Inleiding tot de communicatiewetenschap
Wat is communicatie?
Etymologie van het begrip “communicatie”
- Woordenboekdefinities: transmissie versus gemeenschappelijk maken
Van Dale:
1) Mededeling, kennisgeving (lineair vertrekt ergens en komt
ergens toe)
2) Verbinding (met publiek- zender en ontvanger, voortdurend
verwisseling)
3) Uitwisseling van gedachten, het geestelijk met elkaar verkeren
(is minder zender en ontvanger, verwijst naar het
gemeenschappelijk maken)
- Wetenschappelijke definities van communicatie: talrijk
Al ff dat de wetenschap zich er niet mee bezig houdt
• Verschillende accenten:
– Ontvanger
– Zender
– Verbinding
– Vergemeenschappelijken
– Transmissie
– Symboolgebruik….
! In PowerPoint voorbeelden van wetenschappelijke definities moeten de
verschillen kunnen opmerken en de verschillende klemtonen zien!
Twee belangrijke perspectieven (stromingen)
Scholen= groepen wetenschappers uit verschillende tijden en plekken die
samen eens zijn over hetzelfde
1. Processchool
- Ziet communicatie als transmissie van boodschappen:
Nadruk op hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen, hoe
kanalen en media efficiënt kunnen worden ingezet
Zijn geïnteresseerd in de onderdelen van het proces: start bij
zender en heeft als bedoeling om bij de ontvanger te komen
Klemtoon op het verzenden van de boodschap
- Communicatie is een (beïnvloeding)proces
(Sterk woord is meer altijd een bedoeld proces)
- Fout wanneer er een verschil is tussen output input
Vb: studenten van achter in de zaal die de prof niet horen
- Centrale methoden zijn psychologie en sociologie
- Richt zich primair op communicatieactiviteiten (acts)
Bv: bewust naar de les komen?
Gaat over een handeling, is intentioneel dat ik hier ben gekomen
Betekeniscreatieschool
1
, -Ziet communicatie als productie en uitwisseling van betekenissen
Zo ontstaan dan gemeenschappelijke betekenissen tussen
mensen/groepen
- Dit is hoe cultuur en samenlevingen zijn ontstaan
- Is ontstaan als verzet tegen processchool
- Nadruk op hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om zo
betekenissen tot stand te brengen
- Afwijkingen tussen zender en ontvanger niet noodzakelijk als “fout”
beschouwd,
MAAR bv. als er culturele verschillen zijn tussen partijen ( bv: twee
mensen die niet dezelfde taal spreken en dan elkaar niet zo goed
begrijpen in het engels dan ontstaan de betekenissen
- Centrale methode is semiotiek (is de “wetenschap van betekenis”)
- Richt zich primair op producten van communicatie die dus ook stabieler
zijn dan conversatie tussen mensen
Kan makkelijker analyseren (kunstwerken, reclamespots)
- Teksten maken en lezen worden beschouwd als parallelle processen
We hebben geen precies antwoord op de vraag wat communicatie
Voorbeelden van controverse en breekpunten
• Een man stuurt een SMS naar zijn vrouw om te zeggen dat hij die avond laat
thuis zal zijn van zijn werk. Zijn vrouw beantwoordt zijn SMS niet. Is er sprake van
communicatie?
• Een student komt naar het mondelinge examen. De docente merkt dat hij
zenuwachtig
is: de student heeft immers een rood aangelopen gezicht. Is er sprake van
communicatie?
Controversen en breekpunten
4 manieren om te antwoorden op de vraag “wat is communicatie?”.
1) Intentionaliteit
o Moet communicatie intentioneel zijn om van communicatie te
spreken?
Probleem: intentionaliteit is vaak moeilijk vast te stellen
o Het passief-actief model van McQuail
Bedoeld door zender/ Niet bedoeld door zender/
Zender actief Zender passief
Intentioneel 1) Persoon die intentioneel 2) Persoon die niet-
ontvangen/ een boodschap uitstuurt en intentioneel boodschap
ontvanger actief een persoon die stuurt naar een persoon die
intentioneel ontvangt intentioneel ontvangt
Niet-intentioneel 3) Persoon zendt bewust 4) Persoon zendt niet-
ontvangen/ boodschap uit naar een intentioneel een boodschap
ontvanger persoon die niet- uit naar een persoon die niet-
passief intentioneel ontvangt intentioneel ontvangt
2
, o 2 opvattingen hoe je kan kijken naar de intentionaliteit van
communicatie
Teleologische opvatting = communicatie heeft intentie, het
heeft een doel (duidelijk in situatie 1 eventueel ook 3)
Niet alle gedrag = communicatief maar wel informatief
bv. welke kledij je aanhebt is informatief maar daarom
niet communicatief
Typisch voor de processchool
Gedragsopvatting = eigenlijk is alles communicatie
(communicatie in situatie 1, 2, 3 en 4)
Hanteren non-verbale communicatie
Alle gedrag is communicatief
“You cannot not communicate” – Paul Watzkawick
! Probleem: intentionaliteit is vaak moeilijk vast te stellen
Bv: Als student is het moeilijk om de intentionaliteit te bepalen van de prof, soms
kan je moeilijk jouw eigen intentionaliteit bepalen
2) Geslaagdheid als criterium?
o Er was communicatie tussen ons”, “De zanger had communicatie
met zijn publiek”, “Zij praatten wel, maar communiceerden niet…”
o Is het wel communicatie als niet iedereen begrijpt wat er gezegd
wordt?
Processchool: zal ergens zeggen van wel-> is heel erg bezig
met “is het gelukt”.
o Wat is geslaagde communicatie: voorwaarden
o GC= E + T + Ox +Ib + Ub?
GC = geslaagde communicatie
E = Expressie
T= Transmissie
Ox = Bedoelde ontvanger
Ib= Boodschap komt aan bij de ontvanger met de bedoelde
intentie
Ub = Heeft de uitwerking die de zender hoopt (bedoelde
uitwerking)
Aan alle voorwaarden voldoen = geslaagde communicatie anders niet
Voorbeeld van formule
Ik schrijf een sms: “Varken” (E= expressie)
• Ik verstuur het bericht (T= transmissie)
• Els ontvangt het bericht (O= ontvangst)
• Els interpreteert het bericht zoals bedoeld (I= interpretatie)
• Els brengt varkenslapjes (i.p.v. rundslapjes)
mee uit de Delhaize (U= uitwerking zoals bedoeld door zender)
MAAR je onderwerpt communicatie aan moeilijke voorwaarden die niet
haalbaar zijn. Je kan niet constant praten over communicatie met het idee
van de formule anders zit je vast
Elementen van het communicatieproces
o Inleiding: waarom procesanalyse?
3
, o Technisch-didactisch nut
o Procesmatige beschrijving: kernbegrippen en hun samenhang
o Verklarend kader voor het (niet) slagen van communicatie
3) Richting van de communicatie?
o Richting van communicatie zeer belangrijk
Sommige zeggen interactie is
nodig, sommige zeggen het is ook
oke als er enkel een zender is
o Eénrichtings- of tweerichtingsverkeer?
Tweerichting wisselen ze af en
er is soms feedback
Eenrichting is van zender naar
ontvanger en niet terug (genoeg volgens de
processchool)
o Lineair of circulair?
o Feedback: wordt het beschouwt als een nieuw communicatieproces?
Dit meningsverschil tussen eenrichting en tweerichting weerspiegelt de
spanning tussen de processchool, die zich kan richten op een beperktere,
eenzijdige overdracht, en de betekeniscreatieschool, die juist de
interactie en het heen-en-weer proces als de essentie van communicatie
ziet. Zelfs in een lezing (ogenschijnlijk eenrichtingsverkeer) observeert de
spreker reacties van het publiek, wat een puur eenrichtingsmodel
compliceert.
2. Bron/zender
o Onderscheid tussen bron en zender?
o Zender encodeert en zendt door
o Macht van zender (heel lang ging het vooral om de zender, vooral in
eerste comm. Modellen)
Zender werd beschouwd als actief en ontvanger als passief
o Verschil tussen zender en bron
Zender = technisch apparaat (bv: telefoonhoorn)
Meeste auteurs gebruiken alleen het begrip zender (kan dus
een individu zijn)
3. Ontvanger/bestemmeling
o Ontvanger en bestemmeling?
Stel je telefoneert met iemand dan is de telefoon de
ontvanger en de persoon die luistert aan de telefoon de
bestemmeling
Vooral ontvanger gebruikt als woord
o Ontvanger decodeert en interpreteert
o Na zenderdominantie, meer aandacht voor ontvanger?
4. Boodschap
o Datgene dat wordt uitgedrukt door de zender en overgedragen naar
de ontvanger
o Verbale en/of niet verbale stimuli (tekens)
o Tekens: bestaan uit 2 onderdelen
Signifiant (betekenaar) bv. K-A-T/
Signifié(betekende) bv. Het dier kat
4