Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 39 pages
Summary

Samenvatting Sociologie | De sociologische verbeelding als kracht | VIVES | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 39 pages

Dit is een samenvatting van sociologie, gegeven door Nele Cox. Deze bevat zowel notities van in de les als inhoud van het boek. Deel 1, Deel 2 en Karl Marx van deel 3. Mijn eerste pagina van mijn samenvatting is geschreven (dit gaat over het schema van actor & systeem). Indien je deze zou willen, mail mij gerust!

Content preview


SOCIOLOGIE
DEEL 1

HOOFDSTUK 1. WAT BESTUDEERT DE SOCIOLOGIE?

TYPOLOGIE VH SH

Ideaaltypes: versimpeling vd werkelijkheid zonder die te verkleinen

 Max Weber: ideaaltypes om inzicht t krijgen in iemands handelen – motieven nodig voor SH

1. Traditioneel SH
2. Waarderationeel SH
3. Affectief SH
4. Doelrationeel SH



Traditioneel SH: bepaald door GEWOONTE en TRADITIE, onafhankelijk vd zinvolheid ervan

 bv. voor de kerk trouwen, omdat het zo hoort/ elk jaar op weekend met dezelfde p.

Waarderationeel SH: bepaald door de overtuiging dat dit handelen op zich een ETHISCHE –
ESTHETISCHE – RELIGIEUZE – SOCIALE WAARDE vertegenwoordigt

 bv. voor de kerk trouwen voor religie/ belangrijke p. niet kwetsen dus vriendelijk zijn

Affectief SH: impulsief & bepaald door EMOTIE, ONBEWUST, NIET RATIONEEL

 bv. passionele moord/ zoen geven à lief

Doelrationeel SH: gericht op het bereiken ve. concreet vooropgesteld DOEL

 bv. altijd hallo zeggen tegen lrkr. zodat h. in je voordeel kan spelen



ACTORPERSPECTIEF

Actorperspectief: onderzoekt hoe SH de sociale werkelijkheid construeert

3 termen

1 Thomas theorema: “if men define a situation as real, they are real in their consequences” –
eigen realiteit bevestigen door SH (synonym v self-fulfilling prophecy)

= situatie interpreteren; bijv. je denkt dat de ander je niet mag, je wordt afstandelijk, de ander
reageert koel en jouw idee lijkt te kloppen terwijl het begon bij jouw interpretatie, niet realiteit

2 Self-fulfilling prophecy: je gelooft in iets, gaat er naar handelen en daardoor komt h. uit/ je
gelooft in iets, je gedrag volgt en het gebeurt

, •
= handelen interpreteren

 bv. “ik ga dit toch niet kunnen” => je durft/ probeert minder en daardoor lukt h. niet, niet
omdat je h. niet kan maar omdat je gedrag zich aanpast aan je verwachting

<-> Self-defeating prophecy: je gelooft in iets, je gaat ernaar handelen en daardoor komt h. niet
uit/ je gelooft in iets, je gedrag verandert en het gebeurt niet (je wil het voorspelde vermijden)

 bv. hamsteren v wc-papier, omdat we denken dat we een tekort gaan hebben = we
creëren een tekort voor er een zal zijn

3 Looking-glas self: “wie ik ben is niet wie ik denk dat ik ben, is ook niet wie jij denkt dat ik ben,
maar is wel wie ik denk dat jij denkt dat ik ben” – zelf een invulling geven

- interpretatie v hoe jullie naar mij kijken => obv. dit w mijn zelfbeeld gevormd
- interactie met anderen zorgt ook dat je zelfbeeld w gevormd
- hoe je kijkt naar mensen zal ook je handelen sturen



Discriminatie actorpp.:

Stereotypering: we koppelen hier een waardeoordeel à iem (+ / -) = SH naar waardeoordeel

 bv. blond = dom/ Nederlanders = gierig

Interpersoonlijke discriminatie: discriminatie die plaatsvindt in face-to-face contact; iemand w
anders behandeld door een individu, niet door een systeem

Objectieve realiteit:

 bv. buurt bestaat uit jongeren met en jongeren zonder migratieachtergrond
o Subjectieve attitude vh. SH: wie gaat politie controleren?
 Interpretatie: jongeren met migratieachtergrond plegen meer criminele
feiten => vooral controle v hun
o Objectief gevolg: komt meer voor in statistieken met MA “als jij denkt dat ik
crimineel ben, zal ik dit ook zijn”



Perverse effecten/ sociale gevolgen: overgang v actorpp. naar systeempp. (bv. mattheüseffect/
gentrificatie)

= effecten vh. SH v. actoren die niet gewenst & bedoeld zijn, maar h. gevolg v. samenspel zijn v.
interacties

- Gentrificatie: jonge gezinnen wonen in mindere fraaie, maar multiculturele buurten
omdat huizen daar betaalbaar zijn + kiezen vrijwillig voor gemengde sociale/ culturele
samenstelling => prijzen stijgen => oorspronkelijke bevolking w verdreven uit buurt =>
integratie & sociale verdringing

, •
CULTUUR| inhoud: wat vinden wij het goede?

STRUCTUUR| vorm: hoe organiseren we ons om het goede te bereiken? (macht: wiens belang is
het algemeen belang?)



SOCIAAL SYSTEEMPERSPECTIEF

Systeemperspectief: hoe sociale werkelijkheid het SH construeert (= sociale bepaaldheid vh
handelen vd actoren)

 Dürkheim: om SH te verklaren moet je kijken naar h systeem (= sociale werkelijkheid;
structuur & cultuur) waarin dat SH tot stand komt

Le suïcide (zelfdoding)= ind. daad waarvan de OZ in essentie sociaal v aard zijn (dus
beïnvloedt door een systeem waar h ind. in leeft) nl:
1) Mate v integratie (cultuur): hoe sterk hangen actoren à elkaar
Systeemfactoren die ZD versterken
 SML waar integratie te hoog is ++
 Wij > ik: groepsbelang overstijgt ind. Belang
Altruïstische zelfdoding
 te laag is –
 Ik > wij
Egoïstische zelfdoding (meest aanwezig in onze mp)

2) Mate v regulatie (structuur): mate v regels id mp/ geeft structuur ad mens
 ++
 Minder mogelijkh. eigen leven uit te stippelen door strikt systeem
 Geen vrijheid + alles is voorgestructureerd
Fatalistische zelfdoding
 --
 Gebrek à regels, minder structuur, te laks, gn houvast
 Metafoor bootje: wnr geraak je ad overkant? Als je een kompas
hebt
Anomische zelfdoding



 Merton: anomie (kloof tss doelen & middelen die je voorhanden hebt)/ deviantietheorie (de
norm het te volgen)

, •


INNOVATIE CONFORMISME
(ondernemen)
 zwartwerk

RETRAITISME RITUALISME
(daklozen)  bureaucraat
 druggebruik




*horizontaal= maatschappelijk aanvaarde middelen, verticaal= maatschappelijk gewaardeerde
doelen

+/- voor doelen & +/- voor middelen REBELLIE: streven naar realiseren v nieuwe doelen
die de alg. gangbare afgekeurde doelstellingen moeten vervangen, door andere middelen
te gebruiken

 zelfpluktuinen



Anomietheorie: illustreert manier waarop wisselwerking tss h structurele & h culturele h
handelen v individuen kan richten

 Merton ziet afwijkend gedrag (deviantie) vanuit systeemperspectief als
een symptoom vh niet in overeenstemming zijn v de door cultuur
opgelegde waarden/doelstellingen en de beperkte middelen om die te
realiseren
n.i.o. dan is er een spanningsveld = anomie
 Individuen kunnen op ≠ manieren omgaan met die spanning =>
afwijkend gedrag
 Gaat ind. akkoord met de doelen en beschikt die over de
aanvaarde middelen om die te realiseren = conformisme (≠
deviantie, de andere 4 gedragsvormen = deviant)



Structuur bepaalt SH: bv. meer welvaart => meer sociaal & psychologisch welzijn

Sociale positie= individu die positie inneemt obv verschillende KM

Document information

Study
Uploaded on
May 24, 2026
Number of pages
39
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.01

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
2
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions