SITUERING
Vanuit didactische en pedagogische wetenschappen
1. Op weg naar meesterschap: handelen van de lkr wordt uitgediept. Leer-en
ontwikkelingsprocessen van kinderen zo optimaal mogelijk begeleiden.
2. Kijken naar kinderen: focus op het kind in al zijn facetten: diverse leefwereld,
specifieke ontwikkelingskenmerken, gelijkwaardigheid en constructief
communiceren, noden, veilige- klas en schoolcontext.
Vooral deze ‘in dialoog met kinderen’.
1: IN DIALOOG MET KINDEREN EN HUN
DIVERSE BASISBEHOEFTEN
WAT IS EEN DIALOOG
Niet zomaar ‘wat babbelen’ focus op inhoud (boodschap zo duidelijk mogelijk
overbrengen) en zorg voor de relatie. (manier van overbrengen)
Via taal boodschappen uitzenden en ontvangen
2 of meer mensen
Mate van samenwerking en tweerichtingsverkeer
Dialoog = onderzoeksgesprek adhv vragen en antwoorden
Wat speelt er bij elkaar? Proberen komen tot gezamenlijk nadenken. “Wat is dat hier nu,
ik zie dat je vaak naar buiten kijkt, waar ligt dat aan?”
Ideeën, ervaringen uitwisselen in gesprek, met erkenning van de verschillen en het recht
om te zijn wie je wilt zijn (autonomie) Je daagt zowel je eigen standpunten te
onderzoeken, als die van anderen.
AS VAN DE GESPREKSSOORTEN
1
,IN DIALOOG MET KINDEREN
Samenwerken we willen een kind helpen en ondersteunen
Overtreffen ik wil boven jou staan, jou overtuigen van mijn gelijk
Eenrichtingsverkeer vanuit 1 persoon
Tweerichtingsverkeer beide
GESPREKSSOORTEN
Toespraak Er is 1 iemand aan het woord dat de lln toespreekt. Wel vanuit focus op
samenwerking, iemand dat de leerlingen verder wilt brengen.
Vb. Een leerkracht vertelt de klasgroep waarom het belangrijk is om
respectvol te zijn voor elkaar. Hij stelt geen vragen, maar vertelt.
Tirade Gesprekssoort waarbij 1 iemand aan het woord is. Vaak gekenmerkt
door een emotionele component (passie, ambitie, woede, verdriet). Je
spreekt vanuit de buik en wil hierbij de ander overtuigen van jou gelijk.
(Vaak ‘allee wa snap je da nu nie’)
Een leerkracht benoemt geërgerd waarom twee leerlingen hem
onrespectvol behandelden en waarom het zo belangrijk is om respect te
tonen.
Debat Een debat wilt ook gelijk krijgen, in gesprek met elkaar beargumenteren
en gelijk proberen halen. Vb. bij verkiezingen : focus op ik wil jou
overtuigen in tweerichtingsverkeer.
Twee leerlingen en een leerkracht proberen in het gesprek te
overtuigen waarom de andere partij al dan niet onrespectvol was
daarnet
Dialoog Tweerichtingsverkeer, focus op samenwerking en ik wil jou verder
brengen. Wat bedoel je, wat heb je nodig, waar gaat dit over.
Leerkracht en leerlingen wisselen samen uit wat respect is, hoe je dit
kunt tonen, waarom dit van belang is…
2
,IN DIALOOG MET KINDEREN
IN DIALOOG TREDEN OM DE BASISBEHOEFTEN TE STIMULEREN
Hét kind bestaat niet grote diversiteit
op vlak van basisbehoeften. Afstemming
op de basisbehoeften is noodzakelijk.
Introvert – extrovert
Wel – geen beslissingen nemen
Denkers – doeners
Wel of niet affectief
moedertaal
Vanuit een dialoog willen we een
positieve relatie opbouwen en kinderen stimuleren om te groeien. Elk kind heeft
andere basisbehoeften (noden op autonomie, verbondheid en competentie).
Communicatie moet daarop afgestemd worden
Optimale ontwikkeling kan pas wanneer de basisbehoeften voldaan zijn.
Conclusie: We moeten ons de vraag stellen: wat heeft een kind op een bepaald moment
nodig? Hoe komt het gedrag? Dialoog afstemmen vraagt voortdurend zoeken, hoe
staan we er?
Vb. 2 kinderen die vaak hun vinger in de lucht steken, lkr irriteert zich eraan en negeert
het. Maar de ene deed dit vanuit onzekerheid, negatief zelfbeeld en de ander een positief
zelfbeeld. Bij degene met negatief zelfbeeld zal dit het gedrag niet verbeteren.
DE RELATIE TUSSEN EEN DIALOOG, DE BASISBEHOEFTEN EN MOTIVATIE
Elke persoon heeft intrinsieke motivatie om zicht te ontwikkelen – gemotiveerd –
Wanneer een lln niet gemotiveerd is zit daar een reden achter. Als lkr moet je daarop
inspelen. Motivatie = belangrijk om te leren en presteren.
Kind beperkt in basisbehoeften = intrinsieke motivatie kwijt
Dialoog en taal hierop afstemmen
communicatie wijze heeft invloed op motivatie
Startpunt = empathische houding aannemen
sensitief en responsief omgaan met kinderen
3
,IN DIALOOG MET KINDEREN
NOOD AAN… VERHOGEN INTRINSIEKE MOTIVATIE
Autonomie Aanbieden van keuze = goed!
Autonomie dwarsbomen = deadlines, limieten te sterke controle op
gedrag
Competenti Voorkeur voor activiteiten waar ze goed in zijn zone naaste
e ontwikkeling
Uitdagen op hun niveau
Verbondenh (enkel met leerinhoud omgaan in onvoldoende)
eid Positieve relatie aangaan met de leerlingen
Vertrouwde pedagogische relatie met het kind achter de lln
Constructieve, motiverende dialoog
Inzetten op de basishoudingen: vertrouwen en waarderen
Vb. examen antwoord: Bij situatie 2 zoom je in op intrinsieke motivatie via de
basisbehoeften beter! Tweerichtingsverkeer heel belangrijk. Je moet zoeken naar
welke basisbehoefte ontbreekt.
2: FUNDAMENTEN VOOR EEN POSITIEVE DIALOOG EN
RELATIE, DE BASISHOUDINGEN
WAARDEREN EN VERTROUWEN
BELANG VAN EEN POSITIEVE RELATIE
Basis voor een positieve relatie = goede dialoog
Positieve relatie = essentiële voorwaarde voor goed functionerende lln,
effectief onderwijs en optimale leeropbrengsten
5 ESSENTIËLE KENMERKEN GOEDE DIALOOG
GELIJKWAARDIGHEID
Verhouding tss lkr en lln is vaak een machtsverschil. Verhaal van het kind dreigt vergeten
te geraken. Door het gevoel van druk, kan het kind sociaal wenselijke antwoorden geven.
lkr moet in staat zijn deze ongelijkheid op te heffen, goed luisteren en een
gelijkwaardige gesprekspartner worden. Kind wordt srs genomen, gerespecteerd in
gevoelens, gedachten, meningen.
AUTHENTICITEIT
Gedragen zoals je bent, zonder verschuiling achter façade. echtheid door
overeenstemming tussen gevoelens, gedrag, tussen denken en doen.
ACCEPTATIE
Ander als persoon met meningen en gevoelens aanvaarden. Hoe meer veiligheid en
warmte in relatie.
EMPATHIE
4
, IN DIALOOG MET KINDEREN
kunnen verplaatsen in de gevoelens van een ander, zonder oordeel. (je moet ze drm
niet zelf hebben)
ONTVANKELIJKHEID
Zowel lln als lkr beried en in staat om met elkaar in dialoog te treden. Vb: 2 kinderen die
staan te trillen op hun benen na een ruzie zijn nog niet ontvankelijk, je redenering kan
nog niet binnenkomen bij hen. “we zijn overstuur, wat heb je nodig om rustig te
worden”
KENMERKEN POSITIEVE RELATIE …DOORDAT HET KIND…
Zich veilig voelt: noodzakelijk basis om verkennend en onderzoekend gedrag te
stellen en zo dus te leren en ontwikkelen
Durven tonen dat hij probleem heeft en hulp aanvaarden
Beter kan relativeren en plaatsen dat een lkr een probleem van een lln niet
goed aapakt.
We reageren niet altijd even goed.
Binnen pos rela kind vindt dat niet leuk, maar kan het zien als een incident
Binnen neg rela “bewijs, ik word niet geaccepteerd”
Wat voor een lkr een incident is, komt voor een lln harder binnen. (kan leiden tot
escalaties)
Loyaliteit en pos rela willen behouden. Lln probeert sterk om geen neg gedrag te
stellen
minder acceptatiegrens aftasten
VERSCHILLENDE COMPONENTEN RELATIE TUSSEN LKR EN LLN
individuele Vb. geslacht, persoonlijkheid, overtuigingen, verwachtingen
kenmerken Zowel lkr als lln hebben doelstellingen, gevoelens, behoeften,…
van lkr en lln heeft invloed op kwaliteit relatie
Interactie De aspecten van een relatie staan met elkaar in wisselwerking
tussen lkr en o ruimte voor spontaniteit?
lln o Veel of weinig wisselwerking?
o Wie heft hoeveel inbreng
o Oprechte nieuwsgierigheid, interesse, zorg, humor,…?
Externe Deel grotere scholengemeenschap die pos rela kan aanmoedigen of
invloeden afremem.
De schoolcultuur hoeveel aanspraak lln? Ideeën over
aanspreken lln, verwelkomen, bijsturen? Prestaties,
autonomie, ouders in klas?
Ruimere maatschappelijke gebeurtenissen en
denkbeelden waarden en normen: hoe in omgang met
elkaar?
Actuele gebeurtenissen
BELANG POSITIEVE RELATIE
Voor de GEZONDE ONTWIKKELING van leerlingen!
Gaan liever naar school
5