2025 – 2026
, Inhoudstafel
Les 1: Belangrijke thema’s en begrippen bij veroudering ................................................. 3
Les 2: Fysieke veranderingen bij veroudering ..................................................................7
Les 3: Fysieke gezondheid (ziektebeelden) .................................................................... 12
Les 4: Cognitie en gezond ouder worden ....................................................................... 15
Les 5: Cognitie en pathologisch ouder worden............................................................... 19
Les 6: Alzheimer ............................................................................................................ 23
Les 7: Zelfbeschadiging (gastles) ................................................................................... 25
Les 8: Persoonlijkheid en ouder worden ......................................................................... 27
Les 9: Succesful aging .................................................................................................... 31
Les 10: Sterven en rouw .................................................................................................. 33
, Les 1: Belangrijke thema’s en begrippen bij veroudering
1. Vergrijzing en wie zijn ouderen?
• Chronologische leeftijd = meest gehanteerd (bevolkingspiramides). Indeling: 65-74 (jong oud),
75-84 (oud), >85 (oudste), >100 (centenarian), >110 (super centenarian)
• Functionele leeftijd = alternatief om heterogeniteit te benadrukken. Bestaat uit 3 delen:
o Biologisch: kwaliteit lichaamssystemen (bv. biologische leeftijdstest)
o Psychologisch: prestatie op cognitieve tests (bv. jongdementie: 45 jaar maar psychologische
leeftijd 75)
o Sociaal: sociale rollen (bv. gepensioneerde heeft hogere sociale leeftijd dan werkende)
• Nadeel functionele leeftijd: moet je continu aanpassen
• Dubbele vergrijzing: niet alleen meer ouderen, maar binnen de ouderen ook
meer oudste ouderen
• Babyboomers = generatie na oorlog (nu 65-80 jaar). Belangrijk omdat deze generatie een
andere attitude heeft dan de silent generation (bv. protestgeneratie vs. dankbare generatie)
2. Biopsychosociaal perspectief
Veroudering = complex samenspel van biologische, psychologische en sociale processen
Voorbeeld uit video: man met urine-incontinentie (biologisch) → schaamte en slecht gevoel
(psychologisch) → sociaal terugtrekken (sociaal)
Dit is de rode draad door het hele vak! Vraag bij elk onderwerp: wat is bio, wat is psycho, wat is
sociaal?
3. 4 principes van het ouder worden
Kernconcepten (je moet ze alle 4 kunnen benoemen en uitleggen):
Principe Kern
Veranderingen verlopen continu Bouwt voort op verleden (leefstijl op jonge leeftijd heeft
impact). Persoon blijft dezelfde identiteit houden
Enkel overlevenden worden oud Onderzoeksbias: de ouderen die we testen zijn de crème de la
crème (goede genen, gezond, sociaal netwerk). Risicovolle
personen zijn al gestorven
Individualiteit doet ertoe Mythe: ouderen worden niet allemaal
hetzelfde. Interindividuele verschillen (tussen ouderen)
en intraindividuele verschillen (binnen 1 persoon, bv.
woordenschat goed maar rekenen slecht)
Normaal verouderen ≠ ziekte Niet alle ouderen worden dement of krijgen kanker! Normaal
(primair), pathologisch (secundair), optimaal/succesvol (goede
compensatie).
, 4. Persoonlijk vs sociaal ouder worden (Social aging)
• Personal aging = veranderingen binnen het individu (grijs haar, minder horen)
• Social aging = verandering door omgeving (Paul Baltes)
Drie soorten omgevingsinvloeden (Baltes):
Type Betekenis Voorbeeld
Normatieve leeftijdsgerelateerd Culturele verwachtingen per Trouwen, kinderen krijgen,
leeftijd pensioen
Normatieve Iedereen in een cultuur op Oorlog, COVID-19,
geschiedenisgerelateerd bepaald moment economische crisis
Niet-normatief Toevallige gebeurtenissen bij Lotto winnen, fietsongeval
individu met NAH
5. Modellen van ontwikkeling (Nature vs Nurture)
• Nature (Gesell): maturatie ligt vast, omgeving kan enkel ideaal klimaat scheppen (vb plant)
• Nurture (Watson): ontwikkeling volledig door omgeving
Drie modellen in wisselwerking:
Model Bepalend Kenmerk
Organismic Nature Nature bepaald de ontwikkeling, genetische predisposities
bepalen verandering en verandering gebeuren in fasen (kritische
periodes)
Mechanistic Nurture Nurture bepaalt de ontwikkeling, erterne ervaringen bepalen
veranderingen en continue verandering door ervaring
Interactionistisch Nature EN Complex samenspel. Twee concepten:
nurture - niche-picking ( Scarr en McCartney) (genen bepalen
welke omgeving je zoekt)
- reciprociteit (wederkerige beïnvloeding,
levensvoetafdruk)
6. Drie benaderingen van veroudering (overzicht)
Benadering Theorieën
Biologisch Voorgeprogrammeerde theorieën + Random error theorieën
Psychologisch Erikson (psychosociaal), Piaget (cognitief), Whitbourne
(identiteitsproces)
Sociocultureel Bronfenbrenner (ecologisch), levenskoersperspectief, ageisme