1. The study of what we built – Spiro Kostof
1.1. De geschiedenis van architectuur
Architectuur moet gekend worden als het materiele theater van menselijke activiteit
De waarheid van architectuur zit in het gebruik
Architecten kijken naar de geïdealiseerde traditie van hun vak, het verleden
Geschiedkundige: zetten tijd om in structuur
Ze gaan ordenen en creëren relaties binnen structuren
Ze doen dit door het originele gebouw te reconstrueren, zonder zaken die aangepast,
verbouwd, … zijn.
Ook de taak van de archeoloog
Daarna gaat de geschiedkundige voorbij de realiteit om te begrijpen wat die
gebouwen waren
Twee bewijzen die door nauwkeurige bestudering van visuele en literaire documenten,
vaststellen hoe architectuur in het verleden er werkelijk uitzag
1.1.1. Het pictorale bewijs
Gebouwen zijn vaak geboren vanuit een afbeelding en leven ook vaak voort in afbeeldingen
Eerst is er een fundament
Eerst wordt een gebouw geconceptualiseerd dit kan de vorm van modellen en
tekeningen aannemen.
Modellen = 3D
Plannen = 2D
Pictorale elementen tonen de ideale vorm van het toekomstige gebouw
Bijvoorbeeld: grondplan Hagia Sophia
Sommige tekeningen gemaakt in de 6e eeuw door de architecten van de Hagia
Sophia
Architecten Isidoros en Anthemios maakte die tekeningen om hun mecenas te
overtuigen van de vorm van de kerk
Hier gingen wss nog veel ruwe tekeningen en sketches aan vooraf
Afbeeldingen zijn niet te vergeten in het creëren van architectuur
Zijn ook de taal waarin de architect communiceert met de opdrachtgever
1
,Als een gebouw rechtstaat wordt het een levend iets
Bijvoorbeeld, het wordt misschien geschilderd op een schilderij of gefotografeerd.
Of het wordt gereproduceerd in bv posters, sleutelhangers, … (zie eifeltoren)
Voor de architectuurgeschiedenis zit er nuttige informatie in al die reproducties
MAAR kritisch zijn, want een schilder kan minder/ meer details toevoegen, met
fotografie zit je vast aan een frame
1.1.2. Het schriftelijke bewijs
Schriftelijke bronnen hebben dienen een groot doel voor de studie van architectuur
Opdrachtgevers schreven hun wensen op in brieven, of de architect schrijft geschreven
instructies aan zijn werkmannen, legale contracten, …
Zoals bij het pictorale bewijs leeft het gebouw nog verder in de bronnen ver na zijn
voltooiing
Bijvoorbeeld:
- Reclame: opdrachtgevers willen vaak hun nieuwe creatie tonen aan het publiek
- Beschrijvingen van gebouwen: gebeurde vaak in annalen, en lokale kronieken
Taal is het communicatiemiddel
Ook vaak ambiguïteit in, ontstaat bv bij vertalingen die fout lopen
Bijvoorbeeld: tombe van koning mausolos van Caria in Halikarnassos
Hierdoor ontstond het woord mausoleum
Een van de 7 wonderen van de klassieke oudheid
Verdween lang geleden zonder spoor na te laten
Behalve fragmenten van de sculpturen die als decoratie werden gebruikt
Toch bleef het mausoleum leven via vermeldingen in oude Latijnse teksten
(bijvoorbeeld bij Plinius de Oudere)
Door middel van teksten werd het uiterlijk van het mausoleum gerecreëerd
Moeilijk
Eerst moet geverifieerd worden of de teksten wel accuraat zijn
De teksten van Plinius de Oudere zijn vaak vertaald en gekopieerd,
waar vaak fouten in sluipen
Ook zaten er 4 eeuwen tijd tussen het ontstaan van het Mausoleum en de
geboorte van Plinius
Beschrijving kan daardoor inaccuraat zijn
2
, Geschiedkundigen moeten al die variabelen overwegen en er dan een verhaal van
maken
1.2. De totale context van architectuur
Waar we ook over moeten nadenken is de totale context van de architectuur
- Identiteit van opdrachtgevers
- Reden van opdracht geven
- Identiteit en carriere van architect
- De materialen van de constructie
- We moeten ook kijken naar het grotere geheel van de geschiedenis
Architectuur is een sociale act
In methode en doel
Het is de uitkomst van teamwork en het bestaat om door groepen gebruikt te
worden, zo klein als een gezin of zo groot als een hele natie
Bijvoorbeeld: Carson Pirie Scott department store – Chicago
Om dit gebouw volledig te begrijpen moeten we nadenken over laat negentiende-
eeuws kapitalisme, consumentisme en bedrijfsethiek, de geschiedenis van Chicago
na de brand, …
Elk gebouw representeert een sociale energie, DAT is zijn betekenis, en die betekenis
zit in de fysieke vorm
Noch de materiële werkelijkheid op zichzelf, noch de algemene culturele achtergrond zal
volstaan om het bijzondere karakter van het gebouw te verklaren.
Materialiteit en context moeten worden gecombineerd
Zijn vier premissen die in beschouwing moeten genomen worden bij het bestuderen van
architectuur:
1. Materialiteit moet bekeken worden in zijn eenheid
2. Het gebouw moet in zijn gehele setting bekeken worden
3. Elk gebouw moet het waard zijn bestudeerd te worden, ongeacht zijn grootte of
status
4. De betekenis van architectuur
1.2.1. De eenheid van architectuur
De structuur, decoratie en materiaal zijn allemaal deel van 1 geheel
3
, De structuur van een gebouw kan niet gescheiden worden van zijn decoratieve
conventies zoals bv een byzantijnse mozaïek
De combinatie van structuur en decoratieve elementen = STIJL
Bijvoorbeeld: eiffeltoren vergeleken met Griekse tempel
Eiffeltoren: Lijkt overheersend structuur te zijn
Griekse tempel: de colonnen, lintelen, … transformeren de Griekse tempel naar iets
wat pure vorm benaderd
MAAR als voor de eiffeltoren de wirwar van structuren het belangrijkste deel van
VORM is, dan is voor bijvoorbeeld het Pantheon de helderste uitdrukking van vorm
(bv colonnen) eveneens STRUCTUUR.
DUS ze vertrekken van een tegengesteld idee maar komen eigenlijk tot het zelfde
resultaat
STRUCTUUR en VORM zijn eigenlijk hetzelfde
1.2.2. De gehelen setting van architectuur
Geen enkel gebouw is een geïsoleerd object
Het installeert zich in een grotere setting van natuur, buurtgebouwen, …
Het haalt veel van zijn karakter uit die omgeving
Bijvoorbeeld: het Parthenon bestaat niet zonder de Akropolis
Veranderingen in de urbane situatie veranderen ook het karakter van een gebouw
We moeten dus bij een onderzoek ook in acht nemen dat gebouwen niet in een vacuüm
bestaan, maar ze zijn ook onderhevig aan veranderingen in de ruimte
Onze ervaring van architectuur heeft niets te maken met statische afbeeldingen, als we
kijken naar een gebouw krijgen we een eindeloos aantal van impressies
Hoe gebouwen worden afgebeeld toont hoe ze worden gezien
Volgens de reizigers van de 18e eeuw die het oude Griekenland gingen om de
brokstukken vast te leggen, zijn er twee modellen van receptie:
1. Hedendaags model
2. Archeologisch model
Bv: ze tonen het Parthenon in het tijdsframe dat ze bezoeken (1715)
(HEDENDAAGS) EN ook hoe het was bij de Grieken (ARCHEOLOGISCH)
Le Corbusier maakt ook schetsen van het Parthenon
Maar niet op de manier van de reizigers (hedendaags en archeologisch), WEL op de
manier waarop hijzelf het Parthenon heeft ervaren.
4
1.1. De geschiedenis van architectuur
Architectuur moet gekend worden als het materiele theater van menselijke activiteit
De waarheid van architectuur zit in het gebruik
Architecten kijken naar de geïdealiseerde traditie van hun vak, het verleden
Geschiedkundige: zetten tijd om in structuur
Ze gaan ordenen en creëren relaties binnen structuren
Ze doen dit door het originele gebouw te reconstrueren, zonder zaken die aangepast,
verbouwd, … zijn.
Ook de taak van de archeoloog
Daarna gaat de geschiedkundige voorbij de realiteit om te begrijpen wat die
gebouwen waren
Twee bewijzen die door nauwkeurige bestudering van visuele en literaire documenten,
vaststellen hoe architectuur in het verleden er werkelijk uitzag
1.1.1. Het pictorale bewijs
Gebouwen zijn vaak geboren vanuit een afbeelding en leven ook vaak voort in afbeeldingen
Eerst is er een fundament
Eerst wordt een gebouw geconceptualiseerd dit kan de vorm van modellen en
tekeningen aannemen.
Modellen = 3D
Plannen = 2D
Pictorale elementen tonen de ideale vorm van het toekomstige gebouw
Bijvoorbeeld: grondplan Hagia Sophia
Sommige tekeningen gemaakt in de 6e eeuw door de architecten van de Hagia
Sophia
Architecten Isidoros en Anthemios maakte die tekeningen om hun mecenas te
overtuigen van de vorm van de kerk
Hier gingen wss nog veel ruwe tekeningen en sketches aan vooraf
Afbeeldingen zijn niet te vergeten in het creëren van architectuur
Zijn ook de taal waarin de architect communiceert met de opdrachtgever
1
,Als een gebouw rechtstaat wordt het een levend iets
Bijvoorbeeld, het wordt misschien geschilderd op een schilderij of gefotografeerd.
Of het wordt gereproduceerd in bv posters, sleutelhangers, … (zie eifeltoren)
Voor de architectuurgeschiedenis zit er nuttige informatie in al die reproducties
MAAR kritisch zijn, want een schilder kan minder/ meer details toevoegen, met
fotografie zit je vast aan een frame
1.1.2. Het schriftelijke bewijs
Schriftelijke bronnen hebben dienen een groot doel voor de studie van architectuur
Opdrachtgevers schreven hun wensen op in brieven, of de architect schrijft geschreven
instructies aan zijn werkmannen, legale contracten, …
Zoals bij het pictorale bewijs leeft het gebouw nog verder in de bronnen ver na zijn
voltooiing
Bijvoorbeeld:
- Reclame: opdrachtgevers willen vaak hun nieuwe creatie tonen aan het publiek
- Beschrijvingen van gebouwen: gebeurde vaak in annalen, en lokale kronieken
Taal is het communicatiemiddel
Ook vaak ambiguïteit in, ontstaat bv bij vertalingen die fout lopen
Bijvoorbeeld: tombe van koning mausolos van Caria in Halikarnassos
Hierdoor ontstond het woord mausoleum
Een van de 7 wonderen van de klassieke oudheid
Verdween lang geleden zonder spoor na te laten
Behalve fragmenten van de sculpturen die als decoratie werden gebruikt
Toch bleef het mausoleum leven via vermeldingen in oude Latijnse teksten
(bijvoorbeeld bij Plinius de Oudere)
Door middel van teksten werd het uiterlijk van het mausoleum gerecreëerd
Moeilijk
Eerst moet geverifieerd worden of de teksten wel accuraat zijn
De teksten van Plinius de Oudere zijn vaak vertaald en gekopieerd,
waar vaak fouten in sluipen
Ook zaten er 4 eeuwen tijd tussen het ontstaan van het Mausoleum en de
geboorte van Plinius
Beschrijving kan daardoor inaccuraat zijn
2
, Geschiedkundigen moeten al die variabelen overwegen en er dan een verhaal van
maken
1.2. De totale context van architectuur
Waar we ook over moeten nadenken is de totale context van de architectuur
- Identiteit van opdrachtgevers
- Reden van opdracht geven
- Identiteit en carriere van architect
- De materialen van de constructie
- We moeten ook kijken naar het grotere geheel van de geschiedenis
Architectuur is een sociale act
In methode en doel
Het is de uitkomst van teamwork en het bestaat om door groepen gebruikt te
worden, zo klein als een gezin of zo groot als een hele natie
Bijvoorbeeld: Carson Pirie Scott department store – Chicago
Om dit gebouw volledig te begrijpen moeten we nadenken over laat negentiende-
eeuws kapitalisme, consumentisme en bedrijfsethiek, de geschiedenis van Chicago
na de brand, …
Elk gebouw representeert een sociale energie, DAT is zijn betekenis, en die betekenis
zit in de fysieke vorm
Noch de materiële werkelijkheid op zichzelf, noch de algemene culturele achtergrond zal
volstaan om het bijzondere karakter van het gebouw te verklaren.
Materialiteit en context moeten worden gecombineerd
Zijn vier premissen die in beschouwing moeten genomen worden bij het bestuderen van
architectuur:
1. Materialiteit moet bekeken worden in zijn eenheid
2. Het gebouw moet in zijn gehele setting bekeken worden
3. Elk gebouw moet het waard zijn bestudeerd te worden, ongeacht zijn grootte of
status
4. De betekenis van architectuur
1.2.1. De eenheid van architectuur
De structuur, decoratie en materiaal zijn allemaal deel van 1 geheel
3
, De structuur van een gebouw kan niet gescheiden worden van zijn decoratieve
conventies zoals bv een byzantijnse mozaïek
De combinatie van structuur en decoratieve elementen = STIJL
Bijvoorbeeld: eiffeltoren vergeleken met Griekse tempel
Eiffeltoren: Lijkt overheersend structuur te zijn
Griekse tempel: de colonnen, lintelen, … transformeren de Griekse tempel naar iets
wat pure vorm benaderd
MAAR als voor de eiffeltoren de wirwar van structuren het belangrijkste deel van
VORM is, dan is voor bijvoorbeeld het Pantheon de helderste uitdrukking van vorm
(bv colonnen) eveneens STRUCTUUR.
DUS ze vertrekken van een tegengesteld idee maar komen eigenlijk tot het zelfde
resultaat
STRUCTUUR en VORM zijn eigenlijk hetzelfde
1.2.2. De gehelen setting van architectuur
Geen enkel gebouw is een geïsoleerd object
Het installeert zich in een grotere setting van natuur, buurtgebouwen, …
Het haalt veel van zijn karakter uit die omgeving
Bijvoorbeeld: het Parthenon bestaat niet zonder de Akropolis
Veranderingen in de urbane situatie veranderen ook het karakter van een gebouw
We moeten dus bij een onderzoek ook in acht nemen dat gebouwen niet in een vacuüm
bestaan, maar ze zijn ook onderhevig aan veranderingen in de ruimte
Onze ervaring van architectuur heeft niets te maken met statische afbeeldingen, als we
kijken naar een gebouw krijgen we een eindeloos aantal van impressies
Hoe gebouwen worden afgebeeld toont hoe ze worden gezien
Volgens de reizigers van de 18e eeuw die het oude Griekenland gingen om de
brokstukken vast te leggen, zijn er twee modellen van receptie:
1. Hedendaags model
2. Archeologisch model
Bv: ze tonen het Parthenon in het tijdsframe dat ze bezoeken (1715)
(HEDENDAAGS) EN ook hoe het was bij de Grieken (ARCHEOLOGISCH)
Le Corbusier maakt ook schetsen van het Parthenon
Maar niet op de manier van de reizigers (hedendaags en archeologisch), WEL op de
manier waarop hijzelf het Parthenon heeft ervaren.
4