module 3: chemische omzettingen in de cel
+tekeningen op papier
ATP-cyclus
- afhankelijk v waar de energie vandaan komt om ATP te produceren
• autotrofen
• heterotrofen
- aututrofe organismen
• maken zelf organische moleculen vanuit CO2
• nodige energie:
• fotosynthese: uit licht (zonne-energie)
• chemosynthese: uit chemische verbindingen (chem. E)
- heterotrofe organismen
• organische C-bindingen uit voeding halen & omzetten in eigen organ. molec
- organische verbindingen leveren E voor de cel, wat nodig is voor vele
celactiviteiten
- cel zal chem E v organische C-verbindingen gebruiken voor de vorming v ATP via
celademhaling
- ATP levert energie voor E-vereisende celactiviteiten in ATP-cyclus
ATP: een speciaal nucleotide
= adenosine trifosfaat
- suiker
- base
- 3 fosfaatgroepen
1
, = energierijk molecule/energiedrager
- in aanwezigheid v water: fosfaatgroep kan afsplitsen -> ADP + P
- > energie komt vrij: dus wanneer cel energie nodig heeft
- cel kan met chemische E de 3e fosfaatgroep weer op ADP plaatsen -> ATP
- > tijdelijk opslagen v energie die vrijkomt bij bep chemische processen `
-> systeem: in alle levende organismen
fotosynthese
= proces waarbij autotrofe organismen energierijke koolstofverbindingen maken uit CO2
mbv zonne-energie
E: licht-energie geabsorbeerd door lichtgevoelige
pigment (chlorofyl) in bladeren v groene plant
CO2: door plant uit lucht gehaald via huidmondjes
v blad
water: opgenomen uit bodem via wortels
gevormde glucose: energievoorraad
-> opgeslagen onder vorm v zetmeelkorrels
gevormde zuurstof: afgevoerd via huidmondjes
- plaats: in plantencel in bladgroenkorrels/chloroplasten
- > chloroplasten:
• organellen omgeven door
dubbelmembraan (buiten- &
binnenmembraan)
• thylakoïden = instulpingen
binnenmembraan
• chlorofyl = in membraan thylakoïden:
lichtgevoelige pigmenten
• granum = stapeltje thylakoïden
• stroma = grana zijn omgeven door
waterige opl
2