• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 96 pages
Summary

Samenvatting Fiscale wetgeving (eerste bachelor Rechtspraktijk) 17/20

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 96 pages

Een zeer uitgebreide samenvatting/ studeerblok met: voorbeelden, theorie, oefeningen (inclusief oplossingen), ... om zeker te zijn voldoende kennis op te doen voor het vak/ examen Fiscale wetgeving: eerste bachelor, UCLL Limburg, afstudeerrichting Rechtspraktijk.. Gebaseerd op alle slides + notities uit de lessen om zo tot 1 geheel te komen. Moest je interesse hebben of nog vragen hebben over dit document mag je altijd een berichtje sturen via dit platform.

Content preview

Les1  DEEL 1:
Beginselen van het fiscaal recht
Op examen heel belangrijk om de opgaven goed te lezen en te kunnen begrijpen.
Zeker op de begrippen oefenen die in de opgave zouden kunnen staan om ze
ervoor te zorgen dat je altijd weet wat je moet oplossen, berekenen, antwoorden,
…


Waar bevinden we ons binnen het recht?




Vraag: waarom valt fiscaal recht onder publiek recht?
 Relatie: overheid <-> burger

Het is heel belangrijk om te kunnen situeren binnen welke rechtstak je aan het
werken bent. Fiscaal recht is publiek recht! (Herkenbare structuur in codex)


Het begrip “belasting”
Er bestaat geen officiële wettelijke definitie!

Def. Van HvC: “Een belasting is een heffing, die eenzijdig is opgelegd door de
Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies of de gemeenten op de
inkomsten van personen die er wonen of er belangen aanhouden en die bestemd
zijn voor diensten van algemeen belang” (o.m. Cass. 20.03.2003)
 kunnen begrijpen

Kenmerken




1

, bijdrage
In principe zeggen ze iedereen gelijk voor de
wet. Maar in het Belgisch rechtssysteem is het
hoe meer je verdient hoe meer je moet
betalen. Dit werkt in schijven.

In sommige gevallen (zeer zeldzaam) kunnen
belastingen ook betaald worden in natura. Bv.
Als je een collectie dure schilderienj erft en hier
succesierechten op moet betalen. Het kan dus
zijn dat je dat geld om de succesierechten te
betalen niet hebt. Hier kan per uitzondering de
belasting in natura worden betaald door een
van de schilderijen bv. Als betaling te geven.

Opgelegd
Belastingen betalen is uiteraard verplicht…
Laattijdig of niet betalen wordt bestraft! Je kan niet 2 keer voor dezelfde feiten
worden belast (maar de lijn tussen vershillende feiten is vaak heel dun).
 mogelijke sancties: boete en/of gevangenisstraf

Door openbare instellingen
Een belasting kan alleen maar opgelegd worden door een van de openbare
instellingen (een overheid).

- De federale overheid!
- De regionale besturen (gewesten en gemeenschappen)
- De lokale besturen (gemeenten, provincies en agglomeratie Brussel)
- Supranationale overheden (EU)

Binnen de overheid is er ook maar een niveau die dit kan doen. Namelijk de
wetgevende macht!
 dus kan een gemeenteraad een belasting opleggen?

Ja, maar bv. Het college van burgemeester en schepenen of een regering niet!!

Algemeen nut
Belastingen zijn bestemd om de algemene uitgaven van de overheid te dekken.

Aan personen/ groepen
- Alle (rechts)personen en verenigingen indien zij op het grondgebied
gevestigd zijn of er belangen hebben  Zij worden de
“belastingplichtige (bp)” genoemd.
= degene die belastingen moeten betalen


Indeling van de belastingen

2

, 1. INDELING OP BASIS VAN DE BELASTINGHEFFENDE OVERHEID
1. Staatsbelastingen (federale overheid)  BTW,
vennootschapsbelasting, personenbelasting

2. Regionale belastingen (gemeenschappen en gewesten) 
onroerende voorheffing, verkeersbelasting, erfbelasting, registratiebelasting,
schenkbelasting, …

3. Lokale belastingen (provincies, gemeenten)  gemeentebelasting, …

4. (Supranationale belastingen (supranationale overheid)  douane)

2. INDELING OP BASIS VAN DE GRONDSLAG VAN DE BELASTINGEN
- Zakelijke belastingen worden geheven naar objectieve maatstaven en
zonder rekening te houden met de persoonlijke situatie van de
belastingplichtige
 Vb. btw, douanerechten

- Persoonlijke belastingen houden rekening met de persoonlijke toestand
 Vb. personenbelasting, erfbelasting

3. KAPITAAL – OF VERMOGENSBELASTINGEN EN
INKOMSTENBELASTINGEN
- Kapitaal- of vermogensbelastingen hebben betrekking op het
vermogen(het geen wet je hebt) zelf
 Vb. erfbelasting, kadastraal inkomen

- Inkomstenbelastingen belastingen op alles wat je verdient
 Vb. de personenbelasting

4. INDELING OP BASIS VAN DE WIJZE VAN VEREFFENING VAN DE
BELASTING
- Vaste belastingen = vast tarief
 Vb. vast registratierecht van 50 EUR

- Evenredige belastingen = vast %
 Vb. registratierecht bij verkoop OG, vennootschapsbelasting, BTW

- Progressieve belastingen = progressief klimmend tarief
 Vb. personenbelasting, erfbelasting

5. INDELING OP BASIS VAN DE DRAGER VAN DE BELASTING
- Directe belastingen: de schuldenaar is de uiteindelijke drager van de
belastingen
 Vb. erfbelasting, vennootschapsbelasting, personenbelasting



3

, - Indirecte belastingen: de schuldenaar is niet de uiteindelijke drager van
de belastingen
 Vb. btw, accijnzen

DUS enkel de eindgebruiker betaald btw (zie boekhouden)

6. INDELING DIRECTE EN INDIRECTE BELASTINGEN OP BASIS VAN HET
FISCAAL-ADMINISTRATIEF CRITERIUM



Directe belastingen Indirecte belasting

= betreffen een voortdurende of = belastingen op handelingen of
permanente toestand en worden feiten van toevallige of
periodiek geïnd door een rechtstreekse voorbijgaande aard, zonder dat de
aanslag op naam naar aanleiding van persoon van de belastingplichtige
de verwerving van een inkomen (BP) in acht wordt genomen


1. De inkomstenbelastingen 1. Indirecte belastingen op
het verbruik van goederen
- Personenbelasting (PB) (verbruiksbelastingen)
- Vennootschapsbelasting (VenB) - Douanerechten en accijnzen
- Rechtspersonenbelasting - Verpakkings- en milieuheffing
- Belasting niet-inwoners

2. Met de inkomsten gelijkgestelde 2. Indirecte belastingen op het
belastingen rechtsverkeer

- Verkeersbelasting - Btw

- BIV (belasting op - Registratiebelasting
inverkeerstelling)
- Erfbelasting

Niet in codex, niet persee vanbuiten leren maar wel kunnen begrijpen.

!!Enkel bij een handeling is er sprake van een indirecte belasting!!


Functies van belastingen (belangrijk!)

1. FINANCIËLE FUNCTIE
BELANGRIJKSTE FUNCTIE:
94%  andere 6% komen uit dingen zoals dividenten van aandelen, verkoop
van onroerende goederen , …

DOEL:

4

Table of contents

  1. 01 Waar bevinden we ons binnen het recht? 1
  2. 02 Het begrip “belasting” 1
    1. Kenmerken 1
  3. 03 Indeling van de belastingen 2
    1. 1. INDELING OP BASIS VAN DE BELASTINGHEFFENDE OVERHEID 3
    2. 2. INDELING OP BASIS VAN DE GRONDSLAG VAN DE BELASTINGEN 3
    3. 3. KAPITAAL – OF VERMOGENSBELASTINGEN EN INKOMSTENBELASTINGEN 3
    4. 4. INDELING OP BASIS VAN DE WIJZE VAN VEREFFENING VAN DE BELASTING 3
    5. 5. INDELING OP BASIS VAN DE DRAGER VAN DE BELASTING 3
    6. 6. INDELING DIRECTE EN INDIRECTE BELASTINGEN OP BASIS VAN HET FISCAAL-ADMINISTRATIEF CRITERIUM 4
  4. 04 Functies van belastingen (belangrijk!) 4
    1. 1. FINANCIËLE FUNCTIE 4
    2. 2. ECONOMISCHE FUNCTIE 5
    3. 3. SOCIALE FUNCTIE 6
  5. 05 Fiscaliteit om gedrag te stimuleren of ontmoedigen 6
  6. 06 Bronnen van het fiscaal recht 6
    1. DBV = Dubbelbelastingverdrag 7
    2. VCF = Vlaamse Codex Fiscaliteit 7
    3. Klassieke structuur van een belastingwet (belangrijk!!!) 7
  7. 07 Grondwettelijke beginselen 8
    1. Het Fiscaal LEGALITEITSBEGINSEL 9
    2. EENJARIGHEIDSBEGINSEL 11
  8. 08 Rechter vs. wetgever 12
    1. Probleem: ongelijke behandeling in het belastingrecht 12
    2. Rol van de rechter 12
  9. 09 Marginale toetsing 12
    1. Voorbeeld: belasting op reclamedrukwerk 13
  10. 10 Algemene bepalingen 13
  11. 11 1. Fiscaal recht is van openbare orde 13
    1. Gevolgen 13
    2. Verschil: belastingschuldige – belastingdrager 14
    3. Verschil: Belastingontduiking - Belastingontwijking 14
    4. Brepols-doctrine (Cass. 6 juni 1961) 15
  12. 12 2. Strikte interpretatie van de belastingwet 16
    1. Fase 1: tekstuele interpretatie​ 16
    2. Fase 2: nagaan van de bedoeling van de wetgever​ 16
    3. Fase 3: in dubio contra fiscum 16
  13. 13 3. Niet-retroactiviteit 16
  14. 14 4. Beginselen van behoorlijk bestuur 17
    1. 4.1 Zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht 17
    2. 4.2 Vertrouwensbeginsel (rechtszekerheidsbeginsel) 17
  15. 15 4. Vetrouwensbeginsel vs. Legaliteitsbeginsel 18
    1. 1. Er moet een duidelijke en bewuste stellingname van de fiscus zijn 18
    2. 2. De belastingplichtige moet zijn latere gedrag daarop hebben gebaseerd (anterioriteitsvereiste) 19
  16. 16 5. Ne bis in idem (vergelijking met strafrecht) 20
    1. Onderscheid juridische dubbele belasting en economische dubbele belasting​ 20
  17. 17 6. Fair play beginsel 21
  18. 18 categorieën van belastbaar inkomen 22
  19. 19 Wie is onderworpen aan PB? 22
    1. Criterium 1: Fiscale woonplaats 22
    2. Criterium 2: Zetel van fortuin 23
    3. 2 wettelijke vermoedens 23
  20. 20 Belastbare inkomsten 24
    1. Kasbon vs obligatie 24
    2. Gezamenlijk Belastbaar Inkomen (GBI) = Netto belastbaar inkomen (NBI) 25
    3. Voorbeeld examenvraag 25
    4. Gehuwden 26
  21. 21 Aangifte 26
    1. Jaarlijkse aangifte 26
    2. Model van de aangifte 26
    3. Manieren om de aangifte in te dienen 26
    4. Voorstel van vereenvoudigde aangifte (VVA) 26
    5. Op wie rust de verplichting tot aangifte? 27
    6. Belastbaar tijdperk(BT) en aanslagjaar (AJ) in de personenbelasting 27
  22. 22 Gemeenschappelijke aangifte of niet in de personenbelasting? 27
    1. 1. Gemeenschappelijke aangifte (samen indienen) 27
    2. 2. Afzonderlijke aangifte (apart indienen) 28
  23. 23 Overzichtstabel 28
    1. Gemeenschappelijk en/of afzonderlijke aangifte 29
  24. 24 Gevolgen laattijdige/geen aangifte 29
    1. aanslagbiljet 29
  25. 25 Decumul 29
    1. Wat betekent dat? 30
    2. Waarom doet men dit? 30
  26. 26 Bevoegdheid 30
    1. Welk gewest is bevoegd? 30
  27. 27 Progressieve belasting (PB) 30
    1. Oefening 31
  28. 28 Roerende inkomsten 31
    1. Vrijstellingen 31
  29. 29 Roerende inkomsten 32
    1. Belastingtarief 32
    2. Uitzonderingen (lager tarief) 32
  30. 30 Roerende voorheffing 32
    1. Wie betaalt de belasting aan de fiscus? 33
    2. Bevrijdend karakter 33
    3. Voordeel voor de overheid 33
    4. Korte samenvatting voor examen 33
  31. 31 Situering binnen de fiscale wetgeving 34
  32. 32 Opbrengsten buiten beroepsactiviteit 35
    1. 1. Speculatieve inkomsten of toevallige winsten of baten (art. 90, 1° WIB) 35
    2. 2. Platformeconomie  Art. 90, 1° Bis WIB 36
    3. 3. Verenigingswerk  Art 90, 1° ter WIB 37
  33. 33 Meerwaarde op aandelen 37
    1. Nieuwe meerwaardebelasting 38
  34. 34 Meerwaarde op ORG (belangrijk!) 39
    1. 1. Meerwaarde op gronden  Art. 90, 8° WIB 39
    2. 2. Meerwaarde op gebouwen  Art. 90, 10°, a, b, c WIB 40
  35. 35 Onderhoudsgeld  Art. 90, 3° WIB 42
  36. 36 Voorbeeldoefening 1: 42
  37. 37 Voorbeeldoefening 2: 42
  38. 38 Structuur 43
  39. 39 Soorten beroepsinkomsten (WIB) 43
    1. 1. Winsten (art. 24–26 WIB) 43
    2. 2. Baten (art. 27 WIB) 43
    3. Verschil winsten vs. baten 43
    4. 3. Winsten en baten van een vorige beroepswerkzaamheid (art. 28 WIB) 44
    5. 4. Bezoldigingen (art. 30, 31, 31 bis WIB) 44
    6. 5. Pensioenen en renten (art. 34–35 WIB) 44
  40. 40 Winsten - De eigenlijke exploitatiewinst 44
    1. 1. rechtsreekse winst 44
    2. Schema 44
    3. Onrechtstreekse winst 45
  41. 41 2. Voordelen van alle aard (art. 25, 2° WIB92) 45
    1. A. Voordelen ten laste van de onderneming 45
    2. B. Voordelen van derden 46
  42. 42 3. Berekening exploitatiewinst 47
    1. Formule 47
    2. A. Bedrijfseconomische brutowinst 47
    3. B. Andere winstbestanddelen 47
  43. 43 4. Voorbeeld 1 47
    1. Hoe zien de fiscale correcties eruit in de aangifte personenbelasting? 47
  44. 44 5. Voorbeeld 2 48
    1.  Voer de nodige correcties door en bereken de exploitatiewinst 48
  45. 45 6. Essentie (zeer examengericht) 49
  46. 46 Sociale bijdragen 49
    1. Sociaal verzekeringsfonds (zelfstandige) 49
    2. VAPZ-bijdragen 49
  47. 47 3. De beroepskosten 49
    1. Twee systemen 49
    2. Berekeningsgrondslag forfait 50
    3. Belangrijk verschil 50
    4. Voorbeeld 50
    5. Voorbeeld 51
  48. 48 DEEL 2: Personenbelasting 4. Beroepsinkomsten 52
  49. 49 Art. 49 WIB: als beroepskosten zijn aftrekbaar… 52
    1. 1. Annualiteitsvoorwaarde 52
    2. 2. Finaliteitsvoorwaarde 53
    3. 3. Realiteitsvoorwaarde 53
    4. 4. Causaliteitsvoorwaarde 53
  50. 50 Finaliteitsvoorwaarde 54
    1. Gemengde kosten 54
    2. Economisch belang (Cass. 21 juni 2019) 54
  51. 51 Art. 53 WIB: als beroepskosten worden niet aangemerkt…. 55
    1. 1. Beroepskleding 55
    2. Restaurantkosten 55
    3. Receptiekosten 56
    4. Relatiegeschenken 57
    5. Sociale voordelen 57
  52. 52 Autokosten 58
    1. 3 types van verplaatsing: 58
  53. 53 AFTREK BEROEPSKOSTEN 58
    1. WIJZIGINGEN AUTOFISCALITEIT IN 3 VERSCHILLENDE PERIODES 59
  54. 54 Vereenvoudigd overzicht Personenbelasting 64
  55. 55 Definitie en soorten 64
    1. 3 types van onroerende goederen: 64
    2. Kort samengevat: 65
  56. 56 KI (kadastraal inkomen) (art. 471 WIB) 65
    1. Geïndexeerd Kadastraal inkomen (GKI) 65
  57. 57 Verschil tussen kadastraal inkomen (KI) en onroerende voorheffing (OV) 66
    1. Gerevaloriseerd Kadastraal Inkomen (GRKI) – art. 13 WIB 1992 66
  58. 58 Belastbare grondslag (onroerende inkomsten) 66
    1. 1. Op basis van het KI (kadastraal inkomen) 67
    2. 2. Op basis van werkelijke huurinkomsten (brutohuur) 67
    3. Belastbare grondslag is afhankelijk van 3 distincties : 67
    4. 4 bestemmingen: 67
  59. 59 SITUATIE 1: EIGEN WONING DIE MEN ZELF BETREKT (Art. 12, §3 WIB) 68
  60. 60 SITUATIE 2: EIGEN BEROEPSMATIG GEBRUIK 68
  61. 61 SITUATIE 3: OG DIE NIET WORDEN VERHUURD OF VERHUURD WORDEN AAN EEN PRIVEGEBRUIKER 69
  62. 62 SITUATIE 4: VERHURING AAN PERSONEN DIE HET VOOR HUN BEROEP GEBRUIKEN 69
  63. 63 Belastbare grondslag 70
    1. Gebouwd onroerend goed: 70
    2. Ongebouwd onroerend goed: 71
  64. 64 Wie is belastingplichtig? 71
  65. 65 Vrijstellingen 72
  66. 66 Gemengd gebruik (gedeeltelijke verhuur pro rata) 72
  67. 67 Oefeningen 73
    1. Oefening 1 73
    2. Oefening 2 74
  68. 68 Personenbelasting en belastingvrije som (BVS) 74
    1. Belastingvrije som (BVS) 74
    2. Kern 75
  69. 69 Art. 130 WIB 1992 vs Art. 134, § 2 WIB 1992: 75
  70. 70 Basisbedragen van de BVS 76
    1. Verhoging voor kinderen ten laste 76
    2. Samenvattend schema 78
  71. 71 Verhoging bij huwelijk /wettelijke samenwoning 79
  72. 72 Aanrekening BVS 79
  73. 73 Examenvraag (staat niet in slides) !! 81
    1. Hoeveel % is de vennootschapsbelasting moet je in België betalen? 81
  74. 74 1. Vaststelling van de belastbare basis 81
    1. Aangifte = bepalen van de belastbare basis 81
    2. Verschil tussen boekhouding en fiscaliteit 81
    3. Van boekhoudkundige winst naar fiscale winst 81
    4. Artikel 183 WIB als basis 82
    5. Verschil met de personenbelasting 82
    6. Specifieke visie binnen de vennootschapsbelasting 82
    7. Belangrijk verschil PB ↔ VenB: 83
  75. 75 De belastbare winst volgens haar bestemming 83
    1. Artikel 185 WIB 83
    2. Dividend 83
    3. Keuze van de vennootschap 84
    4. Belangrijk onderscheid: 84
  76. 76 Bestemming van de winst 84
    1. Winstbestemming op het einde van het boekjaar 84
    2. Mogelijke bestemmingen van de winst: 84
    3. 2. Overgedragen winst 85
    4. 3. Liquidatiereserve 85
    5. 4. Beschikbare reserves 85
    6. 5. Dividenduitkering 85
  77. 77 Begrippen belastbaar tijdperk en aanslagjaar 86
    1. Belastbaar tijdperk (BT) 86
    2. Aanslagjaar (AJ) 86
    3. Verschil met de personenbelasting 86
    4. Specifiek in de vennootschapsbelasting 86
    5. Gebroken boekjaar 86
    6. Vuistregels aanslagjaar: 87
    7. Waarom is dit belangrijk? 87
    8. Beginnende ondernemingen 87
  78. 78 Eerste bewerking: resultaat van het belastbare tijdperk 88
    1. Verworpen uitgaven 88
  79. 79 Wettelijke reserve 89
    1. Boekhoudkundige behandeling 89
    2. Fiscale behandeling 89
  80. 80 Wettelijke reserve – voorbeeld 89
    1. Stap 1: bereken het maximum van de wettelijke reserve 89
    2. Stap 2: bereken de verplichte toevoeging van 5% 89
    3. Resultaat 90
    4. Belangrijk om te onthouden 90
  81. 81 Oefening reserves 92
    1. Gegeven 92
    2. Te bestemmen winst (belangrijk!) 92
    3. Bestemming van de winst 92
    4. Wettelijke reserve 92
    5. Overgedragen winst 93
    6. Balans na winstbestemming 93
    7. Belangrijk om te onthouden 93
    8. Hoe wordt dit verwerkt in het aangifteformulier vennootschapsbelasting? 93
  82. 82 Liquidatiereserve 94
    1. Wat is een liquidatiereserve? 94
    2. Toepassingsgebied 94
    3. Enkel voor kleine vennootschappen 94
  83. 83 Afzonderlijke aanslag van 10% 95
    1. Anticipatieve heffing: 95
    2. Maximale liquidatiereserve 95
    3. Voorbeeld 95
    4. Belangrijke regels 95

Document information

Study
Uploaded on
May 27, 2026
Number of pages
96
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.71

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
hoedjevanpapier
4.0
(1)
Sold
3
Followers
0
Items
8
Last sold
1 month ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions