- 2L in
o 1L: speekselklier, 2L: maag, 2L: pancreas, 1L: lever, 1,2L: dunne
darm, 4-5L: jejunum, 3-4L: ileum, 0.5L: dikke darm, 2L: rectum
- netto: 200mL uit
speekselsecretie
hoeveelheid geproduceerd vocht:
- 1-1.5 L per dag.
o nuchter (interprandiaal of interdigestief): 0,25 ml/min via submandibulaire speekselklier.
o stimulatie tijdens maaltijd (prandiaal of digestief): 4-5 ml/min vooral via parotis speekselklier.
o 90% door grote speekselklieren, 10% door kleinere speekselklieren verspreid in submucosa mondholte
- twee types acinaire cellen:
o sereuze acini (parotis): 𝞪-amylase (belangrijk vertering koolhydraten) = waterig vocht
o mucineuze acini (sublinguale): mucine glycoproteinen
- speekselklieren vormen heterogene groep ( pancreas) met verschillende samenstelling secreet:
o gl. sublingualis (3): muceus-seromuceus vocht
o gl. submandibularis (2): seromuceus vocht
o gl. parotis (1): waterig sereus vocht (a-amylase)
o kleinere muceuze klieren: muceus vocht (mucine)
speekselsecretie: functie
- functie speeksel
o doorslikken, smaaksensatie, mondhygiëne (wegwassen voedselpartikels, bactericide
werking (lysozyme, IgA), tandbescherming, verteringsfunctie (amylase), beletten
uitdroging slijmvlies
- vorming en samenstelling speeksel
o vocht en ionensecretie
actieve secretie t.h.v. de acini (= basis speekselklier)
modificatie t.h.v. de afvoerwegen
- aanmaak speekselvocht: n. vagus
o parasympatisch zenuwstelsel: M3-cholinerg (n. vagus)
o orthosympatisch zenuwstelsel: a1- adrenerge stimulatie
o peptide zenuwstelsel: purinerg (Substance P en ATP)
- secundaire boodschapper: Ca
- 90% van totale speekselsecretie door grote speekselklieren
- samenstelling verandert afhankelijk van flow rate
o laag: hypotoon (reabsorptie)
o hoog: isotoon (beperkte absorptiecapaciteit?)
bij maaltijd meer waterachtig
- primair vorming Cl- secreet in acini gevolgd door:
o passieve aanvoer kationen via kation-selectieve intercellulaire juncties.
o passieve aanvoer vocht via osmotische gradiënt.: Cl ⟶ zout, Na en water gaan volgen
- re-absorptie Na in ductus is 2 stapsmechanisme
o 1. Na komt apicaal binnen via epitheliaal Na kanaal (ENaC)
o 2. basolaterale Na/K pomp zorg voor extrusive Na
o 3. Cl komt intracellulair via apicale Cl/ HCO3 uitwisselaar.
o 4. Cl verlaat cel via basolaterale CIC-2 Cl-kanalen
- CFTR reguleert zowel Cl reabsorptie als HCO3- secretie bidirectioneel aan apicale zijde
Cl- secretie (actief) Na+ en andere kationen (passief)
, - secretie HCO3-
o 1. Cl-/HCO3- uitwisselaar apicaal
o 2. Na/HCO3- uitwisselaar basolateral
- secretie K
o 3. basolaterale opname via Na/K pomp
o 4. ongekend mechanisme apicaal
- parasympaticus: M3 receptor
o intracellulaire Ca-dependente pathways niet goed gekend
vorming en samenstelling speeksel
- vocht en ionensecretie
o actieve secretie t.h.v. acini
o modificatie t.h.v. afvoerwegen
- proteïne secretie
o proteïnen rijk aan proline: anti-microbieel
o a-amylase (ptyaline), nucleases, peroxidasen etc
o tandreiniging, smaaksensatie, vertering
- mucus (sublinguaal en submandibulair)
o smeren en voorkomen uitdroging slijmvlies
- lysozyme en IgA (witte bloedcellen)
- groeifactoren (EGF, NGF)
- bloedgroepantigenen bij secretoren
fysiologische stimuli van speekselsecretie
a) neurale beïnvloeding:
- tijdens maaltijd parasympatische activatie door Ach met VIP als co-transmitter. (parasympaticus = belangrijkste
modulator!)
o waterig vocht en proteïnerijk
o vasodilatatie van de bloedvaten
- tijdens orthosympatische activatie (stress) is vooral de submandibulaire speekselklier actief.
o transiënt effect
o taai en visceus slijm door vaso-en myoconstrictie
b) de reflexen
- inherent
o mechanische en/of chemische stimulatie
o samenstelling afhankelijk van fysische/chemische aard prikkel
o reflexboog via speekselcentra (hersenstam), 2-3 s latentie
- aangeleerd: “watertanden” (Pavlov reflex)
c) hormonaal
- aldosteron stimuleert absorptie van NaCl en secretie van K+
klinische relevantie
- droge mond
o bij sommige medicatie (antidepressiva, anti-psychotica) = anti-cholinerge bijwerking
o syndroom van Sjögren: auto-immuunziekte met antistoffen tegen speeksel- en traanklieren (beschadiging door
infiltrerende lymfocyten), verminderde secretie met uitdroging mond en ogen.
- overdreven speekselvloed
o zenuwgas of bepaalde insecticiden (= acetylcholinesterase remmers)
o medicatie tegen myasthenia gravis (= acetylcholinesterase remmers)
, maagsecretie
functionele anatomie van de maag
1. superficiële epitheliale cellen: mucus, HCO3
2. muceuze neck cellen: mucus
3. stam/regeneratieve cellen
4. pariëtale (oxytocine) cellen: HCl, IF
5. chief cellen: pepsinogeen
6. endocriene cellen: gastrine
maagsecretie: corpus vs antrum
- maagmucosa: ± 800 cm²
- tubulaire klieren met verschillende celtypes
- corpus:
o zuur, pepsinogeen, IF (intrinsic factor)
o parietale cel (oxyntic cell): HCl + IF
o chief cells of zymogeencellen: pepsinogeen
o mucus secreterende nekcellen: mucus
o endocriene cellen: enterochromaffin-like cells: histamine; D cellen (somatostatine)
D-cellen remmen zuursecretie: somatostatine = belangrijkste inhiberend hormoon
- antrum:
o bevat geen parietale cellen, dus geen zuursecretie
o zymogeencellen (chief cell = hoofdcel): pepsinogeen
o endocriene cellen of enterochromaffin-like cells: G (gastrine, ook in duodenum!) en D (somatostatine) cellen
verschillen met wat we boven in de maag vinden
G cellen gaan gastrine produceren en C cellen gaat somatostatine produceren
=> verschil in endocrien cellen en aanwezigheid pariëtale cellen
de maagsecretie
- 2 liter/d, isotoon met plasma
- basale secretie van Na+ rijk secreet door “niet-parietale” cellen
- geactiveerde secretie van H+ rijk secreet door parietale cellen
- samenstelling maagsap afhankelijk van snelheid van secretie
- basale pH: 4-6 stimulatie: pH < 2
zuursecretie: parietale of oxyntische cellen
- zuursecretie door pariëtale cel in corpus: tubulovesiculaire membranen met H-
K pompen
- bij stimulatie pariëtale cel: herschikking van deze membranen en fuseren met
canaliculaire membraan
- 50-100 x oppervlakte toename met insertie van zuurpomp in canaliculaire membraan
- veel mitochondriën ⟶ tegen grote concentratiegradiënt (pH) in lumen gepompt
- large energy requirement: H+ wordt tegen een 106 concentratie gradiënt (pH 7 to pH 1) uit cel gepompt
zuursecretie en H,K-ATPase
- = apicaal, aan het lumen
- actieve secretie van H+, uitwisseling met K+
- K+ gerecycleerd naar lumen dmv K+ kanalen
- passief transport van Cl-
- ⟶ nettoresultaat = HCl secretie
- pH stijgt in pariëtale cel: passieve opname van CO2 en H2O
o gecompenseerd door nieuwe productie protonen door diffusie CO2
- carbonic anhydrase
o bactericide werking van maagzuur
o remming zuursecretie door “protonpomp remmers” (PPIs)
bij langdurig gebruik: bacteriële overgroei = stinkende maag
- hoe geactiveerd?
o 1. via Ach (via n. vagus) ⟶ Gq (M3 activatie)⟶ PLC ⟶ splitst PIP2 in IP3 (Ca uit ER) en DAG (⟶ PKC) ⟶
activatie protonpomp
o 2. ⟶ gastrine (activeert CCKB receptor) ⟶ activatie PLC ⟶ splitst PIP2 in IP3 (Ca uit ER) en DAG (⟶ PKC) ⟶
activatie protonpomp
o 3. via histamine ⟶ Gs ⟶ adenylaatcyclase ⟶ cAMP⟶ PKA ⟶ zo pomp activeren