KOSTENINDELING EN KOSTPRIJSBEREKENING
Myrthe Verwerft
EPM201
,Myrthe Verwerft EPM201
INHOUDSTAFEL
INHOUDSTAFEL....................................................................................................................... 1
1. Kostenindeling........................................................................................................................ 2
1.1. Een eerste indeling.................................................................................................................. 2
1.1.1. Fabricagekosten (FabrK)................................................................................................2
1.1.2. Verkoopkosten (VerK)....................................................................................................2
1.1.3. Beheerskosten (BK)........................................................................................................ 2
1.1.4. Fabricagekostprijs (FKP)...............................................................................................3
1.1.5. Verkoopkostprijs (VKP).................................................................................................3
1.2. Een tweede indeling................................................................................................................ 4
1.2.1. Vaste Kosten (FK)........................................................................................................... 4
1.2.2. Variabele Kosten (VK)....................................................................................................5
2. Break-even analyse..................................................................................................................7
2.1. Een derde indeling...................................................................................................................7
2.1.1. Directe Kosten................................................................................................................ 7
2.1.2. Indirecte Kosten............................................................................................................. 8
2.1.3. Overheadkosten............................................................................................................12
2.2. Full costing vs direct costing............................................................................................... 13
2.2.1. Full costing....................................................................................................................13
2.2.2. Direct costing............................................................................................................... 13
2.2.3. Resultaatbepaling.........................................................................................................14
3. Evenementen met meerdere edities.................................................................................... 18
4. Financiële Ratio’s..................................................................................................................20
4.1. Kosten/baten........................................................................................................................... 20
4.2. Terugverdientijd (Payback period)...................................................................................... 22
4.3. Return on Investment (ROI)................................................................................................. 23
4.4. Componenten van een evenementenbudget...................................................................... 27
4.4.1. Buitenlandse artiesten................................................................................................. 27
4.4.2. Binnenlandse artiesten................................................................................................ 28
4.4.3. Bijkomende kosten.......................................................................................................28
4.4.4. Wettelijke aspecten en administratie........................................................................32
1
,Myrthe Verwerft EPM201
1. Kostenindeling
1.1. Een eerste indeling
1.1.1. Fabricagekosten (FabrK)
● Synoniem: productiekosten
● De kosten die gemaakt worden voor de productie van een goed of dienst
● Voorbeelden: personeel, materiaal, machines, locatie, transport, drank en eten.
1.1.2. Verkoopkosten (VerK)
● Verkoopkosten = kosten voor verkoop en promotie.
● De kosten die resulteren uit het verkoopproces
● Alle kosten die te maken hebben met de verkoop of promotie
● Voorbeelden: reclame, showroom of winkel, verkooppersoneel, etentje met klant en
verpakkingskosten.
1.1.3. Beheerskosten (BK)
● Beheerskosten = ondersteunende kosten.
● Dit zijn kosten die het productie- en verkoopproces ondersteunen, maar niet
rechtstreeks bij productie of verkoop horen.
● Voorbeelden: boekhouder en verzekeringen.
Toepassing: FabrK, VerkK, BK?
- Kantoorbenodigdheden = BK → ondersteunt de werking
- Huur zaal voor evenement = FabrK → nodig om het event te organiseren
- Reis- en verblijfskosten vertegenwoordigers = VerkK → vertegenwoordigers horen bij
verkoop.
- Afschrijving vrachtwagen voor materiaal = FabrK → vrachtwagen wordt gebruikt voor
het event
- Diensten van derden voor het evenement = FabrK → helpen rechtstreeks bij de
uitvoering van het event
- Lonen algemene directie = BK → directie ondersteunt de werking
- Reclame = VerkK → dit hoort bij promotie en verkoop
- Verwarming kantoor = BK → een ondersteunende kost
- Verlichting locatie evenement = FabrK → nodig voor de uitvoering van het event
- Loon projectmedewerker evenement = FabrK → werkt rechtstreeks aan het event
2
,Myrthe Verwerft EPM201
1.1.4. Fabricagekostprijs (FKP)
● Het geheel van fabricagekosten, verhoogd met het aandeel in de beheerskosten
● Het aandeel in de beheerskosten wordt bepaald door een allocatiesleutel
● Formule:
FKP = som FabrK + aandeel BK.
1.1.5. Verkoopkostprijs (VKP)
● Omvat naast de fabricagekostprijs van de verkochte goederen ook de som van de
verkoopkosten alsook een aandeel in de beheerskosten
● Ook hier wordt het aandeel van de beheerskosten bepaald door een allocatiesleutel
FKP = som FabrK + aandeel BK
VKP = FKP verk. St. + som VerkK + aandeel BK
Afschrijving = (AW – RW) / levensduur
Dit betekent dat je de fabricagekostprijs neemt en daar alle kosten voor verkoop en promotie
bij telt. Ook hier komt nog een deel van de beheerskosten bij.
Toepassing
Romantic Weddings bv specialiseert zich in het aanbieden van kant en klare luxe
huwelijksfeesten op het strand in Haïti. Ze beperken zich tot de organisatie van twee
huwelijksfeesten per maand en zijn altijd volboekt. De manager van Romantic Weddings
keert zichzelf maandelijks een loon uit van €3 500. De vertegenwoordiger krijgt een jaarlijks
loon van €22 000 plus een commissie van 8% op de verkopen. De vertegenwoordiger heeft een
bedrijfswagen met een aanschaffingswaarde van €26 000 die lineair wordt afgeschreven over
4 jaar met een restwaarde van €10 000.
Romantic Weddings huurt een kantoor aan €900/maand en heeft €200/maand kosten aan
nutsvoorzieningen.
De huur van het stuk privéstrand in Haïti kost €18 000 op jaarbasis. Catering per trouwfeest
kost €6 000. Romantic Weddings werkt aan een vaste prijs van €27 500 per huwelijksfeest.
- Breng de VerkK, FabrK en BK in kaart
- Bereken zowel de FKP als VKP op jaarbasis. Gegeven: 40% van de BK worden
toegeschreven aan de fabricage, 60% aan de verkoop
- Bereken de VKP per huwelijksfeest
- Bereken de winstmarge per huwelijksfeest
3
,Myrthe Verwerft EPM201
Case 1:
- Loon manager = BK, want de manager ondersteunt de werking.
- Loon vertegenwoordiger = VerkK, want dit hoort bij verkoop.
- Wagen vertegenwoordiger = VerkK, want de auto hoort bij de vertegenwoordiger.
- Commissie vertegenwoordiger = VerkK, want dit hangt samen met de verkoop.
- Huur kantoor = BK, want dit is een ondersteunende kost.
- Nutsvoorzieningen kantoor = BK, want dit ondersteunt de werking van het kantoor.
- Privéstrand = FabrK, want dit is nodig om het huwelijksfeest te organiseren.
- Catering = FabrK, want dit hoort rechtstreeks bij het event.
Totale BK= 55.200 euro 42.000 + 10.800 + 2.400
Totale FabrK= 162.000 euro 18.000 + 144.000
Totale VerkK= 78.800 euro 22.000 + 52.800 + 4.000
FKP= 184.080 euro 162.000 + 22.080
VKP= 296.000 euro 184.080 + 78.800 + 33.120
VKP/huwelijk= 12.333,33 euro 296.000/24
Winstmarge/huwelijk = VP - VKP = 27.500 – 12.333,33 = 15.166,67 euro
1.2. Een tweede indeling
1.2.1. Vaste Kosten (FK)
● Vaste kosten, FK = kosten die niet veranderen door meer of minder productie.
● Ze blijven dus bestaan, ook als je minder produceert of minder events organiseert.
● Voorbeelden: huur, loon van vast personeel, afschrijvingen en verzekeringen.
● Vaste kosten blijven ook bestaan als er niets geproduceerd wordt.
● Ze veranderen niet meteen bij meer of minder productie, maar ze kunnen wel stijgen
als de capaciteit groter wordt.
● Voorbeeld: als je meer wil produceren, moet je soms een extra machine, ruimte of
personeel voorzien. Daardoor stijgen de vaste kosten toch.
4
,Myrthe Verwerft EPM201
1.2.2. Variabele Kosten (VK)
● Een stijging (daling) van de productie verhoogt (vermindert) de totale variabele kosten
● Deze kosten variëren evenredig met het aantal geproduceerde eenheden
● Als er niets wordt geproduceerd zijn de VK nihil
Grafische voorstelling
Totale vaste kosten blijven gelijk, ook als de productie stijgt of daalt. Ze kunnen wel in
sprongen stijgen als er extra capaciteit nodig is.
Totale variabele kosten stijgen mee met het aantal geproduceerde eenheden.
Vaste kost per eenheid daalt als je meer produceert, omdat dezelfde vaste kost over meer
stuks wordt verdeeld.
Variabele kost per eenheid blijft gelijk, omdat elke extra eenheid telkens dezelfde extra kost
heeft.
Toepassing: gaat het om een FK of VK?
- Maandloon projectmanager = FK
- Papier voor een drukker = VK
- Huur kantoorruimte voor een evenementenkantoor = FK
- Cacao voor een chocolatier = VK
- Afschrijvingen machine = FK
- Energieverbruik machine = VK
- Uurloon freelance event manager = VK (maandlonen = vast, uurlonen = variabel)
5
, Myrthe Verwerft EPM201
Toepassing: Neem terug het voorbeeld van Romantic Weddings BVBA
● Welke zijn de FK, welke de VK?
- Commissie is afhankelijk aan de aantal huwelijken
- Catering is ook afhankelijk aan het aantal huwelijken
- Bedrag voor strand blijft hetzelfde per jaar
● Bepaal de verkoopkostprijs per project indien er 12 huwelijksfeesten verkocht
worden
● Bepaal de verkoopkostprijs per project indien 36 huwelijksfeesten verkocht worden
VKP = 197.600 euro (weer heel de FKP berekenen en dan zo verder)
VKP12/project = 16.466,67 euro per huwelijk
VKP = 394.400 euro
VKP36/project = 10.955,56 euro per huwelijk
● Bereken de winstmarge/huwelijk indien de verkoopprijs hetzelfde blijft. Hoe
evolueert de winst. Wat is de verklaring hiervoor?
winstmarge/huwelijk (12 huwelijken) = 11.033,33 euro (27500 - 16.466,67 euro)
Winstmarge/huwelijk (24 huwelijken) = 15.166,67 euro
Winstmarge/huwelijk (36 huwelijken) = 16.544,44 euro
Verklaring: De winst stijgt omdat vaste kosten gespreid worden over meer verkochte
projecten, terwijl de verkoopprijs en variabele kost per project gelijk blijven.
6