P A T H O F Y S I O L O G I E I I
Samenvatting — Hoofdstuk I
Het Locomotorisch Stelsel
Prof. dr. Patrick Calders · Prof. dr. Lies Lahousse
Bachelor of Science in de Farmaceutische Wetenschappen · Universiteit Gent · 2025–2026
p. 1
,Pathofysiologie II | Locomotorisch Stelsel | Universiteit Gent
1 | Het Skelet
1.1 Basisbegrippen Anatomie & Gewrichtsbeweging
Het volwassen skelet bestaat uit 206 botten (bij geboorte 300, fuseren tijdens groei). Het voet- en
enkelcomplex bestaat al uit 26 botstructuren; 106 van de 206 botten bevinden zich in handen en
voeten.
Grote onderdelen van het skelet
• Axiaal skelet: schedel, wervelzuil, borstbeen, ribben, sacrum
• Appendiculair skelet: bovenste en onderste ledematen (verbonden via schouder/bekken)
• Visceraal skelet: onder- en bovenkaak
Beschrijving van bewegingen
Bewegingen worden beschreven t.o.v. 3 vlakken en 3 assen vanuit de anatomische positie
(rechtop, armen naast lichaam, handpalmen naar voor):
Beweging Vlak As Beschrijving
Flexie / Extensie Sagittaal Laterolateraal Buigen / Strekken
Abductie / Adductie Frontaal Ventrodorsaal Weg van / Naar
middellijn
Endo- / Exorotatie Transversaal Craniocaudaal Inwendige /
Uitwendige rotatie
Circumductie Alle vlakken Alle assen Cirkelbeweging
Pronatie / Supinatie Transversaal — Pronatie: onderarm
naar binnen + enkel
naar buiten |
Supinatie: onderarm
naar buiten + enkel
naar binnen
1.2 Structuur & Functies van het Skelet
Samenstelling botweefsel
• 60% anorganische kristallen (calcium, hydroxy-apatiet) → rigiditeit
• 30% organisch (collageen type I) → trekkracht, flexibiliteit
• 10% water
• Extracellulaire matrix (ECM): collageenvezels + hydroxyapatietkristallen + proteoglycanen
4 types botcellen
Celtype Functie
Ongediff. mesenchymale cellen Voorloper; kunnen differentiëren naar
osteoblasten bij de juiste prikkel
Osteoblasten Botaanmaak — produceren organische matrix
p. 2
, Pathofysiologie II | Locomotorisch Stelsel | Universiteit Gent
Celtype Functie
(collageen)
Osteocyten Mature cellen in geossificeerde matrix —
sensorisch
Osteoclasten Botresorptie — afbreken van botmatrix
METABOOL ACTIEF BOT
Jong: aanmaak > afbraak | Volwassen: aanmaak = afbraak | 40+: aanmaak < afbraak →
broosheid
Functies van het skelet
• Dragend: rechtopstaande houding; S-curvatuur wervelzuil zorgt voor betere schokopvang en
gunstigere plaatsing zwaartepunt
• Beschermend: schedel (hardste botstructuur) = hersenen; wervels + wervelkanaal =
ruggenmerg; ribbenkooi (kan expanderen dankzij ribkraakbeen) = hart, longen, lever, milt
• Aanhechtingsplaats: korte spieren = lokale stabilisatoren (bv. tussen 2 wervels); grote spieren =
prime movers (bv. latissimus dorsi)
• Stabiliserende rol via ligamenten: beperken overmatige beweging + geven proprioceptieve
informatie terug aan zenuwstelsel
• Vormgevend: schedel + spieraanhechtingen bepalen gezichtsvorm; forensische reconstructies
tot 75% correct
• Producerend: rood beenmerg = hematopoese (rode + witte bloedcellen + bloedplaatjes); geel
beenmerg = vetopslag + stamcellen (bot, vet, kraakbeen, spier). Vanaf 7 jaar meer geel; in
epifyse blijft rood beenmerg aanwezig
• Opslag: 99% lichaams-calcium in botten als hydroxy-apatietkristallen; ook fosfaatopslag
• Calciumfuncties buiten bot: spiercontractie (kracht correleert met Ca2+ in weefselvloeistof hart),
bloedstolling, enzymwerking, zenuwgeleiding
PIËZO-ELEKTRISCH EFFECT
Belasting op bot → verandering elektrische spanning → MEER negatieve deeltjes: osteoblasten
gestimuleerd (opbouw) | MINDER negatieve deeltjes: osteoclasten gestimuleerd (afbraak).
Krachttraining → hogere mineralisering.
p. 3