Hoofdstuk 1: organisatie van de cel ........................................................................... 3
1. Sorteren van eiwitten ..................................................................................... 3
Via het cytosol ...................................................................................................... 3
Secretorische weg ................................................................................................ 6
Modificaties in het E.R. .......................................................................................... 8
Hoofdstuk 2: transport van vesikels ......................................................................... 11
1. Van E.R. naar cis-golgi .................................................................................. 11
2. Van cis-golgi naar trans-golgi ........................................................................ 11
3. Vanaf het trans-golgi .................................................................................... 11
4. Pathologie: mucoviscidose ........................................................................... 12
5. Vorming en fusie van vesikels ........................................................................ 14
6. Endocytose ................................................................................................. 15
7. Autofagie ..................................................................................................... 16
8. Pathologie ................................................................................................... 17
Hoofdstuk 3: transport en metabolisme van lipiden .................................................. 18
1. Lipidentransport in de cel ............................................................................. 18
2. Lipidentransport over plasmamembraan ....................................................... 19
3. Regulatie van cellulaire lipidenmetabolisme .................................................. 20
Hoofdstuk 4: signaaltransductie .............................................................................. 22
1. Indeling volgens chemische aard .................................................................. 22
2. Interactie tussen ligand en receptor .............................................................. 23
3.signalen die door plasmamembraan gaan .......................................................... 24
4. pathologie ................................................................................................... 27
5. signaaltransductie via plasmamembraan receptoren ..................................... 27
Hoofdstuk 5: regulatie van de celcyclus ................................................................... 29
1. Fasen van de celcyclus................................................................................. 29
2. Controlemechanismen celcyclus .................................................................. 31
4. Onderzoek naar controlemechanismen ......................................................... 33
4. Initiatie, onderdrukking, checkpoints van celcyclus ........................................ 34
Hoofdstuk 6: regulatie van de celdood ..................................................................... 36
, 1. Apoptose..................................................................................................... 36
2. necrose ....................................................................................................... 38
3. autofagie ..................................................................................................... 38
Hoofdstuk 7: kanker ............................................................................................... 39
1. Inleidende begrippen ................................................................................... 39
2. Eigenschappen kankercellen ........................................................................ 40
3. Proto-oncogenen en oncogenen ................................................................... 42
4. Tumorsuppressorgenen ................................................................................ 45
,Cellulaire regulatiemechanismen
Hoofdstuk 1: organisatie van de cel
1. Sorteren van eiwitten
Hoe komen eiwitten op de juiste plek in de cel terecht om hun functie uit te voeren?
DNA –> mRNA in de kern → aminozuursequentie door ribosomen in cytosol
1. Eiwitten in het cytosol (default)
2. Secretorische weg
3. Naar organellen
Via het cytosol
naar het mitochondriën
Dubbel membraan: eiwitten geraken niet door het dubbel lipide membraan
➔ Transporters nodig (actief transport)
➔ Voornamelijk naar matrix
Eiwit bevat een signaalsequentie aan N-terminus of C-terminus, die wordt herkend om
te weten waar het eiwit naartoe moet om zijn functie uit te voeren
Bv. Alcohol dehydrogenase II
MFRTSSLFTRRVQPSLFSRNILRLQST aan N-terminus
HOE?
Eiwit komt in een waterig milieu gevouwen voor ➔ te groot
Hsp70/Hsc70/Hsp90 = chaperones die het eiwit lineair houden of net vouwen
(=heat shock proteins)
Chaperones zijn gebonden aan het eiwit tijdens transport, dus lineair
Signaalsequentie maakt contact met translocon = transporter door membraan
TOM: translocator outer mitochondrial membrane
TIM: translocator inner mitochondrial membrane
Translocon trekt het eiwit door het membraan na herkenning van signaalsequentie
, Het eiwit erdoor trekken vereist energie:
- ATP gebonden aan eiwit: lage affiniteit voor chaperone
- ATP → ADP + P
- ADP gebonden aan eiwit: hoge affiniteit voor chaperone (lineair)
Translocon trekt eiwit gebonden met ADP → ADP wordt ATP → chaperone komt
los en eiwit beweegt vrij → ATP wordt ADP → chaperone bindt terug
Treksysteem door afwisseling van ATP en ADP
Na het doorgaan van het binnenste membraan
wordt de signaalsequentie afgesplitst door MPP
(=protease)
Eiwit met signaalsequentie = proproteïne
Chaperones komen los, eiwit vouwt, eiwit is
functioneel
Manieren van importen in het mitochondriën
1. Import + integratie in mitochondriaal membraan (transmembraaneiwit)
2. Integratie buitenste membraan
3. Import intermembranaire ruimte
4. Import matrix
5. Import intermembranaire ruimte na export vanuit matrix
6. Import + integratie in binnenste membraan na export vanuit matrix
! als mitochondriale import verstoord is: ziekte !
bv. Een puntmutatie in signaalsequentie, wordt niet herkend, eiwit voert zijn functie niet
uit en eiwit blijft in cytosol