HFDST 1: WAT IS EEN ONTWIKKELINGSSTOORNIS?
Wat is een probleem?
• Definitie: een moeilijkheid, uitdaging of hindernis die tijdelijk en contextgebonden is
• Kenmerken:
o Tijdelijk
o Situationeel/contextgebonden
o Gevolg van externe factoren (bv: thuissituatie, schooldruk, scheiding ouders…)
o Geen klinische diagnose nodig
o Vaak oplosbaar met praktische hulp, advies of coaching
• Voorbeelden:
o Concentratieproblemen door moeilijke thuissituatie
o Faalangst voor examens
o Sociale terugtrekking na een ruzie met vrienden
Wat is een ontwikkelingsstoornis?
• Definitie: een neurobiologische stoornis die in de (vroege) ontwikkelingsperiode tot uiting komt
• Kenmerken:
o Persistent (levenslang aanwezig)
o Intern (biologisch/psychologisch bepaald, aangeboren)
o Klinisch gedefinieerd (DSM of ICD)
o Significante beperkingen in:
§ Persoonlijk functioneren
§ Sociaal functioneren
§ Schools functioneren
§ Beroepsmatig functioneren
o Niet oplosbaar, maar wel behandelbaar en te managen
• Voorbeelden:
o ADHD
o ASS
o Dyslexie
o Taalontwikkelingsstoornis
Vergelijking: ontwikkelingsstoornis vs probleem
Aspect Ontwikkelingsstoornis Probleem
Oorzaak Intern Extern
Duur Levenslang Tijdelijk
Diagnose Klinische diagnose nodig (DSM/ICD) Geen diagnose nodig
Oplosbaar Niet oplosbaar, wel behandelbaar Vaak oplosbaar met concrete acties
Aanpak Therapie, medicatie, begeleiding Coaching, advies, praktische hulp
Kenmerken Primair (voortkomend uit stoornis) Secundair (gevolg van context/situatie)
1
,Primair vs. secundaire kenmerken
• Primair: symptomen die rechtstreeks uit de stoornis voortkomen
o Bv: concentratieproblemen bij ADHD
• Secundair: gevolgen of bijkomende problemen door de stoornis of context
o Bv: faalangst of lage zelfwaardering door herhaald schoolfalen bij dyslexie
Waarom is het onderscheid belangrijk?
• Voor de persoon zelf:
o Geeft duidelijkheid en erkenning
o Bepaalt welke hulp effectief is (begeleiding vs. coaching)
• Voor de omgeving:
o Voorkomt verkeerde interpretaties (bv: “luiheid” vs. ADHD)
o Vergroot begrip en ondersteuning
• Voor professionals:
o Bepaalt keuze van aanpak (medische/therapeutische zorg vs. praktische hulp)
o Noodzakelijk voor correcte diagnose en interventie
HFDST 2: OVERKOEPELENDE THEMA’S
Het huis van ontwikkelingsstoornissen
• Ontwikkelingsstoornissen hebben gemeenschappelijke fundamenten
• Deze fundamenten liggen aan de basis van verschillende stoornissen
• Voorbeelden (4 fundamenten):
o Prikkelverwerking speelt rol bij zowel ADHD als ASS
o Executieve functies zijn vaak verstoord bij ADHD
o Emotieregulatie is een sleutel bij ODD
o Neurodiversiteit benadrukt dat er geen “één normaal brein” is
Prikkelverwerking
Hoe werkt het?
• Prikkel à filter à hersenen
• Normaal: filter onderscheidt tussen belangrijke en onbelangrijke prikkels
Problemen
• Hypersensitief: te veel prikkels binnen, overprikkeling, vermoeidheid
• Hyposensitief: te weinig prikkels door à belangrijke signalen missen (bv: honger, pijn)
Gevolgen
• Boosheid, frustratie, agressie
• Lichamelijke klachten (hoofdpijn, rugpijn)
• Slaapproblemen
• Risico’s door niet opmerken van signalen
2
,Window of Tolerance (WOT)
• Binnen WOT: comfortabel à goed functioneren
• Boven WOT: hyperarousal à fight/flight (bv: paniek, overreactie)
• Onder WOT: hypoarousal à freeze (bv: black-out examen)
• Mensen met prikkelverwerkingsproblemen gaan sneller buiten hun WOT
Emotieregulatie
• Definitie: vermogen om emoties te herkennen, begrijpen, benoemen en bij te sturen
• Problemen:
o Als emoties niet erkend worden à kind leert gevoelens weg te duwen
o Kan leiden tot: prikkelbaarheid, uitbarstingen, terugtrekking of internaliserende klachten
• Belangrijk:
o Ouders die emoties erkennen en benoemen, ondersteunen gezonde emotieregulatie
Executieve functies
Wat zijn het?
• Hersenfuncties die ons gedrag sturen en reguleren
• Liggen in de cortex (mensenbrein)
• Ontwikkelen sterk tijdens kindertijd en adolescentie
Ontwikkeling
• Reptielenbrein: oerreacties (fight, flight, freeze)
• Zoogdierenbrein: emoties
• Mensenbrein (cortex): plannen, organiseren, controleren
Gevolgen van stress
• Toxische stress belemmert de ontwikkeling van executieve functies à gedragsproblemen,
aandachtsproblemen
11 executieve functies (niet vanbuiten kennen, wel begrijpen)
1. Werkgeheugen = vasthouden/gebruiken van info tijdens taak of nieuwe situatie
2. Plannen = maken van een plan en keuzes in wat belangrijk is om doel te behalen
3. Organisatie = ordenen van spullen en info zodat je overzicht houdt
4. Timemanagement = goed inschatten en indelen van tijd om deadlines te halen
5. Metacognitie = reflecteren op eigen handelen en nadenken over hoe je iets aanpakt
6. Responsinhibitie = impulsen beheersen en eerst nadenken voor je iets zegt/doet
7. Emotieregulatie = sturen van emoties om doelen te bereiken of goed te functioneren
8. Volgehouden aandacht = blijven focussen op taak ondanks afleiding of verveling
9. Taakinitiatie = zonder uitstel effectief aan een taak te beginnen
10. Doelgericht gedrag = formuleren en volhouden van een doel ondanks afleiding of tegenslag
11. Flexibiliteit = kunnen aanpassen van plannen of strategieën bij verandering of fouten
3
, Neurodiversiteit – kernbegrippen
• Neurodiversiteit: het idee dat neurologische verschillen (bv: ASHS, ASS…) natuurlijk variaties
van het menselijk brein zijn – niet per se ‘defecten’
• Neurotypisch: mensen wiens informatieverwerking en gedragsnomen overeenkomen met de
gangbare (majoritaire) verwachtingen
• Neurodivergent: mensen met een andere manier van prikkelverwerking, denken of gedrag dan
het neurotypisch gemiddelde
• Schatting: grofweg 80% neurotypisch en 20% neurodivergent
• Belangrijk: neurodivergentie betekent niet altijd een officiële diagnose, sommige
neurodivergente mensen hebben wél een diagnose, anderen niet
Waarom is dit relevant voor psychologisch consulenten?
• Aanpassing hulpverlening: cliënten verwerken prikkels en info anders à interventies aanpassen
• Signaleren & diagnosticeren: herkennen van verschillen voorkomt mis- of onderdiagnose
• Zorgcontinuüm toepassen: van unversele naar gerichte tot intensieve ondersteuning
• Ethiek & inclusie: werken in neurodiversiteit-affirmatieve houding
• Omgevingsaanpassingen: school/werk is vaak ingericht op neurotypisch functioneren,
consulenten kunnen zorgadviezen en aanpassingen voorstellen
Praktische implicaties in praktijk
• Vraag naar sensorische voorkeuren/prikkelprofiel tijdens intake
• Pas communicatie en omgeving aan (rustige ruimte, duidelijke structuur, visuele planning…)
• Zorgcontinuüm: universele aanpassingen à gerichte inverventies à gespecialiseerde zorg
• Verifieer niet alleen gedrag, ook onderliggende fundamenten: prikkelverwerking, executieve
functies, emotieregulatie (prodia-bouwstenen)
HFDST 3: INTAKEGESPREK & STRATEGIEFASE CASUS BRENT
3.1. Doel van een intakegesprek
• Constructieve samenwerking opstarten
• Vragen verhelderen & verwachtingen afstemmen
• Systematische relevante informatie verzamelen
3.2. Werkwijze tijdens intake
• Belangrijk principe: flexibiliteit
• Niet start “lijstje aflopen”
• Snorkelen & duiken
§ Snorkelen = breed bevragen
§ Duiken = verdiepen waar nodig, concreet maken
4