Klinische Chemie
-> Behoort tot de dienst Klinische Biologie
= discipline in de patiëntenzorg die afwijkingen in bloed/lichaamsvochten aantoont via labo-
analyses -> op basis van de afwijkingen zal de klinisch bioloog de behandelende arts bijstaan om
een medische diagnose te stellen en de verdere behandeling te bepalen
Diagnose = bevestigen/verwerpen van een klinische diagnose
Prognose = informatie over waarschijnlijke uitkomst
Monitoring = opvolgen van behandeling /verloop van ziekte
Screening = opsporen van een subklinische toestand
Laboproces: afname tot resultaat (8 stappen)
Laboratoriumanalyse na
ontvangst van de
aanvraag van de arts
-> Elektronische aanvraag
gekoppeld aan LIS
(laboratorium-
informaticaysteem) -> labo
accepteert de aanvraag ->
LIS kent de gevraagde
parameters (> 170 mogelijke parameters) -> LIS stuurt de
resultaten door naar EMD
-> Analysetechnieken:
- Bulk parameters; grote automaten => zo veel mogelijk parameters: potentiometrie,
colorimetrie, turbidimetrie, capillaire zone elektroforese, immunoassays (COBAS 8000)
- Speciale analyses:
o Semi-automatisch: chromatografische analyses, atomaire absorptie (bepaling van
zware metalen), vlamfotometrie (bepaling van Cl- in zweet), osmometer
o Manueel: kleurreactie (salicylaten in urine met FeCl3), dunne laag chromatografie
COBAS 8000
Core unit: in-/uitladen van stalen: 1000 stalen/uur (links van apparaat)
-> Type staal ~ kleurrekje (zwart: kallibratoren, wit: quality controls, grijs: serum/plasma/urine,
roos: volbloed, groen: valsbodembuizen) => machine weet dankzij kleur wat te testen
ISE-module (ion selectieve electrode): concentratie bepaling van elektrolyten (Na+, K+, Cl-)
Principe: elektrolyten verdund en in oplossing geplaatst -> hierin wordt
een interne referentie elektrode gezet en wordt het spanningsverschil
tussen deze en de externe referentie elektrode gemeten -> is specifiek
voor een bepaald elektrolyt
-> Het monster wordt verdund => bij sterk verhoogde hoeveelheid
proteïnen of lipiden is waterfractie verlaagd => alternatieve methode
nodig: directie potentiometrie: bloedgasanalyzers + nadeel? Welke test bij
onbetrouwbare meetwaarde
1
, Module sample buffer (MSB): links van elk analytische module: wachtbuffer waar stalen
wachten voor analyse
Analytical modules:
- c = chemie modules (c702): reagens liggen in cassettes die in rotors liggen-> stalen
worden met vaste naalden gepipetteerd => sneller contaminatie ook al worden ze steeds
gespoeld
-> Fotometrie: lamp zendt licht uit -> wordt op een filter geprojecteerd -> zal lichtgolven
met een bepaalde golflengte doorlaten => wordt op het staal afgevuurd en wat erdoor kan
wordt gemeten=> kleurintensiteit is proportioneel met hoeveelheid eiwit in bloed,
albumine, bilirubine, ALT...
- e = immunochemie: reagens liggen in cassettes met micropartikels die in wegwerpbare
cups liggen
-> Stalen worden met pipettips gepipetteerd
-> Turbidimetrie: lamp zendt licht uit -> licht gaat door een oplossing met je partikels
(ag/ab) en wordt verstrooid => licht dat recht door kan gaan wordt opgevangen op
detector => hoe meer partikels, hoe minder dat licht wordt opgevangen
-> KIMS = Kinetic Interaction of Microparticles in Solution: in het reagens, zitten
antilichamen tegen het te bepalen gemeten stof en micropartikels gecoat met onze te
gemeten stof => gaan in competitie met de vrije stof om aan de antilichamen te gaan
binden => complexen gevormd => meer licht verstrooid
Totale laboratorium automatisering
Netwerk van monster bewerkende en verwerkende instrumenten/toestellen, onderling verbonden
door een transportsysteem en onder controle van een gespecialiseerd besturingsprogramma
-> Pre-analyse: centrifugeren, ontstoppen en aliquoteren (= monster in afzonderlijke delen
verdeeld)
-> Analyse toestellen rechtstreeks gekoppeld
-> Post-analyse: bewaring in koelkast + archivering
Foutbronnen
Pre-analytisch:
Patiëntgebonden:
- Niet-controleerbare variabelen: ras, origine, leeftijd, geslacht, zwangerschap (meer
triglyceriden), drugs, alcohol, roken -> kan parameters doen variëren
- Controleerbare variabelen: houding/positie van patiënt, voeding (nuchter), circadiaans
ritme (tijdstip dag/ seizoen), inspanning
Afname/staal:
- Meestal: plasma/serum/volbloed: cel pathologie weerspiegeling
- Andere vochten: urine, CSV, pleuraal, peritoneaal
-> Per type staal is er een andere kleurcode (afhankelijk van producent) -> afnamevolgorde =
verkeerslichten!!
Kleurcode Type specimen Gebruik Voordeel Nadeel
Serum Bepaling ab, eiwitten =>
Gestold bloed (geen Analyse pas na 30 min:
immuno-assay, /
fibrine) eerst stolling activeren
eiwitelektroforese
Citraat Omkeerbaar: Ca2+ Gebruik niet mogelijk
Capteert Ca2+ en
Stollingsonderzoek overmaat voor Ca2+ en
bivalente kationen
toevoegen elektrolyten bepaling
Li- Anticoagulans -> Onmiddellijke
Heparine versterkt antitrombine Klinische chemie analyse Daling glucose
werking
K2-EDTA Anticoagulans Voorkomt stolling,
Intacte cellen en hemoglobine /
(chelatie Ca2+, Mg) preserveert celvorm
Na-Fluoride Inhibeert in-vitro Niet bruikbaar voor
Vals lage waarden
glycolyse door Glucose bepaling enzymatische
voorkomen
bloedcellen bepalingen
*Chelateren = verwijst naar het proces waarbij een chelaatvormer (molecuul/ion) zich bindt aan
een metaal-ion, waardoor een stabiele ringvormige structuur ontstaat (= chelaat)
-> Afnametechniek:
- Verkeerde tube labeling -> patiënten verwisseling => foutieve behandeling
- Ontsmettingsmiddel niet opgedroogd => hemolyse
2
, - Armspiercontracties => stuwing bloed, hemolyse
- Garrot te lang aanspannen (> 1 min)
- Aard van het vaatbed: veneus// arterieel// capillair
- Vacuüm: te snel optrekken bloed => inductie hemolyse
- Onvoldoende mengen anticoagulans (inversie 5-10x) - NIET schudden
- Foutief anticoagulans: overgieten in andere tube => contaminatie anticoagulans
- Verkeerde afnamevolgorde
Transport/monsterbehandeling:
- Temperatuur: vermijd extremen (radiator), bepaalde parameters moeten op 4°C (ijswater),
andere parameters mogen niet op 4°C, geen volbloed in diepvries
- Schokken/schudden: vermijden want hemolyse, afstellen buispostsysteem
- Afscheiden serum/plasma: glucose daling door in vitro glycolyse, K daling/stijging als niet
op tijd, verwisselingen bij manuele identificatie aliquots
Analytisch:
Malfunctie toestel/analyticus
Imprecisie/inaccuraatheid:
- Precies: meting dicht bij elkaar, wel plaats voor natuurlijke variatie
- Accuraat: nauwkeurigheid, niet afwijken echte waarde
=> Kwaliteitscontroles (QCs):
- Intern: commerciële of zelf bereide controles, dagelijks zelf uitvoeren, controle precisie,
L/M/H (verschillende concentratieniveaus)
- Extern: controles opgestuurd door onafhankelijke instellingen, verplichte deelname en
rapportering, maandelijks, controle juistheid, performantie vergelijken met PEER-groep,
concentratie niet gekend
Analyticus: verkeerde manipulaties, onvoldoende kennis, patiënten verwisseling tijdens
analyse
Interferenties: geneesmiddelen, biotine, HIL:
- Hemolyse = afbraak van erythrocyten door beschadiging van celmembraan =>
vrijkomen van hemoglobine in plasma/serum => plasma heeft een rode kleur-> visueel
zichtbaar
-> Oorzaken: metabole ziektes, chemicaliën, infectieuze agentia, bloed prikken uit
hematomen, ontsmettingsmiddel niet opgedroogd, vacuüm, centrifugecondities, stockage
condities
=> Gevolgen:
1. Concentratieverschillen: vals-verhoogde meetresultaten voor parameters met
hoge intracellulaire concentratie: K+, LDH, AST en ALT
2. Optische verstoring: interferentie van vrijgekomen hemoglobine met
fotometrische analyses
3. Chemische interferentie: competitie met moleculen in de reagentia, inhibitie van
indicator reacties, complexering, proteolyse, precipitatie
4. Volumeverschuiving: verdunningseffect bij zeer sterke hemolyse
- Icterisc = hyperbilirubinemie -> door leverinsufficiëntie, galweg problemen =>
interferentie chemie analyses (hormonen, eiwitten, lipiden…)
-> Oplossing: bilirubine oxidase, verdunning monster, blanking procedure (niet makkelijk)
- Lipemie = turbiditeit (= plasma wordt wit) -> zichtbaar voor het oog -> door de
aanwezigheid van grote lipoproteïne partikels (chylomicronen en VLDL) <- afkomstig van
postprandiale triglyceride stijging (na maaltijd), parenterale lipide infusies en lipide
stoornissen => gevolgen:
1. Spectrofotometrische interferentie door lichtabsorptie en lichtverstrooiing (300-
700 nm)
2. Interferentie door volumedepletie (vals verlaagd voor wateroplosbare moleculen)
3. Interferentie door fysicochemisch mechanisme => abnormale pieken bij
elektroforese of chromatografie, maskeren van bindingsplaatsen op antigen of
antilichaam, verhoogde hemolyse-gevoeligheid: RBC is fragieler door verandering
in fosfolipidemembraan
-> Oplossing: ultracentrifugatie, toevoegen van lipide-klarende stoffen, zoals PEG,
cyclodextrines
3