Les 1
Motorisch leren: proces van interne processen tgv oefening of ervaring
plasticiteit = relatief stabiele verandering in capaciteit van de respons
Stabiel over de tijd geen kortstondige gedragsveranderingen
Mogelijkheid om tot opslag en heroproepen van de relatief
permanente gedragsveranderingen
Niet direct observeerbaar, maar uit prestaties
Resultaat van welbepaalde ervaringen gerichte oefening
(herhaaldelijk)
Studie van het motorisch leren:
6 stappen
o Het bepalen vd afhankelijke variabele
o Het manipuleren van de onafhankelijke variabele
o Het opstellen van leeromgeving
o Het observeren van de verandering in de motorische respons
tgv oefening
o Het onderscheiden van tijdelijke/permanente veranderingen
(prestatie vs leren)
o Het bekijken of er effectief verbetering is van de
nauwkeurigheid en consistentie leren
Open vs gesloten lus
- Gesloten en open zijn extremen, vaak
hebben we een combinatie van beide
systemen
- we gaan in het leerproces vaak van
een meer gesloten loop systeem naar
hoe verder in de automatisatie
overgaan naar een meer open loop
systeem
- bij pathologie kan het zijn dat
aangeleerde bewegen vaker gaan
terugvallen op een meer gesloten loop
systeem dat meer tijd vraagt bij bv de
ziekte van parkinson
Schmidt en Adems theorie:
- Adams theorie
- gaat er meer vanuit van de belangrijke rol van feedback
gesloten lus
Feedback
Kennis van resultaten
o Je weet wat er fout gaat (detectie van fouten) en je gaat
zoeken naar een oplossing (correctie van fouten)
, Het gaat hier om het leren wat goed en slecht gaat en
zoekt zelf al lerend naar oplossing
probleemoplossend gedrag
Geheugenspoor selecteren en initiëren van beweging
motorisch programma
o Bewegingsactivatie
o Iedere beweging zit in je hersenen opgeslagen en dit kost tijd
o Beperkt en specifiek programma
Perceptueel spoor testen van de juistheid intrinsieke
feedback
o Bewegingsevaluatie
o Dit spoor ontstaat pas als er feedback beschikbaar is
o Het gaat gebruik maken van een vergelijking van de huidige
uitvoering en de vorige ervaringen
o Des te vaardiger de uitvoerder wordt des te meer zal het
perceptueel spoor de juiste uitvoering definiëren of bepalen
o Kennis van resultaten (KR) is vorm van extrinsieke feedback
Kritiek op theorie van adams:
o Stockage probleem: elke beweging zit opgeslagen in het
lichaam
o Nieuwigheidsprobleem: bij nieuwe bewegingen heb je nog
geen bewegingsprogramma
o Snelle bewegingen theorie gebaseerd op trage
bewegingstaken
Theorie van Schmidt
o Hier speelt feedback geen rol maar het geheugenspoor
staat hier centraal
o Open loop systeem
o Bewijs voor het bestaan van centrale motorische programma’s
Initiëren, uitvoeren, stoppen van snelle bewegingen binnen
de 150ms (sneller is te kort om beweging bij te sturen)
Bewegingen kunnen vooraf gepland zijn zonder
tussenkomst van feedback tijdens de bewegingsuitvoering
CPG (centrale patroongenerator) voor stappen
CPG = er is geen tussenkomst van het brein, puur
autonoom oscillatorisch spinaal circuit
Gedeafferentieerde dieren en mensen kunnen vaardig
motorisch gedrag vertonen
Er kan nogsteeds beweging plaats vinden bij
afwezigheid van feedback
o Feedback kan niet voor of na beweging correcties gaan
voeren in het selecteren van beweging maar wel gedurende
de uitvoering beweging
o GMP = gegeneraliseerd motorisch programma =
programma verantwoordelijk voor een klasse van bewegingen
niet elke beweging heeft apart motorisch programma maar er
zijn verschillende klasse
Geen stockage probleem
, Oplossing nieuwigheidsprobleem
o GMP
Parameters : door uitvoerde gekozen voor aanvang van
de beweging
Beweging kan met verschillende snelheden of
kracht zonder basispatroon aan te tasten uitgevoerd
worden
o Totale bewegingstijd
o Totale kracht
o Antwoordgrootte (amplitude)
o Spierselectie
Invariante kenmerken: eigenschappen die niet
veranderlijk zijn aan een beweging
Relatieve timing (fasering) van deelaspecten van
beweging
Volgorde van bewegingselementen
Relatieve kracht
Voor beweging uit te voeren dient men
Gewenst bewegingsprogramma op te roepen
Juiste parameters mee te geven aan dit motorisch
programma
o Bepalen van de parameters
Vroegere bewegingservaringen
Huidige gewenste beweging
Initiële condities: info over het individu
(uitgangshouding en omgeving
Vroegere antwoordkenmerken: zoals tijd, kracht, …
parameters die je vroeger hebt meegegeven
Antwoordresultaat: succes van de beweging ifv het
doel ervan wat was het resultaat van je beweging
op wat je vroeger deed
Sensorische gevolgen: sensaties als gevolg van
uitvoeren van beweging de door het antwoord
geproduceerde sensorische info
o 3 schema’s
Herinneringsschema voor aanvang van de beweging
parameters
Legt verband tussen
o Initiële condities
o Vroegere antwoordresultaten
o Vroegere antwoordspecificaties
Welke parameters hebben je geholpen om een
succesvolle situatie te leveren in het verleden
motorisch zenuwstelsel
Je weet wat er fout is en je kan het volgende keer
beter doen
Herkenningsschema aandacht aan de sensorische
gevolgen vd beweging
Legt verband tussen
o Initiële condities
o Sensorische gevolgen
o Vroegere antwoordresultaten