Virologie
Les 1: virale infecties
Virale ziekten:
- Koortslip laesie → herpes simplex virus
- Huiduitslag → mazelen virus
- Waterpokken → varicella zoster virus
- Wratten → papilloma virus
Diverse stadia van infectieziekten:
Factoren bepalend voor pathogenese:
- Eigenschappen van het virus
o Virulentie (isolaat); cytopathologisch activiteit
o Virale dosis
- Gastheer – lokalisatie van de infectie
o Toegang tot ‘target tissue’
o Cel/weefsel tropisme (receptoren)
o Permissieve cellen (replicatie)
- Immuunsysteem
o Competentie van het afweermechanisme
o Immuniteit
o Genetische factoren
, 2
Preventie en therapie van virale infecties:
- Passieve immunisatie
o Maternale immuniteit
o Antistofpreparaten (hepatitis, rabies)
- Actieve immunisatie: vaccinatie
- Antivirale middelen: behandeling van een virale infectie
Vaccinatie tegen virussen:
- Het rijksvaccinatieprogramma biedt bescherming tegen:
o Poliovirus (P)
o Bof (B)
o Mazelen (M)
o Rodehond (R)
o HBV (HepB)
o HPV
- Er zijn ook vaccins beschikbaar tegen o.a. influenzavirus en HepA virus
Wat kan een virus niet?
- Delen
- Energie produceren
- Zelfstandig overleven
Wat is een virus?
- Een obligaat intracellulaire ‘’parasiet’’ die de machinerie van een gastheer gebruikt
om te repliceren.
- De kern van het virus bestaat uit of RNA of DNA omhuld door een eiwitcapside; dit
nucleocapside kan evt. omhuld zijn door een envelop.
- Klein (diameter van 18 tot 300 nm)
Naakte virussen:
- Capside (eiwitmantel) beschermt het nucleïnezuur
Enveloped virussen:
- Het nucleïnezuur en capside wordt omgeven door een
lipidemembraan /
envelop
, 3
Vergelijking transmissie:
Naakte virussen Membraan-bevattende virussen
Eenvoudige verspreiding (stof, hand-hand) Verspreiding d.m.v. druppels,
transplantaties, bloed
Kan uitdrogen met behoud van Dient vochtig te blijven
infectieusiteit
Bestand tegen condities in maag- Overleeft maag-darmkanaal niet
darmkanaal
Resistent tegen detergentia en riool Cellysis niet noodzakelijk voor verspreiding
Vermeerderingscyclus:
Indeling humane
virussen:
, 4
Picornavirussen:
- Rhinovirussen
- Poliovirus
- Hepatitis A virus
Transmissie van virussen:
- Aërogeen
- Fecaal-oraal
- Contact
- Bloed overdraagbaar
- Seksueel overdraagbaar
- Maternaal-neonataal (verticaal)
- Zoönosen (dier naar mens)
Rhinovirussen: pathogenese van een ‘verkoudheid’:
Les 1: virale infecties
Virale ziekten:
- Koortslip laesie → herpes simplex virus
- Huiduitslag → mazelen virus
- Waterpokken → varicella zoster virus
- Wratten → papilloma virus
Diverse stadia van infectieziekten:
Factoren bepalend voor pathogenese:
- Eigenschappen van het virus
o Virulentie (isolaat); cytopathologisch activiteit
o Virale dosis
- Gastheer – lokalisatie van de infectie
o Toegang tot ‘target tissue’
o Cel/weefsel tropisme (receptoren)
o Permissieve cellen (replicatie)
- Immuunsysteem
o Competentie van het afweermechanisme
o Immuniteit
o Genetische factoren
, 2
Preventie en therapie van virale infecties:
- Passieve immunisatie
o Maternale immuniteit
o Antistofpreparaten (hepatitis, rabies)
- Actieve immunisatie: vaccinatie
- Antivirale middelen: behandeling van een virale infectie
Vaccinatie tegen virussen:
- Het rijksvaccinatieprogramma biedt bescherming tegen:
o Poliovirus (P)
o Bof (B)
o Mazelen (M)
o Rodehond (R)
o HBV (HepB)
o HPV
- Er zijn ook vaccins beschikbaar tegen o.a. influenzavirus en HepA virus
Wat kan een virus niet?
- Delen
- Energie produceren
- Zelfstandig overleven
Wat is een virus?
- Een obligaat intracellulaire ‘’parasiet’’ die de machinerie van een gastheer gebruikt
om te repliceren.
- De kern van het virus bestaat uit of RNA of DNA omhuld door een eiwitcapside; dit
nucleocapside kan evt. omhuld zijn door een envelop.
- Klein (diameter van 18 tot 300 nm)
Naakte virussen:
- Capside (eiwitmantel) beschermt het nucleïnezuur
Enveloped virussen:
- Het nucleïnezuur en capside wordt omgeven door een
lipidemembraan /
envelop
, 3
Vergelijking transmissie:
Naakte virussen Membraan-bevattende virussen
Eenvoudige verspreiding (stof, hand-hand) Verspreiding d.m.v. druppels,
transplantaties, bloed
Kan uitdrogen met behoud van Dient vochtig te blijven
infectieusiteit
Bestand tegen condities in maag- Overleeft maag-darmkanaal niet
darmkanaal
Resistent tegen detergentia en riool Cellysis niet noodzakelijk voor verspreiding
Vermeerderingscyclus:
Indeling humane
virussen:
, 4
Picornavirussen:
- Rhinovirussen
- Poliovirus
- Hepatitis A virus
Transmissie van virussen:
- Aërogeen
- Fecaal-oraal
- Contact
- Bloed overdraagbaar
- Seksueel overdraagbaar
- Maternaal-neonataal (verticaal)
- Zoönosen (dier naar mens)
Rhinovirussen: pathogenese van een ‘verkoudheid’: