Les 1: Herhaling
2
Les 2: Excel functies
3-5
Les 3: Aggregaties met voorwaarden
6-7
Les 4: Analyses maken – het Salesrapport
8
Les 5: Draaitabellen & analyses maken
9-11
Les 6: Power Tables (Herhaling BIF)
12-…
Les 7: What-if analyses xx-
xx
1
,BUSINESS INTELLIGENCE ADVANCED (BIA)
Les 1: Herhaling
1.1 Werken met tabellen
Hoe maak je een tabel?
1. Selecteer uw gegevensbereik: selecteer het gegevensbereik dat u wilt
converteren naar een tabel, inclusief kopteksten
2. Tabel invoegen
a. Ga naar het tabblad Insert op het lint
b. Klik op Table
c. Bevestig het bereik en vink het vakje aan voor ‘My Table has
headers’
d. Klik op OK
1.2 Gestructureerde verwijzingen
In een Excel-tabel (dus als je data hebt omgezet naar een tabel via
Invoegen tabel, kan je werken met kolomnamen in plaats van cellen
o Zonder tabel: =G2 - H2
o Met tabel: =[@Sales] - [@Cost]
Wat betekent wat?
[Sales] => de hele kolom ‘sales’
o Wanneer je iets wil doen met alle waarden in die kolom
[@Sales] => de waarde in dezelfde rij
o Neem de waarde uit deze rij in de kolom Sales
1.3 Enkele handige Excel-snelkoppelingen
Ctrl Space Selecteer een volledige kolom
Shift Space Selecteer een volledige rij
Shift + end + Selecteer elke gevulde cel vanaf huidige positie in richting
pijltje van de pijl
Ctrl A Selecteer een volledige tabel
Ctrl C Copy
Ctrl X Cut
Ctrl V Past
Ctrl - Geselecteerd gebied volledig verwijderen
Ctrl + Nieuwe (lege of gekopieerde) cellen invoegen
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------
EXCEL: HERHALINGSOPDRACHT
2
, BUSINESS INTELLIGENCE ADVANCED (BIA)
Les 2: Excel functies
2.1 Één-op-veel Relaties
Een één-op-veel relatie = één item in tabel A hoort bij meerdere items in tabel
B
Vb. één klant kan meerdere bestellingen doen, maar één bestelling hoort
bij één klant
o Customer = één-zijde
Bevat unieke klanten en elke klant heeft een unieke ID
(CustID)
o OrderDetails = veel-zijde
Bevat alle bestellingen en de CustomerID kan meerdere keren
voorkomen (want één klant heeft meerdere orders)
2.2 Zoekfuncties
Zoekfuncties = je zoekt naar een waarde in een kolom/rij van een tabel en
retourneert een overeenkomstige waarde uit hetzelfde gebied
VLOOKUP – HLOOKUP – XLOOKUP
2.2.1 VLOOKUP
VLOOKUP = zoek een waarde in een tabel en geef iets terug uit diezelfde rij
=VLOOKUP(lookup_value; table_array; col_index_num; [range_lookup])
Lookup_value: Wat wil je zoeken?
Table_array: Waar moet Excel zoeken? (de tabel)
Col_index_num: Welke kolom wil je terugkrijgen?
[range_lookup]: Exact of ongeveer zoeken
o False: exacte match
o True: benaderde match
Belangrijke regels!
De waarde die je zoekt, moet in de eerste kolom van je tabel staan
Je kan alleen naar rechts zoeken, want col_index_num telt vanaf links
2.2.2 HLOOKUP
HLOOKUP = zoek horizontaal (van links naar rechts) in een tabel
VLOOKUP = kolommen (verticaal ↓)
HLOOKUP = rijen (horizontaal →)
=HLOOKUP(lookup_value; table_array; row_index_num; [range_lookup])
Lookup_value: Wat wil je zoeken?
Table_array: Waar moet Excel zoeken? (de tabel)
Row_index_num: Welke rij wil je terugkrijgen?
[range_lookup]: Exact of ongeveer zoeken
o False: exacte match
o True: benaderde match
3