‘
,Inhoudstafel
College 1: Introductie tot de gescheidenis van opvoeding en vorming
College 2: Theorievorming binnen historische pedagogiek 1: het omslagdenken en de ontdekking van
het kind (Philippe Ariès en Lea Dasberg)
College 3: Theorievorming binnen historische pedagogiek 2: Disciplinering, het beschavingsoffensief
en de grammatica van de verschoolsing: Michel Foucault, Norbert Elias & Larry Cuban/David Tyack
College 4: De vroege wortels tot aan het humanisme (Desiderius Erasmus – Michel de Montaigne –
Juan Luis Vives)
College 5: De verlichting - Deel 1: Over het politieke van opvoeding en onderwijs
College 6: De verlichting - Deel 2: Jean- Jacques Rousseau: Opvoeding, onderwijs en
cultuurpessimisme
College 7: Daniel Tröhler: romantiek Pestalozzi
College 8: De reformpedagogiek – Deel 1
College 9: De reformpedagogiek – Deel 2
College 10: Geschiedenis van opvoeding en onderwijs in België
College 11: Geschiedenis van opvoeding en onderwijs in Belgisch-Congo
2
,Introductie tot de geschiedenis van opvoeding en vorming
1. Pedagogisering: schoolvoorbeeld
Pedagogisering werd in de jaren 1960 ontwikkeld door een Duitse historicus en later verder
uitgewerkt door de Vlaamse historisch-pedagogen Frank Simon en Marc Depaepe. Het is een
historisch concept dat beschrijft hoe maatschappelijke problemen steeds vaker worden benaderd als
opvoedkundige of onderwijsproblemen.
Verkeersopvoeding
Een duidelijk voorbeeld hiervan is de verkeersopvoeding.
Eind 19e eeuw verschenen de eerste auto’s in de westerse
samenleving, en begin 20e eeuw nam het aantal auto’s
sterk toe.
→ Dit leidde tot veel verkeersongevallen met dodelijke
slachtoffers. In plaats van bijvoorbeeld het aantal auto’s
te beperken of de infrastructuur drastisch aan te passen,
werd de oplossing gezocht in het onderwijs: kinderen
moesten leren hoe ze zich veilig in het verkeer moesten
gedragen.
Oplossing: De school Kinderen werden aangeleerd voorzichtig te zijn, verkeersregels te volgen en
zich aan gedragscodes te houden. Dit toont een typische tendens van pedagogisering: bij een nieuw
maatschappelijk probleem kijkt men naar opvoeding en onderwijs als oplossing.
Genderbias
Daarnaast laat verkeersopvoeding zien dat
opvoedingsmateriaal niet alleen kennis overdraagt,
maar ook waarden en normen.
In sommige leerboekjes zat bijvoorbeeld een
duidelijke genderbias: jongens werden voorgesteld
als sterk en weerbaar, meisjes als zwakker en
kwetsbaarder.
→ Teksten en leermiddelen weerspiegelen dus niet enkel de werkelijkheid, maar helpen ook mee om
maatschappelijke opvattingen en rollenpatronen te creëren en te versterken.
*Pedagogisering als gevolg voor een curriculum:
er worden nieuwe leerinhouden en pedagogische processen ingevoerd om specifieke
maatschappelijke problemen aan te pakken.
Bv. men eerst moet leren en getest worden (zoals bij een rijbewijs) voordat men mag
deelnemen aan het verkeer.
3
, Pedagogisering is het historische proces waarbij maatschappelijke problemen steeds meer worden
herleid tot opvoedings- en onderwijsproblemen, waardoor de verantwoordelijkheid voor hun oplossing
in belangrijke mate bij de school en de opvoeding van de nieuwe generatie wordt gelegd.
Met andere woorden: wanneer er zich een maatschappelijk probleem voordoet, verwacht men dat
onderwijs en opvoeding het zullen oplossen door mensen (vooral kinderen) anders te vormen en te
sturen.
2. Pedagogisering is een kwantitatief en kwalitatief proces
2.1 Kwantitatief proces
→ Het kwantitatieve aspect verwijst naar het feit dat steeds meer mensen en gedurende een steeds
langere periode naar school gaan:
• Sinds ongeveer 150 à 200 jaar leven we in een samenleving waarin schoolgaan de norm is.
• In de 19e en begin 20e eeuw werd leerplicht ingevoerd (bijvoorbeeld in Frankrijk in 1888; in
België na de Eerste Wereldoorlog, in 1918).
• Sindsdien gaan steeds meer kinderen, jongeren en jongvolwassenen naar school:
kleuterschool, lager onderwijs, secundair onderwijs en hoger onderwijs.
• Daarnaast volgen ook volwassenen steeds vaker cursussen.
• Er ontstaan steeds meer pedagogische instituten, zoals avondonderwijs en onderwijs voor de
derde leeftijd.
• De verwachting is niet langer dat leren stopt na het middelbaar onderwijs: we spreken vandaag
over levenslang leren.
• Mensen brengen dus een steeds groter deel van hun leven door in onderwijscontexten.
→ het kwantitatieve luik gaat over de uitbreiding van onderwijs in tijd, duur en bereik.
2.2 Kwalitatief proces
→ Het kwalitatieve aspect verwijst naar een verandering in de manier waarop we maatschappelijke
problemen benaderen.
• Sociale problemen worden steeds vaker vertaald in pedagogische termen.
• De school krijgt de verantwoordelijkheid om deze problemen op te lossen.
• Met andere woorden: maatschappelijke kwesties worden herleid tot opvoedings- en
onderwijsproblemen.
→ Daarnaast zien we ook een evolutie in opvoedingsmethoden:
• Vroeger werd sterker ingezet op fysieke straffen om gewenst gedrag af te dwingen.
• Onder invloed van de psychologie verschuift dit naar subtielere vormen van beïnvloeding, zoals
belonen, puntensystemen en motivatie.
• Gedrag wordt dus minder via dwang en meer via psychologische sturing gereguleerd.
4
,Inhoudstafel
College 1: Introductie tot de gescheidenis van opvoeding en vorming
College 2: Theorievorming binnen historische pedagogiek 1: het omslagdenken en de ontdekking van
het kind (Philippe Ariès en Lea Dasberg)
College 3: Theorievorming binnen historische pedagogiek 2: Disciplinering, het beschavingsoffensief
en de grammatica van de verschoolsing: Michel Foucault, Norbert Elias & Larry Cuban/David Tyack
College 4: De vroege wortels tot aan het humanisme (Desiderius Erasmus – Michel de Montaigne –
Juan Luis Vives)
College 5: De verlichting - Deel 1: Over het politieke van opvoeding en onderwijs
College 6: De verlichting - Deel 2: Jean- Jacques Rousseau: Opvoeding, onderwijs en
cultuurpessimisme
College 7: Daniel Tröhler: romantiek Pestalozzi
College 8: De reformpedagogiek – Deel 1
College 9: De reformpedagogiek – Deel 2
College 10: Geschiedenis van opvoeding en onderwijs in België
College 11: Geschiedenis van opvoeding en onderwijs in Belgisch-Congo
2
,Introductie tot de geschiedenis van opvoeding en vorming
1. Pedagogisering: schoolvoorbeeld
Pedagogisering werd in de jaren 1960 ontwikkeld door een Duitse historicus en later verder
uitgewerkt door de Vlaamse historisch-pedagogen Frank Simon en Marc Depaepe. Het is een
historisch concept dat beschrijft hoe maatschappelijke problemen steeds vaker worden benaderd als
opvoedkundige of onderwijsproblemen.
Verkeersopvoeding
Een duidelijk voorbeeld hiervan is de verkeersopvoeding.
Eind 19e eeuw verschenen de eerste auto’s in de westerse
samenleving, en begin 20e eeuw nam het aantal auto’s
sterk toe.
→ Dit leidde tot veel verkeersongevallen met dodelijke
slachtoffers. In plaats van bijvoorbeeld het aantal auto’s
te beperken of de infrastructuur drastisch aan te passen,
werd de oplossing gezocht in het onderwijs: kinderen
moesten leren hoe ze zich veilig in het verkeer moesten
gedragen.
Oplossing: De school Kinderen werden aangeleerd voorzichtig te zijn, verkeersregels te volgen en
zich aan gedragscodes te houden. Dit toont een typische tendens van pedagogisering: bij een nieuw
maatschappelijk probleem kijkt men naar opvoeding en onderwijs als oplossing.
Genderbias
Daarnaast laat verkeersopvoeding zien dat
opvoedingsmateriaal niet alleen kennis overdraagt,
maar ook waarden en normen.
In sommige leerboekjes zat bijvoorbeeld een
duidelijke genderbias: jongens werden voorgesteld
als sterk en weerbaar, meisjes als zwakker en
kwetsbaarder.
→ Teksten en leermiddelen weerspiegelen dus niet enkel de werkelijkheid, maar helpen ook mee om
maatschappelijke opvattingen en rollenpatronen te creëren en te versterken.
*Pedagogisering als gevolg voor een curriculum:
er worden nieuwe leerinhouden en pedagogische processen ingevoerd om specifieke
maatschappelijke problemen aan te pakken.
Bv. men eerst moet leren en getest worden (zoals bij een rijbewijs) voordat men mag
deelnemen aan het verkeer.
3
, Pedagogisering is het historische proces waarbij maatschappelijke problemen steeds meer worden
herleid tot opvoedings- en onderwijsproblemen, waardoor de verantwoordelijkheid voor hun oplossing
in belangrijke mate bij de school en de opvoeding van de nieuwe generatie wordt gelegd.
Met andere woorden: wanneer er zich een maatschappelijk probleem voordoet, verwacht men dat
onderwijs en opvoeding het zullen oplossen door mensen (vooral kinderen) anders te vormen en te
sturen.
2. Pedagogisering is een kwantitatief en kwalitatief proces
2.1 Kwantitatief proces
→ Het kwantitatieve aspect verwijst naar het feit dat steeds meer mensen en gedurende een steeds
langere periode naar school gaan:
• Sinds ongeveer 150 à 200 jaar leven we in een samenleving waarin schoolgaan de norm is.
• In de 19e en begin 20e eeuw werd leerplicht ingevoerd (bijvoorbeeld in Frankrijk in 1888; in
België na de Eerste Wereldoorlog, in 1918).
• Sindsdien gaan steeds meer kinderen, jongeren en jongvolwassenen naar school:
kleuterschool, lager onderwijs, secundair onderwijs en hoger onderwijs.
• Daarnaast volgen ook volwassenen steeds vaker cursussen.
• Er ontstaan steeds meer pedagogische instituten, zoals avondonderwijs en onderwijs voor de
derde leeftijd.
• De verwachting is niet langer dat leren stopt na het middelbaar onderwijs: we spreken vandaag
over levenslang leren.
• Mensen brengen dus een steeds groter deel van hun leven door in onderwijscontexten.
→ het kwantitatieve luik gaat over de uitbreiding van onderwijs in tijd, duur en bereik.
2.2 Kwalitatief proces
→ Het kwalitatieve aspect verwijst naar een verandering in de manier waarop we maatschappelijke
problemen benaderen.
• Sociale problemen worden steeds vaker vertaald in pedagogische termen.
• De school krijgt de verantwoordelijkheid om deze problemen op te lossen.
• Met andere woorden: maatschappelijke kwesties worden herleid tot opvoedings- en
onderwijsproblemen.
→ Daarnaast zien we ook een evolutie in opvoedingsmethoden:
• Vroeger werd sterker ingezet op fysieke straffen om gewenst gedrag af te dwingen.
• Onder invloed van de psychologie verschuift dit naar subtielere vormen van beïnvloeding, zoals
belonen, puntensystemen en motivatie.
• Gedrag wordt dus minder via dwang en meer via psychologische sturing gereguleerd.
4