, 1. Een palet van theorieën
1.1. Wat is psychologie?
Onenigheid over de defini-e
Er is onenigheid over de definitie…
Bij de meeste wetenschappen is het object goed te formuleren, bij psychologie niet (of wetenschappen die de
mens bestuderen). Er is geen eenduidigheid over het object/studieonderwerp.
Er is zowel intern als extern geen eenduidigheid over het studieonderwerp.
- Intern: verschillende theoreEsche stromingen binnen de psychologie + de daarmee samenhangende
methode waarmee kennis wordt verworven.
o Veel meningsverschillen tussen psychologen
- Extern: tussen de psychologie en andere menswetenschappen.
o De psychologie kent al alEjd veel raakvlakken met andere mens – en sociale wetenshappen.
Extern is de psychologie niet goed afgebakend van andere (mens)wetenschappen. Bijna alle psychologische
onderwerpen worden ook in andere wetenschappen bestudeerd.
Bv: emoties: een bekend studieonderwerp uit de psychologie maar worden ook bestudeerd in de biologie
en de sociologie. (ouderdom, agressie, seksualiteit, …)
Voorbeeld: verschillende wetenschappelijke vragen over ADHD.
De psycholoog
- “wat ervaart het kind dat gediagnos=ceerd is met ADHD?”
- De persoonsspecifieke persoonlijke beleving van de klachten.
De arts
- “welk tekort of teveel aan neurotransmiDers veroorzaakt ADHD?”
- “welke medicijnen werken er?”
De socioloog
- “is er sprake van toename van ADHD in vergelijking tot 50 jaar geleden?”
- Zo ja, hoe is dat te verklaren vanuit veranderingen in de maatschappij?”
PrevalenEe is de mate waarin een stoornis of ziekte voorkomt!
Met de term LifeEmeprevalenEe geeO men aan hoe groot het deel van een groep mensen is dat ooit in hun
leven een bepaalde stoornis gehad heeO of op het moment van het onderzoek nog steeds heeO. Het berekende
percentage noemt men een cumulaEeve maat.
Defini-e
“Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen wordt bestudeerd als de gevoelens en
gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt”.
Het verschil met andere wetenschappen is dat in psychologische theorieën de beschrijving en verklaring van het
object vooral plaatsvinden op individueel niveau. Dit in tegenstelling tot bv. sociologie waarin meer naar de
maatschappelijke of groepsverbanden wordt gekeken.
Dit betekent dat een wetenschap getypeerd kan worden aan de hand van:
- Soorten vragen en problemen (object)
- Methoden en theorieën
2
, 1.2. Theorieën
= referenEekaders
Theorieën zijn te typeren als referenEekaders van waaruit psychologen te werk gaan. Ze bieden interpretaEes
waarmee verschijnselen bekeken en verhelderd worden. Hierin kent de psychologie een grote verscheidenheid,
zo bestaan er theorieën over specifieke onderwerpen.
Omdat er binnen de psychologie geen theoreEsche overeenstemming is, heeO dit tot gevolg dat eenzelfde
verschijnsel vanuit meerdere theorieën verschillend beschreven en verklaard wordt.
FuncEes van theorieën
SystemaEseren of ordenen
De oorsprong van het begrip theorie verwijst hiernaar, het begrip is afgeleid van het Griekse woord ‘theoria’. Dat
betekent ‘beschouwing’.
In het dagelijkse leven vergaren wij kennis. Deze is vaak persoonlijk gekleurd en weinig systemaEsch
vergaard.
Wetenschappelijke kennisverwerving verloopt via expliciete regels:
- De procedures van verwerving moeten duidelijk en controleerbaar zijn.
- Herhaalbaar of repliceerbaar
o wat in het ene onderzoek wordt aangetroffen, moet in een ander onderzoek opnieuw
aangetroffen worden.
De menselijke waarneming wordt onder andere gekleurd door behoeOen, emoEes en kennis. (subjecEef)
Ook wetenschappers kennen geen objecEeve waarneming, maar een subjecEeve. Hun waarneming is vooral
‘theoriegeladen’: hun referenEekader bepaalt wat ze zien.
Het is belangrijk dat wetenschappers ook gebruik blijven maken van de inzichten uit andere theorieën. Als dit
niet gedaan wordt is er risico dat een theorie dogma wordt. (opvaang die niet te veranderen is)
Verklaren en voorspellen van gedrag
Gehoorzaamheidsexperiment: De resultaten kunnen verklaard worden door aan te geven dat ze in specifieke
omstandigheden bereikt worden.
HeurisEsche funcEe
(De kunst van het vinden)
Met dit begrip wordt aangegeven dat op grond van het inzicht dat de theorie heeO opgeleverd nieuwe
voorspellingen gedaan kunnen worden.
Een theorie is nooit af, het levert weer nieuwe ideeën op.
Zijn de meeste mensen potenEële moordenaars? (lezen: pagina 26)
Experiment van Stanley Milgram: De invloed van de omgeving op gehoorzaamheid werd onderzocht.
Conclusie: Als de controle minder was, was er minder gehoorzaamheid. DUS hoe meer controle = hoe beter
de gehoorzaamheid.
3
, 1.3. Kenmerken van psychologische stromingen
1.3.1. Geschiedenis
Historische ontwikkeling
Om de geschiedenis van de theoreEsche stromingen te verduidelijken, wordt een vergelijking gemaakt met de
geschiedenis van poliEeke parEjen. De theoreEsche stromingen in de psychologie kennen een lange
geschiedenis, ze hebben hun wortels in oude filosofische tradiEes en nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.
De start van de wetenschappelijke psychologie ligt 130 jaar achter ons, maar de filosofische tradiEes waaruit zij
voortkwamen zijn veel ouder.
In 1889 werd in Parijs het eerste InternaEonale Congres voor de Psychologie gehouden. Toen dacht men dat de
toekomsEge psychologie de mens zou helpen bij het vinden van zijn/haar bestemming. Over de manier waarop
deze doelstelling gerealiseerd moest worden, liepen de meningen uiteen.
- Dominant in Europa: opvaang dat de psychologie over een alomvalende theorie van het psychisch
funcEoneren moest beschikken voordat men kon beginnen aan prakEsche toepassingen.
- Dominant in de VS: opvaang dat kennis dienstbaar moest zijn aan concrete maatschappelijke
doelstellingen. De maatschappelijke problemen moesten de theorieën bepalen.
Zo ontstonden er al snel meerdere stromingen, deze bestonden uit groepen wetenschappers met eigen,
specifieke vraagstellingen en onderzoeksmethoden.
Ze zijn te vergelijken met belangrijke maatschappelijke of geestelijke stromingen zoals: liberalisme, socialisme,
christendom en de islam.
Schoolvorming is uitstekend zolang men andere gezichtspunten kent en er eventueel gebruik van maakt. Dit
gebeurde in de eerste helO van de 20e eeuw niet. Toen funcEoneerden scholen in de psychologie als de
toenmalige poliEeke parEjen:
- Bestreden elkaar
- Vonden andere bevindingen irrelevant of gevaarlijk
- Sloten zich af door eigen taalgebruik
- Elke school ontwikkelde specifieke begrippen (waar we nog steeds mee te maken hebben)
- Richlen eigen verenigingen op met congressen, EjdsschriOen en een cultuur waarin wetenschappers
die afweken van de ‘juiste’ lijn werden afgestoten.
De poliEeke parEjen kenden vergelijkbare ontwikkelingen.
Hoewel de onderlinge strijd nog wel eens opvlamt, is de periode van extreme verkelering achter de rug. Dit kan
je zien aan:
- Het gegeven dat binnen de scholen weer verschillende accenten gelegd worden.
o ‘De’ psychoanalyse bestaat niet meer, er zijn verschillende soorten psychoanalyse.
- Grotere vrijheid binnen de scholen
- Toenemende samenwerking tussen verschillende scholen.
4
1.1. Wat is psychologie?
Onenigheid over de defini-e
Er is onenigheid over de definitie…
Bij de meeste wetenschappen is het object goed te formuleren, bij psychologie niet (of wetenschappen die de
mens bestuderen). Er is geen eenduidigheid over het object/studieonderwerp.
Er is zowel intern als extern geen eenduidigheid over het studieonderwerp.
- Intern: verschillende theoreEsche stromingen binnen de psychologie + de daarmee samenhangende
methode waarmee kennis wordt verworven.
o Veel meningsverschillen tussen psychologen
- Extern: tussen de psychologie en andere menswetenschappen.
o De psychologie kent al alEjd veel raakvlakken met andere mens – en sociale wetenshappen.
Extern is de psychologie niet goed afgebakend van andere (mens)wetenschappen. Bijna alle psychologische
onderwerpen worden ook in andere wetenschappen bestudeerd.
Bv: emoties: een bekend studieonderwerp uit de psychologie maar worden ook bestudeerd in de biologie
en de sociologie. (ouderdom, agressie, seksualiteit, …)
Voorbeeld: verschillende wetenschappelijke vragen over ADHD.
De psycholoog
- “wat ervaart het kind dat gediagnos=ceerd is met ADHD?”
- De persoonsspecifieke persoonlijke beleving van de klachten.
De arts
- “welk tekort of teveel aan neurotransmiDers veroorzaakt ADHD?”
- “welke medicijnen werken er?”
De socioloog
- “is er sprake van toename van ADHD in vergelijking tot 50 jaar geleden?”
- Zo ja, hoe is dat te verklaren vanuit veranderingen in de maatschappij?”
PrevalenEe is de mate waarin een stoornis of ziekte voorkomt!
Met de term LifeEmeprevalenEe geeO men aan hoe groot het deel van een groep mensen is dat ooit in hun
leven een bepaalde stoornis gehad heeO of op het moment van het onderzoek nog steeds heeO. Het berekende
percentage noemt men een cumulaEeve maat.
Defini-e
“Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen wordt bestudeerd als de gevoelens en
gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt”.
Het verschil met andere wetenschappen is dat in psychologische theorieën de beschrijving en verklaring van het
object vooral plaatsvinden op individueel niveau. Dit in tegenstelling tot bv. sociologie waarin meer naar de
maatschappelijke of groepsverbanden wordt gekeken.
Dit betekent dat een wetenschap getypeerd kan worden aan de hand van:
- Soorten vragen en problemen (object)
- Methoden en theorieën
2
, 1.2. Theorieën
= referenEekaders
Theorieën zijn te typeren als referenEekaders van waaruit psychologen te werk gaan. Ze bieden interpretaEes
waarmee verschijnselen bekeken en verhelderd worden. Hierin kent de psychologie een grote verscheidenheid,
zo bestaan er theorieën over specifieke onderwerpen.
Omdat er binnen de psychologie geen theoreEsche overeenstemming is, heeO dit tot gevolg dat eenzelfde
verschijnsel vanuit meerdere theorieën verschillend beschreven en verklaard wordt.
FuncEes van theorieën
SystemaEseren of ordenen
De oorsprong van het begrip theorie verwijst hiernaar, het begrip is afgeleid van het Griekse woord ‘theoria’. Dat
betekent ‘beschouwing’.
In het dagelijkse leven vergaren wij kennis. Deze is vaak persoonlijk gekleurd en weinig systemaEsch
vergaard.
Wetenschappelijke kennisverwerving verloopt via expliciete regels:
- De procedures van verwerving moeten duidelijk en controleerbaar zijn.
- Herhaalbaar of repliceerbaar
o wat in het ene onderzoek wordt aangetroffen, moet in een ander onderzoek opnieuw
aangetroffen worden.
De menselijke waarneming wordt onder andere gekleurd door behoeOen, emoEes en kennis. (subjecEef)
Ook wetenschappers kennen geen objecEeve waarneming, maar een subjecEeve. Hun waarneming is vooral
‘theoriegeladen’: hun referenEekader bepaalt wat ze zien.
Het is belangrijk dat wetenschappers ook gebruik blijven maken van de inzichten uit andere theorieën. Als dit
niet gedaan wordt is er risico dat een theorie dogma wordt. (opvaang die niet te veranderen is)
Verklaren en voorspellen van gedrag
Gehoorzaamheidsexperiment: De resultaten kunnen verklaard worden door aan te geven dat ze in specifieke
omstandigheden bereikt worden.
HeurisEsche funcEe
(De kunst van het vinden)
Met dit begrip wordt aangegeven dat op grond van het inzicht dat de theorie heeO opgeleverd nieuwe
voorspellingen gedaan kunnen worden.
Een theorie is nooit af, het levert weer nieuwe ideeën op.
Zijn de meeste mensen potenEële moordenaars? (lezen: pagina 26)
Experiment van Stanley Milgram: De invloed van de omgeving op gehoorzaamheid werd onderzocht.
Conclusie: Als de controle minder was, was er minder gehoorzaamheid. DUS hoe meer controle = hoe beter
de gehoorzaamheid.
3
, 1.3. Kenmerken van psychologische stromingen
1.3.1. Geschiedenis
Historische ontwikkeling
Om de geschiedenis van de theoreEsche stromingen te verduidelijken, wordt een vergelijking gemaakt met de
geschiedenis van poliEeke parEjen. De theoreEsche stromingen in de psychologie kennen een lange
geschiedenis, ze hebben hun wortels in oude filosofische tradiEes en nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.
De start van de wetenschappelijke psychologie ligt 130 jaar achter ons, maar de filosofische tradiEes waaruit zij
voortkwamen zijn veel ouder.
In 1889 werd in Parijs het eerste InternaEonale Congres voor de Psychologie gehouden. Toen dacht men dat de
toekomsEge psychologie de mens zou helpen bij het vinden van zijn/haar bestemming. Over de manier waarop
deze doelstelling gerealiseerd moest worden, liepen de meningen uiteen.
- Dominant in Europa: opvaang dat de psychologie over een alomvalende theorie van het psychisch
funcEoneren moest beschikken voordat men kon beginnen aan prakEsche toepassingen.
- Dominant in de VS: opvaang dat kennis dienstbaar moest zijn aan concrete maatschappelijke
doelstellingen. De maatschappelijke problemen moesten de theorieën bepalen.
Zo ontstonden er al snel meerdere stromingen, deze bestonden uit groepen wetenschappers met eigen,
specifieke vraagstellingen en onderzoeksmethoden.
Ze zijn te vergelijken met belangrijke maatschappelijke of geestelijke stromingen zoals: liberalisme, socialisme,
christendom en de islam.
Schoolvorming is uitstekend zolang men andere gezichtspunten kent en er eventueel gebruik van maakt. Dit
gebeurde in de eerste helO van de 20e eeuw niet. Toen funcEoneerden scholen in de psychologie als de
toenmalige poliEeke parEjen:
- Bestreden elkaar
- Vonden andere bevindingen irrelevant of gevaarlijk
- Sloten zich af door eigen taalgebruik
- Elke school ontwikkelde specifieke begrippen (waar we nog steeds mee te maken hebben)
- Richlen eigen verenigingen op met congressen, EjdsschriOen en een cultuur waarin wetenschappers
die afweken van de ‘juiste’ lijn werden afgestoten.
De poliEeke parEjen kenden vergelijkbare ontwikkelingen.
Hoewel de onderlinge strijd nog wel eens opvlamt, is de periode van extreme verkelering achter de rug. Dit kan
je zien aan:
- Het gegeven dat binnen de scholen weer verschillende accenten gelegd worden.
o ‘De’ psychoanalyse bestaat niet meer, er zijn verschillende soorten psychoanalyse.
- Grotere vrijheid binnen de scholen
- Toenemende samenwerking tussen verschillende scholen.
4