Pathofysiologie II – Volledige Samenvatting Ziektebeelden (Universiteit Gent, 2024)
Pathofysiologie II
Volledige Samenvatting Ziektebeelden
Locomotorisch stelsel • Dermatologie • Hematologie
HOOFDSTUK 1: HET LOCOMOTORISCH STELSEL
A. Het Skelet
1. Hypocalciëmie
Definitie: De concentratie van geïoniseerd Ca²⁺ in het bloed daalt.
Gevolg: Destabilisatie van de rustpotentiaal van zenuwcellen en motorneuronen →
onwillekeurige contracties van de skeletspieren.
2. Hypercalciëmie
Definitie: De concentratie van geïoniseerd Ca²⁺ in het bloed stijgt.
Behandeling: Calcitonine.
3. Parathyroïdectomie
Definitie: Ongewenst effect bij chirurgie van de schildklier → hoeveelheid parathormoon
onvoldoende.
Gevolg: Calciëmie daalt → tetanie (spierspasmen).
4. Tetanie
Definitie: Daling van de calciëmie.
Symptomen: Spierspasmen, laryngospasmen (verstikking).
5. Hyperparathyroïdie
Oorzaak: Bv. tumor van parathyroïden → calciëmie neemt toe.
Gevolgen: Calcificatie van weke organen, ontwikkeling van nierstenen.
6. Chronisch Nierlijden
Mechanisme: Onvoldoende 1-hydroxylase-activiteit → tekort aan vitamine D-hormoon →
hypocalciëmie en demineralisatie.
Behandeling: Toediening van 1,25-dihydroxy-vitamine D of 1-hydroxy-vitamine D.
,Pathofysiologie II – Volledige Samenvatting Ziektebeelden (Universiteit Gent, 2024)
7. Rachitis / Vitamine D-tekort bij Kinderen
Oorzaak: Vitamine D-tekort → onvoldoende verkalking van de beenderen → beenderen
vervormen (rachitis). Komt voor bij kinderen in de groeifase.
Bij volwassenen: Geen rachitis, wel hypocalciëmie en demineralisatie.
Behandeling: Vitamine D-supplement (colecalciferol).
8. Vitamine D-tekort bij Ouderen
Gevolgen: Hypocalciëmie, demineralisatie.
Behandeling: Vitamine D-supplementen (colecalciferol).
9. Ziekte van Paget (= Osteïtis Deformans)
Definitie: Eén van de meest voorkomende skeletziekten. Reorganisatie van de structuur van de
beenderen → makkelijk breuken.
Behandeling: Biotechnologisch aangemaakt calcitonine (humaan of salcatonine – 20× actiever
dan humaan calcitonine).
10. Veroudering van Gewrichten
• Productie van synoviaal vocht vermindert
• Kraakbeenlaag wordt dunner
• Ligamenten worden korter, flexibiliteit gaat verloren
• Rond 80 jaar: degeneratie van de grote gewrichten
11. Scheur in de Meniscus
Longitudinale scheur: Behandeling: hechten + tijdelijk niet steunen.
Radiale/dwarse scheur: Veroorzaakt hinder. Behandeling: stuk wegsnijden (meniscectomie).
12. Beschadiging van het Kraakbeen
Kraakbeen is slecht doorbloed → regeneratie is zeer laag. Beweging zorgt voor voeding:
compressie perst vocht uit de matrix, decompressie zuigt het terug. Het synoviaal vocht voedt
het kraakbeen.
Samenstelling kraakbeen: Kraakbeencellen + extracellulaire matrix: collageen (trekvastheid) +
proteoglycanen (drukvastheid, hydrofiel).
Bij geen goed herstel: Operatief ingrijpen nodig.
13. Kraakbeenletsels
Klein letsel: Operatief via forage = boren tot het bot → bloedprop ontstaat → littekenweefsel
gevormd.
Groot letsel: Kraakbeen wordt in vitro gekweekt en teruggeplaatst.
Niet meer te redden: Knieprothese.
14. Bursitis
Definitie: Acute of chronische ontsteking van de bursa.
Oorzaken: Trauma, infectie, reumatoïde artritis, buitengewoon sterke belasting van een
gewricht.
, Pathofysiologie II – Volledige Samenvatting Ziektebeelden (Universiteit Gent, 2024)
Symptomen: Lokale ontsteking, opstapeling van vocht, pijn, zwelling, beperkte beweeglijkheid.
Voorbeeld: Studentenelleboog: pijn ter hoogte van olecranon door ontsteking/bloeding in de
slijmbeurs tgv trauma, herhaald buigen of leunen op de elleboog.
Behandeling: Ontstekingsremmers, punctie (vocht/bloed verwijderen), infiltratie met
corticosteroïden, chirurgische verwijdering.
15. Tenosynovitis
Definitie: Ontsteking van de peesschede.
Oorzaken: Trauma, overbelasting.
Behandeling: Ontstekingsremmers (NSAIDs).
16. Carpaal Tunnelsyndroom
Definitie: De nervus medianus loopt door een tunnel aan de pols. Zwelling van polsstructuren
(polsgewrichtjes, polsligament) of de peesschede door ontsteking → zenuw gekneld.
Symptomen: Pijn, verdoofd gevoel, tintelingen in de vingers (behalve de pink), typisch 's
nachts.
Behandeling: Ontstekingsremmers, chirurgisch.
17. Fracturen
Definitie: Beenbreuk = onderbreking van de continuïteit van de botstructuur. Vaker bij ouderen
(benzodiazepines, osteoporose).
3 fasen van botgenezing:
• Ontstekingsfase: genezing wonde inzetten, vernield botweefsel geresorbeerd, start
revascularisatie
• Proliferatiefase: piek revascularisatie, synthese kraakbeen (eerst zacht, mineraliseert →
harde callus), primair bot gevormd om breuk te stabiliseren
• Remodelleringsfase: gemineraliseerd kraakbeen en primair bot geleidelijk geresorbeerd,
vervangen door secundair bot (parallelle weefselstructuur, steviger)
Behandeling – 3 doelen:
• Reductie: anatomische vormcorrectie botfragmenten
◦ Gesloten reductie: manuele manipulatie, huid intact
◦ Open reductie: chirurgische procedure + interne fixatiemiddelen (schroeven, platen,
pinnen, draden, staven)
• Immobilisatie: gips, spalk, draagverband, elastisch verband, externe fixatie of combinatie
• Functieherstel
18. Osteoporose
Definitie: Systematische skeletale aandoening met lage botmassa en micro-architecturale
aantasting van het botweefsel → botfragiliteit en gevoeligheid voor fracturen.
Oorzaak: Te lage BMD (bone mineral density), gemeten via botdensiometrie (DXA = Dual-
energy X-ray Absorptiometrie).
Risicofactoren:
• Vroege menopauze: daling oestrogenen die helpen bij botopbouw
• Lage calciuminname via voeding
• Roken
• Alcohol
Pathofysiologie II
Volledige Samenvatting Ziektebeelden
Locomotorisch stelsel • Dermatologie • Hematologie
HOOFDSTUK 1: HET LOCOMOTORISCH STELSEL
A. Het Skelet
1. Hypocalciëmie
Definitie: De concentratie van geïoniseerd Ca²⁺ in het bloed daalt.
Gevolg: Destabilisatie van de rustpotentiaal van zenuwcellen en motorneuronen →
onwillekeurige contracties van de skeletspieren.
2. Hypercalciëmie
Definitie: De concentratie van geïoniseerd Ca²⁺ in het bloed stijgt.
Behandeling: Calcitonine.
3. Parathyroïdectomie
Definitie: Ongewenst effect bij chirurgie van de schildklier → hoeveelheid parathormoon
onvoldoende.
Gevolg: Calciëmie daalt → tetanie (spierspasmen).
4. Tetanie
Definitie: Daling van de calciëmie.
Symptomen: Spierspasmen, laryngospasmen (verstikking).
5. Hyperparathyroïdie
Oorzaak: Bv. tumor van parathyroïden → calciëmie neemt toe.
Gevolgen: Calcificatie van weke organen, ontwikkeling van nierstenen.
6. Chronisch Nierlijden
Mechanisme: Onvoldoende 1-hydroxylase-activiteit → tekort aan vitamine D-hormoon →
hypocalciëmie en demineralisatie.
Behandeling: Toediening van 1,25-dihydroxy-vitamine D of 1-hydroxy-vitamine D.
,Pathofysiologie II – Volledige Samenvatting Ziektebeelden (Universiteit Gent, 2024)
7. Rachitis / Vitamine D-tekort bij Kinderen
Oorzaak: Vitamine D-tekort → onvoldoende verkalking van de beenderen → beenderen
vervormen (rachitis). Komt voor bij kinderen in de groeifase.
Bij volwassenen: Geen rachitis, wel hypocalciëmie en demineralisatie.
Behandeling: Vitamine D-supplement (colecalciferol).
8. Vitamine D-tekort bij Ouderen
Gevolgen: Hypocalciëmie, demineralisatie.
Behandeling: Vitamine D-supplementen (colecalciferol).
9. Ziekte van Paget (= Osteïtis Deformans)
Definitie: Eén van de meest voorkomende skeletziekten. Reorganisatie van de structuur van de
beenderen → makkelijk breuken.
Behandeling: Biotechnologisch aangemaakt calcitonine (humaan of salcatonine – 20× actiever
dan humaan calcitonine).
10. Veroudering van Gewrichten
• Productie van synoviaal vocht vermindert
• Kraakbeenlaag wordt dunner
• Ligamenten worden korter, flexibiliteit gaat verloren
• Rond 80 jaar: degeneratie van de grote gewrichten
11. Scheur in de Meniscus
Longitudinale scheur: Behandeling: hechten + tijdelijk niet steunen.
Radiale/dwarse scheur: Veroorzaakt hinder. Behandeling: stuk wegsnijden (meniscectomie).
12. Beschadiging van het Kraakbeen
Kraakbeen is slecht doorbloed → regeneratie is zeer laag. Beweging zorgt voor voeding:
compressie perst vocht uit de matrix, decompressie zuigt het terug. Het synoviaal vocht voedt
het kraakbeen.
Samenstelling kraakbeen: Kraakbeencellen + extracellulaire matrix: collageen (trekvastheid) +
proteoglycanen (drukvastheid, hydrofiel).
Bij geen goed herstel: Operatief ingrijpen nodig.
13. Kraakbeenletsels
Klein letsel: Operatief via forage = boren tot het bot → bloedprop ontstaat → littekenweefsel
gevormd.
Groot letsel: Kraakbeen wordt in vitro gekweekt en teruggeplaatst.
Niet meer te redden: Knieprothese.
14. Bursitis
Definitie: Acute of chronische ontsteking van de bursa.
Oorzaken: Trauma, infectie, reumatoïde artritis, buitengewoon sterke belasting van een
gewricht.
, Pathofysiologie II – Volledige Samenvatting Ziektebeelden (Universiteit Gent, 2024)
Symptomen: Lokale ontsteking, opstapeling van vocht, pijn, zwelling, beperkte beweeglijkheid.
Voorbeeld: Studentenelleboog: pijn ter hoogte van olecranon door ontsteking/bloeding in de
slijmbeurs tgv trauma, herhaald buigen of leunen op de elleboog.
Behandeling: Ontstekingsremmers, punctie (vocht/bloed verwijderen), infiltratie met
corticosteroïden, chirurgische verwijdering.
15. Tenosynovitis
Definitie: Ontsteking van de peesschede.
Oorzaken: Trauma, overbelasting.
Behandeling: Ontstekingsremmers (NSAIDs).
16. Carpaal Tunnelsyndroom
Definitie: De nervus medianus loopt door een tunnel aan de pols. Zwelling van polsstructuren
(polsgewrichtjes, polsligament) of de peesschede door ontsteking → zenuw gekneld.
Symptomen: Pijn, verdoofd gevoel, tintelingen in de vingers (behalve de pink), typisch 's
nachts.
Behandeling: Ontstekingsremmers, chirurgisch.
17. Fracturen
Definitie: Beenbreuk = onderbreking van de continuïteit van de botstructuur. Vaker bij ouderen
(benzodiazepines, osteoporose).
3 fasen van botgenezing:
• Ontstekingsfase: genezing wonde inzetten, vernield botweefsel geresorbeerd, start
revascularisatie
• Proliferatiefase: piek revascularisatie, synthese kraakbeen (eerst zacht, mineraliseert →
harde callus), primair bot gevormd om breuk te stabiliseren
• Remodelleringsfase: gemineraliseerd kraakbeen en primair bot geleidelijk geresorbeerd,
vervangen door secundair bot (parallelle weefselstructuur, steviger)
Behandeling – 3 doelen:
• Reductie: anatomische vormcorrectie botfragmenten
◦ Gesloten reductie: manuele manipulatie, huid intact
◦ Open reductie: chirurgische procedure + interne fixatiemiddelen (schroeven, platen,
pinnen, draden, staven)
• Immobilisatie: gips, spalk, draagverband, elastisch verband, externe fixatie of combinatie
• Functieherstel
18. Osteoporose
Definitie: Systematische skeletale aandoening met lage botmassa en micro-architecturale
aantasting van het botweefsel → botfragiliteit en gevoeligheid voor fracturen.
Oorzaak: Te lage BMD (bone mineral density), gemeten via botdensiometrie (DXA = Dual-
energy X-ray Absorptiometrie).
Risicofactoren:
• Vroege menopauze: daling oestrogenen die helpen bij botopbouw
• Lage calciuminname via voeding
• Roken
• Alcohol