Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 5 out of 223 pages
Summary

Uitgebreide samenvatting Economisch recht + de 2 oefencolleges AJ 2025-26 UA rechten (letterlijk genoteerd wat prof zei + alle arresten met relevante RO)

Document preview thumbnail
Preview 5 out of 223 pages

Dit document bevat uitgebreide notities van alle lessen economisch recht gedoceerd in derde bachelor door Prof. dr. Straetmans aan de Universiteit Antwerpen in het academiejaar 2025-26. Ook de oefeningen die we tijdens de lessen bespraken zitten in het document verwerkt. (alles letterlijk genoteerd + per arrest alle relevante rechtsoverwegingen)

Content preview

Les 1 (10/02)

Economisch recht = regels die van toepassing zijn op ondernemingen + consumenten

(p.179 HvB Antwerpen)

Voorbeeld casus
1) Personeel toepassingsgebied toetsen: onderneming?
2) Terminologie solden en opruimingen enkel gebruiken in bepaalde periodes
3) Aankondiging prijsvermindering specifieke regels

(1) Eerst personele toepassingsgebied bepalen, hierdoor starten we in onze analyse bij de
aanknopingspunten van economisch recht. Eerst nagaan of entiteit een onderneming is
- Wetgever maakt het niet makkelijk: geen uniform ondernemingsbegrip voor hele WER, wetboek is
gradueel gegroeid nu 20 deelboeken. Hebben dus verschillende ondernemingsbegrippen
 Boek 1: algemene definities, art. I.1, eerste lid, 1° WER definitie onderneming
 ‘Behoudens andersluidende bepaling’ is dit het algemeen ondernemingsbegrip
 Mededingingsrecht = ruime begrip waaronder enerzijds mededingingsrecht in strikte zin
(kartelrecht) en anderzijds marktpraktijken en consumentenbescherming dus beide
componenten vormen mededingingsrecht in ruime zin
 Mededingingsrecht in strikte zin = kartelrecht, verschillende ondernemingen die
samenspannen om andere ondernemingen te benadelen, afspraken tussen
ondernemingen die mededinging beperken waardoor andere ondernemingen geen
toegang meer hebben tot de markt. Bekijken of dit aanvaardbaar is, art. 101, 102 VWEU
deze bepalingen staan in boek IV (omgezet, toegespitst op Belgische markt, art 1 en 2
boek IV zijn hier de equivalenten van)
 Boek 4 en 5 = mededinging strikte zin, boek 6 marktpraktijken en
consumentenbescherming, deze hebben zelfde ondernemingsbegrip maar moeilijk want
HvJ brengt hier nuances op aan! (Woordelijk zelfde begrip maar in praktijk nuances)
 Boek 11: intellectuele eigendomsrecht
 Je vindt iets uit en je zegt is van voldoende gewicht om octrooi toe te kennen, je vraagt
dit aan als particulier (je hoeft geen onderneming te zijn, je kan wel licentie geven aan
onderneming om dit te exploiteren, dus hier geen ondernemingsbegrip nodig)
 Boek 20: insolventie, faillissement
 Algemeen ondernemingsbegrip speelt maar met nuances
- = Voor deelboeken soms andere ondernemingsbegrippen

(2) Materieelrechtelijk: welke regels zijn van toepassing?
- Marktpraktijken, consumentenbescherming
- Regels intellectuele eigendom

Basisprincipe economisch recht: we willen concurrentie, wetgever grijpt in, afspraken tussen
ondernemingen die anderen beperken zijn verboden (in EU recht, ook BE recht)
- Waarom concurrentie in markt willen? Niet 1 onderneming die monopolie heeft en prijs instelt die
boven competitieve voordelen geeft (boven de markt zelf), er is concurrentie om goederen met zo
laag mogelijke prijs naar ons te brengen. Wij zijn hier als consument de passieve beneficiairis van als
consument
- Uitgangspunt economisch recht = vrijheid van kopie, je mag andermans prestaties kopiëren,
 Verwezenlijking idee beschermen: lunch box als merk, doos waarom auteursrecht zit dit kan wel
 Je mag idee overnemen maar met ander merk, op andere manier op markt brengen

1

,  Intellectuele eigendomsrecht is een uitzondering: exclusief recht op veruitwendiging van een
idee (idee op zich niet beschermen want concurrentie nodig) uitzondering op vrijheid van kopie

Collegeschema:
I. Aanknopingspunten Economisch recht
1. Begripsbepaling economisch recht
2. a. Onderneming in zin Boek I WER
b. Onderneming in zin Boek III WER
1. Inschrijvingsplichtige onderneming in kruispuntbank voor ondernemingen (K.B.O.)
2. Boekhoudplichtige Onderneming
3. Onderneming in het mededingingsrecht
a. Onderneming in zin Boek IV en V WER
b. Onderneming in zin Boek VI WER
4. Onderneming in zin Boek XI WER
5. Onderneming in zin Boek XX WER
II. Marktpraktijken
III. Intellectuele eigendom
A. Algemene inleiding
B. Types van intellectuele eigendomsrechten
C. Cumul tussen eigendomsrechten
D. Organisatie van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten
E. Bijzondere regeling van de communautaire uitputting
F. Analyse bepaalde intellectuele eigendomsrechten
IV. Kartelrecht / Mededingingsrecht in strikte zin
- Algemeen: art. 101-102 VWEU
- Algemeen: Verordening 1/2003
- Bijzonder: kartelafspraken
- verticale overeenkomsten
- Bijzonder: Groepsvrijstellingsverordening verticale overeenkomsten


Les 2 (12/02)

I. Aanknopingspunten economisch recht

= om personeel toepassingsgebied te bepalen

ALGEMEEN
Zie inleidende tekst over aanknopingspunten van economisch recht (Capita economisch recht)
-> Begrippen onderneming, vrijberoepsbeoefenaar en consument
-> Evolutie van handelsrecht naar ondernemingsrecht (Evolutie van handelsrecht naar ondernemingsrecht
(onderdeel economisch recht))
• Traditionele opvatting over handelsrecht = regels mbt handelaars (onderling), degenen die productie
uitwerkten en financieren
• Handelsrecht toen beschouwd als tegengesteld aan burgerlijk recht (werd gezien als tegengesteld aan
economisch recht, burgerlijk recht)
- Economisch recht betrekking op regels overheid die impact hadden op burgers = publieke recht
- Nu economie die anders is dan staatsgeleide economie (vb. Rusland hier wel staatsgeleide
economie: hier makkelijk om te beslissen dat economie omgeschakeld wordt naar
oorlogseconomie, centraal beslissen, alle bedrijven produceren oorlogsmunitie)
2

, - EU kan zo maar niet zeggen vanaf morgen zijn we in oorlog, omschakelen naar oorlogsindustrie we
hebben een ander systeem. In de EU hebben we de vrijemarkteconomie maar af en toe een beetje
gestuurd/interventie
 Wat is rechtsbasis hiervoor? Europese verdragen:
o Art. 3, lid 3 Unieverdrag referentie aan de doelstellingen van de EU, unie brengt
een interne markt tot stand, duurzame ontwikkeling EU, evenwichtige
economische groei, prijsstabiliteit,…
o = vrije economie met groot concurrentievermogen maar overheid grijpt in om
sociale correcties door te voeren = sociale markteconomie is uitgangspunt
o We opereren in een interne markt = ermee begonnen in 1993, vrij verkeer
personen goederen + kapitaal + diensten art. 26, lid 2 VWEU
- Is dit een uniforme markt? Neen binnen beleidsruimte die lidstaten
krijgen, sommige LS nood om protectionistisch te zijn voor zover in
overeenstemming met EU recht, daaraan werken belemmeringen die toch
nog bestaan wegwerken
o Verschil interne markt en douane-unie?
- Douane-unie heeft betrekking op goederenverkeer, geen import,
exportheffingen op goederen in vrij verkeer tussen de LS. Essentieel is hier
ook dat we een buitenlands gemeenschappelijk douanetarief hebben
voor goederen die uit derde landen worden ingevoerd (vb. Goed uit VS:
hierop gemeenschappelijk douanetarief betalen). Douane-unie is
onderdeel van interne markt, interne markt is douane-unie waar andere
productiefactoren aan worden toegevoegd art. 28-30 VWEU
 Sociale markteconomie gesteund op interne markt, wie is spil in economisch gebeuren?
o Onderneming = kern (privaatrecht betrekken! Niet alleen publiekrecht)
o Markteconomie hier is onderneming de spil want ondernemingenbepalen of iets
wordt geproduceerd, waar en hoeveel (dit is niet de overheid)
- Onderneming kan wel bepaalde incentives/impulsen geven maar
uiteindelijke beslissing ligt bij onderneming
- = dus ondernemingsrecht in ruime zin die regels omvat
-> Ondernemingsrecht (in strikte betekenis) is onderdeel van economisch recht

Begripsbepaling economisch recht
Traditionele opvatting van handelsrecht:
“de rechtsregels die de verhoudingen tussen de handelaars (met in begrip van industriëlen en financiers)
beheersen”.

In die betekenis werd het tegengesteld aan:
• Burgerlijk recht: gemeen privaatrecht dat betrekkingen regelt tussen particulieren die geen handelaar
zijn of niet in die hoedanigheid optreden
en
• Economisch recht: deel van het publiekrecht dat betrekkingen regelt tussen overheid en bedrijfsleven.

Maar: markteconomie stelt ‘ondernemingsgewijze productie en distributie’ centraal.
Onderneming is spil markteconomie en wordt gaandeweg kern voor hergroepering van regels van diverse
signatuur zodat economisch recht in ruime zin groeit, dat alle regels omvat van publiekrecht én privaatrecht
die de ondernemingsactiviteit betreffen.




3

,Economisch recht in ruime zin rust op twee pijlers:
• Ondernemingsrecht (klassiek handelsrecht) betreft: “statuut onderneming en instrumenten waarover
zij beschikt om haar doelstellingen te bereiken”
en
- Ondernemingsrecht = regels mbt statuut ondernemingen, middelen die ondernemingen hebben om
doelstellingen te bereiken (subsidies etc.)
• Marktrecht betreft: “rechtsregels die betrekking hebben op het marktgebeuren en op het handelen
van de daarbij betrokken hoofdspelers: ondernemingen, consumenten en overheid”
- Regels die concurrentiegraad regelen
- Hoofdspelers op markt zijn ondernemingen, overheid, we zien ook dat consument aan meer belang
wint
• Financieel recht vormt net als vennootschapsrecht en fiscaal recht een makkelijk afsplitsbaar
onderdeel van economisch recht
- Financieel recht is de wip tussen privaatbankrecht en publiekrecht
- Fiscale recht geeft prikkels om economische activiteiten al dan niet te stimuleren
- In principe behoort het tot economisch recht maar omdat er aparte specifieke regels zijn splitsen
we dit af van economisch recht in aparte vakken

Beknopte historische schets van het handelsrecht (evolutie van handelsrecht naar economisch recht)
• Codex Hamurabi (1728-1686 v. Chr.)
- Oudste wettenverzameling die bewaard is
- Burgerlijke en handelsregels
• Romeins recht (60 v.Chr. – 395 na Chr.)
- Hierin kende men geen handelsrecht, gewoon burgerlijk recht (geen onderscheid)
- Als er geschillen ontstonden, was Romeinse recht voldoende kneedbaar om problemen op te lossen
er was geen nood aan andere wetgeving (handel/economie was gesteund op slavernij)
• Middeleeuwen (gilden/corporaties)
- Als de eerste kruistochten ontstaan 11e en 13e eeuw: in contact met goederen van buitenaf, handel
meer in bloei, ontstaan belangrijke havens 16e, 17e eeuw (oa. Antwerpen) dan krijg je een handel
waar men aanvoelt Romeinse recht is niet aangepast dus iets anders nodig
- Keuze zou kunnen zijn verwerken in kerkelijk recht: bepaalde aparte leer in verband met interesten,
hierdoor niet mogelijk handelsrecht erin te verwerken.
Men gaat zich organiseren in gilden en corporaties, zij bepalen wie toegang krijgt tot specifiek
beroep.
- Als je toegang krijgt dan passen we deze regels toe binnen de gilden + gilde is rechtsprekend orgaan
- Er ontstaat een subjectief handelsrecht: handelsrecht obv hoedanigheid die je hebt
• Ordonnances van Colbert (1673: commerce de terre en 1681: code de la marine)
- Frankrijk, wettenverzameling van regels mbt handelsverkeer (handel over land en overzeese handel)
Colbert werkte deze regels uit, rechtstreeks van invloed op BE recht
- Vormt de basis voor het Napoleontische Wetboek van koophandel
• Franse revolutie 1789 (vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid)
- Vrijheid, gelijkheid staat haaks op gilden en corporaties want was obv privileges
- Alle gilden en corporaties afschaffen met Franse Revolutie, dus defacto ook geen handelsrecht meer
want ook opheffing rechtsprekende functie gilden
- Wet Le Chapelier en het Decreet d’Allarde van 2-17 maart 1791 (ook in BE van toepassing)
“A compter du 1er avril 1791 il sera libre à toute personne de faire tel négoce ou d’exercer telle
profession, art ou métier, qu’elle trouvera bon, mais elle sera tenue de se pourvoir auparavent
d’une patente et de se conformer aux règlements de police qui sont ou pourront être faits”(Art. 7
Decreet d’Allarde)

4

,  Iedereen is vrij beroep uit te oefenen wat die wil, op voorwaarde dat je regels OO en
dwingende regels naleeft
 Maar handel gaat verder dus geen recht meer dat erop van toepassing is: evolueren naar
meer objectief handelsrecht: objectieve daden van koophandel (iedereen die die
activiteit uitoefent onderworpen aan die regels = meer gelijkheid) wetboek van
koophandel nodig + rechtbanken van koophandel. Hier spelen ordonnances van Colbert
een belangrijke rol want liggen aan basis van wetboek van koophandel van 1807
- Ordonnances van Colbert als basis W.Kh. 1807
- Inwerkingtreding Wetboek van koophandel in België in 1808
- Vanaf 1 november 2018 ! afschaffing Wetboek van koophandel + herziening Rechtbank Koophandel
-> Wetboek van economisch recht + Ondernemingsrechtbank
 Vroeger dus bijkomend handelaarsbegrip tot 2018 nu niet meer (niet meer spreken over
handelsrecht – en economisch recht nu alleen economisch recht)
 Nu 2 soorten regels: regels mbt statuut en regels mbt marktgebeuren




• Vrije mededinging = vrije toegang tot markt maar ondernemingen zelf kunnen beslissen om andere
ondernemingen uit de markt te houden vandaar dus kartelrechtelijke regels nodig. Overheid moet hier
dus eerste keer ingrijpen want ondernemingen onderling niet altijd te vertrouwen deelboeken IV en V
WER
• Eens je op markt bent wil je eerlijk bejegent worden dus concurrentie eerlijk verlopen = eerlijke
mededinging boek VI marktpraktijken en consumentenbescherming
• Ook overheid moet zich aan regels houden (markt vervalsen door subsidies aan bepaalde sectoren te
geven en andere niet) dus regels in verband met onvervalste mededinging boek IV (ook EU recht)
regels inzake staatssteun
- Er kan wel staatssteun gegeven worden maar moet in overeenstemming zijn met de regels
• Enorme invloed EU recht zowel op vrije mededinging en onvervalste mededinging door RL en door HvJ




5

Document information

Study
Uploaded on
May 24, 2026
Number of pages
223
Written in
2025/2026
Type
Summary
$17.52

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
laura5555
4.5
(20)
Sold
196
Followers
66
Items
21
Last sold
1 week ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions