SAMENVATTING MARKTANALYSE
DRIE ECONOMISCHE STROMEN
Economie is gebouwd op meerdere visies rondom mark functioneren
Economie is gedragswetenschap
EVENWICHTSMODELLEN (NEO) KLASSIEKE MARKTTHEORIE
- Economische wetenschappen = evenwichtstheorie = equilibrium theory
- Vrije ongereguleerde markt
- Klassieke markttheorie ➔ analyse door Smith en Ricardo
- Marktmechanisme onder volledige vrije mededinging het economisch proces evenwichtig en doelmatig coördineert.
- Actor is door gedrag tot winstmaximalisatie de optimale regisseur vd spontane orde v markten
- Overheidsinterventie ➔ werkt verstorend
- Prijsmechanisme ➔ invisble hand
o Feitelijke beschikkingsmacht vanuit de decentrale uitwerking is toebedeeld ad individuele actoren
o Het resultaat wordt bepaald door alle kopers en verkopers gezamenlijk
- Grootte van v en a creëert evenwichtsprijs
- Consumenten willen nut maximaliseren en producenten handelen met doel tot maximale winst gegeven de
productiefunctie
- Elke markt ➔ zorgt zelf voor evenwicht zodat v en a gelijk zijn
o In dat evenwicht ➔ prijzen van reproduceerbare goederen = marginale productiekosten
- Kosten om extra eenheid te produceren zijn hoger dan betalingsbereidheid v consumenten af en zal de vraag naar het
product doen afremmen
- Potentiële producenten zullen bij deze hoge prijs uit winstoogpunt echter besluiten tot extra productie zoals de
productiekosten lager liggen dan verkoopprijs.
- Ceteris paribus uitbreiding v.d. productie leidt tot een groter aanbod waardoor prijs zal gaan dalen en uiteindelijk het
evenwicht weer bereikt zal worden
- Assumpties die aan grondslag liggen
o Gegeven prijs
o Volledige info
o DUS markttransparantie
o Geen marktmacht v vragers of aanbieders ➔ dus vrije onbelemmerd toe- en uittreding v
consumenten en producten om tot soepele aanpassingen van vragers en aanbieders te
kunnen komen
- Er is geen markt waar sprake is v volledige info ➔ assumpties utopisch
- Fundamentele inzicht ➔ perfecte markt met raiotonele actoren onder volkomen mededinging een algemeen efficiënt
evenwicht bereikt
o Optimale mogelijkheden van markten uiteenzet
- Deze theorie ➔ heeft economische wetenschap een helder handvat geschonden
o Efficiëntie op grond vh eerste welvaarstheorema vd economie geld vanaf dit moment
als analytisch instrument op welk moment marktordeningsmechanismen een optimaal
doelmatig resultaat behalen.
CHAT-GPT
Neo-klassieke markttheorie:
- Gebaseerd op een vrije, ongereguleerde markt.
- Bekend door Adam Smith (1776) en David Ricardo (1817).
Belangrijkste idee:
, - Het marktmechanisme zorgt onder volledige concurrentie voor een evenwichtige en efficiënte economie.
- Elke deelnemer streeft naar winstmaximalisatie, waardoor de markt zichzelf regelt zonder overheidsingrijpen.
Prijsmechanisme (onzichtbare hand):
- Vraag en aanbod bepalen samen de prijs.
- Hoge prijzen verminderen de vraag, maar stimuleren producenten om meer te produceren.
- Meer productie verlaagt de prijs, waardoor uiteindelijk een evenwicht ontstaat.
Neoklassieke theorie:
- Consumenten willen hun nut maximaliseren.
- Producenten streven naar maximale winst.
- Prijzen van producten in evenwicht zijn gelijk aan de marginale productiekosten.
Aannames van het model:
- Volledige informatie voor alle marktdeelnemers.
- Geen enkele partij heeft marktmacht.
- Voldoende kopers en verkopers.
- Vrije en onbelemmerde toetreding en uittreding tot de markt.
Kritiekpunt:
- Deze aannames zijn onrealistisch, vooral in vastgoedmarkten waar informatie beperkt is en niet iedereen
rationeel handelt.
Inzicht van het model:
- Een perfecte markt met rationele deelnemers leidt tot een efficiënt evenwicht.
- Dit vormt een belangrijk analytisch kader voor het begrijpen van optimale marktwerking.
NON-EVENWICHTSMODELLEN
Vanuit de gezamenlijke kritiek op het neoklassieke denken is er binnen de economische wetenschap? => een nieuwe
stroming ontstaan!
- Betreffende auteurs delen de veronderstelling dat de methodologische basis op grond van de te rigide
assumpties van de neoklassieken te zwak is
o Deze assumpties: vereisen een utopische wereld
o In de werkelijkheid tenderen markten niet automatisch naar Pareto-optimaliseert: er is sprake
van Marktfalen
Wittman heeft dit getoond door zijn constatering dat ook hiërarchische sturing: een optimaal efficiënt resultaat kan
bereiken uitgaande van de neoklassieke assumpties
Naast deze methodologische kritieken zijn er ook auteurs die zich richten op meer subjectievere gevolgen van de vrije
marktwerking
- De markt brengt onevenwichtigheden zoals ongewenste verdelingsaspecten, irrationeel
gedrag en machtsposities die kunnen vragen om centraal coördinerend vermogen
Keynes (1936) biedt middels zijn macro-economische General Theory een nieuw theoretisch gezichtsveld
- In deze theorie: neemt de overheid de taak op van evenwicht coördinator waarmee Keynes
het instituut paradoxaal genoeg een enorm marktgevoel toekent
- Keynes staat een actieve stimulering van het nationaal inkomen voor middels een actief
begrotingsbeleid
- Uitgangspunt: is een anticyclisch interventiebeleid waarbij de overheid haar
investeringen opvoert en haar belastingen beperkt in geval van laagconjunctuur.
- Een matiging van investeringen en het verhogen van belastingen vindt plaats in het geval van
hoogconjunctuur
De significante rol voor de overheid leidt tot nieuwe methodologische paden
- De beleidspraktijk leert dat ook overheidsingrijpen tekortkomingen
Wolfe (1993) onderscheidt deze bijvoorbeeld in zijn economische theorie van het overheid falen.
, - Deze tekortkomingen komen voort uit het ontbreken van een rationeel prijssysteem in de publieke sector
Vraag en aanbod komen niet automatisch tot een evenwichtssituatie
- Overheid falen heeft tot gevolg dat de kosten van interventie hoger kunnen uitvallen dat de kosten van het
oorspronkelijke markt falen
- Paternalisme doet andere dan economische argumenten prevaleren
- De overheid moet met de interventie de markt niet juist verder verstoren
Ondanks de mogelijkheid van falen blijven theoretici op grond van andere dan efficiencyargumenten een belangrijke rol voor
de overheid legitimeren.
- Opvallend: het verwerpt de twee welvaartstheorema’s
- Of een falende markt daadwerkelijk overheidsoptreden rechtvaardigt is naar deze maatstaven mede een
politieke uitspraak
- Economisch inzicht als zodanig legitimeert geen doelstellingen, daaraan ligt een politiek primaat ten
grondslag, stelt Robbins (1935)
CHAT-GPT
Neoklassieke Theorie
- De neoklassieke theorie richt zich op de werking van perfecte markten en stelt dat
markten automatisch naar een efficiënte situatie bewegen. Dit idee is gebaseerd
op het eerste welvaartstheorema, dat stelt dat vrije markten vanzelf een optimaal
resultaat bereiken. Volgens deze theorie is de markt het beste mechanisme om
efficiëntie te garanderen, zonder dat overheidsingrijpen nodig is.
Non-evenwichtsmodellen (Kritiek op de neoklassieke theorie)
- Niet alle economen zijn het eens met de neoklassieke theorie. Onder andere
Keynes, Wittman en Stiglitz bekritiseren de rigide aannames van de neoklassieken,
omdat deze uitgaan van een ideale wereld die in de praktijk niet bestaat. Ze stellen
dat:
o Markten niet altijd vanzelf naar een optimaal evenwicht bewegen (Marktfalen).
o Overheidsinterventie soms nodig is om efficiëntie te herstellen.
Keynesiaanse Theorie
- Keynes (1936) introduceerde in zijn General Theory het idee dat de overheid actief moet ingrijpen
om de economie te stabiliseren. Zijn beleid heet
- Anticyclisch begrotingsbeleid:
o In een laagconjunctuur (crisis): Overheid verhoogt investeringen en verlaagt
belastingen.
o In een hoogconjunctuur (oververhitting): Overheid verlaagt investeringen en verhoogt
belastingen. De overheid wordt zo een ‘evenwichtscoördinator’ van de economie.
Overheid falen
- Hoewel overheidsingrijpen nodig kan zijn, heeft het ook nadelen:
- Wolfe (1993) stelt dat er overheidsfalen bestaat, omdat de publieke sector geen efficiënt
prijssysteem heeft.
- De kosten van overheidsinterventie kunnen hoger uitvallen dan de kosten van marktfalen.
- Paternalisme (te veel inmenging) kan de markt verder verstoren.
Politieke dimensie
- Of een falende markt overheidsingrijpen rechtvaardigt, is niet alleen een economische vraag,
maar ook een politieke keuze. Robbins (1935) stelt dat economie geen doelen bepaalt; dat is een
taak van de politiek.
, DE NEO INSTITUTIONELE THEORIE:
Constatering van markt als overheid kunnen falen ➔ leidt tot verdere verdieping en verbreding van economische
theorie
- Namelijk: de ontwikkeling van de (neo) institutionele economische theorie
Ontkennen van de abstracte economische wetmatigheden (voortkomend uit de door Smith gestelde assumpties)
vormt het methodologisch vertrekpunt voor institutionele economie.
Institutionele kraken kern van neoklassieke studies ➔ NIET conclusie die daaruit volgen (“What is studied is a
system which lives in the minds of economists but not on earth” Coase (1992)
- In dit artikel beoogt Coase dat het aanpassen van de realiteit leidt tot een beperkt onderzoeksveld
” The concentration on the determination of prices has led to a narrowing of focus which has had as a result the
neglect of other aspects of the economic system”
- Coase heeft beperkte visie van de neoklassieke benadering: “[…] we study the circulation of the blood
without a body”.
- De neo-institutionele theorie stelt dat de analyse van ‘the body’, het gehele economische systeem centraal,
i.p.v. slechts de prijsvorming via vraag en aanbod.
- Expliciete verdieping van het analysekader ligt naast de primaire eenheid van analyse op de positiviteit van
transactiekosten en de institutionele beperkingen waardoor actoren beperkingen ondervinden in hun
handelen.
o Vb. aangezien consumenten niet altijd 100% geïnformeerd zijn.
- De rationele homo economicus wordt vervangen door individu met ‘begrensde rationaliteit’.
- Als er algemene regels bestaan, dan zijn deze sterk plaats en tijdsgebonden.
- De organisatie en economische structuur van ruil + productie en veranderingen daarvan staan nadrukkelijker
in de belangstelling.
o Er is immer ‘keuze’
o Zo ontstaat discussie over de markt zelf
- Neo-institutionele literatuur gaat nader in op de voor klassieken basale voorwaarden voor het functioneren
van de markten.
o Falen van markt & overheid => vormt aanleiding voor bestaan van veelvoud aan instituties
o Instituties zijn (door North, 1990) breed geconceptualiseerd, als zijnde structuren in vorm van regels,
rechten, gewoonten, cognities en sociale normen die het economische, sociale en politiek-
bestuurlijke handelen van individuen en organisaties beïnvloeden.
o Instituties die lange tijd als holistische entiteiten zijn gezien in de eerdere stromingen van
economische wetenschap.
- De focus van de Neo-institutionele economie ligt op de wisselwerking tussen organisaties en markt en de
regelen vormgeving van een interne organisatie.
- Economische efficiëntie blijft daarbij de maatstaf, dat wil zeggen gericht op: de vraag welke instituties,
vergelijk ordening mechanismen, in een bepaalde situatie tot maximale economische efficiëntie
coördineren.
- Coase: Heeft theorie opgezet vanuit ‘the firm’.
- Ter Bogt (1997) stelt terecht dat door het speelveld van het begrip organisatie op voldoende hoog niveau te
beschouwen de definiëring van het begrip organisatie ook de samenleving als geheel en de regel-en
vormgeving van deze samenleving omvat.
- Coase constateerde (1937) dat een markt in werkelijkheid niet kan werken zonder aanvullende regelgeving
(“Without the appropriate institutions, no market economy of any significance is possible” (Coase, 1992:714).
- Markten tenderen niet zelfstandig tot optimale resultaten
- Regels vormen marktprocessen en beïnvloeden de marktuitkomsten mede ter compensatie van Marktfalen.
DRIE ECONOMISCHE STROMEN
Economie is gebouwd op meerdere visies rondom mark functioneren
Economie is gedragswetenschap
EVENWICHTSMODELLEN (NEO) KLASSIEKE MARKTTHEORIE
- Economische wetenschappen = evenwichtstheorie = equilibrium theory
- Vrije ongereguleerde markt
- Klassieke markttheorie ➔ analyse door Smith en Ricardo
- Marktmechanisme onder volledige vrije mededinging het economisch proces evenwichtig en doelmatig coördineert.
- Actor is door gedrag tot winstmaximalisatie de optimale regisseur vd spontane orde v markten
- Overheidsinterventie ➔ werkt verstorend
- Prijsmechanisme ➔ invisble hand
o Feitelijke beschikkingsmacht vanuit de decentrale uitwerking is toebedeeld ad individuele actoren
o Het resultaat wordt bepaald door alle kopers en verkopers gezamenlijk
- Grootte van v en a creëert evenwichtsprijs
- Consumenten willen nut maximaliseren en producenten handelen met doel tot maximale winst gegeven de
productiefunctie
- Elke markt ➔ zorgt zelf voor evenwicht zodat v en a gelijk zijn
o In dat evenwicht ➔ prijzen van reproduceerbare goederen = marginale productiekosten
- Kosten om extra eenheid te produceren zijn hoger dan betalingsbereidheid v consumenten af en zal de vraag naar het
product doen afremmen
- Potentiële producenten zullen bij deze hoge prijs uit winstoogpunt echter besluiten tot extra productie zoals de
productiekosten lager liggen dan verkoopprijs.
- Ceteris paribus uitbreiding v.d. productie leidt tot een groter aanbod waardoor prijs zal gaan dalen en uiteindelijk het
evenwicht weer bereikt zal worden
- Assumpties die aan grondslag liggen
o Gegeven prijs
o Volledige info
o DUS markttransparantie
o Geen marktmacht v vragers of aanbieders ➔ dus vrije onbelemmerd toe- en uittreding v
consumenten en producten om tot soepele aanpassingen van vragers en aanbieders te
kunnen komen
- Er is geen markt waar sprake is v volledige info ➔ assumpties utopisch
- Fundamentele inzicht ➔ perfecte markt met raiotonele actoren onder volkomen mededinging een algemeen efficiënt
evenwicht bereikt
o Optimale mogelijkheden van markten uiteenzet
- Deze theorie ➔ heeft economische wetenschap een helder handvat geschonden
o Efficiëntie op grond vh eerste welvaarstheorema vd economie geld vanaf dit moment
als analytisch instrument op welk moment marktordeningsmechanismen een optimaal
doelmatig resultaat behalen.
CHAT-GPT
Neo-klassieke markttheorie:
- Gebaseerd op een vrije, ongereguleerde markt.
- Bekend door Adam Smith (1776) en David Ricardo (1817).
Belangrijkste idee:
, - Het marktmechanisme zorgt onder volledige concurrentie voor een evenwichtige en efficiënte economie.
- Elke deelnemer streeft naar winstmaximalisatie, waardoor de markt zichzelf regelt zonder overheidsingrijpen.
Prijsmechanisme (onzichtbare hand):
- Vraag en aanbod bepalen samen de prijs.
- Hoge prijzen verminderen de vraag, maar stimuleren producenten om meer te produceren.
- Meer productie verlaagt de prijs, waardoor uiteindelijk een evenwicht ontstaat.
Neoklassieke theorie:
- Consumenten willen hun nut maximaliseren.
- Producenten streven naar maximale winst.
- Prijzen van producten in evenwicht zijn gelijk aan de marginale productiekosten.
Aannames van het model:
- Volledige informatie voor alle marktdeelnemers.
- Geen enkele partij heeft marktmacht.
- Voldoende kopers en verkopers.
- Vrije en onbelemmerde toetreding en uittreding tot de markt.
Kritiekpunt:
- Deze aannames zijn onrealistisch, vooral in vastgoedmarkten waar informatie beperkt is en niet iedereen
rationeel handelt.
Inzicht van het model:
- Een perfecte markt met rationele deelnemers leidt tot een efficiënt evenwicht.
- Dit vormt een belangrijk analytisch kader voor het begrijpen van optimale marktwerking.
NON-EVENWICHTSMODELLEN
Vanuit de gezamenlijke kritiek op het neoklassieke denken is er binnen de economische wetenschap? => een nieuwe
stroming ontstaan!
- Betreffende auteurs delen de veronderstelling dat de methodologische basis op grond van de te rigide
assumpties van de neoklassieken te zwak is
o Deze assumpties: vereisen een utopische wereld
o In de werkelijkheid tenderen markten niet automatisch naar Pareto-optimaliseert: er is sprake
van Marktfalen
Wittman heeft dit getoond door zijn constatering dat ook hiërarchische sturing: een optimaal efficiënt resultaat kan
bereiken uitgaande van de neoklassieke assumpties
Naast deze methodologische kritieken zijn er ook auteurs die zich richten op meer subjectievere gevolgen van de vrije
marktwerking
- De markt brengt onevenwichtigheden zoals ongewenste verdelingsaspecten, irrationeel
gedrag en machtsposities die kunnen vragen om centraal coördinerend vermogen
Keynes (1936) biedt middels zijn macro-economische General Theory een nieuw theoretisch gezichtsveld
- In deze theorie: neemt de overheid de taak op van evenwicht coördinator waarmee Keynes
het instituut paradoxaal genoeg een enorm marktgevoel toekent
- Keynes staat een actieve stimulering van het nationaal inkomen voor middels een actief
begrotingsbeleid
- Uitgangspunt: is een anticyclisch interventiebeleid waarbij de overheid haar
investeringen opvoert en haar belastingen beperkt in geval van laagconjunctuur.
- Een matiging van investeringen en het verhogen van belastingen vindt plaats in het geval van
hoogconjunctuur
De significante rol voor de overheid leidt tot nieuwe methodologische paden
- De beleidspraktijk leert dat ook overheidsingrijpen tekortkomingen
Wolfe (1993) onderscheidt deze bijvoorbeeld in zijn economische theorie van het overheid falen.
, - Deze tekortkomingen komen voort uit het ontbreken van een rationeel prijssysteem in de publieke sector
Vraag en aanbod komen niet automatisch tot een evenwichtssituatie
- Overheid falen heeft tot gevolg dat de kosten van interventie hoger kunnen uitvallen dat de kosten van het
oorspronkelijke markt falen
- Paternalisme doet andere dan economische argumenten prevaleren
- De overheid moet met de interventie de markt niet juist verder verstoren
Ondanks de mogelijkheid van falen blijven theoretici op grond van andere dan efficiencyargumenten een belangrijke rol voor
de overheid legitimeren.
- Opvallend: het verwerpt de twee welvaartstheorema’s
- Of een falende markt daadwerkelijk overheidsoptreden rechtvaardigt is naar deze maatstaven mede een
politieke uitspraak
- Economisch inzicht als zodanig legitimeert geen doelstellingen, daaraan ligt een politiek primaat ten
grondslag, stelt Robbins (1935)
CHAT-GPT
Neoklassieke Theorie
- De neoklassieke theorie richt zich op de werking van perfecte markten en stelt dat
markten automatisch naar een efficiënte situatie bewegen. Dit idee is gebaseerd
op het eerste welvaartstheorema, dat stelt dat vrije markten vanzelf een optimaal
resultaat bereiken. Volgens deze theorie is de markt het beste mechanisme om
efficiëntie te garanderen, zonder dat overheidsingrijpen nodig is.
Non-evenwichtsmodellen (Kritiek op de neoklassieke theorie)
- Niet alle economen zijn het eens met de neoklassieke theorie. Onder andere
Keynes, Wittman en Stiglitz bekritiseren de rigide aannames van de neoklassieken,
omdat deze uitgaan van een ideale wereld die in de praktijk niet bestaat. Ze stellen
dat:
o Markten niet altijd vanzelf naar een optimaal evenwicht bewegen (Marktfalen).
o Overheidsinterventie soms nodig is om efficiëntie te herstellen.
Keynesiaanse Theorie
- Keynes (1936) introduceerde in zijn General Theory het idee dat de overheid actief moet ingrijpen
om de economie te stabiliseren. Zijn beleid heet
- Anticyclisch begrotingsbeleid:
o In een laagconjunctuur (crisis): Overheid verhoogt investeringen en verlaagt
belastingen.
o In een hoogconjunctuur (oververhitting): Overheid verlaagt investeringen en verhoogt
belastingen. De overheid wordt zo een ‘evenwichtscoördinator’ van de economie.
Overheid falen
- Hoewel overheidsingrijpen nodig kan zijn, heeft het ook nadelen:
- Wolfe (1993) stelt dat er overheidsfalen bestaat, omdat de publieke sector geen efficiënt
prijssysteem heeft.
- De kosten van overheidsinterventie kunnen hoger uitvallen dan de kosten van marktfalen.
- Paternalisme (te veel inmenging) kan de markt verder verstoren.
Politieke dimensie
- Of een falende markt overheidsingrijpen rechtvaardigt, is niet alleen een economische vraag,
maar ook een politieke keuze. Robbins (1935) stelt dat economie geen doelen bepaalt; dat is een
taak van de politiek.
, DE NEO INSTITUTIONELE THEORIE:
Constatering van markt als overheid kunnen falen ➔ leidt tot verdere verdieping en verbreding van economische
theorie
- Namelijk: de ontwikkeling van de (neo) institutionele economische theorie
Ontkennen van de abstracte economische wetmatigheden (voortkomend uit de door Smith gestelde assumpties)
vormt het methodologisch vertrekpunt voor institutionele economie.
Institutionele kraken kern van neoklassieke studies ➔ NIET conclusie die daaruit volgen (“What is studied is a
system which lives in the minds of economists but not on earth” Coase (1992)
- In dit artikel beoogt Coase dat het aanpassen van de realiteit leidt tot een beperkt onderzoeksveld
” The concentration on the determination of prices has led to a narrowing of focus which has had as a result the
neglect of other aspects of the economic system”
- Coase heeft beperkte visie van de neoklassieke benadering: “[…] we study the circulation of the blood
without a body”.
- De neo-institutionele theorie stelt dat de analyse van ‘the body’, het gehele economische systeem centraal,
i.p.v. slechts de prijsvorming via vraag en aanbod.
- Expliciete verdieping van het analysekader ligt naast de primaire eenheid van analyse op de positiviteit van
transactiekosten en de institutionele beperkingen waardoor actoren beperkingen ondervinden in hun
handelen.
o Vb. aangezien consumenten niet altijd 100% geïnformeerd zijn.
- De rationele homo economicus wordt vervangen door individu met ‘begrensde rationaliteit’.
- Als er algemene regels bestaan, dan zijn deze sterk plaats en tijdsgebonden.
- De organisatie en economische structuur van ruil + productie en veranderingen daarvan staan nadrukkelijker
in de belangstelling.
o Er is immer ‘keuze’
o Zo ontstaat discussie over de markt zelf
- Neo-institutionele literatuur gaat nader in op de voor klassieken basale voorwaarden voor het functioneren
van de markten.
o Falen van markt & overheid => vormt aanleiding voor bestaan van veelvoud aan instituties
o Instituties zijn (door North, 1990) breed geconceptualiseerd, als zijnde structuren in vorm van regels,
rechten, gewoonten, cognities en sociale normen die het economische, sociale en politiek-
bestuurlijke handelen van individuen en organisaties beïnvloeden.
o Instituties die lange tijd als holistische entiteiten zijn gezien in de eerdere stromingen van
economische wetenschap.
- De focus van de Neo-institutionele economie ligt op de wisselwerking tussen organisaties en markt en de
regelen vormgeving van een interne organisatie.
- Economische efficiëntie blijft daarbij de maatstaf, dat wil zeggen gericht op: de vraag welke instituties,
vergelijk ordening mechanismen, in een bepaalde situatie tot maximale economische efficiëntie
coördineren.
- Coase: Heeft theorie opgezet vanuit ‘the firm’.
- Ter Bogt (1997) stelt terecht dat door het speelveld van het begrip organisatie op voldoende hoog niveau te
beschouwen de definiëring van het begrip organisatie ook de samenleving als geheel en de regel-en
vormgeving van deze samenleving omvat.
- Coase constateerde (1937) dat een markt in werkelijkheid niet kan werken zonder aanvullende regelgeving
(“Without the appropriate institutions, no market economy of any significance is possible” (Coase, 1992:714).
- Markten tenderen niet zelfstandig tot optimale resultaten
- Regels vormen marktprocessen en beïnvloeden de marktuitkomsten mede ter compensatie van Marktfalen.