Vaak komen mensen in situaties terecht waarmee ze (nog) niet vertrouwd zijn en voelen ze zich
onzeker over hoe ze zich moeten gedragen.
Een belangrijke bron van informatie over hoe je te gedragen, is het gedrag van anderen
Wanneer we ons gedag in niet-vertrouwde situaties afstellen op wat anderen doen, dan maken we
gebruik van informationele sociale invloed. Door te conformeren vertrouwen we erop dat het
gedrag van anderen nuttig of gepast is.
Sherif: studie over sociale beïnvloeding. Het autokinetische effect om de wederzijdse afhankelijkheid in
de oordeelsvorming vast te stellen.
De proefpersonen uit zijn experiment gebruikten elkaars schattingen als informatiebron. Die
informationele invloed leidt vaak tot innerlijke acceptatie, wanneer mensen ervan uitgaan dat het
oordeel (of gedrag) van de groep als het geheel ‘het juiste’ (of geschikte gedrag) is. Het is ook mogelijk
dat proefpersonen eigenlijk van mening blijven dat hun schattingen accurater waren, maar dat ze enkel
hun luidop gegeven antwoorden aanpasten aan de groep.
Die vorm van aanpassing = openlijke volgzaamheid
Het is niet waarschijnlijk dat de aanpassing in het experiment van Sherif onder die noemer valt, omdat
proefpersonen uit de tweede conditie in de (laatste) alleenfase de groepsnorm aanhielden, terwijl er
geen anderen aanwezig zijn waarvoor ze hun gedrag zouden moeten aanpassen.
Informationele sociale invloed kan ook tot ongewenste interpretaties leiden. Een duidelijk voorbeeld
daarvan is de psychogene groepsziekte, waarbij dezelfde ziektesymptomen optreden bij een groep
mensen zonder dat er een fysieke oorzaak voor gevonden kan worden.
De ‘Coca-Cola-crisis’ (schoolkinderen werden ziek na het drinken van een flesje Coca-Cola, terwijl uit
onderzoek geen verband werd gevonden met het drinken van cola – sommige kinderen die ziek waren,
hadden geen cola gedronken en andere kinderen die de frisdrank wel gedronken hadden, waren niet
ziek geworden) vertoont grote gelijkenissen met soortgelijke massale ziektemeldingen. Meestal begint
de besmetting met een persoon die fysieke symptomen vertoont, vaak ten gevolge van een
stresssituatie. De ziekte en zijn omgeving schrijven de symptomen toe aan een verkeerde oorzaak, die
ook anderen kan hebben beïnvloed. Wanneer de anderen uit de omgeving zich dan ook ziek gaan
voelen, verspreidt de ‘besmetting’ zich en wordt de vermeende verklaring geloofwaardiger, wat op zich
weer voor verdere verspreiding van de symptomen zorgt.
We passen ons gedrag gewoonlijk aan de eisen van de sociale situatie aan; we reageren op cues
die we afleiden uit het gedrag van anderen, zeker in ambigue situaties
Situationisme = visie dat omgevingscondities het gedrag even sterk als of nog sterker dan
persoonlijke disposities (= karaktertrekken) beïnvloeden
Belang van sociale normen (for better or for worse)
We conformeren ons vaak omdat we geaccepteerd willen worden door anderen, omdat we ons niet
belachelijk willen maken of uitgesloten willen worden.
Asch (1951): ook conformisme bij makkelijke taken?
Welke van de drie lijnen rechts is even lang als de
standaardlijn links?
Opzet
- Cover story: studie over visuele perceptie
- In totaal 8 ‘studenten’
• 7 pseudoproefpersonen = medewerkers onderzoeker
• 1 echte proefpersoon op de 6de plaats
Verloop
- Eerste 2 pogingen beantwoordt iedereen correct (geloofwaardigheid)
- Bij 3de poging duiden de voorgangers een verkeerde lijn aan
- In totaal geven de voorgangers bij 12/18 pogingen een verkeerd antwoord
Resultaten