• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 158 pages
Summary

Mens & Gezondheid 2 (volledige samenvatting)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 158 pages

Duidelijke en uitgebreide samenvatting van Mens & Gezondheid 2 (jaar 2 - semester 1), met alle hoofdstukken verwerkt in een overzichtelijke en mooie opmaak. Ideaal om de leerstof gestructureerd te studeren tijdens de examenperiode. Veel succes met je examens!

Content preview

INTRODUCTIE IN DE PATHOLOGIE
1 INLEIDING IN DE PATHOLOGIE

1.1 WAT HOUDT PATHOLOGIE IN?
STOORNIS VS. PROBLEEM:
Een stoornis = iets dat in de persoon zelf ligt, aangeboren en blijvend is, officieel
gediagnosticeerd moet worden en duidelijke beperkingen geeft in het dagelijks leven.

Een probleem = een moeilijkheid die tijdelijk en afhankelijk van de situatie of
omgeving is, en meestal weer verdwijnt of oplosbaar is met hulp.

PSYCHOPATHOLOGIE VS. STOORNIS:
Psychopathologie = de wetenschappelijke studie van psychische stoornissen.

Stoornis = een concrete psychische aandoening bij een individu, met specifieke
kenmerken en diagnostische criteria.

PSYCHOPATHOLOGIE:
- Geen exacte wetenschap
- Doel: zo goed mogelijk achterhalen wat er aan de hand is (niet altijd meteen
duidelijk, zoals bv. wel bij een bloedtest)
- Bestaat uit:
 Beschrijving: symptomen en kenmerken in kaart brengen
 Classificatie: onderverdelen in groepen of categorieën
 Oorzaken: achterhalen van de mogelijke oorzaken
 Behandelingen: afstemmen van de behandeling obv oorzaken


1.2 BELANGRIJKE CONCEPTEN
SYMPTOOM, SYNDROOM & COMORBIDITEIT:
Symptoom = een klacht waarmee iemand zich aanmeldt en die als eerste opvalt.

Syndroom = een verzameling van symptomen die op een bepaalde manier
samenkomen.

Comorbiditeit = het samen voorkomen van verschillende stoornissen of syndromen.
- Soms camoufleert de ene stoornis de andere (bv. alcoholverslaving kan een
angststoornis verbergen)

VOORBEELD:
Syndroom:
- Gegeneraliseerde angststoornis -> symptomen zoals piekeren, slaapproblemen,
bezorgdheid,…
- Middel gerelateerde stoornis -> symptomen zoals sterk verlangen,
ongecontroleerd gebruik, onvermogen om te stoppen,…
 Comorbiditeit = beide problematieken komen samen voor bij één individu.



1.3 (AB)NORMAAL GEDRAG – WAAR LIGT DE GRENS?

,(AB)NORMAAL GEDRAG – 6 CRITERIA:
Uitzonderlijk: gedrag wijkt af van wat de meeste mensen doen
- Bv. iemand die bijna nooit met anderen praat

Sociaal afwijkend: gedrag past niet bij wat normaal wordt gevonden in de samenleving
- Bv. iemand die vaak anderen pijn doet of regels overtreedt

Foute perceptie of interpretatie van de realiteit: iemand ziet of begrijpt de
werkelijkheid verkeerd
- Bv. iemand hoort stemmen of gelooft dingen die niet waar zijn

Aanzienlijk emotioneel lijden: iemand voelt zich erg slecht of angstig, veel meer dan
normaal
- Bv. iemand voelt veel angst en paniek

Ongepast of contraproductief: gedrag werkt tegen jezelf en maakt het dagelijks leven
moeilijk
- Bv. iemand moet steeds dingen tellen of controleren

Gevaar: gedrag is gevaarlijk voor jezelf of anderen
- Bv. jezelf pijn doen of willen stoppen met het leven

 Niet alle criteria hoeven aanwezig te zijn; soms is één criterium al voldoende
om van abnormaal gedrag te spreken (bv. gevaar). Het blijft een klinische
afweging, geen optelsom.

Zie oefening ppt. – Zijn de 6 criteria wel of niet van toepassing op de casus? Leg uit?

VOORBEELDEN:
- Homoseksualiteit: vroeger als abnormaal/psychische stoornis gezien ->
behandelingen en therapieën om dit te laten verdwijnen; sinds 1973 niet meer als
stoornis erkend
- Shell Shock: soldaten hadden lichamelijke reacties, wilden niet meer naar het
front; eerst gezien als zwakte, later erkend als psychische impact van oorlog
- Burn-out: bestaat nu, veel discussie; niet in DSM, wel in ICD als werkgerelateerd
fenomeen, niet als psychische stoornis
- Depressie: perceptie en erkenning verschillen door opvoeding, cultuur en
generatie


1.4 ONTSTAAN VAN PATHOLOGIE
HOE ONTSTAAN PSYCHISCHE STOORNISSEN?
 Twee verklaringsmodellen:
 Bio-psycho-sociaal model
 Diathese-stressmodel


1.4.1 BIO-PSYCHO-SOCIAAL MODEL
BIO-PSYCHO-SOCIAAL MODEL:
- Verklaringsmodel voor het ontstaan van psychische stoornissen via een
combinatie van biologische, psychologische en sociologische factoren, die
elkaar beïnvloeden

, - Het is te eenvoudig om naar één perspectief te kijken; samenhang is belangrijk



PERSPECTIEVEN:
Biologisch perspectief: oorzaak ligt in het lichaam/biologie
(geslacht, genetica, ziektes, hersenstructuren,…)
- Bv. te weinig serotonine = biologische oorzaak van
depressie
 Behandeling: medicatie of hersengerichte aanpak
- Voordelen: wetenschappelijk onderbouwd, medicatie
kan snel effect hebben, objectief en meetbaar
- Nadelen: bijwerkingen en afhankelijkheid van
medicatie, geen aandacht voor psychologische factoren,
focus op symptoombestrijding ipv onderliggende
oorzaken

Psychologisch perspectief: oorzaak ligt in gedrag, emoties en gedachten
(persoonlijkheid, omgang met stress,…)
- Bv. overmatig piekeren = psychologische oorzaak van angst of depressie
 Behandeling: herstructurering van gedachten
- Voordelen: aandacht voor diepere oorzaken, effectiviteit zonder medicatie,
duurzame verandering
- Nadelen: tijdrovend en intensief, moeilijk objectief meten van effecten, niet altijd
geschikt voor stoornissen met een sterk biologisch component

Sociologisch perspectief: oorzaak ligt in de omgeving en sociale interacties (gezin,
vrienden, werk, cultuur, verwachtingen,…)
- Bv. conflicten in gezin = sociale oorzaak van stress of stemmingsproblemen
 Behandeling: sociale steun, begeleiding, aanpassing omgeving
- Voordelen: aandacht voor invloed van omgeving, vermindering stigma en
vooroordelen, aandacht voor preventie
- Nadelen: moeilijk objectief te meten, minder directe behandelingsmethodieken,
biologische en psychologische factoren kunnen onderbelicht blijven


1.4.2 DIATHESE-STRESSMODEL
DIATHESE-STRESSMODEL:




- Verklaringsmodel voor het ontstaan van stoornissen via kwetsbaarheid + stress
- Diathese = aanleg of kwetsbaarheid van een individu om een stoornis te
ontwikkelen (bv. genetica)
- Stress = omgevingsfactoren of levensgebeurtenissen die de kwetsbaarheid
kunnen activeren
 Bv. prenataal trauma, fysieke/seksuele mishandeling in de kindertijd, familiale
conflicten, significante levensveranderingen,…
 Combinatie van diathese en stress kan leiden tot een stoornis (bv. depressie)

Zie oefening ppt. – Pas het diathese-stressmodel toe op de casus.

Table of contents

  1. 01 1 Inleiding in de pathologie 1
    1. 1.1 Wat houdt pathologie in? 1
    2. 1.2 Belangrijke concepten 1
    3. 1.3 (Ab)normaal gedrag – Waar ligt de grens? 1
    4. 1.4 Ontstaan van pathologie 2
    5. 1.5 Instandhouding van pathologie 4
    6. 1.6 Behandeling in de pathologie: modellen 4
    7. 1.7 Diagnostiek 6
    8. 1.8 Classificatiesystemen 6
    9. 1.9 Rol van de psychologisch consulent 8
  2. 02 1 Diagnostiek in de klinische psychologie 8
    1. 1.1 Wat houdt het in? 8
    2. 1.2 De aanmelding (intake) 9
    3. 1.3 Methodieken 9
    4. 1.4 Kwaliteitsbewaking 12
    5. 1.5 Vooraf gekende informatie 12
  3. 03 2 Stemmingsstoornissen 13
    1. 2.1 Wat zijn stemmingsstoornissen? 13
    2. 2.2 Depressieve stemmingsstoornissen 13
  4. 04 1 Wat houdt een bipolaire stoornis in? 24
  5. 05 2 Subtypes 24
  6. 06 3 Symptomen 25
    1. 3.1 Manische episode 25
    2. 3.2 Hypomanische episode 25
    3. 3.3 Depressieve episode 26
    4. 3.4 Gemengde episode 27
  7. 07 4 Subtypering 27
    1. 4.1 Bipolair type 1 27
    2. 4.2 Bipolair type 2 27
    3. 4.3 Cyclothyme stoornis 28
    4. 4.4 Toevoeging: rapid cycling 28
  8. 08 5 Kritische bedenkingen 28
  9. 09 6 Prevalentie 28
  10. 10 7 Culturele verschillen 29
  11. 11 8 Ontstaan en verloop 29
  12. 12 9 Comorbiditeit 30
  13. 13 10 Diagnostiek 30
  14. 14 11 Hedendaagse tendensen 31
  15. 15 12 Ups & downs 32
  16. 16 1 Introductie 32
    1. 1.1 Wat is stress? 33
  17. 17 2 Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen 33
    1. 2.1 Wat houdt het in? 33
    2. 2.2 Subtypering 34
    3. 2.3 Aanpassingsstoornis 34
    4. 2.4 Acute stressstoornis 35
    5. 2.5 Posttraumatische stressstoornis (PTSS) 38
    6. 2.6 Complexe posttraumatische stressstoornis (cPTSS) 40
    7. 2.7 Samengevat 42
    8. 2.8 In de praktijk 42
  18. 18 3 Dissociatieve stoornissen 45
    1. 3.1 Wat houdt het in? 45
    2. 3.2 Subtypering 46
    3. 3.3 Dissociatieve identiteitsstoornis 46
    4. 3.4 Dissociatieve amnesie 46
    5. 3.5 Depersonalisatie/derealisatiestoornis 47
    6. 3.6 Dissociatieve stoornissen 48
  19. 19 1 Verslaggeving in de klinische psychologie 51
    1. 1.1 Wat staat er in een verslag? 51
    2. 1.2 Personalia 52
    3. 1.3 Dossiergegevens 52
    4. 1.4 Intakegesprek 52
    5. 1.5 Hulpvraag formuleren en onderbouwen 53
    6. 1.6 Hypothesevorming en onderbouwing 54
    7. 1.7 Voorstel psychodiagnostisch onderzoek 55
  20. 20 2 Integratieve oefening 55
  21. 21 1 Angststoornissen 56
    1. 1.1 Wat houdt het in? 56
    2. 1.2 Subtypering 56
    3. 1.3 Specifieke fobie 57
    4. 1.4 Sociale angststoornis (fobie) 57
    5. 1.5 Paniekstoornis 58
    6. 1.6 Agorafobie 59
    7. 1.7 Gegeneraliseerde angststoornis 59
    8. 1.8 Prevalentiecijfers 60
    9. 1.9 Culturele verschillen 60
    10. 1.10 Ontstaan en verloop 61
    11. 1.11 Comorbiditeit 63
    12. 1.12 Diagnostiek 63
  22. 22 2 Obsessief-compulsieve en aanverwante stoornissen 64
    1. 2.1 Wat houdt het in? 64
    2. 2.2 Subtypering 64
    3. 2.3 Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) 65
  23. 23 1 Wat houdt het in? 68
  24. 24 2 Subtypering 69
  25. 25 3 Cluster A – Vreemd of excentriek gedrag 69
    1. 3.1 Paranoïde persoonlijkheidsstoornis 69
    2. 3.2 Schizoïde persoonlijkheidsstoornis 70
    3. 3.3 Schizotypische persoonlijkheidsstoornis 71
  26. 26 4 Cluster B – Dramatisch, emotioneel of grillig gedrag 72
    1. 4.1 Antisociale persoonlijkheidsstoornis 72
    2. 4.2 Borderline persoonlijkheidsstoornis 73
    3. 4.3 Histrionische persoonlijkheidsstoornis 73
    4. 4.4 Narcistische persoonlijkheidsstoornis 74
  27. 27 5 Cluster C – Angstig of bevreesd gedrag 75
    1. 5.1 Vermijdende persoonlijkheidsstoornis 75
    2. 5.2 Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis 76
    3. 5.3 Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis 77
  28. 28 6 Prevalentiecijfers 78
  29. 29 7 Leeftijdsverschillen 78
  30. 30 8 Culturele verschillen 79
  31. 31 9 Ontstaan en verloop (verschillende invalshoeken) 79
  32. 32 10 Comorbiditeit 79
  33. 33 11 Diagnostiek 80
  34. 34 1 Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen 81
    1. 1.1 Wat houdt het in? 81
    2. 1.2 Subtypering 81
    3. 1.3 Middelgerelateerde stoornis vs. niet middelgerelateerde stoornis 81
    4. 1.4 Middelgerelateerde stoornissen 82
    5. 1.5 Niet-middelgerelateerde stoornissen – gokstoornis 88
    6. 1.6 Leeftijds- en cultuurgebonden factoren 89
    7. 1.7 Prevalentiecijfers 90
    8. 1.8 Ontstaan en verloop 91
    9. 1.9 Comorbiditeit 92
    10. 1.10 Diagnostiek 93
  35. 35 2 Integratieve oefening 93
  36. 36 1 Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen 95
    1. 1.1 Wat houdt het in? 95
    2. 1.2 Subtypering 95
    3. 1.3 Symptomen 95
    4. 1.4 Kortdurende psychotische stoornis 97
    5. 1.5 Schizofrenie 98
    6. 1.6 Schizofreniforme stoornis 99
    7. 1.7 Waanstoornis 99
    8. 1.8 Leeftijdsfactoren 100
    9. 1.9 Prevalentie 100
    10. 1.10 Leeftijds- en prevalentiecijfers 100
    11. 1.11 Cultuurgebonden factoren 101
    12. 1.12 Ontstaan en verloop 101
    13. 1.13 Comorbiditeit 103
    14. 1.14 Diagnostiek 103
  37. 37 2 Neurocognitieve stoornissen 104
    1. 2.1 Wat houdt het in? 104
    2. 2.2 Subtypering 105
    3. 2.3 Delirium 105
  38. 38 1 Wat houdt het in? 109
  39. 39 2 Subtypering 110
    1. 2.1 Anorexia Nervosa 110
    2. 2.2 Boulimia Nervosa 111
    3. 2.3 Eetbuistoornis / Binge Eating Disorder 113
  40. 40 3 Signalen 114
    1. 3.1 Thuiscontext 114
    2. 3.2 Schoolcontext 115
    3. 3.3 Vrije tijd 115
  41. 41 4 Symptomen eetbuien bij verschillende eetstoornissen 115
  42. 42 5 Symptomen eetstoornissen en gewicht 115
  43. 43 6 Prevalentiecijfers 117
  44. 44 7 Ontstaan en verloop – verschillende invalshoeken 117
    1. 7.1 Biologische factoren 117
    2. 7.2 Psychologische factoren 118
    3. 7.3 Socioculturele factoren 118
  45. 45 8 Comorbiditeit 118
  46. 46 9 Diagnostiek 119
  47. 47 1 Wat houdt het in? 120
  48. 48 2 Subtypering 121
    1. 2.1 Insomnia stoornis (dyssomnie) 122
    2. 2.2 Hypersomnolentie stoornis (dyssomnie) 122
    3. 2.3 Narcolepsie (dyssomnie) 122
    4. 2.4 Circadiane-slaap-waakstoornissen (dyssomnie) 123
    5. 2.5 Non-REM Slaaparousalstoornis (parasomnie) 123
    6. 2.6 Nachtmerriestoornis (parasomnie) 124
    7. 2.7 REM-slaapgedragstoornis (parasomnie) 124
  49. 49 3 Prevalentiecijfers 125
  50. 50 4 Ontstaan en verloop – verschillende invalshoeken 126
    1. 4.1 Verklaringsmodel voor Insomnia 126
    2. 4.2 Verklaringsmodel voor narcolepsie 127
  51. 51 5 Comorbiditeit 127
  52. 52 6 Diagnostiek 128
  53. 53 1 Seksualiteitsstoornissen 129
    1. 1.1 Wat houdt het in? 129
    2. 1.2 Subtypering 130
    3. 1.3 Prevalentiecijfers 131
    4. 1.4 Ontstaan en verloop (verschillende invalshoeken) 132
    5. 1.5 Comorbiditeit 133
    6. 1.6 Diagnostiek 134
  54. 54 2 Parafiele stoornissen 135
    1. 2.1 Wat houdt het in? 135
    2. 2.2 Subtypering 135
    3. 2.3 Prevalentiecijfers 138
    4. 2.4 Ontstaan en verloop (verschillende invalshoeken) 139
    5. 2.5 Comorbiditeit 140
    6. 2.6 Diagnostiek 140
  55. 55 3 Specifieke therapieën 141
    1. 3.1 Organisatie van de zorg 141
    2. 3.2 Laagdrempelige initiatieven 142
    3. 3.3 Ambulante en residentiële zorg 144
    4. 3.4 Psychotherapeutische behandelvormen 145
    5. 3.5 Psychologische interventies 148
    6. 3.6 Medische zorg 151
  56. 56 1 Evidence based werken 154
  57. 57 2 Staging en profiling 155
  58. 58 3 Hypnotherapie 156
  59. 59 4 Virtual Reality 156
  60. 60 5 Artificial Intelligence 156
  61. 61 6 Polyvagaaltheorie (PVT) 157

Document information

Study
Uploaded on
May 26, 2026
Number of pages
158
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.72

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
leonieluyckx1
5.0
(1)
Sold
22
Followers
1
Items
19
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions