Prof. Antoinette Verhage
Inleiding tot de
politionele
organisatie
2025-2026
,Les 1+2: geschiedenis
Waarom inzicht krijgen in het verleden?
Monjardet (1996): beroemde socioloog
“Als je politieonderzoek wilt doen moet je kijken naar 3 dimensies”
- Institutioneel → Politie als machtsinstrument (instituut – relatie tot staat)
o Bedoelt niet de organisatie zelf, wel wat de machtspositie van de politie is
o Zegt iets over de positie van de politie t.o.v. de staat
- Openbare dienst → Politie als dienstverlener (voor iedereen) (burger)
o Politie is een dienstverlener (dat verwachten we)
= politie stelt zich open naar de burger en vraagt hun wat ze nodig hebben + reageert hierop
o Verhouding tussen politie en burger
- Beroep → Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en werking)
o Heeft bepaalde structuur en werkt op een bepaalde manier
o Heeft bepaalde taken en prioriteiten
Enhus (2015): heeft een vierde dimensie toegevoegd
- Historisch
o Wanneer we terugkijken in de geschiedenis, zien we…
▪ Bepaalde dingen die continu zijn (rol van de politie in de samenleving)→ hoe de politie
zich gedraagt in de samenleving
▪ Je kan ook breuklijnen zien (wijzigingen aan die rol) → tijden van Napoleon: verhouding
van politie t.o.v. maatschappij is helemaal anders dan vandaag
Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:
‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd, is in hoge mate de vrucht van
tal van beslissingen die in het (verre) verleden onder druk van alle mogelijke omstandigheden zijn genomen,
maar ook de manier waarop er momenteel door beleidsmakers wordt gesproken over zijn verdere reorganisatie,
laat zien hoe sterk het verleden doorwerkt in de vormgeving van de toekomst’
Als we kijken naar hoe de historische invulling van de politierol is, kunnen we begrijpen waarom het
vandaag zo moeilijk is om de politie te hervormen
Wanneer we kennis hebben van de geschiedenis, kunnen we de complexiteit van vandaag beter gaan
begrijpen
Zicht krijgen op de ruimere socio-politieke en economische context:
‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie van de opdrachten van de
politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen debat over de plaats van de politie in de
samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht tussen (staats)orde en individuele rechten en vrijheden’
(Eliaerts 1999: 39).
Politie is sterk afhankelijk van het beleid dat gevoerd wordt
Heeft een instrumentele functie: moet de politie een instrument zijn voor de machthebbers of eerder
voor de burger? (discussie is ideologisch geladen)
,Rode draden in het politiebestel
1. Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling
- Geschiedenis vol hiervan
- Denk aan diversiteit aan actoren (politie actoren) die samen werkzaam zijn op dat politielandschap, en
die allemaal op een andere manier ontwikkelen
o Bv. rijkswacht is een heel machtige speler geworden in het politielandschap
2. Spanning tussen centrale aansturing en decentrale (lokale/ gemeentelijke) autonomie.
- Wisselt doorheen de tijd welk van de twee het belangrijkste is
o Centrale aansturing: in de Franse tijd (Napoleon)
o Decentrale autonomie: burgemeester is de centrale aanstuurder
- Slingerbeweging tussen nationale/lokale aansturing
3. Arbeid versus kapitaal (wiens orde moet gehandhaafd?)
- Wie bepaald wat er gehandhaafd moet worden?
- Welke bevolking heeft de meeste macht?
- Wie stuurt de politie voor een stuk aan?
- Wiens orde moet gehandhaafd worden?
o Orde van de mensen met het grootste kapitaal?
o Orde van de grote groep van arbeiders die voor sociale onrust gaan zorgen?
4. Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden en legitimiteit en
democratische controle
- Streven naar efficiëntie en effectiviteit= doelen behalen
- Spanningsveld
o Je kan heel efficiënt een identiteitscontrole doen, maar dat is daarom niet legitiem of
democratisch
5. Hoe moeten de verschillende politie instanties samen de politiezorg verzorgen?
- Gaat over samenwerking
- Hoe gaan we die instanties laten samenwerken? Hoe informatie uitwisselen? Hoe zorgen dat ze elkaar
niet tegenwerken?
,De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
3.1.1 ONTSTAAN VAN DE POLITIEFUNCTIE: EEUWENOUD BEROEP
Wanneer is de politieorganisatie ontstaan en wanneer is de vraag ernaar
ontstaan? → hangt samen met de belangrijkste taken van politie
- Regulering van gedrag = basisbehoefte in een samenleving
o Samenlevingen werden steeds complexer, waardoor er meer
vraag kwam naar een organisatie die de samenleving kon
reguleren
o Formele sociale controle: regels, dwang
- Eerste sporen van politionele taak: 13e eeuw, stedelijke context
o schouten, sergeanten…
o Vooral in steden: dichter bevolkt dus grotere kans op problemen
▪ Tegenstrijdig! Politiediensten zullen zich vooral op het platteland vestigen
- Opsporing en vervolging in één functie verenigd
o Doel: reguleren van het leven in de stad: controle van handel, geldboetes (=salaris)
o Regels handhaven, sanctioneren wanneer nodig …
o Geldboetes waren het loon van de politieman
- Onderdeel van gemeentelijke autonomie
o Politieniveau is op lokaal niveau ontstaan en beginnen groeien
- 15e en 16e eeuw: groei steden, toename van problemen
o Reactie: politiefunctie kreeg steeds meer bevoegdheden
▪ Verdere uitbouw politiefunctie, lokale overheden breiden politiemacht uit (landlopers,
overtredingen,… oppakken) maar ook op platteland uitbouw (bedelaars) en langzaam
ontstaan van militair politiekorps
o Militaire karakter van politie doet een intrede
o Uitbouw van departementen / politiezones
3.1.2 De Franse Tijd (1794-1814)
- Franse vormen van politie → evolutie naar centraal en duaal systeem: start in Parijs
- Kenmerken Frans model blijven aanwezig tot Octopusakkoord
- ‘Verdere zwenk naar centralisme’→ centralisering is belangrijk kenmerk van de Franse periode
- Frans model:
o De burgerlijke republiek (1794-1799): politie hoort herkomst te vinden in burgerij
o Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politiestaat” : politie is gericht op openbare
orde + verzamelen politieke informatie
o Belang van centraal aansturen in Franse model: makkelijk aanstuurbaar door machthebber, je
kan makkelijk instrumentaliseren voor je doel en dit is moeilijker bij een versnipperd
politiesysteem
Kenmerken:
1) Militarisering (discipline en hiërarchie → gendarmerie)
o Werkt samen met centralisering
2) Centralisering:
o Uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving die centrale aansturing van politie mogelijk maakt
o Werkt samen met militarisering
3) Verscheidenheid
o Ookal spreken we van centralisering, er zijn ook nog andere politiediensten (naast de
gendarmerie) die taken zullen opnemen
,3.1.2.1 MILITARISERING
- Al bij het ontstaan van de politie was er een militair aspect, in de Franse tijd werd die verder uitgebouwd
- Maréchaussée op platteland: militaire politie
o “maréchal” zorgde voor tucht bij ruiterij en stallen van de koning → worden de eerste militaire
politie in ruraal gebied op platteland
- Taak aanvankelijk: orde en veiligheid bij militaire activiteiten
- Later werd die taak uitgebreid met openbare ordehandhaving en banditisme (= criminaliteitsbestrijding)
- Verspreid in garnizoenen over het grondgebied van het platteland ~ centralisering én
deconcentralisering
- In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met “lieutenant de police” vanaf 1667 = eerste
stedelijke politie = grondleggers van ons huidig politiesysteem
3.1.2.2 CENTRALISERING (MAAR OOK GEDECONCENTREERDE ELEMENTEN)
- Uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit (niet de rechterlijke!)
- Invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie → belangrijk omdat: maakt een
onderscheidt in de taken die we aan de politie toevertrouwen
Administratieve (bestuurlijke) politie Gerechtelijke politie
- Openbare orde handhaving - Opsporen van misdrijven, vaststellen,
- Voorkomen van misdrijven (preventief bewijzen verzamelen
toezicht) - Misdadigers voor het gerecht dagen
- O.b.v. politiereglementen (repressief)
- Wie? Politiecommissarissen, veld- en
boswachters, vrederechters, luitenanten en
kapiteins gendarmerie
Onderscheid heeft dus oorsprong in het Franse politiesysteem, het onderscheid bestaat vandaag nog
altijd (hoewel het soms kunstmatig is)
Joseph Fouché: minister van Algemene Politie
- Richtte Police Secrète op (Openbare Veiligheid)
o Waarom? Vond dat de politie verantwoordelijk moest zijn voor het verzamelen van politieke info,
om zo zoveel mogelijk macht te kunnen verzamelen voor de vorst (politieke inlichtingen geven
veel meer mogelijkheden = meer macht)
o Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van informanten en
infiltranten
o Reden: nood aan verzameling politieke informatie
- Politie = instrument machthebbers, moet samenleving in het oog houden
o = Haute police (focus op politieke inlichtingen) in tegenstelling tot police basse (focus op
criminele inlichtingen)
- Informatieverzameling via mouchards (verklikkers)
- Taak van politie = vrijwaren van de macht van de vorst (zowel t.a.v. buitenlandse als binnenlandse
bedreigingen), staat dus boven alle overheden
- Politiewerk wordt spionage en verklikking → impact op politionele legitimiteit = in welke mate wij gezag
toekennen aan de politie
o Term politie zal in UK dan ook lang vermeden worden (constables)
o Zowel politie als Fouché heeft een slechte naam gekregen
, 3.1.2.3 VERSCHEIDENHEID
Ondanks de nadruk op centraliteit, is er toch een verscheiden politieapparaat met als belangrijkste korpsen:
- ‘Corps de la Gendarmerie Nationale’ (1798-1809), later ‘Gendarmerie Impériale’ (elitekorps)
o centraal korps
o Vervangt de maréchaussée
- ‘Police municipale’ (vanaf 1789); zij moesten « zorgen voor een vlot en veilig verkeer, openbare rust
bewaken, handhaven orde bij festiviteiten, controleren van maten en gewichten, treffen van
maatregelen bij brand, besmettelijke ziekten,.. En het verhinderen dat geesteszieken en dolle dieren
ongelukken veroorzaken » (Vandewalle, 1992)
o Administratieve en gerechtelijke taak
o Commissarissen, veldwachters
o Belangrijke rol voor lokale overheid: burgemeester
o = decentralisatie, later nationalisatie in police nationale
o Gedecentraliseerde politiedienst
o De gemeentelijke politie, heeft lokale (eerder bestuurlijke) taken
- ‘Garde Nationale’, opgericht tussen 1800 en 1810
o Voorloper van de burgerwacht
o Blijft doorheen de geschiedenis een tijdje bestaan tot de rol uitdooft
o Vooral openbare orde handhavingen, grens- en kunstbewaking
Gendarmerie Impériale Police municipale Garde Nationale
Nadeel van verscheidenheid in die periode:
- Informatie-uitwisseling (wordt later nog problematischer)
Voordeel van verscheidenheid in die periode:
- Specialisatie: iedereen kan zich richten op zijn eigen taak en hier sterk in worden
Inleiding tot de
politionele
organisatie
2025-2026
,Les 1+2: geschiedenis
Waarom inzicht krijgen in het verleden?
Monjardet (1996): beroemde socioloog
“Als je politieonderzoek wilt doen moet je kijken naar 3 dimensies”
- Institutioneel → Politie als machtsinstrument (instituut – relatie tot staat)
o Bedoelt niet de organisatie zelf, wel wat de machtspositie van de politie is
o Zegt iets over de positie van de politie t.o.v. de staat
- Openbare dienst → Politie als dienstverlener (voor iedereen) (burger)
o Politie is een dienstverlener (dat verwachten we)
= politie stelt zich open naar de burger en vraagt hun wat ze nodig hebben + reageert hierop
o Verhouding tussen politie en burger
- Beroep → Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en werking)
o Heeft bepaalde structuur en werkt op een bepaalde manier
o Heeft bepaalde taken en prioriteiten
Enhus (2015): heeft een vierde dimensie toegevoegd
- Historisch
o Wanneer we terugkijken in de geschiedenis, zien we…
▪ Bepaalde dingen die continu zijn (rol van de politie in de samenleving)→ hoe de politie
zich gedraagt in de samenleving
▪ Je kan ook breuklijnen zien (wijzigingen aan die rol) → tijden van Napoleon: verhouding
van politie t.o.v. maatschappij is helemaal anders dan vandaag
Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:
‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd, is in hoge mate de vrucht van
tal van beslissingen die in het (verre) verleden onder druk van alle mogelijke omstandigheden zijn genomen,
maar ook de manier waarop er momenteel door beleidsmakers wordt gesproken over zijn verdere reorganisatie,
laat zien hoe sterk het verleden doorwerkt in de vormgeving van de toekomst’
Als we kijken naar hoe de historische invulling van de politierol is, kunnen we begrijpen waarom het
vandaag zo moeilijk is om de politie te hervormen
Wanneer we kennis hebben van de geschiedenis, kunnen we de complexiteit van vandaag beter gaan
begrijpen
Zicht krijgen op de ruimere socio-politieke en economische context:
‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie van de opdrachten van de
politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen debat over de plaats van de politie in de
samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht tussen (staats)orde en individuele rechten en vrijheden’
(Eliaerts 1999: 39).
Politie is sterk afhankelijk van het beleid dat gevoerd wordt
Heeft een instrumentele functie: moet de politie een instrument zijn voor de machthebbers of eerder
voor de burger? (discussie is ideologisch geladen)
,Rode draden in het politiebestel
1. Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling
- Geschiedenis vol hiervan
- Denk aan diversiteit aan actoren (politie actoren) die samen werkzaam zijn op dat politielandschap, en
die allemaal op een andere manier ontwikkelen
o Bv. rijkswacht is een heel machtige speler geworden in het politielandschap
2. Spanning tussen centrale aansturing en decentrale (lokale/ gemeentelijke) autonomie.
- Wisselt doorheen de tijd welk van de twee het belangrijkste is
o Centrale aansturing: in de Franse tijd (Napoleon)
o Decentrale autonomie: burgemeester is de centrale aanstuurder
- Slingerbeweging tussen nationale/lokale aansturing
3. Arbeid versus kapitaal (wiens orde moet gehandhaafd?)
- Wie bepaald wat er gehandhaafd moet worden?
- Welke bevolking heeft de meeste macht?
- Wie stuurt de politie voor een stuk aan?
- Wiens orde moet gehandhaafd worden?
o Orde van de mensen met het grootste kapitaal?
o Orde van de grote groep van arbeiders die voor sociale onrust gaan zorgen?
4. Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden en legitimiteit en
democratische controle
- Streven naar efficiëntie en effectiviteit= doelen behalen
- Spanningsveld
o Je kan heel efficiënt een identiteitscontrole doen, maar dat is daarom niet legitiem of
democratisch
5. Hoe moeten de verschillende politie instanties samen de politiezorg verzorgen?
- Gaat over samenwerking
- Hoe gaan we die instanties laten samenwerken? Hoe informatie uitwisselen? Hoe zorgen dat ze elkaar
niet tegenwerken?
,De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
3.1.1 ONTSTAAN VAN DE POLITIEFUNCTIE: EEUWENOUD BEROEP
Wanneer is de politieorganisatie ontstaan en wanneer is de vraag ernaar
ontstaan? → hangt samen met de belangrijkste taken van politie
- Regulering van gedrag = basisbehoefte in een samenleving
o Samenlevingen werden steeds complexer, waardoor er meer
vraag kwam naar een organisatie die de samenleving kon
reguleren
o Formele sociale controle: regels, dwang
- Eerste sporen van politionele taak: 13e eeuw, stedelijke context
o schouten, sergeanten…
o Vooral in steden: dichter bevolkt dus grotere kans op problemen
▪ Tegenstrijdig! Politiediensten zullen zich vooral op het platteland vestigen
- Opsporing en vervolging in één functie verenigd
o Doel: reguleren van het leven in de stad: controle van handel, geldboetes (=salaris)
o Regels handhaven, sanctioneren wanneer nodig …
o Geldboetes waren het loon van de politieman
- Onderdeel van gemeentelijke autonomie
o Politieniveau is op lokaal niveau ontstaan en beginnen groeien
- 15e en 16e eeuw: groei steden, toename van problemen
o Reactie: politiefunctie kreeg steeds meer bevoegdheden
▪ Verdere uitbouw politiefunctie, lokale overheden breiden politiemacht uit (landlopers,
overtredingen,… oppakken) maar ook op platteland uitbouw (bedelaars) en langzaam
ontstaan van militair politiekorps
o Militaire karakter van politie doet een intrede
o Uitbouw van departementen / politiezones
3.1.2 De Franse Tijd (1794-1814)
- Franse vormen van politie → evolutie naar centraal en duaal systeem: start in Parijs
- Kenmerken Frans model blijven aanwezig tot Octopusakkoord
- ‘Verdere zwenk naar centralisme’→ centralisering is belangrijk kenmerk van de Franse periode
- Frans model:
o De burgerlijke republiek (1794-1799): politie hoort herkomst te vinden in burgerij
o Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politiestaat” : politie is gericht op openbare
orde + verzamelen politieke informatie
o Belang van centraal aansturen in Franse model: makkelijk aanstuurbaar door machthebber, je
kan makkelijk instrumentaliseren voor je doel en dit is moeilijker bij een versnipperd
politiesysteem
Kenmerken:
1) Militarisering (discipline en hiërarchie → gendarmerie)
o Werkt samen met centralisering
2) Centralisering:
o Uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving die centrale aansturing van politie mogelijk maakt
o Werkt samen met militarisering
3) Verscheidenheid
o Ookal spreken we van centralisering, er zijn ook nog andere politiediensten (naast de
gendarmerie) die taken zullen opnemen
,3.1.2.1 MILITARISERING
- Al bij het ontstaan van de politie was er een militair aspect, in de Franse tijd werd die verder uitgebouwd
- Maréchaussée op platteland: militaire politie
o “maréchal” zorgde voor tucht bij ruiterij en stallen van de koning → worden de eerste militaire
politie in ruraal gebied op platteland
- Taak aanvankelijk: orde en veiligheid bij militaire activiteiten
- Later werd die taak uitgebreid met openbare ordehandhaving en banditisme (= criminaliteitsbestrijding)
- Verspreid in garnizoenen over het grondgebied van het platteland ~ centralisering én
deconcentralisering
- In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met “lieutenant de police” vanaf 1667 = eerste
stedelijke politie = grondleggers van ons huidig politiesysteem
3.1.2.2 CENTRALISERING (MAAR OOK GEDECONCENTREERDE ELEMENTEN)
- Uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit (niet de rechterlijke!)
- Invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie → belangrijk omdat: maakt een
onderscheidt in de taken die we aan de politie toevertrouwen
Administratieve (bestuurlijke) politie Gerechtelijke politie
- Openbare orde handhaving - Opsporen van misdrijven, vaststellen,
- Voorkomen van misdrijven (preventief bewijzen verzamelen
toezicht) - Misdadigers voor het gerecht dagen
- O.b.v. politiereglementen (repressief)
- Wie? Politiecommissarissen, veld- en
boswachters, vrederechters, luitenanten en
kapiteins gendarmerie
Onderscheid heeft dus oorsprong in het Franse politiesysteem, het onderscheid bestaat vandaag nog
altijd (hoewel het soms kunstmatig is)
Joseph Fouché: minister van Algemene Politie
- Richtte Police Secrète op (Openbare Veiligheid)
o Waarom? Vond dat de politie verantwoordelijk moest zijn voor het verzamelen van politieke info,
om zo zoveel mogelijk macht te kunnen verzamelen voor de vorst (politieke inlichtingen geven
veel meer mogelijkheden = meer macht)
o Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van informanten en
infiltranten
o Reden: nood aan verzameling politieke informatie
- Politie = instrument machthebbers, moet samenleving in het oog houden
o = Haute police (focus op politieke inlichtingen) in tegenstelling tot police basse (focus op
criminele inlichtingen)
- Informatieverzameling via mouchards (verklikkers)
- Taak van politie = vrijwaren van de macht van de vorst (zowel t.a.v. buitenlandse als binnenlandse
bedreigingen), staat dus boven alle overheden
- Politiewerk wordt spionage en verklikking → impact op politionele legitimiteit = in welke mate wij gezag
toekennen aan de politie
o Term politie zal in UK dan ook lang vermeden worden (constables)
o Zowel politie als Fouché heeft een slechte naam gekregen
, 3.1.2.3 VERSCHEIDENHEID
Ondanks de nadruk op centraliteit, is er toch een verscheiden politieapparaat met als belangrijkste korpsen:
- ‘Corps de la Gendarmerie Nationale’ (1798-1809), later ‘Gendarmerie Impériale’ (elitekorps)
o centraal korps
o Vervangt de maréchaussée
- ‘Police municipale’ (vanaf 1789); zij moesten « zorgen voor een vlot en veilig verkeer, openbare rust
bewaken, handhaven orde bij festiviteiten, controleren van maten en gewichten, treffen van
maatregelen bij brand, besmettelijke ziekten,.. En het verhinderen dat geesteszieken en dolle dieren
ongelukken veroorzaken » (Vandewalle, 1992)
o Administratieve en gerechtelijke taak
o Commissarissen, veldwachters
o Belangrijke rol voor lokale overheid: burgemeester
o = decentralisatie, later nationalisatie in police nationale
o Gedecentraliseerde politiedienst
o De gemeentelijke politie, heeft lokale (eerder bestuurlijke) taken
- ‘Garde Nationale’, opgericht tussen 1800 en 1810
o Voorloper van de burgerwacht
o Blijft doorheen de geschiedenis een tijdje bestaan tot de rol uitdooft
o Vooral openbare orde handhavingen, grens- en kunstbewaking
Gendarmerie Impériale Police municipale Garde Nationale
Nadeel van verscheidenheid in die periode:
- Informatie-uitwisseling (wordt later nog problematischer)
Voordeel van verscheidenheid in die periode:
- Specialisatie: iedereen kan zich richten op zijn eigen taak en hier sterk in worden