Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting EEW - Basisecologie & Soortinteracties (UU Biologie)

Rating
-
Sold
-
Pages
31
Uploaded on
25-05-2026
Written in
2023/2024

Samenvatting voor EEW (UU Biologie) met Eco1-3: organismen en omgeving, populaties, intraspecifieke interacties en interspecifieke relaties. Inclusief hoorcollege-aantekeningen, kennis uit Elements of Ecology, werkcollege-uitwerkingen en quiz-vragen met antwoorden.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Introductie: ecologie

Ecologie = wetenschapelijke studie van interacties tussen organismen en hun omgeving.

Opbouw ecosysteem:

• Biotische factoren
• Abiotische factoren

Hiërarchie van ecologische systemen:

1. Individu
2. Populatie
3. Gemeenschap

4. Ecosysteem
5. Landschap

6. Bioom
7. Biosfeer

Fundamentele ecologische principes:

• Abiotische omgevingsfactoren variëren in ruimte en tijd
• Organismen hebben constante interne omgeving (homeostase)
• Functioneren alleen mogelijke binnen beperkte tolerantiebereik
• Tolerantiebereiken verschillen tussen organismen


Niche en habitat

Habitat = verblijfplaats van een soort, waar de soort voorkomt. Niche = scale aan fysische en chemische omstandigheden waaronder een soort
overleeft en reproduceert / scale aan essentiële middelen die soort gebruikt.




Niche-breedte: generalist versus specialist

• Generalist = organismen met grote toleratie (b)
• Voordeel: grotere ranges om te kunnen overleven

• Specialist = organismen met kleine toleratie (d)
• Voordeel: geen energie steken om in intermediare ranges te leven




1

,Niche-variabelen

• Condities = veranderbare variabelen die niet-consumeerbaar zijn
• VB: temperatuur, pH, zoutgehalte, vochtigheid, verontreining, frequentie van verstoring

• Resources = veranderbare variabelen die consumeerbaar zijn
• VB: straling, CO2-uitstoot, water, voedingsstoffen, nutriënten, nestplaatsen


Omgaan met abiotische stress

• Stresstolerantie = vermogen om te functioneren te handhaven bij blootstelling aan breed scale van condities
• Acclimatisering = toename van stresstolerantie van individueel organisme na blootstelling aan stress
• Adaptatie = genetisch bepaalde toename van stresstolerantie als gevolg van selectie over generaties


1 heeft grotere stresstolerantie dan 2 1 heeft eerder droogte meegemaakt en ondergaat
acclimatisering




Hoge T Lage T Hoge T Lage T

Series 1 Series 2 Series 1 Series 2

Waterbeschikbaarheid in grond

Field capacity = hoeveelheid bodemvocht die in de grond wordt vastgehouden nadat overtollig water is weggedraineerd en de snelheid van
neerwaatse beweging is afgenomen. Wilting point = zo lage vochtgehalte on de bodem dat planten geen water meer kunnen onttrekken

• Kenmerk zand: grote poriën → slecht water vasthouden
• Kenmerk klei: kleine poriën → veel water vasthouden




Algemene ecologische strategieën voor omgaan met waterstrss door tekort

1. Uitstel van uitdroging / vermogen om uitdroging te voorkomen, ondanks verminderde waterbeschikbaarheid
2. Tolerantie voor uitdroging / vermogen om te blijven functioneren terwijl je uitgedroogd bent
3. Droogte ontsnappen / voltooien levenscyclus vóór het begin van droogte.




2

,Ecology Quiz 1

Vraag 1 : Bij fotosynthese is de netto opname CO2 door een plant het grootst op ___ .

a. Wanneer PAR gelijk is aan nul
b. Op het lichtcompensatiepunt
c. Op het lichtverzadigheidspunt
d. Tijdens foto-inhibitie

Antwoord: het lichtverzadigheidspunt


Vraag 2 : Naarmate de zuurgraad van de bodem toeneemt, neemt de concentratie van ___ .

a. Ca2+
b. Na+
c. Al3+
d. NH4+

Antwoord: Al3+


Vraag 3 : Bij bodemsoort ___ is de hoeveelheid vastgehouden water bij veldcapaciteit het grootst.

a. Leem
b. Zand
c. Slib
d. Klei

Antwoord: klei


Vraag 4 : Als een boom van 50 meter hoog 30.000 bladeren heeft, is de oppervlakte van bladeren 300 m2. Hoeveelheid grond die door
bladerdak van de boom wordt bedekt, is 75 m2. De bladoppervlakte-index (LAI) is ___ .

a. 4
b. 100
c. 400

Antwoord: 300 m m2 = 4


Vraag 5 : Waarom is de SLA (figuur hiernaast) hoger in de schaduw voor zowel schaduwtolerante
als -intolerante planten?

a. Schaduw-intolerante planten hebben een groter oppervlak
b. Bladeren zijn meestal dikker in de schaduw
c. Bladeren met groter oppervlak om meer zonlicht te abosorberen
d. Schaduwplanten hebben een groter oppervlak

Antwoord: bladeren hebben meestal een groter oppervlak om meer zonlicht te absorberen


Vraag 6 : Basaalstofwisseling per eenheid lichaamsgewicht is het hoogst in een ___ dier .

a. Groot ecotherm
b. Klein ectotherm
c. Groot endotherm
d. Klein endotherm

Antwoord: klein endotherm


Vraag 7 : Een Acacia-zaailing die in de schaduw (50% volle zon) wordt gekweekt, zal naar verwachting een ___ netto assimilatiesnelheid (NAR)
en een ___ bladoppervlakteverhouding (LAR) hebben dan een Acacia-zaailing die in de volle zon wordt gekweekt.

a. Hoger ; hoger
b. Lager ; lager
c. Lager ; hoger
d. Hoger ; lager

Antwoord: lager NAR en hoger LAR




3

, Vraag 8 : Een voordeel van homeothermie is ___ .

a. Dat het een lage calorie-inname vereist
b. Dat het de toewijzing van energie aan groei maximaliseert
c. Dat het organisme in staat stelt actief te blijven bij een breed scala aan externe temperaturen
d. Dat het organisme in staat stelt grote schommelingen in de lichaamstemperatuur te toleren

Antwoord: dat homeothermie het organisme in staat stelt actief te blijven bij breed scala aan externe temperaturen


Vraag 9 : In de figuur suggereert de helling van de lijnen voor actieve en inactieve
hagedissen dat ___ .

a. Actieve hagedissen reguleren op een manier hun temperatuur
b. Inactieve hagedissen reguleren op een manier hun temperatuur
c. Er is geen verschil in trends tussen de twee typen
d. Actieve hagedissen behouden hun koelte bij een grotere verscheidenheid aan
temperaturen

Antwoord: actieve hagedissen op een manier hun temperatuur reguleren


Vraag 10 : In tegenstelling tot terrestrische planten, ontbreken ondergedompelde waterplanten ___ .

a. Bladeren
b. Chlorofyl
c. Stomata
d. Stengels

Antwoord: stomata


Werkcollege Eco1 : vraag 1 Niche en habitat

Vraag 1A : Geef je eigen definitie van de termen niche en habitat.

Antwoord: Habitat = plaats waar je organisme kunt vinden ; adres van organisme. Niche = functionele relatie van organisme met zijn
abiotische omgeving / pakket aan randvoorwaarden waarbinnen organisme kan functioneren.


Vraag 1B : Leg uit waarom twee soorten met dezelfde niche niet samen in één omgeving kunnen leven.

Antwoord: Als ze strijden om precies dezelfde hulpbronnen, zal slechts één van de twee soorten domineren (waarschijnlijk degene met een
hogere reproductie, consumptie, enz.).


Vraag 1C : Hoewel de definitie van condition en resource in de lezing eenvoudig lijkt, kan het zijn dat sommige omgevingsvariabelen zowel
condition als resource kunnen zijn, Geef een voorbeeld van zo’n variabele en beschrijf het conditionele en resource aspect hiervan.

Antwoord: Licht dient als resource voor planten en hun fotosynthetische activiteit, totdat het lichtverzadigingspunt breikt wordt. Verdere
toename van de lichtintensiteit (PAR) leidt tot afname van activiteit door de schadelijke stijgende temperatuur. Licht dient als conditie voor
andere organismen doordat zij licht niet kunnen opnemen en verbruiken.


Vraag 1D : Geef een voorbeeld van een verschuiving in de niche-breedte als gevolg van acclimatisatie.

Antwoord: Vissen die opgroeien in open zee met zeewater ± constant zoutwater, hebben een lagere tolerantie voor afwijkende zoutgehaltes
→ smalle niche-breedte. Individuen van dezelfde soort die in buurt van een estuarium opgroeien, ervaren grotere fluctuaties en hebben
hogere tolerantie voor afwijkende zoutgehaltes → brede niche-breedte. Open zee naar estuarium → acclimatie → verandering niche-breedte.




4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 25, 2026
Number of pages
31
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$7.02
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
SnomStudyNotes

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
SnomStudyNotes Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
52
Last sold
2 weeks ago
SnomStudyNotes

High-quality, structured study notes for the Bachelor Biology programme at Utrecht University. Focused on clear, exam-oriented summaries of first-year, second-year, and third-year courses, with a specialisation in cellular biology, developmental biology, and neuroscience. These notes are designed to simplify complex biological concepts into well-structured, high-yield summaries to support efficient and effective exam preparation.

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions