Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Managerial Economics |Tommaso Alba| KU Leuven | 2025/26

Rating
-
Sold
1
Pages
64
Uploaded on
27-05-2026
Written in
2025/2026

Uitgebreide samenvatting van Lecture 1-7 Managerial Economics aan KU Leuven onder leiding van Prof. Tommaso Alba. De samenvatting behandelt de fundamenten van speltheorie, strategische spelen, normale vorm (payoff-matrix), individuele rationaliteit, en oplossingsconcepten zoals iteratieve eliminatie van gedomineerde strategieën. Dit document is ideaal voor examenvoorbereiding en helpt je de basisconcepten van speltheorie en competitieanalyse snel onder de knie te krijgen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

MANAGERIAL ECONOMICS
KU Leuven • Prof. Tommaso Alba • 2e Semester 2025-2026



LECTURE 1
Game Theory & Competition


UITGEBREIDE SAMENVATTING



1. Wat is Managerial Economics?
Managerial Economics is de toepassing van economische theorie en methoden op
managementproblemen. Het combineert micro-economische modellen met strategisch denken om
realistische beslissingsproblemen te analyseren.



1.1 Twee centrale domeinen
• Externe relaties: Strategisch gedrag van bedrijven op de markt
◦ Industrial Organization (marktstructuren, concurrentie)
◦ Innovatie-economie
◦ Veilingtheorie
• Interne relaties: Strategische relaties binnen de grenzen van het bedrijf
◦ Informatie-economie: signalering, moral hazard, averechtse selectie
◦ Onderhandelen (bargaining)



1.2 Methoden
De voornaamste analytische methoden zijn: speltheorie, optimalisatie, verdiscontering
(discounting) en statistische technieken.



1.3 Waarom buiten perfecte concurrentie?
Managerial Economics is pas echt interessant wanneer bedrijven marktmacht hebben. Marktmacht
kan verkregen worden via:
• Innovatie en patenten
• Reclame en merkopbouw
• Productdifferentiatie en productontwikkeling
• Horizontale relaties (fusies en overnames)

,Wanneer bedrijven marktmacht hebben, worden strategische interactie, prijszetting en
contractontwerp relevant. Tegelijkertijd rijzen antitrustzorgen.




2. Speltheorie: Fundamenten
Speltheorie is een wiskundig hulpmiddel om strategische interacties te modelleren op een
beheersbare manier. 'Spelen' zijn gestileerde representaties van de doelen, informatie en
mogelijkheden van actoren.



2.1 Drie doelstellingen van speltheorie
1. Voorspellen van waarschijnlijke uitkomsten wanneer meerdere spelers conflicterende
doelen hebben.
2. Begrijpen welke factoren een voordeel geven aan bepaalde spelers of uitkomsten
beinvloeden (comparatieve statica).
3. Identificeren van valkuilen die gewenste uitkomsten ondermijnen (bv. opportunistisch
gedrag, asymmetrische informatie) en hoe die te beperken.



2.2 Spelrepresentatie: Strategieen en Uitbetalingen (Payoffs)
In een spel kennen we aan uitkomsten een numerieke waarde toe: de uitbetaling (payoff). Hogere
uitbetalingen komen overeen met meer gewenste uitkomsten. Spelers hoeven het niet eens te zijn
over welke uitkomst het beste is.

• Strategieen zijn acties of reeksen van acties die spelers kunnen kiezen om hun doelen te
bereiken.
• De uitkomst van een spel is het resultaat van alle strategieen van alle spelers, eventueel
met een kanscomponent.



2.3 Individuele Rationaliteit
In de speltheorie veronderstellen we dat spelers individueel rationeel zijn. Dit betekent:
• Ze hebben rationele voorkeuren over uitkomsten: ze kunnen uitkomsten rangschikken van
meest gewenst tot minst gewenst.
• Ze maximaliseren hun payoff: spelers kiezen hun strategie om hun eigen uitbetaling te
maximaliseren.

Opgelet: rationaliteit hoeft niet te betekenen dat spelers zelfzuchtig zijn. Een speler kan een hoge
payoff hechten aan een zeer gelijke uitkomst.



2.4 Taxonomie van Spelen
Spelen worden ingedeeld op twee assen:

, Volledige informatie Asymmetrische informatie

Statisch Strategische spelen Bayesiaanse spelen
Dynamisch Extensieve spelen / Herhaalde Sequentiele (Bayesiaanse) spelen
spelen


In Lecture 1 focussen we op strategische spelen (statisch + volledige informatie).



2.5 Strategische Spelen: Eigenschappen
Een strategisch spel heeft twee kenmerken:
• Statisch: Het is een eenmalig spel ('one-shot'). Spelers kiezen hun strategie zonder kennis
van de keuze van de andere spelers. Er kunnen meerdere keuzes zijn, maar de uitkomst
wordt pas op het einde waargenomen.
• Volledige informatie: Alle spelers kennen de strategieen die beschikbaar zijn voor elke
andere speler. Alle spelers kennen de consequenties (payoffs) van elke combinatie van
strategieen.

Volledige informatie betekent NIET noodzakelijk zekerheid. Onzekerheid als een bekende en
kwantificeerbare kans is toegestaan. Wat NIET is toegestaan: asymmetrische informatie (als een
speler iets weet dat anderen niet weten).



2.6 De Normale Vorm (Payoff-Matrix)
Een strategisch spel met 2 spelers en een eindig aantal strategieen wordt weergegeven via een
payoff-matrix (ook wel 'normale vorm' genoemd).

• Rijen = acties van speler 1 (rijspeler)
• Kolommen = acties van speler 2 (kolomspeler)
• Elke cel = een actieprofiel (combinatie van acties) met de bijbehorende payoffs (eerst P1,
dan P2)


Voorbeeld: Normale Vorm

Stel: P1 kan kiezen tussen D, C, H. P2 kan kiezen tussen X, Y, T.


P1 \ P2 X Y T
D -1, -1 5, -5 4, -6
C -5, 5 3, 3 8, 2
H -6, 4 4, 8 3, 3


In cel <C, X> ontvangt P1 een payoff van -5 en P2 een payoff van +5.

,3. Oplossingsconcepten

3.1 Iteratieve Eliminatie van Gedomineerde Strategieën
Een strategie s wordt strikt gedomineerd door strategie s' als s' altijd een hogere payoff oplevert
dan s, ongeacht wat de andere speler doet. Een rationele speler zal nooit een gedomineerde
strategie spelen.


Definitie: Strikt Gedomineerde Strategie

Strategie H is strikt gedomineerd door D als:
Payoff(D) > Payoff(H) voor ALLE mogelijke strategieën van de tegenspeler



Stappenplan voor iteratieve eliminatie:
4. Bekijk de payoffs van P1 voor elke mogelijke actie van P2.
5. Als een strategie van P1 altijd slechter presteert dan een andere, elimineer ze.
6. Herhaal voor P2, rekening houdend met het feit dat rationele P1 de gedomineerde strategie
niet zal spelen.
7. Ga door tot geen verdere eliminatie meer mogelijk is.


Voorbeeld: Iteratieve Eliminatie

Gebruik de payoff-matrix hierboven (P1: D, C, H | P2: X, Y, T).
Stap 1: H wordt strikt gedomineerd door D voor P1 (ongeacht P2's keuze).
Stap 2: Na eliminatie van H weet P2 dat P1 nooit H speelt. Dan domineert X strikt over Y en T voor
P2.
Stap 3: P1 weet nu dat P2 X speelt, dus kiest P1 D (payoff -1 > -5).
Resultaat: Evenwicht in dominante strategieen = <D, X>.




3.2 Nash-evenwicht (NE)

Definitie: Nash-evenwicht

Een Nash-evenwicht is een actieprofiel waarbij geen enkele speler zijn payoff kan verhogen door
eenzijdig van strategie te veranderen, gegeven de strategieën van de andere spelers.
Equivalent: In een NE is elke speler de 'best response' aan de strategieen van de andere
spelers.



Methode om NE te vinden: Best Response Methode
8. Onderstreep voor P1 de hoogste payoff in elke kolom (beste reactie op elke P2-strategie).
9. Onderstreep voor P2 de hoogste payoff in elke rij (beste reactie op elke P1-strategie).
10. Een cel waar BEIDE payoffs onderstreept zijn = Nash-evenwicht.

, Voorbeeld: Nash-evenwicht vinden

Gegeven: P1 (X,Y,Z) vs P2 (A,B,C)


P1 \ P2 A B C
X 3*, 4* 1, 0 2, 1
Y 0, 0 3*, 1* 1, 2*
Z 1, 1 2, 2 7*, 0


Nash-evenwicht = <X, A> (beide payoffs zijn de beste reactie op de strategie van de andere).




3.3 Eigenschappen van het Nash-evenwicht: Waar/Onwaar

Bewering W/O Uitleg
In een NE behaalt elke speler de hoogst mogelijke payoff ONWAAR Zie vorig spel: <X,A>
geeft P1 slechts 3, niet
de max van 7
Een evenwicht in dominante strategieen is altijd een NE WAAR Dominante strategie =
altijd beste reactie
Spelers spelen nooit een strikt gedomineerde strategie in een WAAR Een gedomineerde
NE strategie is nooit beste
reactie
In een NE is de som van payoffs het hoogst ONWAAR Zie Prisoners' Dilemma:
samenwerking is sociaal
optimaal maar geen NE
Een strategisch spel met 2 spelers heeft altijd minstens 1 NE ONWAAR In pure strategieen niet
altijd (bv. Matching
Pennies)
Als een NE bestaat, dan is het uniek ONWAAR Coordinatiespelen
kunnen meerdere NE
hebben




4. Vraag, Monopolie en Concurrentie

4.1 Marktvraag
De vraagfunctie q(p) geeft aan hoeveel eenheden van een product consumenten kopen afhankelijk
van de prijs. Voor normale goederen is de helling dq/dp altijd negatief.


Prijselasticiteit van de vraag


Formule: Prijselasticiteit

e(p) = (Δq/q) / (Δp/p) = (dq/dp) * (p/q(p))

, Altijd negatief voor normale goederen. Geeft aan hoe sterk consumenten reageren op een
prijsverandering.
|e| = 1: eenheidselastisch - % verandering prijs = % verandering vraag
|e| < 1: inelastische vraag - prijsverhoging verhoogt omzet
|e| > 1: elastische vraag - prijsverhoging verlaagt omzet



Lineaire vraag
In deze cursus wordt vaak een lineaire vraagfunctie gebruikt:
q(p) = a - b*p of omgekeerd: p(q) = A - B*q
waarbij A de maximale betalingsbereidheid is en B de helling van de inverse vraagcurve.
Met b = dq/dp

4.2 Perfecte Concurrentie
Perfecte concurrentie is een theoretisch ideaaltype dat als benchmark dient. Oneindig veel
bedrijven, homogeen product, vrije toe- en uittreding.

• Elk individueel bedrijf is te klein om de marktprijs te beïnvloeden (price-taker).
• Optimale productie: stel prijs gelijk aan marginale kosten: p = C'(q)
• Met vrije toetreding: op lange termijn dalen de winsten naar nul (prijs zakt tot minimum van
gemiddelde totale kosten - ATC).
• Voor iedere q is de elasticiteit oneindig.
• max { π(p) = p * q(p) - C(q) }
neem de eerste afgeleide→ p – c= 0 → p=c

4.3 Monopolie
De monopolist is de enige aanbieder en stelt de prijs zelf in (price-setter). Het is een single-agent
(niet-strategisch) probleem.


Optimalisatieprobleem monopolist:
max { P(p) = p * q(p) - C(q(p)) }


Lerner Index:
(p - MK) / p = -1/e => Lerner Index (LI) = -1/e
Lerner-index toont de marktmacht, hoe hoger hoe meer marktmacht.

De monopolist prijst boven marginale kosten. Hoeveel boven? Afhankelijk van de prijselasticiteit.
Hoe inelastischer de vraag, hoe hoger de opslag (markup).


Monopolieprijsregel (markup-regel):
p^M = (1 + 1/e)^(-1) * C'(q)

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 27, 2026
Number of pages
64
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$11.74
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
KulHIRstudent

Get to know the seller

Seller avatar
KulHIRstudent Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
1 month
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
2 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions