alleen een afgeleide zijn van een omvattende kwalificatiestructuur, maar die ook sterk bepaald
zijn door een aantal leeftijdsgrenzen.
1. Het basisonderwijs
Basisonderwijs
• Basisonderwijs= kleuter- en lager onderwijs.
• Kleuter- en lager onderwijs als één pedagogisch geheel zien, met het oog op de
ontwikkeling van kinderen tot de leeftijd van 12 jaar.
• Weekrooster basisonderwijs: 28 lesuren (van 50 min.)
• Onderwijs in de basisschool moet gratis zijn, dus het bereiken van eindtermen mag geen
kosten met zich meebrengen. Voor andere kosten werd een maximumfactuur ingevoerd.
Personeel in het basisonderwijs:
• Het bestuurs- en onderwijzend personeel (directie en onderwijzend personeel)
• Paramedisch personeel (kinderverzorgers)
• Beleids- en ondersteunend personeel (administratief medewerker, zorgcoördinator en
ICT-coördinator en een beleidsondersteuner)
1.1. Het kleuteronderwijs
• Startleeftijd kleuteronderwijs:
o Tussen 2,5 en 3 jaar: 7 instapmomenten
o Vanaf 3 jaar: kunnen elk moment instappen
• Minimum 290 halve dagen in KO voor overstap naar LO
• Ontwikkelingsdoelen
o Obv ontwikkelingsdoelen werken kleuterscholen leerplannen uit, die meestal
door de koepels aangereikt worden
• Einde van de kleuterschool: de KOALA-test (sinds 2021)
o Verplichte test om zo vroeg mogelijk schoolse achterstand te voorkomen en om
het Nederlands op school te versterken.
1.2. Het lager onderwijs
• Belangrijk decreet -> decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997
, o Vooruitstrevend decreet: differentiatie, alternatieve indelingen van klassen en
flexibele inzet van leraren…
• Kinderen van 6 tot 12 jaar
• Zes leerjaren, maar jaarklas mag doorbroken worden
o vb.: leefgroepen of vakleraren voor één specifiek vak
• Ouder zijn vrij in het kiezen van een school (Vrije schoolkeuze).
o Vlaamse OH is verplicht ervoor te zorgen dat er binnen een straal van 4 km altijd
een school ‘naar keuze’ voorhanden is.
o Als de afstand niet haalbaar is, dan komt de OH tegemoet in de kosten voor het
schoolvervoer naar een school naar keuze.
• Voor start van het lager onderwijs kan bij een leerling een niet-verplichte taalscreening
uitgevoerd worden om na te gaan welk niveau Nederlands iemand heeft. Indien nodig
een taalbad van maximum 1 jaar met als doel zo snel mogelijk in een ‘normale’ klas.
• Anderstalige nieuwkomers krijgen automatisch een taalproject aangeboden.
• Klassenraad beslist of een regelmatige leerling in voldoende mate de
leerplangebaseerde eindtermen heeft bereikt. Indien bereikt -> getuigenschrift voor het
basisonderwijs.
1.3. Buitengewoon onderwijs
• Sinds het M-decreet gebeurt de doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs obv
een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs dat door een centrum voor
leerlingenbegeleiding (CLB) wordt afgeleverd. (IAC- verslag)
o Enkel doorverwijzing wanneer redelijke aanpassingen in gewoon basisonderwijs
niet mogelijk of wenselijk zijn
• Decreet Leersteun
o IAC-verslag (individueel aangepast curriculum)
o Met een IAC – verslag: naar gewoon onderwijs (redelijke aanpassingen) of
buitengewoon onderwijs
• Types in het buitengewoon lager onderwijs
o Type basisaanbod: voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften voor wie
het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is
in een school voor gewoon onderwijs
o Type 2: verstandelijke beperking
o Type 3: emotionele of gedragsstoornis (zonder verstandelijke beperking)
o Type 4: motorische beperking
o Type 5: kinderen in een ziekenhuis, preventorium of residentiële setting
o Type 6: visuele beperking