DEEL 1 beweging!
Hoofdstuk 1: inleiding: basisvaardigheden & materiaal:
1.1 De ontwikkeling van ‘basisvaardigheden’:
Bij geboorte baby:
Geen beheersing vn motoriek.
Wel: primitieve reflexen & babyreflexen.
=> reflexen vnf geboorte vn baby aanwezig zn of kort erna ontw & na
bepaalde tijd verdwijnen.
Def: reflex: willekeurige, automatische (nt door wil gestuurde) fysieke &/ of
emotionele reactie op prikkel.
Primitieve reflex --> helpen om geboren te worden & om te overleven.
Vb: grijpreflex --> vuistje maken rond vinger
Vb: zuigreflex --> zuigen wnr lippen worden aangeraakt.
Motorische ontw beïnvloed dr interactie tss taakeisen, biologische factoren
vn individu & omgevingscondities.
Ontw beïnvloed dr aanleg vn kind, ouder, school & omgeving wrin kind
opgroeit.
1.1.1 Motorische capaciteiten:
1) Van zintuigen & reflexen nr motorische capaciteiten.
Motorische capaciteiten = belangrijke basis vr ontw vn motoriek.
Onder motorische cap. verstaan we:
- Oprichten vn hoofd
- Steunen
- Grijpen & stabiliteit.
2) Van motorische cap. naar basisvh (=bewegingsnatuur) --> wisselwerking tss
interne & externe factoren.
=> capaciteiten mt zintuigen samen, bij alle bewegingen rol spelen.
Motorische cap beginnen na ong één maand wnr baby hoofd begint op te
richten.
In balans blijven --> beroep op stabiliteit.
1.1.2 Basisvaardigheden = primaire bewegingspatronen:
Dr wederzijdse beïnvloeding vn nature & nurture:
1
, Minder/ wng externe prikkels & stimulansen: minder/ wng motorische
ontw.
Grote individuele verschillen wrdr leeftijdsaanduidingen bij vh relatief zn.
o Leeftijdsaanduidingen zn referentiepunten.
Na oprichten vn hoofd, ontw motoriek verder --> vn liggende baby nr
rechtopgaande peuter.
Ontw begint bij: motorische cap & evolueert nr primaire
bewegingspatronen (=basisvaardigheden)
Als kind vr eerst nr kk --> beschikken over arsenaal basisvaardigh
(bewegingsnatuur)
1.1.3 Motorische basisvorming (IN kleuterschool):
“Onderweg vn bewegingsnatuur nr bewegingscultuur”
Kinderen nr school mt eigen bewegingsnatuur --> basisvaardigh die ze
hebben.
Als lk uitdagend letterlijk en/ of figuurlijk bewegingslandschap aanbieden.
Automatiseren & verbreden vn basisch dr varianten aan te bieden &
herhaling te voorzien.
Automatisatie zorgt dt: bewegingen vnzelf gaan & ruimte geeft vr
nieuwe vh.
Kleuterfase: vral ervaren & oefenen vn basisvh/ “fase van het
ervaren”.
Vb: fietsen wordt eerst bewust geleerd, erna automatisch (met één hand
fietsen)
Doel: later goed kunnen deelnamen aan bewegingscultuur (= welke
bewegingsvh samenleving belangrijk vindt) => verschilt per land/
cultuur.
Goede motorische basisvorming:
Begint bij: bewegingsnatuur & slaat brug vn natuur nr bewegingscultuur.
Aanleg dr gepaste uitdagingen helpen ontw.
2
, Goede motorische basisvorming --> noodzakelijk fundament vn elke
specifieke bewegingscultuur.
Van bewegingsnatuur nr bewegingscultuur:
--> van onder naar boven in driehoek!!
Intentioneel leren vn bewegingen verloopt volgens 3 fasen hierboven:
=> volgorde fasen is belangrijker dn tijdsduur vn elke fase!
=> mt voldoende aanleg & oefening --> fase snel doorlopen worden.
Bewegingsnatuur --> altijd vertrekpunt.
Bewegingscultuur wordt stap vr stap aangeleerd.
Geen vaste leeftijd vr ontw vn basisvh.
Kls zitten in 1e fase (ervaren)
Oudste kls --> starten mt fase 2: beseffen.
3 fases van motorische ontwikkeling:
Fase 1: v/h ervaren: (kleuters)
Automatiseren vn basisvh dmv uitdagende omgeving.
Voorbewust, incidentieel leren.
Basisvh oefenen & ervaren
Dr herhaling worden bewegingen automatisch
Fase 2: v/h beseffen: (lagereschoolkind):
Kind bewust maken vn bewegingen om geautomatiseerde basisvh te
wijzigen, te stileren of recoördineren.
Bewust leren
Inzicht krijgen in hoe bewegingen verlopen
Basisvh bewust aanpassen & verbeteren
Nt droog analyseren, maar bewegingsbewustzijn ontwikkelen.
Fase 3: v/h beheersen: (einde lagere school)
Intentioneel specifieke vh aanleren (sporttechnieken)
Bewust, intentioneel leren.
Gericht technische vh leren.
3
, Voorbereiding op deelname aan bewegingscultuur
Gallahue: proces van verwerving van bewegingsvormen:
=> motorische ontw
1.2 Soorten materiaal ifv basisvh:
Bedoeling: bepaalde basisvh op verschillende manieren proberen uitlokken =>
variante prikkels lokken variante antwoorden uit.
4 materiaalsoorten:
Groot materiaal ( als vast object)
Klein materiaal (als vast object)
Klein materiaal (als hanteerbaar materiaal) --> voordelen & nadelen
kennen!!
Combinatie vn klein & groot materiaal (vast)
Vaste objecten= blijven staan, ze worden nt gemanipuleerd tijdens de
act.
Hanteermateriaal= wordt net wel ter hand, voet, hoofd... genomen,
hiermee gaan kls a/d slag tijdens act.
1.2.1 Groot materiaal (als vast object):
Springkast of junior-
springkast (speciaal vr
kls)
Trapezoïde of combi- Ideaal om allerlei toestellen aan te
frame haken.
Trapezoïde gebruiken mt of zonder
dekplank.
Touwen Meer gebruikt in lager onderwijs.
Kls experimenteren er graag mee,
binnen hun mogelijkheden.
Banken (liefst Liefst mt inhaaksystemen
4