Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting Beleid | Orthopedagogie | Karel de Grote | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Lesnotities voor het vak Beleid in de opleiding Orthopedagogie aan Karel de Grote-Hogeschool. De notities behandelen de definitie van beleid op meso- en macroniveau, de rol van de orthopedagoog, organisatiestructuren, missie-visie-waarden, en verschillende ondernemingsvormen zoals vzw's en stichtingen. Dit document is nuttig voor het begrijpen van beleidscontext in voorzieningen en het behalen van VK6-niveau competenties zoals vereist in de opleiding.

Content preview

Les 1: de Po en het opleidingsonderdeel
Beleid
Wat is beleid?
Spraakverwarring  containerbegrip
 er zijn namelijk meerdere betekenissen voor het woord beleid

Betekenis 1: regelgeving, planning, aanpak, afsprakenkader, richtlijnen,…
betekenis 2: in de volksmond ‘het beleid moet daar iets aan doen’  de verantwoordelijken

Zijn hele vage betekenissen maar toch belangrijk!

Wij definiëren het via het orthopedagogisch grondplan:

- Op mesoniveau: regelgeving en afsprakenkaders in voorzieningen met als doel om
kwaliteitsvolle hulpverlening te geven (focus op organisatiestructuur)
vb. hoe verloopt de intake??
- Op macroniveau: politieke beslissingen en afsprakenkaders door overheden en hun
administraties die impact hebben op de cliënt, PO en voorziening (impact van beleid
op cliënt, PO,…)
vb. invoering van persoon volgende financiering voor mensen met een handicap
(PVF)  langs de andere kant komt er ook een wachtlijst: het beleid had dus pro’s en
contra’s

Waarom is het belangrijk om het beleid te kennen?  we moeten als bachelor
orthopedagoog moet je zelfstandig kunnen werken op het VK6 niveau en in de
domeinspecifieke leerresultaten zeggen dus dat we problemen in beleid moeten zien en ook
aan het beleid kunnen toevoegen.


Les 2: de PO als deel van de organisatie
1. Inleiding
Als PGO maak je deel uit van een voorziening (doelgericht organisatie)

2. De voorziening als doelgerichte organisatie
Organisaties zijn opgericht met specifiek doel, het is dus een samenwerkingsverband tss
meerdere personen om een doel (visie) te bereiken

2.1 missie
= de opdracht die de identiteit van voorziening mee bepaalt (wie zijn we? wat is onze
doelgroep? Wat doen we?...)

,Deze missie blijft ongewijzigd

2.2waarden
= geven richting aan gedrag van iedereen in organisatie, bepaalt hoe we de missie uitvoeren.

2.3visie
= het toekomstbeeld van de voorziening in relatie met omgeving en functie die ze willen
vervullen

Deze visie moet rekening houden met het nemen van maatschappelijke
verantwoordelijkheid (= ondernemingen bewust nadenken over de effecten van hun
bestaan op maatschappij en milieu)

Door maatschappelijk verantwoord te ondernemen dragen organisaties bij aan
duurzaamheid (= de ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden zonder de
behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrag te brengen)

De visie beantwoord dus vragen zoals: welke plaats willen we innemen in de maatschappij?
Welke sociale doelen hebben wij? …

2.4opdrachtverklaring
5 functies:

- kadergevende functie: samenhang tss doelen en taken in de organisatie en helpt
prioriteiten stellen
- onderscheidende functie: het geeft de voorziening een duidelijk imago t.a.v. andere
voorzieningen
- cultuurvormende functie: ook schetst het een beeld van het gewenste klimaat en
cultuur in de voorziening
- motiverende functie: missie en waarden sluiten aan bij de waarden van werknemers
zorgt voor motivatie
- evaluerende functie: je kan het ook als toetssteen gebruiken om je wering,
beslissingen,… te evalueren

3. de voorziening als organisatiestructuur
organisatiestructuur = goede taakverdeling

organisatiestructuur kan verschillende vormen aannemen: ondernemingsvorm,
managementkeuzes,…

3.1impact van ondernemingsvorm op organisatiestructuur
om een organisatie op te starten gaan we handelen vanuit een sociaal doel: afhankelijk van
het doel en de managementkeuzes kiezen ze een geschikte ondernemingsvormen.
 federale overheid geeft richtlijnen

,ondernemingsvormen die wij bespreken: feitelijke vereniging, de vzw, de stichting, de
vennootschap en de eenmanszaak

3.1.1. vereniging zonder winstoogmerk (vzw)
= een groep (van minstens 2 leden, de initiatiefnemers) die een belangeloos doel nastreeft

Het willen starten van een vzw heeft te maken met aansprakelijkheid
 de vzw is verantwoordelijk voor de daden en mogelijke verliezen (en dus niet de leden)

Eerste taak bij opstarting is de statuten op stellen  soort grondwet van de vzw waarin
belangeloos doel wordt beschreven
 leggen deze statuten bij notaris en worden gepubliceerd

!LET OP! Een vzw mag vandaag wel winst maken zolang deze wordt geïnvesteerd in het
sociale doel

3.1.1.1 algemene vergadering

niet directeur met de meeste macht  algemene vergadering heeft dit: bepaalt algemene
beleidsbeslissingen

taken: bepaalt koers van de voorziening, keurt begroting goed, bewaakt visie, misie,…
 controlerende functie over bestuursorgaan
leden: stichtende + toegetreden leden

3.1.1.2 bestuursorgaan

staat in voor de uitvoering van de algemene beleidslijnen van de algemene vergadering
 vertegenwoordigd en bestuurt de vzw

lid van bestuursorgaan is een bestuurder  neemt initiatieven om beleidslijnen re realiseren
kan en mag contracten ondertekenen in naam van de vzw

vaak hebben ze ook een voorzitter (niet verplicht)
handig om mensen met kennis (managementkennis) of praktijkkennis (expertise) in het
bestuursorgaan te hebben

3.1.1.3 dagelijks bestuur

als de vzw groeit en je dagelijks moet samenkomen wordt er een dagelijks bestuur
aangesteld

3.1.2 andere ondernemingsvormen

, feitelijke vereniging: net als vzw een overeenkomst tussen 2 of meer personen
 streeft ook belangeloos naar doel (geen winst)

verschillen met vzw:

- de rechtspersoonlijkheid, f.v heeft dit niet
 dit betekent dat leden persoonlijk aansprakelijk zijn voor mogelijks verliezen
- kan geen contracten aangaan
- de organisatiestructuur, federale overheid bepaalt geen richtlijnen (geen juridisch
statuut)

stichting: net als vzw belangeloos doel en heeft een rechtspersoonlijkheid

verschillen met vzw:

- een stichting mag opgericht worden door 1 of meerdere personen
- enkel een bestuursorgaan en geen algemene vergadering

vennootschap: verschillende vormen vennootschap (zie foto vorige pagina)
 net als vzw rechtspersoonlijkheid (meestal)

verschillen met vzw:

- commercieel doel: basisidee is een aandeel hebben in de vennootschap
- opgericht door 1 of meerdere

eenmanszaak:

verschillen met vzw:

- opgericht door 1 persoon
- geen rechtspersoonlijkheid
- geen organisatie

3.2impact van managementkeuzes op organisatiestructuur
3.2.1 organogram en functies
organisatiestructuur kan soms erg complex worden  daarom schematiseren in organogram
(zie voorbeeld op canvas)

in het organogram staan de verschillende functies omschreven en hun verhouding tegenover
elkaar
functie = geheel van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden

veel verschillende functies!
 preventieadviseur, kwaliteitscoördinatoren, stafmedewerkers, HR-medewerkers, CPBW,…

Table of contents

  1. 01 Les 1: de Po en het opleidingsonderdeel Beleid 1
    1. Wat is beleid? 1
  2. 02 Les 2: de PO als deel van de organisatie 1
    1. 1. Inleiding 1
    2. 2. De voorziening als doelgerichte organisatie 1
    3. 3. de voorziening als organisatiestructuur 2
    4. 4. de voorziening als onderdeel van sectoren 6
  3. 03 les 3: de PO als kwaliteitsbewaker 6
    1. 1. inleiding 6
    2. 2. theoretisch: wat is kwaliteit? 6
    3. 3. Kwaliteit in het orthopedagogisch werkveld 7
    4. 4. kritieken op kwaliteitsdenken 9
  4. 04 les 4: de PGO als werknemer in sociaal overleg 9
    1. 1. inleiding 9
    2. 2. sociaal overleg in de welvaartstaat 9
    3. 3. sociaal overleg in de praktijk 10
    4. 4. Overlegorgaan in sociaal overleg 10
    5. 5. sociaal overleg en de cliënt 11
  5. 05 les 5: de PGO en welzijn op het werk 11
    1. 1. inleiding 11
    2. 2. welzijn en psychosociale risico’s op het werk 12
    3. 3. welzijn in het orthopedagogisch werkveld 12
    4. 4. aanspreekpunt bij psychosociale risico’s 13
    5. 5. Procedure bij psychosociale risico’s 14
  6. 06 Deel 2: de praktijkgerichte orthopedagoog en het macroniveau 14
  7. 07 Les 6: de PGO en het macroniveau 14
    1. 1. Inleiding 14
    2. 2. Het orthopedagogisch werkveld in de welvaartsstaat 14
    3. 3. afstemming over beleid op macroniveau 17
    4. 3.2 actor: voorzieningen 19
    5. 3.3 actor: bevolking 19
    6. 3.4 spanningsvelden 19
  8. 08 4. belang van structureel denken voor PGO 20
  9. 09 les 7: de PGO als structureel werker 20
  10. 10 1. inleiding 20
  11. 11 2. structuurgericht kijken 20
    1. 2.1 structurele problemen herkennen 20
    2. 2.2 kritische pedagogiek 21
  12. 12 3. structuurgericht werken 22
    1. 3.1 structuurgericht werken en politisering 22
    2. 3.2 strategieën 22
    3. 2.4. opgelet voor paternalisme 25
  13. 13 Deel 3: tendensen 25
  14. 14 Les 8: economisering 25
  15. 15 1. inleiding 25
  16. 16 2. samenwerking overheid en voorzieningen 25
    1. 2.1 bureaucratische visie 25
    2. 2.2 new public governance visie 25
    3. 2.3 new public management visie (economisering op macroniveau?) 26
  17. 17 3. hybridisering van voorzieningen 26
    1. 3.1 commercialisering 27
    2. 3.2 managerialisme 27
  18. 18 les 9: tendens: sociaal ondernemen 27
  19. 19 1. inleiding 27
  20. 20 2. ondernemen in het orthopedagogisch werkveld 28
    1. 2.1 de PGO als ondernemer 28
    2. 2.2 de PGO als ZZP’er (?) 28
  21. 21 3. sociaal ondernemen en sociaal ondernemerschap 28
    1. 3.1 sociale ondernemingen 29
    2. 3.2 verwante begrippen 29
    3. 3.3 kansen op risico’s voor sociaal ondernemen 30
  22. 22 les 10: tendens: vraagsturing + vermaatschappelijking 31
  23. 23 1. inleiding 31
  24. 24 2. uitgangspunten persoonsvolgende financiering 31
    1. 2.1 vraagsturing 31
    2. 2.2 vermaatschappelijking 31
  25. 25 subsidiariteit: pas ondersteuning van buitenste cirkel als zorg van binnenste cirkel afwezig of onvoldoende is 32
    1. 2.3 sociaal ondernemerschap 32
  26. 26 3. persoonsvolgende financiering in de praktijk 33
    1. 3.1 persoonsvolgende financiering voor minderjarigen 33
    2. 3.2 hulpverlening aan minderjarigen met een handicap 34
    3. 3.3 totaalbeeld 34
  27. 27 les 11: tendens: vraagsturing en vermaatschappelijking in praktijk en actualiteit 35
  28. 28 inleiding 35
  29. 29 1. perspectieven van cliënten 35
  30. 30 2. perspectief van voorzieningen 35

Document information

Study
Uploaded on
May 26, 2026
Number of pages
36
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.01

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
15
Followers
0
Items
21
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions