woensdag 1 oktober 2025 20:25
De romeinse periode is een lange periode in de geschiedenis. De val van het West-Romeinse rijk wordt gesymboliseerd door de
afzetting van de laatste keizer Romulus Augustulus in 476 n.Chr.
De romeinse periode valt uiteen in 3 delen in tijd:
1. Romeinse koninkrijk
2. Romeinse republiek
3. Romeinse keizerrijk
De Romeinen hebben een volledig ander maatschappelijk en cultureel systeem dan de Grieken. In het antieke Rome wordt er niks
lokaal en kleinschalig georganiseerd, maar op het niveau van het imperium. Dit heeft ook effect op de architectuurcultuur.
Romeinse rijk op z'n max
De Romeinse architectuur moet een maatschappij en politiek systeem bedienen. Er moet een goede infrastructuur zijn op schaal van
een wijk, stad, land en het imperium in zijn geheel.
Vergeleken met de Grieken gebruiken de Romeinen veel vernieuwingen op vlak van constructies, materiaal en vormgeving( o.a.
door alle verschillende culturen binnen het rijk.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1.1 Winckelmann en Piranesi
❖ Winckelmann idealiseerde het “zuivere Griekse ideaal” en zag Romeinse architectuur als afgeleide en moreel inferieure
navolging. Hij veroordeeld het afwijken van de Griekse standaard -> de Romeinen kopieerden, assimileerden en mengde stijlen
van andere culturen
- vb. overname en aanpassing van Griekse zuilen → verlies van oorspronkelijke verhoudingen en symbolische zuiverheid.
❖ Piranesi ziet een zeer pragmatische aanpak bij de romeinen. Hij erkent het belang van vernieuwing van techniek en materiaal.
Hij, en de Romeinen, pleitte voor monumentaliteit, verbetering en vernieuwing in plaats van pure navolging.
1.2 Basiskenmerken volgens Vitruvius
De boeken van Homerus waren aanleidingen naar archeologische opgravingen, maar echt boeken van architecturale waarde (zoals
een handboek) hebben we niet gekregen van de Grieken.
Van de romeinen bezitten we 1 bewaard architectuurtraktaat: De Architectura van Vitruvius. Omdat dit het enige bewaarde
bok is geweest is het heel bepalend geweest voor westerse architectuur, zowel in het onderwijs en de productie zelf.
Vitruvius:
○ Militair ingenieur en architect van o.a. de Basilica van Fano
○ De Architectura bestaat uit 10 hoofdstukken. In deze 10 hoofdstukken heeft hij een compleet beeld van architectuur als
discipline. Hij heeft het over van alles: schalen, soorten bouw, bouwkunde, bouwmaterialen, machines, etc., maat ook over
esthetiek(tempelordes en zuilen).
○ Architectuur als onderdeel van het imperium: zijn werk is opgedragen aan Keizer Augustus -> architectuur is instrument van
orde en macht.
○ Beschouwd architectuur als een wetenschap, een discipline die iets meeheeft van optica, wiskunde, filosofie, etc.
○ Hij beschrijft een voorstelllingswijze van architectuur: als hij architectuur bespreekt doet hij dat in grondplannen, aanzich ten en
perspectieven.
○ Introduceert drie basisprincipes voor goed ontwerp:
▪ Venustas – schoonheid, proportie, vormgeving, esthetiek.
▪ Firmitas – stevigheid, duurzaamheid, constructie.
▪ Utilitas – bruikbaarheid, functie, logica.
○ Hij theoriseert de zuilen als tempelordes en reflecteert ze. Hij voegt 3 extra zuilenordes toe.
3 linkse van de Grieken, andere 3 voegt Vitruvius toe:
○ Toscaanse zuil is afgeleid van Etruskische zuil.
▪ Kenmerken: gladde schacht, eenvoudig en onversierd kapiteel.
○ Romeins-Dorische zuil is afgeleid van de Grieks-Dorische zuil.
▪ Kenmerk/verschil: Romeinen voegen een voet toe aan de schacht.
○ Composietzuil is een samenstelling van de Ionische en Korintische bouworden.
▪ Kenmerk: Korintische acanthusbladeren gecombineerd met de Ionische dubbele voluten aan de hoeken.
□ Romeinen gebruiken zuilen niet enkel dragend maar ook decoratief (halve zuilen, pilasters).
□ Entablement (balklaag) wordt rijker versierd, met variaties in trigliefen, friezen en kapitelen.
In het verlengde van zijn proportieleer formuleert Vitruvius het principe dat een goed gebouw dezelfde harmonische proporties
heeft als het menselijk lichaam.
Het werk van Vitruvius is van onschatbare waarde, maar bevat ook problemen voor architecten en architectuurgeschiedenis:
We beschikken niet over de tekst die Vitruvius handmatig heeft geschreven, maar enkel over kopieën die door de eeuwen
heen fouten hebben opgestapeld. Het werk dat wij nu kunnen lezen heeft dus een enorme foutmarge.
Vitruvius gebruikt ook vakjargon. Een deel daarvan is evident en courant, maar een deel is zo gespecialiseerd dat we niet
weten of Vitruvius ze heeft bedacht of niet, want hij legt ze niet uit. Zo is een deel onduidelijk.
Vitruvius verwijst vaak naar illustraties die niet zijn overgeleverd -> maakt interpretatie van zijn tekst moeilijk. Dat heeft effect
gehad op de onderzoeken in de Renaissance. Zo gingen architecten de beschrijvingen letterlijk toe passen op bestaande
ruïnes — maar vaak waren die gebouwen al herbouwd of gewijzigd.
▪ Gevolg: reconstructies uit de Renaissance zijn deels speculatief.
Wat ze vergaten is dat Vitruvius schreef aan het begin van het Keizerrijk, maar gebouwen beschreef uit de Republiek. Er zijn
dus misverstanden tussen de tekst en het bouwwerk.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1.3 Architectuur als politiek-maatschappelijk fenomeen
De Romeinse architectuur kan niet los gezien worden van de politieke en maatschappelijke context van het Romeinse Rijk.
Ze was geen louter esthetische kunstvorm, maar een functioneel, ideologisch, organisatorisch en technologisch systeem dat het
rijk structureerde en symboliseerde.
Door het architecturale object samen met info van Vitruvius kunnen we stellen dat er een aantal basiskenmerken zijn die gelde n
voor een rijke architectuurcultuur, en dat die allemaal terug te volgen zijn naar het Romeinse imperium.
Het Romeinse Rijk bestond uit vele volkeren en culturen (Etrusken, Grieken, Egyptenaren, Galliërs, enz.). Architectuur was het
cultureel bindmiddel van het Imperium dat diende om eenheid te brengen in diversiteit. De Romeinen integreerden stijlen,
Hoorcolleges Pagina 1
, Door het architecturale object samen met info van Vitruvius kunnen we stellen dat er een aantal basiskenmerken zijn die gelde n
voor een rijke architectuurcultuur, en dat die allemaal terug te volgen zijn naar het Romeinse imperium.
Het Romeinse Rijk bestond uit vele volkeren en culturen (Etrusken, Grieken, Egyptenaren, Galliërs, enz.). Architectuur was het
cultureel bindmiddel van het Imperium dat diende om eenheid te brengen in diversiteit. De Romeinen integreerden stijlen,
technieken en symboliek van veroverde gebieden in hun eigen bouwcultuur, wat de cultuur als maar rijker maakte.
-> Denk aan de overname van Griekse zuilen, Egyptische obelisken, oosterse decoratiepatronen.
Assimilatie was dus geen zwakte maar een kracht: het maakte Rome tot een visueel herkenbaar wereldrijk, met een gedeelde
bouwstijl.
Het Romeins imperium is zeer uitgestrekt. Er is dus een infrastructuur nodig om dat te verbinden, maar ook opslagplaatsen voo r alle
goederen, de organisatie van een groot stad, drinkwater aanvoeren en vies water wegvoeren, hoe efficiënt nieuwe steden
aanleggen, etc. Dit zijn allemaal vragen die de romeinse architect krijgt. Dit vinden we allemaal terug in de technieken en m aterialen.
Naast die zeer praktische randvoorwaarden is de romeinse cultuur ook gekenmerkt door esthetiek.
Er is ook een Romeins barok. Romeinse architectuur heeft ook een politieke boodschap. Horror vacui(angst voor de leegte): alles is
gevuld met beelden, kleuren, structuren, etc.
Beton maakte massa en ruimte meer mogelijk in de architectuur. De ervaring werd compleet anders.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2.1 Assimilatie
Assimilatie heeft te maken met het integreren van culturele en architecturale, lokale kennis, cultuur, etc. De Romeinen namen
nuttige en interessante zaken over.
De grootste invloed op de romeinse architectuur komt van de Grieken, Etrusken, en Hellenisten:
○ Etrusken: de eerste die geëxperimenteerd hebben met beton. Niet vrijstaand, maar als opvulling tussen wanden(de romeinen
gebruiken het ook afhankelijk). De zuilen, bogen(basis voor gewelven) en sculptuur gebruikte de Etrusken ook al.
○ Grieken: grote invloed in het kader van zuilen, vormentaal en typologieën.
○ Hellenisten: de Oost-Europese cultuur heeft een politiek-culturele verschuiving door Alexander de Grote(Macedonië). Het
gevolg is barok: grote monumentale structuren die sterk gedecoreerd zijn en veel emotie laat spreken.
Om die assimilatie architecturaal te tonen kijken we naar de tempel.
Bij tempelbouw is er niet 1 type. Elke is anders en geïnspireerd door verschillende culturen en heeft dus kenmerken van het
grondgebied waar hij wordt gebouwd.
De tempel hiernaast voelt Grieks aan qua vormenstand, maar in detail zijn er veel verschillen die gewijd zijn aan Hellenistis che en
Etruskische bouw.
1. Etrusken
▪ Etruskisch platform onderaan: de tempel wordt verheven boven het stadsniveau.
▪ Gedwongen frontale benadering: enkel via voorzijde toegankelijk.
▪ De cella is volledig ommuurt: typisch Etruskisch. Het gevolg is dat deze tempel niet peripteraal is maar
pseudoperipteraal. Gevolg daarvan is dat de zuilen rond de cella geen constructieve functie meer hebben maar decoratief
zijn.
▪ Tweedelig grondplan: alleen een pronaos (voorhal) en cella (heiligdom), geen driedeling zoals bij de Grieken.
2. Grieken
▪ Constructief en decoratief gebruik van de zuilen
▪ Rechthoekig grondplan, maar de typische Griekse verhouding (n = 2a + 1) wordt losgelaten.
-> Hier: 6 zuilen vooraan (a = 6) en 11 aan de zijkant (N = 11) → niet volgens het klassieke schema.
▪ Opstand: symetrie, materiaal, proporties, etc.
3. Oosterse
▪ Decoratie van de kroonlijst: rijk versierd met florale en geometrische motieven.
▪ Cassettenplafond met rozetten als decoratie
▪ Polychromie en ornamentiek
Meest voorkomende decoratie in archetecturale stijlen:
Eierlijst
Arabesk
Palmet
Eierlijst
Astragaallijst
Brucranium een soort parelvormige structuur
Vaak een ossenkop of iets dergelijks Festoen
Vegetatie verbonden
met vasen of urnen
Fortuna Primigenia Tempel, Praeneste (Palestrina) = vernieuwing qua typologie: tempelcomplex,
Eerstgeborene tempel. De gelijkenissen met de Griekse tempel is volledig zoek. Het is niet 1 tempelgebouw, naar een complex: winkels,
herbergen, rustplaatsen, etc. Dit zou totaal 'not done' zijn bij de Grieken.
Hier wordt profaan en sacraal samengebracht -> Hellenistische invloed.
In vormentaal wel nog een aantal antiek Griekse elementen, maar zeer beperkt.
Hier zie je hoe een tempelfaçade samenkomt met een boogarcade. Zuilen, bogen en entablement zijn enkel decoratief want ze staan tegen
een draagwand.
Elementen:
Etruskisch – Romeins: platform, frontale benadering, diepe zuilenportiek met grote cella.
Hellenistisch / Oosters: terrasbouw, piramidale vorm.
Klassiek Grieks: Symmetrie, zuilen + fronton.
Erfenis: Renaissance en Barokke tuinarchitectuur
Tempel van Baal
Klassieke vormentaal is effectief aanwezig: rechthoekig, entablement met fronton en sima, zuilen. Maar toch ook een afwijking, want er is
echt een gedwongen frontale benadering (aan de lange zijde).
Het dak heeft een antiek entablement met vormen die zich herhalen. Dat is omdat het een oosterse cultus heeft die binnen wordt gevierd,
maar ook buiten op het dak.
Hoorcolleges Pagina 2