Namen- en begrippenlijst deel 1 biologische antropologie
Biologische antropologie (Universiteit Gent)
messages.pdf_cover_qr_code_label
messages.studocu_not_sponsored_or_endorsed_by_college
messages.downloaded_by
, lOMoARcPSD|20673748
Namen en begrippenlijst deel 1
biologische antropologie
H00: Inleiding
- Goodall J. = primatologie pionier bij chimpansees, toonde (coaltionele) agressie
onder chimpansees aan
-Fossey D. = primatologie pionier bij gorilla’s
-Wrangham R. = nu primatoloog bij chimpansees
-De Waal F. = nu primatoloog bij bonobo’s, studie over emoties bij dieren
-Darwin C. = bekend door zijn evolutie theorie, boek ‘The Origin of Species’
-Sapolsky R. = boek ‘Behave’, Amerikaanse neuro-endocrinologie-onderzoeker en
auteur; vragenhiërarchie
Begrippen
• Adaptatie = aanpassing
• Antropologie = studie van de mensheid in al diens vormen, is cross-
cultureel en holistisch, 4 field approach: cultureel, linguïstisch,
archeologie, biologische antropologie
• Archeologie = studie van materiële cultuur van vroegere
volkeren/beschavingen
• Artefacten = van stenen vuistbijlen tot zwaarden
• bio-antropologie= de natuurwetenschappelijke studie van de mens,
biologisch antropoloog is elke wetenschapper die de menselijke soort
vanuit evolutionair perspectief bestudeert
• bio-archeologie = de studie van menselijke resten in een archeologische
context (werken vaak samen met paleopathologen, paleopathologie= de
studie van ziekten bij oude menselijke populaties)
• bio-culturele antropologie,
• culturele antropologie = de studie van menselijke samenlevingen, vooral in
cross-culturele context (door etnografie en etnologie)
• cultuur = som van de aangeleerde tradities van een groep mensen
• etnografie = methode van etnologie en culturele antropologie om etniciteit
in kaart te brengen
• etnologie = richt zich op bestudering van breed gedragen
cultuurverschijnselen in hun historische, sociale en geografische dimensie,
waarbij deze dimensies opgevat worden als dynamische, groepsgebonden
processen van betekenisgeving en toe-eigening.
• Evolutie = biologisch begrip waarmee het proces van verandering in alle
vormen van leven van generatie op generatie wordt aangegeven
•
forensische antropologie = studie van identificatie van skeletresten en van
de wijze waarop een individu sterft (hedendaagse toepassing van
biologische antropologie)
messages.downloaded_by
, lOMoARcPSD|20673748
• hominine = chimpanseeachtige of echt-carnivore mensachtige,
geslachtengroep van de onderfamilie echte mensachtigen (hominae) die
uit nog 3 levende soorten bestaan
• menselijke biologie =
o menselijke groei en ontwikkeling, adaptatie aan extreme
omgevingsomstandigheden en menselijke genetica
voedingsantropologie
o studie van samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie,
o variaties tussen individuen en groepen
• linguïstische antropologie = de studie van taal, diens geschiedenis en
gebruik in diverse samenlevingen, culturen
• materiële cultuur = van grotschilderingen tot SMAK
• osteologie = studie van het skelet
• paleoantropologie = de studie van het fossiele records van ancestrale
mensen en hun naaste verwanten (primaten)
• primatologie = studie van de anatomie, fysiologie, gedrag en genetica van
zowel de levende als uitgestorven mensapen, apen en halfapen.
• Moderne synthese / neo-Darwiniaanse synthese = synthese van genetica,
anatomie, ecologie en gedrag met de evolutietheorie van Darwin (door E.
Mayr)
H1: de oorsprong van het evolutionair denken
-Darwin C. = baanbrekende evolutietheorie (zie verder), ‘On the Origin of
Species’
-Wallace A.R. = had zijn eigen versie van de evolutietheorie door natuurlijke
selectie bedacht en schreef Darwin om advies met de vraag of het idee
deugdelijk was en gepubliceerd kon worden. Zij hebben evolutietheorie
onafhankelijk van elkaar bedacht!
-Lamarck J.B. = theorie over overerving, beweerde dat alle organismen tijdens
hun leven aanpassingen aan hun omgeving maken die aan hun nakomelingen
zouden kunnen worden doorgegeven, zijn fout was te denken dat deze
aanpassing tijdens 1 leven gebeurde. Lamarckisme
-Lyell C. = uniformist, beweerde dat langzame, geleidelijke verandering de
maneir was waarop de fysieke wereld in elkaar stak, boek ‘Principles of Geology’
-Hutton J. = uniformist, zag duidelijk bewijs van vroegere werelden bij het
oprapen van stukken aarde, hij beweerde dat er sprake was van een centraal
prinipe dat op d edag van vandaag nog steeds bestaat (=) (beïnvloed door geloof
in christendom)
-Malthus T. = schreef over populatiegroei en voedselschaarste en Darwin vroeg
zich ook af: waarom blijven populaties constant, ondanks de exponentiële
toename? Antwoord Darwin: toch blijft de populatie constant, dus dat moet
betekenen dat er selectie inwerkt op de organismen
-Lysenko = 19e-20e eeuw, zorgde voor grote hongersnoden (lysenkoïsme) in
Sovjet-Unie
messages.downloaded_by
, lOMoARcPSD|20673748
-Linnaeus C. = auteur ‘Systemae Naturae’ . Maakte de fout door te denken dat
mensen onveranderlijk waren
-Comte de Buffon / Georges-Louis Leclerc = merkte op dat dieren die naar een
nieuw klimaat migreerden vaak veranderden als reactie op nieuwe omgevingen
-Cuvier G. = tegenstander van het moderne concept van evolutionaire
verandering, pleiter catastrofisme als verklaring voor dinosaurusbotten (=waarin
werd aangenomen dat catastrofale rampen eerdere levensvormen op aarde
hebben weggevaagd zoals bij de Ark van Noah)
-Mayr E. = integreerde ecologie bij Darwinistische theorie, anatomie, genetica en
andere gebieden
-Dawkins R. = boek ‘the blind watchmaker ‘
-Spencer R. = Survival of the fittest is misleidend want het gaat veel meer over
het aantal nakomelingen dat een organisme in de volgende generatie achterlaat,
die zelf overleven tot de reproductieve leeftijd (fitness). Zei dat natuurlijke
selectie kan worden gedefinieerd als differentieel reproductief succes over
meerdere generaties en onder de individuen van een bepaalde populatie van
dieren op planten.
-Paley W. = zei dat de aarde 6000 jaar oud was, o.b.v. berekeningen Oude
Testament
-Agassiz L. = naturalist ten tijde van ‘The Origing of The Species’, verwierp niet
alleen natuurlijke selectie, maar wou de gehele evolutietheorie ook weerleggen,
eigen visie gebaseerd op catastrofisme van Cuvier
-Blumenbach J. = maakte indeling in rassen
Begrippen
• adaptieve radiatie = reactie op verschillende ecologische niches (veel soorten
evolueerden uit één soort)
• binominale nomenclatuur = genus-species-labels op twee niveaus , kern van
taxonomie, hiërarchie van namen toe op categorieën van gelijkenissen
• biogeografie = verspreiding/verdeling van dieren en planten op aarde
• catastrofisme = waarin werd aangenomen dat catastrofale rampen eerdere
levensvormen op aarde hebben weggevaagd bv. een zondevloed
• creationisme = religieus geïnspireerde overtuiging of opvatting dat het universum
en de Aarde, maar ook alle planten en dieren + mensen, hun ontstaan te danken
hebben aan een scheppingsdaad, een creationist is een wetenschapper die de
oorsprong van het bekende universum bestudeert, maar die ook gelooft dat het
universum 14 miljard geleden door één enkele bovennatuurlijke kracht is
gecreëerd.
• Scope-Monkey trial (1925)= stelde 2 beroemde advocaten tegen elkaar. John
Scopes, verdedigd door Clarence Darrow was een jonge onderwijzer die belast
was met illegaal onderwijzen van evolutietheorie. Advocaat William Jennings
Bryan vertegenwoordigde de staat Tennessee en betoogde dat Scopes ontslagen
moest worden vanwege het omhelzen van opvattingen die in schrijdt waren met
de letterlijke acceptatie van de leeftijd van de aarde en van de mensheid zoals
messages.downloaded_by