MODULE 2: CHEMISCHE STOFFEN IN DE CEL
chemische samenstelling vd mens
65% water: in en naast cellen
biomoleculen & organische koolstofmoleculen
-> suikers / polysachariden
-> eiwitten / proteïnen
-> vetten / lipiden
-> nucleïnezuren
-> mineralen / anorganische zouten (Na+, K+, CA2+, Mg2+, Fe2+, PO4 3-, Cl- …)
water
- intracellulair milieu
- extracellulair milieu
- in chem reacties: reagens / reactieprod
- transportmiddel: bloed & lymfe
- mucus, smeermmiddel, glijmiddel
biomoleculen
aaneenschakeling v kleine bouwstenen: monomeren
2 monomeren: dimeer
3: trimeer
4: tetrameer
…
veel: polymeer
mineralen / anorganische zouten
calcium: botten en tanden
ijzer: rode bloedcellen, hemoglobine
Na en K - gradienten
1
, sachariden
monosachariden: C, O, H
-> 3,5,6 C’s: triose, pentose, hexose
-> 5 of meer C’s: cyclisch
-> glucose: belangrijke energiebron voor de cel
-> fructose: in fruit, in lichaam omgezet tot glucose
-> galactose: + glucose = lactose
-> zelfde brutoformule: C6H12O6, andere structuur
- glycosidische binding: tussen 2 gelijke / verschillende monosachariden -> disacharide
-> maltose: 2x glucose (in gerst, omgezet tot alcohol)
-> sacharose/sucrose: glucose & fructose (suikerriet, suikerbiet, esdoorn)
-> lactose: galactose & glucose (melk)
polysachariden
- homopolysachariden: 1 soort monosachariden
- heteropolysachariden: meerdere soorten m.
- onvertakt
- vertakt
- opslagvorm v monosachariden/energie
-> glycogeen:
= in bloed opgeslagen als glycogeen in lever & spiercellen
= homopolysacharide uit glucose
vertakt
-> zetmeel
= homopolysacharide uit glucose
= als zetmeelkorrels in plantencellen: opslagvorm v E
- structurele elementen (alle andere polysachariden)
-> cellulose: in celwand v plantencellen
-> chitine in uitwendige skelet v insecten, kreeftachtigen
2