachten, intenties en gevoelens etc. spelen ook onbewuste aspecten
een rol in ons psychisch leven. Hierbij dienen we onderscheid te maken tussen:
Onbewuste processen (automatisch, impliciet, subliminaal, …)
1
, Het dynamisch onbewuste zoals oorspronkelijk geformuleerd door S. Freud in zijn
driftpsychologie
2. HET ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
In PAT luisteren we ook naar vroegkinderlijke ervaringen, op welke manier ze nog
doorspelen in het heden/volwassenheid, hoe ze ons psychisch functioneren mee
‘kleuren’
Hierbij luisteren we naar:
o ‘The child is the father of the man’
o ‘The ways in which the child’s subjectivity has adapted to interna land
external pressures’
Maar hierbij ook:
o ‘History is no destiny’
Niet omdat bepaalde dingen in verleden, dat ze een lineair causaal
verband hebben met het heden. Wel een rol in hedendaagse
ervaringen; vormen een soort blauwdruk voor heden en
volwassenheid (vb. gehechtheid)
o Belang van neuropsychologisch onderzoek naar de impact van
vroegkinderlijke jaren
VB. GEHECHTHEID
Onze ‘mind’ en onze psychische capaciteiten ontwikkelen zich langzaam, in een
relatie met een gehechtheidsfiguur.
o Hoe deze gehechthedsfiguur met ons omgaat (sensitiviteit en
mentalisatiecapaciteit: ‘Elle pense donc je suis’) spelen hierbij een rol.
Hij/zij verwijst naar een gehechtheidsfiguur. De identiteit en kennis
worden gevormd binnen een gehechtheidsrelatie
Gehechtheidsrelaties worden geïnternaliseerd, er ontstaat intern werkmodel dat
onze percepties, emoties, verwachtingen en patronen over zelf en anderen mee
kleurt
o Ten dele onbewust; we internaliseren veel zaken bewust, maar ook heel
veel onbewust
Uiteraard spelen latere (gehechtheids)relaties ook een rol
3. OOG VOOR COMPLEXITEIT EN HET SINGULIERE
De relatie tussen verleden en heden weerspiegelt geen naïeve lineair-causale
modellen
o Niet omdat x, dan y …
o Freud gebruikte de term “nachträglichkeit’ (‘deferred action’)
Waarbij vroege ervaringen worden geherinterpreteerd, en waarbij
het mogelijk is dat een bepaalde gebeurtenis traumatisch wordt
eenmaal dat de ervaring zijn volle betekenis krijgt
Kan zijn dat bepaalde ervaring pas traumatisch wordt als de
gebeurtenis zijn volle betekenis krijgt. In andere woorden; als je
later beter begrip of besef hebt van wat er zich heeft afgespeeld,
dan wordt het pas een trauma
o Wel meerdere ‘pathways’ mogelijk. Steeds met oog voor het singuliere
Multi-finaliteit
1 oorzaak leidt tot meerdere problematieken/finaliteiten
Vb: gedesorganiseerde gehechtheid kan tot borderline
problematiek, alcoholisme of creativiteit leiden
2
, Equi-finaliteit
Meerdere oorzaken kunnen tot 1 problematiek leiden
Vb: een depressie kan ontstaan onder invloed van allerlei
verschillende risicofactoren. Welke risicofactoren dit zijn,
verschilt per persoon
4. GERICHT OP DE HELE PERSOON
PAT is persoonsgericht, niet symptoomgericht
PAT gaat om het begrijpen van de gehele persoon, vb; talenten en
kwetsbaarheden, relationele en introspectieve capaciteiten, creativiteit etc.
o Hoe belangrijk diagnoses ook zijn om bepaalde dynamieken te begrijpen,
moeten we de persoon in zijn geheel blijven zien, want de diagnose zegt
slechts heel weinig over de persoon
Het gaat om de unieke, subjectieve waarheid of belevingswereld waarbij het
ondersteunen van athenticiteit en singulariteit van de patiënt erg belangrijk
zijn. Elke patiënt is uniek en moet zo beluisterd worden
5. OVERDRACHT
Overdracht= het overdragen van het eigen psychisch functioneren op de
therapeut
Ervaringen en (interne) representaties van vroegere ervaringen en van onze
manieren van denken/functioneren, beïnvloeden onze huidige relaties en
percepties
o Dezelfde therapeut wordt door elke patiënt anders ervaren
Patiënten maken een beeld van u, onbewust via projecties van het
zelf op u. Dit moet je gewoon laten gebeuren en zelf niet te veel
informatie proberen geven.
Hoe meer je over jezelf verteld, hoe minder ruimte er voor
overdracht is
Afhankelijk van de patiënt laat je ruimte toe voor eigen invulling.
Sommige mensen hebben invulling nodig om tijd te overbruggen,
anderen kunnen wel tegen die ruimte
Het verleden (van de patiënt) herhaalt zich (deels) in het hier en nu van de
therapie. Het wordt m.a.w. ‘overgedragen’
o Van daaruit het belang van neutraliteit (dit is niet hetzelfde als
‘afstandelijkheid) van de therapeut begrijpen
o Er is verandering/groei mogelijk door deze nieuwe ervaring; ‘correctieve
ervaring’
6. TEGEN-OVERDRACHT
De bewuste en onbewuste gevoelens en voorstellingen die bij de therapeut
worden gewekt in en door het luisterend contact met de patiënt
o Natuurlijk ook van therapeut op cliënt; vaak bepaalde gevoelens en
gedachten opgeroepen.
o Wat we denken en voelen m.b.t. de patiënt is ook iets dat ons iets kan
vertellen over de patiënt zelf; belangrijk om hierbij te zien of het uitgelokt
is door de patiënt of door iets in jou (wat je hebt meegemaakt)
Van hinderpaal (volgens Freud) ‘hulpmiddel’ (volgens hedendaagse therapeut)
Belang van het afweermechanisme projectieve identificatie
7. INNERLIJKE WERELD
3
PSYCHODYNAMISCH
WERKEN MET
KINDEREN EN
JONGEREN
1MA PSY - KU LEUVEN
,LES 1
BASISPIJLERS VAN HET PSYCHOANALYTISCH
PSYCHOTHERAPEUTISCH PROCES
HET ACHTERLIGGENDE MENSBEELD
Elke psychotherapeutische oriëntatie vertrekt vanuit een specifiek mensbeeld
en beluistert en begrijpt het ‘menselijk functioneren’ zodoende op een specifieke
manier
o Psychoanalyse is een breed gebied
De therapeut die werkt vanuit een bepaalde oriëntatie heeft affiniteit met dit
mensbeeld; het vormt immers de basis van onze psychotherapeutische
interventies
o Het dynamische, werken vanuit een ontwikkelingsperspectief, overdracht
in therapeutische relaties, afweer en weerstand en het onbewuste zijn
hierbij heel belangrijk. Ook in de algemene psychiatrie naast dit vakgebied
Het mensbeeld hangt samen met ons perspectief op psychopathologie
o “Patiënt” heeft wel een zekere bijklank, maar heeft echter weinig te maken
met “normaal” of “pathologisch”
o Mensen komen altijd naar een therapeut door een bepaalde vorm van
lijden
BASISASSUMPTIE PAT (PSYCHOANALYTISCHE THERAPIE)
Deze basisassumpties staan niet los van elkaar:
Belang van onbewuste processen
Denken vanuit & luisteren naar ontwikkelingsperspectief
Oog voor complexiteit en het singuliere; elke patiënt is uniek
o Elke patiënt is uniek en dient in zijn uniciteit gehoord te worden
Vaak gevonden dat jonge therapeuten het beter doen dan oudere
therapeuten. Deze bevinding is gelinkt aan de uniciteit van de
patiënt. Mogelijks doordat er minder directe invulling is door
kennis/ervaring, gaat er veel beter/meer geluisterd worden. Terwijl
ervaren therapeuten al veel rapper een conclusie gaan trekken uit
eerdere kennis/ervaring, waardoor de uniciteit van de patiënt
wegvalt.
Gericht op de gehele persoon
o Symptomen zijn belangrijk, maar niet het enige waarnaar gekeken.
Belangrijk om naar de gehele persoon te kijken mét zijn symptomen.
Overdracht en tegenoverdracht
Met oog voor psychische causaliteit & de rol van het intrapsychische conflict
Continuïteit tussen normaliteit en psychopathologie
o Er zijn overal patiënten; er is geen verdeling van ziek en gezond, maar
iedereen bevindt zich op hetzelfde continuüm
1. HET ONBEWUSTE
= Naast bewuste gedachten, intenties en gevoelens etc. spelen ook onbewuste aspecten
een rol in ons psychisch leven. Hierbij dienen we onderscheid te maken tussen:
Onbewuste processen (automatisch, impliciet, subliminaal, …)
1
, Het dynamisch onbewuste zoals oorspronkelijk geformuleerd door S. Freud in zijn
driftpsychologie
2. HET ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
In PAT luisteren we ook naar vroegkinderlijke ervaringen, op welke manier ze nog
doorspelen in het heden/volwassenheid, hoe ze ons psychisch functioneren mee
‘kleuren’
Hierbij luisteren we naar:
o ‘The child is the father of the man’
o ‘The ways in which the child’s subjectivity has adapted to interna land
external pressures’
Maar hierbij ook:
o ‘History is no destiny’
Niet omdat bepaalde dingen in verleden, dat ze een lineair causaal
verband hebben met het heden. Wel een rol in hedendaagse
ervaringen; vormen een soort blauwdruk voor heden en
volwassenheid (vb. gehechtheid)
o Belang van neuropsychologisch onderzoek naar de impact van
vroegkinderlijke jaren
VB. GEHECHTHEID
Onze ‘mind’ en onze psychische capaciteiten ontwikkelen zich langzaam, in een
relatie met een gehechtheidsfiguur.
o Hoe deze gehechthedsfiguur met ons omgaat (sensitiviteit en
mentalisatiecapaciteit: ‘Elle pense donc je suis’) spelen hierbij een rol.
Hij/zij verwijst naar een gehechtheidsfiguur. De identiteit en kennis
worden gevormd binnen een gehechtheidsrelatie
Gehechtheidsrelaties worden geïnternaliseerd, er ontstaat intern werkmodel dat
onze percepties, emoties, verwachtingen en patronen over zelf en anderen mee
kleurt
o Ten dele onbewust; we internaliseren veel zaken bewust, maar ook heel
veel onbewust
Uiteraard spelen latere (gehechtheids)relaties ook een rol
3. OOG VOOR COMPLEXITEIT EN HET SINGULIERE
De relatie tussen verleden en heden weerspiegelt geen naïeve lineair-causale
modellen
o Niet omdat x, dan y …
o Freud gebruikte de term “nachträglichkeit’ (‘deferred action’)
Waarbij vroege ervaringen worden geherinterpreteerd, en waarbij
het mogelijk is dat een bepaalde gebeurtenis traumatisch wordt
eenmaal dat de ervaring zijn volle betekenis krijgt
Kan zijn dat bepaalde ervaring pas traumatisch wordt als de
gebeurtenis zijn volle betekenis krijgt. In andere woorden; als je
later beter begrip of besef hebt van wat er zich heeft afgespeeld,
dan wordt het pas een trauma
o Wel meerdere ‘pathways’ mogelijk. Steeds met oog voor het singuliere
Multi-finaliteit
1 oorzaak leidt tot meerdere problematieken/finaliteiten
Vb: gedesorganiseerde gehechtheid kan tot borderline
problematiek, alcoholisme of creativiteit leiden
2
, Equi-finaliteit
Meerdere oorzaken kunnen tot 1 problematiek leiden
Vb: een depressie kan ontstaan onder invloed van allerlei
verschillende risicofactoren. Welke risicofactoren dit zijn,
verschilt per persoon
4. GERICHT OP DE HELE PERSOON
PAT is persoonsgericht, niet symptoomgericht
PAT gaat om het begrijpen van de gehele persoon, vb; talenten en
kwetsbaarheden, relationele en introspectieve capaciteiten, creativiteit etc.
o Hoe belangrijk diagnoses ook zijn om bepaalde dynamieken te begrijpen,
moeten we de persoon in zijn geheel blijven zien, want de diagnose zegt
slechts heel weinig over de persoon
Het gaat om de unieke, subjectieve waarheid of belevingswereld waarbij het
ondersteunen van athenticiteit en singulariteit van de patiënt erg belangrijk
zijn. Elke patiënt is uniek en moet zo beluisterd worden
5. OVERDRACHT
Overdracht= het overdragen van het eigen psychisch functioneren op de
therapeut
Ervaringen en (interne) representaties van vroegere ervaringen en van onze
manieren van denken/functioneren, beïnvloeden onze huidige relaties en
percepties
o Dezelfde therapeut wordt door elke patiënt anders ervaren
Patiënten maken een beeld van u, onbewust via projecties van het
zelf op u. Dit moet je gewoon laten gebeuren en zelf niet te veel
informatie proberen geven.
Hoe meer je over jezelf verteld, hoe minder ruimte er voor
overdracht is
Afhankelijk van de patiënt laat je ruimte toe voor eigen invulling.
Sommige mensen hebben invulling nodig om tijd te overbruggen,
anderen kunnen wel tegen die ruimte
Het verleden (van de patiënt) herhaalt zich (deels) in het hier en nu van de
therapie. Het wordt m.a.w. ‘overgedragen’
o Van daaruit het belang van neutraliteit (dit is niet hetzelfde als
‘afstandelijkheid) van de therapeut begrijpen
o Er is verandering/groei mogelijk door deze nieuwe ervaring; ‘correctieve
ervaring’
6. TEGEN-OVERDRACHT
De bewuste en onbewuste gevoelens en voorstellingen die bij de therapeut
worden gewekt in en door het luisterend contact met de patiënt
o Natuurlijk ook van therapeut op cliënt; vaak bepaalde gevoelens en
gedachten opgeroepen.
o Wat we denken en voelen m.b.t. de patiënt is ook iets dat ons iets kan
vertellen over de patiënt zelf; belangrijk om hierbij te zien of het uitgelokt
is door de patiënt of door iets in jou (wat je hebt meegemaakt)
Van hinderpaal (volgens Freud) ‘hulpmiddel’ (volgens hedendaagse therapeut)
Belang van het afweermechanisme projectieve identificatie
7. INNERLIJKE WERELD
3