Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Goederenrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
48
Uploaded on
27-05-2026
Written in
2025/2026

Een uitgebreide samenvatting van gerechtelijk recht gevolgd aan de AP Hogeschool.

Institution
Course

Content preview

GOEDERENRECHT

ALGEMEN PRINCIPES VAN HET GOEDERENRECHT

BEGRIPPEN
 Patrimoniale rechten: rechten met een pecuniaire; in geld uit te drukken waarde.
- Intellectuele rechten of intellectuele eigendomsrechten: exclusieve rechten op niet-
fysieke creaties of ideeën, zoals auteursrecht, merken of octrooi (= exclusief recht op een
uitvinding, waarmee de houder anderen verbiedt deze te maken, gebruiken of verkopen).
- Vorderingsrechten: rechten waardoor de ene partij van een andere partij een prestatie
kan eisen.
- Zakelijke rechten: rechten die direct heerschappij over een zaak geven.
 Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten: zelfstandige rechten die direct
heerschappij geven over een zaak, ze zijn niet afhankelijk van een vordering.
 Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten: rechten die dienen als
zekerheid voor een vordering, zodat de schuldeiser de garantie heeft om zijn geld te
krijgen als de schuldenaar niet betaald. De rechten die alleen bestaan als een
vordering bestaat
 Extra - patrimoniale rechten: hebben geen pecuniaire waarde; het zijn familiale en
persoonlijkheidsrechten.

 Numerus clausus-beginsel: het aantal en de inhoud van zakelijke rechten ligt wettelijk vast;
de partijen moeten de wettelijke bestanddelen van het zakelijk recht respecteren en hebben
geen contractuele vrijheid.
 Vruchtgebruik: zakelijk recht om een goed v/e ander te gebruiken en de vruchten
(opbrengst) ervan te benutten, met behoud v/d substantie v/h goed (= zonder het goed uit
te putten, blijvend aan te tasten of te vernietigen).
ALGEMENE KENMERKEN VAN ZAKELIJKE RECHTEN
1. Het volgrecht: het zakelijke recht volgt het goed.
= Bij de overdracht, blijft het zakelijke recht bestaan en kan het tegen iedere nieuwe
overdrager w ingeroepen.
2. Het recht van voorrang: bij de verdeling v/e goed geldt in de meeste gevallen de
pondspondsgewijze verdeling:
= Alle schuldeisers zijn gelijk en het vermogen w evenredig verdeeld onder de schuldeisers.
 Maar, als er sprake is v/e zakelijk recht, dan w deze verdeling doorbroken en geldt het
recht van voorrang.
= Het recht van voorrang houdt in dat de titularis v/e zakelijk recht voorrang heeft op het
goed en als eerst het goed kan terugpakken tegenover andere schuldeisers.
! Als er meerdere schuldeisers met zakelijke rechten op hetzelfde goed rusten, dan geldt de
anterioriteitsregel: het eerst gevestigde recht gaat voor het later gevestigde recht.
3. Het specialiteitsbeginsel: het zakelijk recht kan alleen bestaan op een individualiseerbaar
goed.
 Individualisatie: het goed moet identificeerbaar zijn, daardoor weten derden precies welk
goed belast is.
 Dwingend recht: omdat de individualisatie essentieel is voor de rechtszekerheid, kunnen
partijen hier niet van afwijken.
4. Zakelijke subrogatie: zorgt ervoor dat een zakelijk recht van een titularis blijft bestaan, ook
als het oorspronkelijke goed verdwijnt, door overgang naar een vervangend goed.
 Het recht gaat over op een vervangend goed met dezelfde waarde als het oorspronkelijke
goed.
! Zakelijke subrogatie is subsidiair en geldt dus niet altijd: ze treedt alleen in werking, als de
wet geen specifieke regeling voorziet voor de overgang van het zakelijk recht.

,5. Het anterioriteitsbeginsel: wanneer er meerdere zakelijke rechten op hetzelfde goed rusten,
gaat het ouder recht voor het jonger recht.
6. Het eenheidsbeginsel: een zakelijk recht geldt altijd op het goed als geheel, niet op slechts
één of enkele onderdelen.
7. De accessoriumregel: een bijgoed volgt altijd het hoofdgoed.
= Het zakelijk recht op het hoofdgoed geldt automatisch ook voor het bijgoed.
! Een bijgoed of accessoria: een goed dat duurzaam (blijvend, niet-tijdelijk) verbonden of
bevestigd is met het hoofdgoed, of in dienst staat van de uitbating of de bewaring van
het hoofdgoed.
DE ONDERVERDELING VAN GOEDEREN
 Een goed: lichamelijk (zaken die tastbaar, fysiek waarneembaar zijn) of onlichamelijk (zaken
die juridisch bestaan, maar niet tastbaar zijn, zoals bv. rechten); alle voorwerpen vatbaar
voor toe-eigening.
 Roerende goederen: verplaatsbare bezittingen
 Onroerende goederen: niet-verplaatsbare zaken
 Bijzonder! registergoederen: roerende goederen, die onderworpen zijn aan hypothecaire
inschrijving (= ze moeten in het openbaar register w ingeschreven om geldig te zijn.
Het onderscheid tussen roerende en onroerende goederen is van groot belang, omwille v/d
publiciteit en de verkrijgende verjaring.
= Voor onroerende goederen gelden strengere publiciteitsvereisten, zoals de verplichte
inschrijving in openbare registers.
= Er gelden verschillende regels voor verkrijgende verjaring, wat betreft de voorwaarden en
termijnen: roerende goederen hebben een kortere termijn en minder strenge voorwaarden,
terwijl onroerende goederen een langere termijn en strengere voorwaarden vereisen.
= Verschillende fiscale behandeling: roerende en onroerende goederen worden anders belast.
 Een zaak: lichamelijk (zaken die tastbaar, fysiek waarneembaar zijn); al wat bestaat,
exclusief de mens.

Onroerende goederen
Onroerende goederen door zijn aard – artikel 3.47 BW
= Een goed dat van nature met de grond verbonden is en niet kan w verplaatst zonder het te
beschadigen.
 Dit omvat de grond zelf en de volumes die bij de grond horen (= een afgebakend deel v/d
ruimte, 3D- eigendom; alles onder, op en boven de grond).
De wet zegt dat volumes onroerend zijn, ook als ze zich onder of boven de grond bevinden.
= Een stuk ruimte, bv. een tunnel of een constructie boven de grond, kan zelf als eigendom
bestaan.
 Je kunt dit vergelijken met een gebouw waarvan de kelder en bovenverdieping verschillende
eigenaren hebben.
Dit is een wettelijke verankering (bevestiging) v/d jurisprudentiële (eerdere beslissing)
ontwikkelingen binnen het opstalrecht (deel v/h recht omtrent gebouwen of constructies op,
boven of onder andermans grond): rechters hadden al eerder beslist dat een eigenaar v/e
grond niet automatisch ook eigenaar is van alles wat daar boven of onder ligt; de wet bevestigt
dit nu.
Het doel is dat men niet meer kijkt naar of een stuk grond bebouwd of onbebouwd is, maar
naar welk volume; ondergrondse of bovengrondse constructies van wie is, niet alleen de
plattegrond.
Delfstoffen
> Delfstoffen (bv. olie, goud, aardgas) zijn onroerend door hun aard zolang ze zich in de grond
bevinden.
= Na ontginning w ze roerende goederen.
! Uitzonderingen: water is geen onroerend goed door zijn aard.

,Voorbeeld v/e roerend goed door zijn aard: een schat (bv. de schat vn Piet Piraat): het kan
verplaats w zonder het te beschadigen.




Onroerende goederen door incorporatie – artikel 3.47 BW
= Incorporatie: opname v/e goed in een groter geheel, een goed duurzaam (permanent) aan
de grond vastmaken.
 Noodzakelijke voorwaarde om een goed door incorporatie onroerend te maken: zonder
incorporatie kan een goed nooit onroerend w: een goed dat niet duurzaam met de grond
verbonden is, blijft roerend.
Er zijn twee soorten onroerende goederen door incorporatie:
1. Werken en gebouwen
= Alle voorwerpen die duurzaam en gewoonlijk met de grond verbonden zijn.
- Uitspraak v/h Hof van Cassatie, 15/09/1988: een verschuiving v/e objectief naar een
subjectief criterium.
 Voorheen keek men alleen objectief: stond het goed vast aan de grond of niet? Maar
hierdoor ontstonden problemen bij bijzondere constructies, zoals tankstations of
gebouwen die technisch verplaatsbaar zijn.
Het Hof van Cassatie besliste dat je niet alleen objectief naar de fysieke verbinding
met de grond moet kijken, maar ook naar het subjectief criterium: wat is de bedoeling
van de eigenaar? En hoe w het gebouw gebruikt?
= Dankzij deze uitspraak weten rechters en eigenaars wanneer een werk of gebouw
juridisch onroerend is, zelfs als het technisch kan worden verplaatst.
Binnen een gebouw w nog een onderscheid gemaakt tussen onderdelen en
uitrustingsapparatuur:
- Onderdelen (inherente; onlosmakelijke bestanddelen): vormen één geheel met het
gebouw en zijn altijd onroerend. Voorbeelden: deuren, trappen, rolluiken, leidingen.
- Uitrustingsapparatuur: maken het gebouw geschikt voor gebruik en zijn alleen onroerend
als ze geïncorporeerd (vermengd in het geheel) zijn. Voorbeelden: verwarmingsradiator,
keukenapparatuur etc.
2. Beplantingen
= Bomen, struiken, platen en andere gewassen die op een stuk grond staan.
- Het juridisch statuut (roerend of onroerend?) van beplantingen hangt af van hoe
duurzaam (permanent) ze met de grond verbonden zijn; hangt af v/d mate van
incorporatie.
> Een boom die stevig in de grond staat en geplant is om er lang te blijven: onroerend.
> Een plant die in een pot staat of gemakkelijk kan worden verwijderd: roerend.
= Dit geldt ook voor de vruchten die aan deze beplantingen groeien.
- Uitzondering - vervroegde roerendmaking: een goed dat normaal onroerend zou zijn, w
door speciale omstandigheden toch als roerend behandeld.
Bv. boom w gekapt om meteen te verkopen als brandhout; hij is roerend, zelfs al stond hij
eerst in de grond.
Onroerende goederen door bestemming – artikel 3.47 BW

, Er zijn goederen die juridisch; officieel gecategoriseerd zijn als roerend, maar economisch
gezien, hoe het functioneert, één geheel vormen met een onroerend goed.
 Deze goederen w accessoria v/h onroerend goed genoemd en zijn onroerend door
bestemming.
= Onroerend door bestemming: een roerend goed dat juridisch onroerend w gemaakt, omdat
het economisch; functioneel deel uitmaakt van een onroerend goed.
Om een goed onroerend door bestemming te maken, moeten verschillende voorwaarden
vervuld w:
a. Subjectieve voorwaarde:
- Alleen de volle eigenaar kan een goed onroerend door bestemming maken.
 De wil van een huurder, vruchtgebruiker of een enkele mede-eigenaar is niet voldoende,
maar alle mede-eigenaars samen, is dan weer wel voldoende.




b. Objectieve voorwaarden:
- Het moet gaan om een lichamelijke zaak, onlichamelijke zaken zoals schulden kunnen
nooit onroerend door bestemming zijn.
- De zaak moet duurzaam bestemd zijn voor de exploitatie van het onroerend goed: het
goed moet blijvend gebruikt w voor het functioneren van het onroerend goed.
 Grondstoffen of verbruikbare goederen zoals zaden, stro of mest zijn niet duurzaam,
dus vallen niet onder onroerend door bestemming.
- Het goed moet ten dienste staan van het onroerend goed of blijvend verbonden worden
aan het erf door de eigenaar.
> Twee mogelijkheden:
1. Het goed w gebruikt voor de dienst v/h erf, persoonlijk gebruik is niet genoeg; het
moet nuttig zijn voor het erf.
2. Het goed wordt door de eigenaar blijvend aan het erf verbonden, ook als het niet
nuttig is.
- De wilsintentie van de eigenaar moet objectief vast te stellen zijn.
- Incorporatie (opname van iets in een groter geheel) kan een aanwijzing zijn dat het goed
onroerend door bestemming is, maar is niet verplicht.
Gevolgen van onroerend door bestemming
 Bij overdracht van het hoofdgoed gaat het roerend goed door bestemming automatisch
mee.
 Rechten v/e beperkt zakelijke gerechtigde strekken zich uit tot de goederen door
bestemming, omdat ze accessoir zijn aan het hoofdgoed.
 Onroerend beslag treft ook automatisch de goederen door bestemming.
 Afzonderlijk roerend beslag: juridisch soms mogelijk, maar discutabel en proceseconomisch
vaak niet handig.
 Afzonderlijk onroerend beslag is nooit toegestaan.

Einde van onroerend door bestemming: een goed verliest het statuut van onroerend door
bestemming wanneer
1. Het niet langer nuttig is voor de exploitatie van het erf.
2. De wilsintentie van de volle eigenaar verdwijnt.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 27, 2026
Number of pages
48
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.59
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
marie_luyten

Get to know the seller

Seller avatar
marie_luyten Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions