Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Fiscale Hogeschool Brussel (2026): Uitgebreide Samenvatting Europees en Internationaal Fiscaal Recht (met voorbeeldoefeningen)

Rating
-
Sold
-
Pages
127
Uploaded on
24-05-2026
Written in
2025/2026

Deze uitgebreide samenvatting van Internationaal en Europees Fiscaal Recht behandelt de volledige leerstof op een overzichtelijke en examengerichte manier. De belangrijkste begrippen, stappenplannen, verdragsregels, EU-rechtelijke principes en fiscale casussen worden helder uitgelegd met aandacht voor wat professoren benadrukken als examenrelevant. Ideaal voor studenten die snel structuur willen krijgen in de cursus en efficiënt willen studeren voor het examen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting Europees en Internationaal
Fiscaal Recht
Hoofdstuk 1 - Algemene principes van internationaal fiscaal
recht
Bart Peeters


LEESWIJZER / EXAMENFOCUS
Dit hoofdstuk levert de basismethodiek voor de rest van het vak. De prof benadrukt dat je deze eerste twee colleges best al grondig
studeert vóór de thematische lessen. De centrale reflex is: altijd eerst intern recht, daarna pas het verdrag. Wie meteen naar het verdrag
springt, mist aangifteplichten, voorheffingen en aanknopingspunten.




0. Kernschema van het hoofdstuk

• Fiscaal recht is territoriaal en soeverein: elke staat bepaalt zelf wie hij belast, waarop en hoe.
• België kan enkel belasten bij een aanknopingspunt: personeel aanknopingspunt of materieel aanknopingspunt.
• Internationaal fiscaal recht is dus geen “wereldwetboek”: het blijft in eerste instantie nationaal recht, gecorrigeerd door
verdragen, Europees recht en internationale afspraken.
• Dubbelbelastingverdragen beperken het interne recht: zij creëren normaal geen belasting, maar reduceren of verdelen
bestaande nationale heffingsbevoegdheid.
• Verdragen werken met abstracte rollen: woonstaat en bronstaat. Per casus moet je bepalen welke staat welke rol vervult.
• Dubbele belasting wordt meestal weggewerkt door de woonstaat: via vrijstelling of verrekening.



1. Bronnenmateriaal en functie van het OESO-model

1.1. Bronnen voor België
• WIB 1992: het interne Belgische vertrekpunt. Zonder interne belastbaarheid moet je niet naar een verdrag om Belgische
belasting te beperken.
• Belgische dubbelbelastingverdragen: meer dan 100 bilaterale verdragen. Zij hebben voorrang op intern recht en kunnen de
Belgische heffingsbevoegdheid beperken.
• Multilateraal Instrument (MLI): “superverdrag” waarmee bestaande verdragen kunnen worden gewijzigd zonder elk verdrag
opnieuw volledig te onderhandelen. In België aangenomen bij wet van 7 april 2019; inwerkingtreding verschilt per verdrag.
• OESO-commentaar bij het OESO-Modelverdrag: essentieel als interpretatief en didactisch kader, maar niet zelf de bindende
rechtsbron in een concrete zaak.
• BEPS-rapporten: Base Erosion and Profit Shifting, gericht tegen grondslaguitholling en winstverschuiving. Dit gaat niet
noodzakelijk over fraude, maar vaak over legale belastingontwijking/planning die als maatschappelijk onwenselijk wordt gezien.

BELANGRIJK
Het OESO-Modelverdrag is slechts een model. In de praktijk telt het concrete verdrag. Het model helpt vooral om verdragen snel te lezen,
omdat veel verdragen dezelfde basisstructuur volgen.



1.2. Waarom OESO-model en commentaar zo belangrijk zijn
• Landen beginnen verdragsbesprekingen niet telkens vanaf nul: de problemen zijn vaak vergelijkbaar.
• Het OESO-model biedt een standaardstructuur: art. 1 toepassingsgebied, art. 4 inwonerschap, art. 6-21 inkomenscategorieën,
art. 23 vermijding dubbele belasting, enz.
• Het commentaar geeft toelichting bij de artikelen, maar de bindende tekst blijft het verdrag dat Belgiëmet de andere staat heeft
gesloten.



Europees en Internationaal Fiscaal Recht - Hoofdstuk 1 pag. 1

, • Het model is dynamisch: aanpassingen volgden onder meer in 1977, 1996, 2000, 2004, 2008, 2010, 2014,2017 en 2025.

1.3. Buitenlandse wetgeving en internationale organisaties
• Bij een internationale casus moet je soms ook buitenlands intern recht controleren. De Belgische analyse volstaat niet om te
weten of Nederland, Frankrijk, Spanje, enz. zelf belast.
• In praktijk schakelen kantoren daarom lokale correspondenten in: de internationale structuur kan je zelf analyseren, maar
concreet buitenlands intern recht vergt vaak lokale expertise.
• Internationale organisaties zoals OESO, IBFD, IFA, EATLP en de Weense school produceren rapporten, landenrapporten en
algemene rapporten die helpen bij rechtsvergelijking en interpretatie.



2. Wat is internationaal fiscaal recht?

Internationaal fiscaal recht is het geheel van regels over de vestiging en invordering van belastingen waarbij minstens één
extraterritoriaal element speelt. Denk aan een Belgische atleet die prijzengeld in het buitenland behaalt, een Nederlandse
supermarktketen met Belgische vestigingen, roerende inkomsten via buitenlandse structuren, of multinationals die winsten
verschuiven.

2.1. Drie basisvragen
• Wie is de belastingplichtige? = personeel toepassingsgebied.
• Waarop wordt de belastingplichtige belast? = materieel toepassingsgebied.
• Hoe wordt de belasting geïnd? = fiscale procedure.

EXAMEN - ABSOLUTE BASISMETHODE
Werk in twee stappen: 1. Intern recht: bestaat er volgens Belgisch intern recht een personele of materiële aanknoping en welke
aangifte/voorheffing geldt? 2. Verdragsrecht: beperkt een dubbelbelastingverdrag daarna die interne heffingsbevoegdheid? Deze volgorde
is volgens de docent cruciaal; wie meteen verdragsrechtelijk redeneert, verliest belangrijke punten.



2.2. Fiscale soevereiniteit
• Elke staat kiest zelf zijn aanknopingspunten. België bepaalt dus zelf wie rijksinwoner is, wat Belgische inkomsten zijn en hoe
belasting wordt geïnd.
• Een andere staat kan tegelijk eigen aanknopingspunten gebruiken. Daardoor kan één inkomen door meerdere staten als
belastbaar worden beschouwd.
• Internationaal fiscaal recht probeert die cumulaties te ordenen, maar vertrekt steeds vanuit autonome nationale fiscale stelsels.

Voorbeeld uit de les - sporter op Olympische Spelen
Een Belgische atleet behaalt prijzengeld in Italië/Japan. België kan belasten als de atleet Belgisch rijksinwoner is: personeel
aanknopingspunt → wereldwijde taxatie. De staat waar de prestatie plaatsvindt kan óók belasten als zijn intern recht sportinkomsten op
zijn grondgebied belast: materieel aanknopingspunt.
Als bijvoorbeeld een Duitse organisator betaalt, kan Duitsland op basis van zijn eigen intern recht eventueel nog een derde materieel
aanknopingspunt creëren. De aanknopingsregels zijn dus nationaal recht.


Voorbeeld uit de les - Albert Heijn
Albert Heijn is een Nederlandse onderneming. België kan Belgische winsten belasten als er Belgische dochtervennootschappen zijn: dat zijn
aparte Belgische vennootschappen met een personeel aanknopingspunt. Als er enkel filialen/afdelingen zijn, kan België belasten in de mate
dat de winsten toerekenbaar zijn aan een Belgische vaste inrichting: materieel aanknopingspunt.




3. Aanknopingspunten in het Belgisch intern recht

3.1. Personeel aanknopingspunt
Een personeel aanknopingspunt betekent dat het belastingsubject zelf met België is verbonden. Gevolg: wereldwijde taxatie,
zonder dat elk inkomensbestanddeel afzonderlijk met België verbonden moet zijn.
• Natuurlijke personen: rijksinwoner in de zin van art. 2, §1, 1° WIB 92. In praktijk is inschrijving in het Rijksregister een belangrijk
bewijsvermoeden, maar de feitelijke fiscale woonplaats en zetel van fortuin blijven relevant.


Europees en Internationaal Fiscaal Recht - Hoofdstuk 1 pag. 2

, • Vennootschappen: binnenlandse vennootschap in de zin van art. 2, §1, 5°, b-c WIB 92. Fiscaal blijft België focussen op de
werkelijke zetel/voornaamste inrichting, niet louter op de statutaire zetel.
• Gevolg: art. 5 WIB 92 (PB) en art. 185 WIB 92 (VennB) leiden tot belasting op wereldwijde inkomsten.

BELANGRIJK
Inwonerschap is autonoom nationaal recht. Het feit dat iemand inwoner is van Nederland sluit niet automatisch uit dat België hem óók als
inwoner beschouwt. Bij verdragen wordt dat pas opgelost via tie-breakers van art. 4 OESO-model, en enkel voor de verdragstoepassing.



3.2. Buitenlandse varianten
• De Verenigde Staten kunnen aanknopen bij “residents and nationals”: nationaliteit kan dus ook een personeel aanknopingspunt
zijn.
• Sommige landen hanteren territoriale stelsels of remittance-based taxation. De slides vermelden ondermeer Franse
vennootschappen, Portugal en de vroegere UK non-domiciled-regeling.

3.3. Voorbeelden bij vennootschappen
• Belgische IT’ers met een Luxemburgse Kommanditgesellschaft: Luxemburg kan fiscaal transparant behandelen, maar België kan
de rechtspersoonlijkheid respecteren en kijken waar de voornaamste inrichting ligt. Ligt die feitelijk in België, dan volgt Belgische
vennootschapsbelasting.
• Transportfirma’s vanuit Slowakije: als planning, dagelijks beheer en bestuur feitelijk vanuit België gebeuren, kan België een
binnenlandse vennootschap aannemen ondanks buitenlandse rechtsvorm.

3.4. Materieel aanknopingspunt
Een materieel aanknopingspunt is nodig wanneer het subject niet in België is gevestigd, maar het inkomen zelf een band met
België heeft. De kernbepaling is art. 228 WIB 92: niet-inwoners worden belast op in België behaalde of verkregen inkomsten.
• Art. 228, §1 WIB 92 formuleert algemeen: “in België behaalde of verkregen inkomsten”.
• Art. 228, §2 WIB 92 geeft per inkomenscategorie concrete aanknopingsregels.
• Het woord “belastbaar” betekent enkel dat België volgens het aanknopingspunt mag heffen; daarna moetje nog nagaan hoe en
of effectief wordt belast.

EXAMEN - WOORDGEBRUIK
Belastbaar is niet hetzelfde als effectief belast. Eerst zoek je het aanknopingspunt. Pas daarna kijk je naar taxatie, vrijstelling, voorheffing,
aangifte en eventuele verdragsbeperking.




4. Materiële aanknopingspunten in de BNI

4.1. Onroerende inkomsten
• Criterium: plaats van ligging van het onroerend goed. België belast inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen.
• Ambassades: een ambassadegebouw blijft Belgisch grondgebied. Voor onroerende inkomsten kan eenvrijstelling bij
wederkerigheid gelden (art. 231, §1, 1° WIB 92), maar personeel dat in de ambassade werkt, werkt in België.
• Taxatie: voor niet-inwoners-natuurlijke personen wordt aangesloten bij art. 232, 1° en 235, 1° WIB 92.
• Praktisch: bij onroerend inkomen beneden 2.500 EUR is geen verplichte aangifte vereist (art. 232, lid 2WIB 92). Dat betekent niet
dat er geen belasting is: de onroerende voorheffing werkt bevrijdend (art. 248 WIB 92).
Voorbeeld - Mr. Zoetemelk
Mr. Zoetemelk, inwoner van Nederland, heeft: (1) een vakantiehuisje in de Ardennen dat hij uitsluitend zelf gebruikt, (2) een vakantiehuisje
in de Ardennen dat hij ook af en toe verhuurt, en (3) een pand in Brussel dat hij verhuurt aan zijn eigen vennootschap.
Analyse: geen personeel aanknopingspunt in België. Wel een materieel aanknopingspunt voor Belgische onroerende goederen. Daarna
moet je per goed kijken naar het KI, de grens van 2.500 EUR, eventuele verhuur, bemeubelde verhuur en de vraag of beroepsinkomsten
worden gerealiseerd.
Bij bemeubelde verhuur kan naast onroerend inkomen ook roerend inkomen spelen. Bij verhuur aan de eigen vennootschap moet je
nagaan of beroepsmatige regels of herkwalificaties aan bod komen.




Europees en Internationaal Fiscaal Recht - Hoofdstuk 1 pag. 3

, 4.2. Roerende inkomsten
• Criterium: in de slides samengevat als woonplaats/vestiging van de schuldenaar. België belast roerende inkomsten die in België
worden behaald of verkregen.
• “Behaald”: de link zit bij de plaats waar de uitkering ten laste komt van een Belgische belastingplichtige of Belgische inrichting.
• Voorheffing: belasting volgens de regels van roerende voorheffing (art. 261 e.v. WIB 92). In beginsel houdt de schuldenaar in; in
bijzondere gevallen moet de verkrijger zelf doorstorten.
• Bevrijdend karakter: roerende voorheffing werkt in beginsel bevrijdend voor de niet-inwoner (art. 248 WIB92).
• EU-recht: moeder-dochterrichtlijn, interest- en royaltyrichtlijn en rechtspraak kunnen de interne regelingbijsturen.

Roerende inkomsten - twee nuances uit de slides
Interesten betaald door een Nederlandse vennootschap aan een Liechtensteinse stichting kunnen toch in België belastbaar zijn als zij
worden aangerekend op een Belgische inrichting. De geldstroom zelf loopt dan Nederland → Liechtenstein, maar de fiscale last ligt in
België.
Interesten betaald door een Nederlands filiaal van een Belgische bank aan een Nederlander zijn theoretisch Belgisch aanknoopbaar, maar
art. 230, 1° WIB 92 voorziet een vrijstelling indien zij ten laste komen van een buitenlandse inrichting.



4.3. Bezoldigingen
• Bezoldigingen gaan over natuurlijke personen. Een vennootschap behaalt geen bezoldiging, maar winst.
• Art. 228, §2, 6° WIB 92: bezoldigingen ten laste van een Belgische schuldenaar zijn belastbaar in België.
• Uitzondering art. 230, 3°, a WIB 92: geen Belgische aanknoping als de werkzaamheid in het buitenland wordt uitgeoefend én de
bezoldiging wordt aangerekend op een buitenlandse vaste inrichting.
• Art. 228, §2, 7° WIB 92: Belgische aanknoping wegens in België uitgeoefende werkzaamheid gedurende meer dan 183 dagen. De
prof benadrukt: kijk naar een periode van 365 dagen/12 maanden, niet noodzakelijk een kalenderjaar.
• Art. 228, §2, 8° WIB 92: sporters en podiumkunstenaars zijn bijzonder: activiteit in België kan reedsaanknoping geven.
• Invordering: bedrijfsvoorheffing, maar normaal niet bevrijdend. Er moet dus vaak nog aangifte worden ingediend, behalve voor
bepaalde uitzonderingen zoals seizoenarbeiders.

Voorbeelden bij Franse werknemer
Franse werknemer van een Belgische vennootschap maakt in Frankrijk reclame voor de Belgische vennootschap zonder vaste inrichting in
Frankrijk: Belgische aanknoping via Belgische schuldenaar.
Franse werknemer werkt in Frankrijk voor een vaste inrichting van de Belgische onderneming: geen Belgische aanknoping indien de
bezoldiging ten laste is van de buitenlandse vaste inrichting.
Franse werknemer werkt een volledig jaar in België voor een Franse firma zonder Belgische vestiging: Belgische aanknoping via fysieke
werkzaamheid >183 dagen.



4.4. Art. 228, §3 WIB 92: vangnetbepaling
De oude §3 werd te ruim bevonden: bijna elke dienst aan een Belgische schuldenaar kon theoretisch Belgisch aanknoopbaar
worden. Sinds de wet van 18 december 2016 is de bepaling ingeperkt.
• Doel: inkomsten die niet onder §1 of §2 vallen, maar die voor Belgische belastingplichtigen belastbaar zouden zijn, toch viseren
wanneer er een Belgische link bestaat.
• Huidige focus: winsten en baten uit diensten geleverd aan een rijksinwoner, vennootschapsbelastingplichtige, RPB-rechtspersoon
of Belgische inrichting.
• Belangrijke beperking: de dienstverrichter moet rechtstreeks of onrechtstreeks in een band van wederzijdse afhankelijkheid
staan met de Belgische schuldenaar. Een gewone taxirit of toevallige dienst volstaat dus niet.
• Internationale grens: België past de bepaling toe indien het verdrag België belasting toestaat, of bij ontbreken van verdrag indien
de belastingplichtige niet bewijst dat de inkomsten daadwerkelijk worden belast in zijn woonstaat.
• Invordering: bedrijfsvoorheffing van 29% op de inkomsten na forfaitaire kostenaftrek van 50%. Economisch is dat 14,5% op het
brutobedrag.

BELANGRIJK VOOR KOSTEN
De forfaitaire kostenaftrek van 50% kan ongunstig zijn als de werkelijke kosten hoger liggen. Daarom bestaat de optie om toch aangifte in te
dienen (art. 248, §3 WIB 92). Dit sluit aan bij EU-rechtspraak over discriminatie van niet-inwoners.




Europees en Internationaal Fiscaal Recht - Hoofdstuk 1 pag. 4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 24, 2026
Number of pages
127
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$36.41
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MariePeeters02 Odisee Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
13
Member since
1 month
Number of followers
1
Documents
8
Last sold
6 days ago

3.7

3 reviews

5
1
4
0
3
2
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions