Wat is democratie? Paragraaf 1
Nederland is een democratische rechtsstaat. Deze keuzes worden is wetten vastgelegd. De
meeste onderwerpen gaan over algemeen belang. Het nemen van een politieke beslissing kost
veel tijd omdat er meerdere oplossingen zijn. Ze kiezen voor efficiënt besturen of maximale
participatie van burgers. Bij efficiënt besturen kijk je vooral naar doelmatig resultaat. Bij
maximale participatie kies je voor een proces van democratische besluitvorming waarbij
iedereen zijn belangen tellen.
Er zijn twee soorten democratie: directe en indirecte democratie. Vroeger bestond er vooral
directe democratie in kleinere samenlevingen. Hierbij stemde ze op het stadsplan over
belangrijke beslissingen. Als we nu kijken naar directe democratie spreken we van het
referendum: een volksstemming over een bepaald wetsvoorstel.
De meeste democratische landen hebben een indirecte democratie (representatie democratie).
Daarbij kiest het volk vertegenwoordigers die de beslissingen nemen en aan de bevolking
verantwoording moeten afleggen. Deze vorm is handiger omdat je met een kleinere groep sneller
tot besluiten komt en ze zich meer kunnen verdiepen in ingewikkelde onderwerpen. De indirecte
democratie van Nederland is gebaseerd op de beginselen van de rechtsstaat.
Kenmerken van een democratie zijn:
- Individuele vrijheid: vrijheid van meningsuiting en leven hoe je wilt binnen grenzen van
wetten.
- Politieke grondrechten: 18+ mag stemmen en zich verkiesbaar stellen als
volksvertegenwoordiger. Iedereen mag een politieke partij/vereniging oprichten.
- Wettelijk beperkte bevoegdheden voor politieke en leger.
- Onafhankelijke rechtspraak: rechters staan los van het parlement en hoeven zich niet te
verantwoorden.
- Persvrijheid: media heeft recht om ons goed te informeren.
Er zijn twee soorten indirecte democratieën: parlementaire stelsels en presidentiële stelsels. Bij
een land met een parlementair stelsel kiezen de burgers via verkiezingen een parlement (de
volksvertegenwoordiging). Het parlement bestaat uit een bestuur gevormd van ministers en
staatssecretarissen (kabinet). Deze landen hebben een niet-gekozen staatshoofd dat beperkt
wordt door regels. Als het staatshoofd een koning is dan spreek je van een constitutionele
monarchie. Bij presidentiële stelsels kiest de bevolking niet alleen het parlement maar ook een
staatshoofd (de president). Deze is het hoofd van de regeringen en kan ministers kiezen en
ontslaan. Ze hebben niet het ontbindingsrecht: het recht om het parlement te ontbinden.
Nederland is nu een parlementaire democratie met een constitutionele vorst. Dat we in een
democratie leven zien we terug in regels van onze grondwet. Niet alle landen hebben een
democratie. Sommige hebben autoritaire regimes. De belangrijkste vorm van zo’n regime is een
dictatuur. Kenmerken van autoritaire regimes zijn:
- De drie machten zijn niet gescheiden, maar in de handen van een kleine groep.
- Er is geen onafhankelijke rechtspraak. Ze stellen de rechters zelf aan, waardoor burgers
niet beschermd worden tegen de overheid.
, - Grondrechten worden niet gerespecteerd. Geen recht op privacy of godsdienstuiting.
- Oppositiepartijen zijn verboden. Ze worden gevangengenomen of vermoord.
- Er is overheidsgeweld. Politie, het leger en geheime dienst hebben extra bevoegdheden.
- Er is sprake van verkiezingsfraude. De machthebbers frauderen met de uitslag of
verbieden andere partijen.
- Er is geen persvrijheid. Mensen die zich uitspreken tegen het regime worden
aangehouden en informatie via media wordt gefilterd.
Er zijn verschillende soorten regimes. Cuba en noord-Korea zijn regimes gebaseerd op een
ideologie. Namelijk het communisme. Ook zijn er religieuze regimes. Dit heet theocratie.
Tenslotte hebben we nog militaire regimes, hierbij heeft het leger alle macht.