Vennootschapsrecht semester 2
Recht is geen geheel van regels die men voor het examen vanbuiten moet leren. Het is een taal en
techniek waarvoor inzicht nodig is.
Inleiding
Waarom een vennootschap oprichten?
Aansprakelijkheid
Fiscale redenen (belastingen hoger in bepaalde vennootschappen)
Duidelijke regels en structuren
Familie: makkelijker een zaak overdragen
‘Goede afspraken, maken goede vrienden’
Dwingend recht: in de wet staat moet Aanvullend recht: in de wet staat kan
Hoofdstuk 1: Wettelijke context
De wettelijke context van het vennootschaps- en verenigingsrecht krijgt vorm op verschillende niveaus.
Europese normgeving speelt naast de Belgische wetgeving een belangrijke rol.
1.1 Europa
Het creëren van een Eengemaakte Markt voor de financiële diensten en producten is de harmonisatie van
de regels die betrekking hebben op het vennootschapsrecht, het bestuur van ondernemingen en ook op
de boekhouding en controle op de financiële informatie.
Gelijkwaardige bescherming aandeelhouders en andere betrokkenen in het bedrijfsleven (AH)
Verzekeren van vrije vestigingen van ondernemingen binnen de Europese Unie
Concurrentievermogen verhogen tussen de ondernemingen
Grensoverschrijdende samenwerking tussen ondernemingen van verschillende lidstaten
Verordeningen en richtlijnen hebben hiervoor gezorgd.
1.2 België
Structuur van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV):
Geen coördinatie van bestaande wetten, maar het resultaat van een grondige modernisering van
het wettelijk kader van de belangrijkste rechtspersonen, nl. vennootschappen en verenigingen.
Efficiënt gebruik: de structuur van het wetboek beheersen
o 5 delen, 18 boeken
DEEL 1: Algemene bepalingen (Boek 1, 2, 3)
DEEL 2: De vennootschappen (Boek 4, 5, 6, 7, 8)
DEEL 3: De verenigingen en stichtingen (Boek 9, 10, 11)
DEEL 4: Herstructureringen (Boek 12, 13, 14)
DEEL 5: De Europese rechtsvormen (Boek 15, 16, 17, 18)
Sommige boeken bevatten gemeenschappelijke bepalingen, anderen hebben betrekking op een
bepaalde rechtsvorm.
Hoofdstuk 2: De vennootschap
1
, lOMoARcPSD|10393244
2.1 Begrip
art. 1:1 WVV – vennootschap
“Een vennootschap wordt opgericht bij een rechtshandeling door één of meerdere personen,
vennoten genaamd, die een inbreng doen. Zij heeft een vermogen en stelt zich de uitoefening van
één of meer welbepaalde activiteiten tot voorwerp. Een van haar doelen is aan haar vennoten een
rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen.”
Essentiële elementen van een vennootschap:
Rechtshandeling door één of meer personen (vennoten of aandeelhouders)
Inbreng door vennoten of aandeelhouders
Voorwerp: uitoefening van een of meer activiteiten
Een van haar doelen: een vermogensvoordeel bezorgen aan de vennoten of aandeelhouders
o Bv. MVO is een ander doel
art. 1:2 WVV – vereniging
“Een vereniging wordt opgericht bij een overeenkomst tussen twee of meer personen, leden
genaamd. Zij streeft een belangeloos doel na in het kader van één of meer welbepaalde
activiteiten die zij tot het voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig
vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, leden, bestuurders of enig ander
persoon behalve voor het in statuten bepaald belangeloos doel. Elke verrichting in strijd met dit
verbod is nietig.”
art. 1:3 WVV – stichting
“Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, opgericht bij rechtshandeling door één of meer
personen, stichters genoemd. Haar vermogen wordt bestemd om een belangeloos doel na te
streven in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag
rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de stichters,
bestuurders of enig andere persoon, behalve voor het in statuten bepaald belangeloos doel. Elke
verrichting in strijd met dit verbod is nietig.”
Verschillen tussen vennootschappen (art. 1:1) en verenigingen (art. 1:2) of stichtingen (art. 1:3):
1. Uitkering van winst aan AH / vennoten is één van de doelen van de vennootschap
2. Vennoten en aandeelhouders bij een vennootschap zijn verplicht een inbreng te
doen
Andere noodzakelijke elementen:
Rechtsvorm
Naam
Zetel
Nationaliteit
Welke nationaliteit?
Van belang om te weten welke nationaliteit een vennootschap draagt, omdat dit bepaalt welk recht van
toepassing is op die vennootschap.
Werkelijke zetelleer: kijk naar de locatie van voornaamste vestiging
Statutaire zetelleer: kijk naar de plaats van de statutaire zetel (wordt gebruikt in België)
2
, lOMoARcPSD|10393244
2.2 Categorieën van vennootschappen en verenigingen
2.2.1 Met of zonder rechtspersoonlijkheid
Rechten komen toe aan rechtssubjecten (natuurlijke personen of rechtspersonen)
o Natuurlijk persoon: vanaf geboorte (gecreëerd door het recht)
o Rechtspersoon: fysiek
Zelfstandige en autonome entiteit:
- Eigen identiteit
- Afgescheiden vermogen
- Eigen
organen ZONDER
RECHTSPERSOONLIJKHEID:
art. 1:5 §1 WVV: maatschap
Geen afgescheiden vermogen onverdeeldheid
Verhaal op privévermogen van vennoten door schuldeisers van vennootschap
Vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid
art. 1:6 §1 WVV: feitelijke vereniging
MET RECHTSPERSOONLIJKHEID:
VOF, Comm. Venn. BV, CV, NV, SE, SCE, EESV
art. 1:6 §2 WVV: vereniging (VZW & IVZW)
art. 1:7 WVV: stichting (PS & SON)
art. 1:5 §2 WVV: vennootschappen
2.2.2 Met of zonder beperkte aansprakelijkheid
Beperkte aansprakelijkheid: AH gehouden tot hun inbreng
Onbeperkte aansprakelijkheid: vennoten gehouden met heel hun vermogen
UITZONDERINGEN:
o Oprichtersaansprakelijkheid (art. 5:16; 6:17; 7:18 WVV)
o Contractueel: persoonlijke onbeperkte aansprakelijkheid
2.2.3 Personenvennootschappen vs. Vermogensvennootschappen
Personenvennootschap: individu is belangrijk
o Gebonden aan de persoon
o Gesloten karakter; aan bepaalde voorwaarden voldoen om toe te treden
o Vennoten en zaakvoerders
Vooral: VOF, Maatschap, Comm.
Venn.
3
, lOMoARcPSD|10393244
Vermogensvennootschappen: inbreng is belangrijk
o Inbreng
o Open karakter
o Aandeelhouders en bestuurders
Vooral: BV, NV, CV
Verschil tussen beiden is niet altijd strikt.
o BV en CV worden nog steeds aanzien als kapitaalvennootschappen, maar ze hebben geen
kapitaal meer. Desondanks blijft de inbreng belangrijk!
2.3 Kenmerken van de vennootschapsvormen
Rechtsvorm Afkorting Kenmerken
Personenvennootschap
Vennootschap onder firma VOF Onbeperkte aansprakelijkheid voor alle vennoten
Personenvennootschap
Commanditaire vennootschap CommV Onbeperkte aansprakelijkheid voor bepaalde
vennoten
Vermogensvennootschap
Besloten vennootschap BV Beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders
Vermogensvennootschap
Naamloze vennootschap NV Beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders
Vermogensvennootschap
Coöperatieve vennootschap CV Beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders
Europese Vennootschap Vermogensvennootschap
SE
Beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders
Europese coöperatieve Vermogensvennootschap
SCE
vennootschap Beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders
2.3.1 De maatschap
art. 4:1 WVV: “De maatschap is een overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om hun
inbrengen in gemeenschap te brengen, met het oogmerk het rechtstreekse of onrechtstreeks
vermogensvoordeel dat daaruit kan ontstaan, met elkaar te delen. Zij wordt in het gemeenschappelijk
belang van alle partijen aangegaan.”
Ze kan ‘stil’ zijn, in de zin dat zij kan worden bestuurd door een zaakvoerder die in eigen naam
optreedt zonder het bestaan van de vennootschap of de naam van de vennootschap kenbaar te
maken.
art. 4:4 WVV: de overeenkomst bepaalt het aandeel van de vennoten in de winsten en verliezen alsook in
het vennootschapsvermogen in geval van ontbinding.
art. 4:8 WVV: de vennootschap wordt bestuurd door één of meerdere zaakvoerder, al dan niet vennoten,
van wie de bevoegdheden worden vastgesteld in de akte van benoeming.
art. 4:11 WVV: vennoten zijn ten aanzien van derden enkel verbonden door de daad van hen of van een
zaakvoerder, voor zover die hebben gehandeld binnen de lijnen van hun bevoegdheden.
2.3.2 VOF en Comm. Venn.
4