Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages
Summary

Samenvatting VOLLEDIGE SMV EXAMEN HISTOPATHOLOGIE - PARTIM HISTOPATHOLOGIE

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages

Dit is een VOLLEDIGE samenvatting met alle te kennen leerstof voor het vak Histopathologie partim histopathologie. Dit is 1 van de 3 partims van dit vak (de andere 2 zijn Neoplasie en Weefselbiomechanica). Dit document bevat gedetailleerde en duidelijke notities uit de lessen, leerstof uit de powerpoint en alle nodige afbeeldingen. Aangezien op het examen geen microscopische weefselfoto's bevraagd worden staan deze er niet bij, maar indien er info over de foto's is die je wel moet kennen is dit toegevoegd.

Content preview

Histopathologie: PARTIM histopathologie
Inhoudstafel:

- Pathologie vd cel
- Repair en regeneratie
- Hemodynamische stoornissen
- Inflammatie en immunopathologie

HOOFDSTUK 1: PATHOLOGIE VAN DE CEL

Homeostase: evenwicht
tss functie & structuur

Adaptatie: reversibele
functionele &
structurele respons →
nieuwe steady state

Celschade: reversibel of
irreversibel

Celdood: fysiologisch
en pathologisch




1. Adaptatie v cellulaire groei en differentiatie
= reversibele respons op extreme fysiologische stress of pathologische stimuli (ziek)
 Veranderingen in celgroei, celgrootte of differentiatie
 Intracellulaire accumulatie
 Diverse moleculaire mechanismen

Hypertrofie = toename vd celgrootte & dus vh volume vh orgaan
 verhoogde synthese v structurele componenten v in de cellen
bvb. Spieren: +++ myofilamenten, dus 1 spiercel kan ++ werk verrichten dan normale

 Fysiologische hypertrofie: bij gezonde mens
 Pathologisch hypertrofie: defect/ziekte

 Adaptatiemechanismen hebben grens, kan niet blijven groeien!!!  leidt tot celschade of
celdood (hartfalen)



Hyperplasie = toename vh aantal cellen in orgaan of weefsel
 proliferatie v mature cellen oiv groeifactoren/regeneratie afkomstig v stamcellen

1

,  Fysiologische hyperplasie
 komt vaak samen met fysiologische hypertrofie voor
o Hormonale hyperplasie: borstklier bij borstvoeding  dr hormonale
stimulatie vermindert stroma (dus andere verhouding), hebt meer lobuli &
klierbuisjes, grotere cellen die gaan uitpuilen in lumen, meer secretoire act
o Compensatoire hyperplasie: compenseert vr verlies/schade v stuk orgaan,
overblijvende doet hyperplasie om functie op te vangen, typisch lever. Massa
& hvlhd leverweefsel bereikt ong weer hetzelfde met zelfde werking, maar
niet meer dezelfde vorm!!
 Pathologische hyperplasie
o Extreme hormonale stimulatie of groeifactoren: bvb bij endometrium bij post-
menopausale vrouwen  verhouding verstoord dr aantal klierbuizen> stroma
o Normale controlemechanismen v celgroei
 kan evolueren nr endometriumcarcinoom  gn hyperplasie meer, toename cellen
zonder controle. Kan dus voeding zijn vr ontaarding.
 bvb verruca vulgaris (wrat): huid met uitstulpingen, bekleed met keratine, neemt
enorm toe

Atrofie = afname v volume v/e orgaan of weefsel dr afname in celgrootte & aantal cellen
 verminderde eiwitsynthese & verhoogde eiwitafbraak in cellen
 cel kan minder werk aan in vergelijking met een normale cel

 Fysiologische atrofie
 Pathologische atrofie

Oorzaken: verminderde werkbelasting, denervatie atrofie, ischemie, onvoldoende voeding,
verlies v endocriene stimulatie, druk (bvb speekseltumor, druk op organen errond)

Bvb. Borstklier bij post-menopausale vrouw: +++ stroma (veel vet & bindw), actieve units
secreteren de klierbuizen die in aantal gaan verminderen, vooral afvoergangen blijven over

Metaplasie = reversibele wijziging waarbij een gedifferentieerd celtype vervangen w dr een
ander gedifferentieerd celtype.
 Adaptatiemechanisme: cellen passen aan ad schadelijke prikkel
 bij PRECURSORCELLEN!! (ongedifferentieerd): altijd herprogrammering stamcellen
 oiv cytokines, groeifactoren en extracellulaire matrixcomponenten

Squameuze metaplasie bij rokers: functieverlies, maligne transformatie mogelijk
 trilhaardragend cilindrisch epitheel vervangt door rook in squameus epitheel
 als precursorletsels vr invasief plaveiselcelcarcinoom

Barrett Oesophagus (=slokdarm): bij blootstelling aan maagzuur (reflux: GERD, maagzuur
neigt nr uiteinde slokdarm) w plaveiselsepitheel vd distale slokdarm vervangen door
glandulair epitheel (gastrisch/intestinaal). Plaveiselepitheel is bestand tgn uitwendige druk,
maar nt tgn chemische stoffen zoals maagzuur  w vervangen door glandulair epitheel.

2

,Diagnose: endoscopie en biopsie: scherpe afgrenzing tss slokdarmepith & maagepith is weg,
slijmt glanst tot hoog id slokdarm & vervangt wit epitheel
 verhoogd risico op slokdarmadenocarcinoom: follow-up
 laaggradige en hooggradige dysplasie

Behandelen: lokaal, stuk epitheel wegsnijden id dysplastische zone. Is irreversibel maar wel
vroegtijdig aan te pakken. Bij hooggradige: chemo, radiotherapie, resectie

Intracellulaire accumulaties

Wat?
 normale cellulaire componenten (lipiden, eiwitten, glycogeen, hyalien)
 abnormale endogene of exogene producten
 pigment
Hoe?
 Abnormaal metabolisme van normale endogene substantie: endogeen product w
meer/sneller aangemaakt en metabolisme kan niet mee -> hierdoor opstapeling v
endogeen product id cel
 Gebrek aan/fout in specifiek enzyme: genetisch defect tast bep enzymen in
metabolisme aan waardoor dit nt werkzaam is/weg is —> complexere substraten &
kunnen nt afgebroken w, zorgt vr opstapeling  ziet dit bij stapelingsziektes
 Mutaties die wijzigingen in eiwitaanmaak en -transport veroorzaken: eiwit met
mutatie in coderend dna  gedraagt/vouwt anders, transport op verkeerdere plaats
en w op verkeerde manier verwerkt. Blijven zitten & stapelen op
 Depositie van een abnormaal exogeen product: exogene producten die in cel komen
w niet afgebroken dus stapelen op
Soorten:

- Lipiden: steatose (lever), opstapeling vetcellen
 abnormaal metabolisme
- Glycogeen storage diseases (glycogenosis): genetische ad, = deficiëntie in 1 vd
enzymen betrokken bij synthese/afbraak v glycogeen. De mate v uitbreiding v
glycogeenstapeling is afhankelijk v weefseldistributie vh specifieke enzym.
 fout in enzyme
- Pigment:
o Exogeen: anthracosis thv longparenchym & pulmonale lymfeklieren door
koolstof id lucht  koolstofdeeltjes & zwart pigment blijven steken want
macrofagen nemen pigment op en transporteren nr lymfeklieren, tatoeage
met opname v pigment in dermale macrofagen
o Endogeen: lipofuscine: geel-bruin slijtagepigment cellulaire veroudering,
hemosiderine: goudgeel afbraakprod v hemoglobine met ijzerstapeling
- Eiwitten: beenmerg met plasmabollen die heel actief immunoglobulines aanmaken
(=Russell body).

3

, α-1-anti-trypsine deficiëntie: autosomaal recessieve ad, mutatie veroorzaakt
abnormaal eiwit: accumulatie hiervan in ER v hepatocyten. Functie: inhibitie v
proteasen (longlymfesysteem)


2. Celschade en celdood

Celschade: 7 oorzaken

 Hypoxie: ischemie, onvoldoende oxygenatie van het bloed, verminderde capaciteit
van bloed om zuurstof te vervoeren, ernstig bloedverlies
 Fysische agentia: mechanisch trauma, temperatuur, drukveranderingen, bestraling,
elektrische schok
 Chemische agentia: glucose of zout, gif, industrieel, recreatief, therapeutisch
 Infectieus
 Immunologisch: auto-immuunziekten, immuunreacties tegen micro-organismen of
exogene substanties
 Genetisch: deficiënties in functionele eiwitten, variaties in genetische achtergrond
kunnen gevoeligheid v cellen vr bepaalde chemische stoffen of andere beïnvloeden
 Nutritioneel onevenwicht: vitaminedeficiënties, onder- en over nutritie


Reversibele celschade

Irreversibele celschade = celdood

 mag nt blijven bestaan, geeft anders schade door ad dochtercellen + risico op KA tumor

 Fysiologisch: apoptose
Cellen elimineren die nt langer nodig zijn. Homeostatisch mechanisme om
celpopulaties te onderhouden in weefsels
o Embryogenese: fase bij vw vliezen tss vingers en tenen, vormen holte in
organen
o Involutie v hormoondependente weefsel bij hormoondeprivatie:
borstklierweefsel bij postmenopausale vrouwen of bij borstvoeding
o Celdeletie in prolifererende celpopulaties
o Eliminatie v self-reactive lymfocyten = wbc/immuuncellen die reageren tgn
lichaamseigen bestanddelen, mag niet (er w constant zulke cellen afgebroken
in lichaam)
 auto-immuunziekte
o Eliminatie v cellen die hun functie vervuld hebben
Bvb. Colonepitheel: epitheel vernieuwt constant, cellen komen nr boven & oudste
verdwijnen vanboven dr apoptose, maken plaats vr nieuwe cellen  ‘Celshedding’
 Pathologisch: necrose of apoptose
Cellen met onherstelbare schade elimineren zonder gastheer reactie uit te lokken

4

Document information

Study
Uploaded on
May 30, 2026
Number of pages
35
Written in
2025/2026
Type
Summary
$23.77

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
11
Followers
0
Items
4
Last sold
3 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions