Samenvatting Communicatie
Hoofdstuk 1: Alles begint met luisteren
1.1 Het belang van ‘Luisteren’
‘Een mens heeft twee oren en één mond, om twee keer zoveel te luisteren
dan te praten’- Confucius
Betekenis: luisteren is belangrijker dan praten, zeker als hulpverlener
Jij mag zelf nooit met een oplossing komen de cliënt moet dat altijd
doen. Jij moet alleen luisteren
Er zijn veel dingen die luisteren kunnen beïnvloeden
Bv omgevingsgeluid, je verstaat de persoon niet, je bent te moe om te
kunnen opletten,…
Je moet je bewust zijn van wat je luisteren beïnvloed-> waarom je je job
niet goed kunt doen
Moeten luisteren om te begrijpen -> niet om te antwoorden
Begrijpen, antwoorden en uitpraten en stilte accepteren
Luisteren is een bewustwording van jezelf, de ander en wat er tussen
beide gebeurd
- Geen antwoord of advies geven-> zo stopt het gesprek
- Bewust zijn van triggers -> Waarom kan ik niet goed luisteren?
- Zaken hebben invloed bv afstand, stemgeluid
- Bewustwording van de ander -> bv net ruzie gehad = gesprek is
anders
- Je communiceert vanaf het begin -> Bv hoe je hallo zegt beïnvloed
het gesprek
Je moet je dus bewust zijn van alle handelingen en dingen die je zegt
want dat beïnvloed je gesprek
- Professioneel luisteren? Je moet wetenschappelijk onderbouwde
kennis hebben
- Jij bent het instrument = je hebt alleen jezelf-> Je brein, je
persoonlijkheid,…
Moeten daarom goed weten wie we zijn
Hoe zet je jezelf in?
- Steeds teruggaan naar de kern -> Wat wilt persoon echt zeggen?
Bv kern is dat het moeilijk gaat -> wat heeft de persoon dan echt
nodig?
, - Openstellen-> onbevooroordeeld naar mensen luisteren en je staat
open voor elke persoon
- Luisteren naar wat de persoon echt te zeggen heeft
Bv Man zegt dat hij het niet eens is dat hij hier zit = hij is tegen de
maatschappij
Zie je aan non verbale en verbale communicatie
- Daarna reageren
Bv bijvragen stellen en gesprek op gang brengen
- Luisteren om te begrijpen
Je moet je bewust worden van je eigen referentiekaders en
waarnemingsfilters
Referentiekader: Alles wat jij jij maakt = bv school, opvoeding, welke
boeken ik bv gelezen heb
Dingen waar je naar refereert in het leven
= onze hersenen filteren al een paar dingen en zo zijn er veel
waarnemingsfilters
Bv je zit in de klas en je hoort het geluid van het bord na een tijd
niet meer
Hersenen filteren dat weg
1.2 Waarnemingsfilters en referentiekaders
Door alles bij elkaar krijgen we een persoonlijke waarheid= die is voor
iedereen anders
Cliënt heeft eigen waarheid-> Kijkt naar de wereld vanuit een ander
beeld
Jij en de persoon met wie je in interactie gaat kleuren het gesprek
= bepalen hoe de communicatie ervaren en ingevuld wordt om het daarna
terug te vertalen
- Wij interpreteren continu alles = moeten constant vragen of het juist
interpreteren
Niet wetende houding aannemen
Door onze waarnemingsfilters krijgen we een gefilterde interpretatie van
de werkelijkheid
Hoe worden waarnemingsfilters gevormd?
- Alles wat je in je leven hebt meegemaakt
Ervaringen, gevoelens, herinneringen, vooroordelen, angsten,…
- Dynamisch gegeven
- Iedereen krijgt persoonlijke gefilterde waarheid
, Bv cliënt verteld iets wat jij ook meegemaakt hebt-> Jij gaat
focussen op erkenning-> De rest van het verhaal verdwijnt
Herinneringen maken eigen waarheid
Bv we hebben nu een beeld over de opleiding maar die kan als we
afstuderen helemaal anders zijn
jij merkt zaken op die een ander niet opmerkt
bv je kijkt naar het nieuws en met een bepaald vooroordeel en je hoort
dingen die je vooroordeel ondersteunen-> We willen altijd bevestiging
krijgen
Mensen met een ander vooroordeel gaan dat bv niet horen
Niet iedereen verwerkt dezelfde prikkels
Mensen die hoog sensitief zijn verwerken meer prikkels
Het kan ook dat mensen allebei gelijk hebben vanuit hun eigen perspectief
Bv jij zit het als een 6 maar omgekeerd is het een 9
Je moet het dus kunnen erkennen en verplaatsen in zijn/ haar
perspectief
Je wilt weten (in deze context) waarom het voor hen een 9 is
We hebben allemaal andere info in ons leven gehad
Daarom bekijken wie iets op die manier en de andere op een andere
manier
Hoe kom ik aan deze info? (bv Hoe komt het dat ik een 6 zie)
- We moeten ons hier als hulpverlener heel bewust van zijn en ook
nadenken hoe dat wij aan die info komen
Waarnemingsfilters = representatiesystemen
Factoren die de waarneming van de werkelijkheid beïnvloeden:
- Je voorgeschiedenis
- Je zelfgevoel
- Je verwachtingen
- Je zintuigen
- Je evaluatieve filters: waarden en normen
- De context
- De taal
1.2.1 voorgeschiedenis
Bewuste en onbewuste ervaringen beïnvloeden je waarneming van de
werkelijkheid
, Je moet hersenen zien als archief = herinneringen en ervaringen
zitten erin
Onbewuste dingen komen terug naar boven= bv geur van koekjes
die je vroeger veel at
Bv als je in je brein pijn en verdriet hebt zitten over mislukte relaties
dan ga je minder open zijn om een nieuwe relatie aan te gaan
1.2.2 je zelfgevoel/ zelfbeeld
Jouw identiteit en de betekenis die je eraan geeft wordt gevormd door
waarnemingen van anderen, de boodschappen over jezelf en de
communicatiestijl
Vertrouwen, respect, doorgegeven van liefde en vertrouwen, relationele
vaardigheden, schuld(gevoel) of loyaliteit worden bepaald door je
zelfbeeld
Bv mensen geven complimenten-> goed zelfbeeld
Dingen verkeerd interpreteren = invloed zelfbeeld
Bv je denkt dat iemand je niet mag, je wordt onzeker over jezelf
Zelfgevoel is het gevoel dat je over jezelf hebt, zelfbeeld is hoe je jezelf
ziet
Bv zelfbeeld als autonome persoon = waardering in individualistische
cultuur
Bv collectivistische culturen= zelfbeeld gelinkt aan verbondenheid met
familie
Communicatiestijl bepaald ook zelfbeeld
Bv iemand zegt al lachend je praat wel veel he = goed bedoeld,
goed zelfbeeld
- Zelfbeeld hangt nauw samen met culturele groepswaarden
Bv je hebt een vriendengroep die veel complimenten geeft = goed
zelfbeeld
Groepswaarden = wat de groep belangrijk vind
Bv als je als kind hebt ervaren dat je nooit gerespecteerd werd, geen recht
had op een eigen mening of inbreng = invloed op zelfbeeld
Je vind het nu moeilijk om op de voorgrond te treden, je eigen
mening te uiten en te verdedigen
1.2.3 Verwachtingen
Naar elke situatie neem je een aantal verwachtingen mee en dat
beïnvloed je luisteren
Hoofdstuk 1: Alles begint met luisteren
1.1 Het belang van ‘Luisteren’
‘Een mens heeft twee oren en één mond, om twee keer zoveel te luisteren
dan te praten’- Confucius
Betekenis: luisteren is belangrijker dan praten, zeker als hulpverlener
Jij mag zelf nooit met een oplossing komen de cliënt moet dat altijd
doen. Jij moet alleen luisteren
Er zijn veel dingen die luisteren kunnen beïnvloeden
Bv omgevingsgeluid, je verstaat de persoon niet, je bent te moe om te
kunnen opletten,…
Je moet je bewust zijn van wat je luisteren beïnvloed-> waarom je je job
niet goed kunt doen
Moeten luisteren om te begrijpen -> niet om te antwoorden
Begrijpen, antwoorden en uitpraten en stilte accepteren
Luisteren is een bewustwording van jezelf, de ander en wat er tussen
beide gebeurd
- Geen antwoord of advies geven-> zo stopt het gesprek
- Bewust zijn van triggers -> Waarom kan ik niet goed luisteren?
- Zaken hebben invloed bv afstand, stemgeluid
- Bewustwording van de ander -> bv net ruzie gehad = gesprek is
anders
- Je communiceert vanaf het begin -> Bv hoe je hallo zegt beïnvloed
het gesprek
Je moet je dus bewust zijn van alle handelingen en dingen die je zegt
want dat beïnvloed je gesprek
- Professioneel luisteren? Je moet wetenschappelijk onderbouwde
kennis hebben
- Jij bent het instrument = je hebt alleen jezelf-> Je brein, je
persoonlijkheid,…
Moeten daarom goed weten wie we zijn
Hoe zet je jezelf in?
- Steeds teruggaan naar de kern -> Wat wilt persoon echt zeggen?
Bv kern is dat het moeilijk gaat -> wat heeft de persoon dan echt
nodig?
, - Openstellen-> onbevooroordeeld naar mensen luisteren en je staat
open voor elke persoon
- Luisteren naar wat de persoon echt te zeggen heeft
Bv Man zegt dat hij het niet eens is dat hij hier zit = hij is tegen de
maatschappij
Zie je aan non verbale en verbale communicatie
- Daarna reageren
Bv bijvragen stellen en gesprek op gang brengen
- Luisteren om te begrijpen
Je moet je bewust worden van je eigen referentiekaders en
waarnemingsfilters
Referentiekader: Alles wat jij jij maakt = bv school, opvoeding, welke
boeken ik bv gelezen heb
Dingen waar je naar refereert in het leven
= onze hersenen filteren al een paar dingen en zo zijn er veel
waarnemingsfilters
Bv je zit in de klas en je hoort het geluid van het bord na een tijd
niet meer
Hersenen filteren dat weg
1.2 Waarnemingsfilters en referentiekaders
Door alles bij elkaar krijgen we een persoonlijke waarheid= die is voor
iedereen anders
Cliënt heeft eigen waarheid-> Kijkt naar de wereld vanuit een ander
beeld
Jij en de persoon met wie je in interactie gaat kleuren het gesprek
= bepalen hoe de communicatie ervaren en ingevuld wordt om het daarna
terug te vertalen
- Wij interpreteren continu alles = moeten constant vragen of het juist
interpreteren
Niet wetende houding aannemen
Door onze waarnemingsfilters krijgen we een gefilterde interpretatie van
de werkelijkheid
Hoe worden waarnemingsfilters gevormd?
- Alles wat je in je leven hebt meegemaakt
Ervaringen, gevoelens, herinneringen, vooroordelen, angsten,…
- Dynamisch gegeven
- Iedereen krijgt persoonlijke gefilterde waarheid
, Bv cliënt verteld iets wat jij ook meegemaakt hebt-> Jij gaat
focussen op erkenning-> De rest van het verhaal verdwijnt
Herinneringen maken eigen waarheid
Bv we hebben nu een beeld over de opleiding maar die kan als we
afstuderen helemaal anders zijn
jij merkt zaken op die een ander niet opmerkt
bv je kijkt naar het nieuws en met een bepaald vooroordeel en je hoort
dingen die je vooroordeel ondersteunen-> We willen altijd bevestiging
krijgen
Mensen met een ander vooroordeel gaan dat bv niet horen
Niet iedereen verwerkt dezelfde prikkels
Mensen die hoog sensitief zijn verwerken meer prikkels
Het kan ook dat mensen allebei gelijk hebben vanuit hun eigen perspectief
Bv jij zit het als een 6 maar omgekeerd is het een 9
Je moet het dus kunnen erkennen en verplaatsen in zijn/ haar
perspectief
Je wilt weten (in deze context) waarom het voor hen een 9 is
We hebben allemaal andere info in ons leven gehad
Daarom bekijken wie iets op die manier en de andere op een andere
manier
Hoe kom ik aan deze info? (bv Hoe komt het dat ik een 6 zie)
- We moeten ons hier als hulpverlener heel bewust van zijn en ook
nadenken hoe dat wij aan die info komen
Waarnemingsfilters = representatiesystemen
Factoren die de waarneming van de werkelijkheid beïnvloeden:
- Je voorgeschiedenis
- Je zelfgevoel
- Je verwachtingen
- Je zintuigen
- Je evaluatieve filters: waarden en normen
- De context
- De taal
1.2.1 voorgeschiedenis
Bewuste en onbewuste ervaringen beïnvloeden je waarneming van de
werkelijkheid
, Je moet hersenen zien als archief = herinneringen en ervaringen
zitten erin
Onbewuste dingen komen terug naar boven= bv geur van koekjes
die je vroeger veel at
Bv als je in je brein pijn en verdriet hebt zitten over mislukte relaties
dan ga je minder open zijn om een nieuwe relatie aan te gaan
1.2.2 je zelfgevoel/ zelfbeeld
Jouw identiteit en de betekenis die je eraan geeft wordt gevormd door
waarnemingen van anderen, de boodschappen over jezelf en de
communicatiestijl
Vertrouwen, respect, doorgegeven van liefde en vertrouwen, relationele
vaardigheden, schuld(gevoel) of loyaliteit worden bepaald door je
zelfbeeld
Bv mensen geven complimenten-> goed zelfbeeld
Dingen verkeerd interpreteren = invloed zelfbeeld
Bv je denkt dat iemand je niet mag, je wordt onzeker over jezelf
Zelfgevoel is het gevoel dat je over jezelf hebt, zelfbeeld is hoe je jezelf
ziet
Bv zelfbeeld als autonome persoon = waardering in individualistische
cultuur
Bv collectivistische culturen= zelfbeeld gelinkt aan verbondenheid met
familie
Communicatiestijl bepaald ook zelfbeeld
Bv iemand zegt al lachend je praat wel veel he = goed bedoeld,
goed zelfbeeld
- Zelfbeeld hangt nauw samen met culturele groepswaarden
Bv je hebt een vriendengroep die veel complimenten geeft = goed
zelfbeeld
Groepswaarden = wat de groep belangrijk vind
Bv als je als kind hebt ervaren dat je nooit gerespecteerd werd, geen recht
had op een eigen mening of inbreng = invloed op zelfbeeld
Je vind het nu moeilijk om op de voorgrond te treden, je eigen
mening te uiten en te verdedigen
1.2.3 Verwachtingen
Naar elke situatie neem je een aantal verwachtingen mee en dat
beïnvloed je luisteren