• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting Lecture Notes Brand Communication | Het Merk | Plantijn Hogeschool | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Dit zijn aantekeningen voor het vak Brand Communication aan Plantijn Hogeschool, gericht op het eerste hoofdstuk over merken. De inhoud behandelt de definitie en waarde van merken, de historische ontwikkeling van merktekens, merknamen en hun vijf bronnen, en de zeven componenten van een merk volgens verschillende theorieën (Kotler, Riezebos, Franzen). Ook wordt sponsoring uitvoerig besproken met aandacht voor budgetbepaling, strategische afstemming en effectmeting. Deze aantekeningen zijn ideaal voor examenvoorbereiding en helpen je de kernconcepten van merkidentificatie en -communicatie snel onder de knie te krijgen.

Content preview

BRAND COMMUNICATION
H1: HET MERK
Merken = overal  per dag 1000 merken zien
Grootste merken o.b.v. bekendheid + geschatte waarde
Grootste merken:
 Amazon
 Coca-cola
 Apple (=grootste)
 …

Waarde van een merk:
 Invloed van merk blijft toenemen
 Waarde kan gemeten worden (Interbrand = jaarlijkse top 100 best global
brands)
 Bepaald door listings (= wat is de waarde van het merk + hoe
sterk/gekend/gewild is het merk)

Geschiedenis van het merk:
= ontstaan door brandmerken van dieren + grottekeningen (dynastie bepalen) +
winkels in Pompeï (welk product  analfabeten)

 Familiewapens = manier om te onderscheiden
 Logo = identificeren
 Patroon (ruit van schotten) bepaalt ‘fight or drink’
Onze naam = personal brand

 Merktekens = product gebonden
 Zilver/tinnen voorwerken = ‘teken’ van garantie en bewijs en
kwaliteit
 Gilden hadden eigen ‘tekens’ om als groep te identificeren
 Nu nog steeds ‘tekens’ voor kwaliteit

 Industriële revolutie:
 Verbeterde infrastructuur => makkelijker reizen
 Van lokaal produceren naar nationaal verkopen
 Kregen een naam om zich te onderscheiden van de lokale producten
van kruideniers
 Begin van massaproductie

Een merk:
Keurmerk = is het duurzaam geproduceerd? Garantie voor kwaliteit +
herkenning
Merk = naam, logo, slogan, communicatie, … of een combinatie bedoeld om
goederen/diensten van 1 verkoper/groep aan te duiden en ze te onderscheiden
van de concurrent

Merknaam:
= gedeelte van een merk dat je kan uitspreken (letters, woorden, getallen)
Meestal familienamen of acroniemen (organisaties + non-profit zien zich ook als
merk)
Merk- en bedrijfsnamen ontstaan vanuit 5 bronnen;
1. Een persoon
2. Een beschrijving


1

, 3. Afkortingen
4. Fantasie
5. Analogie
MAAR hoe specifieker is niet in andere landen kunnen gebruiken  taal- en
cultuurneutraal
+ zorgen dat onderdeel van spreektaal word zoals smarties, pampers, …

Merk door Kotler = een naam, term, teken, symbool of ontwerp, of combinatie
hiervan, om goederen of diensten van een verkoper of groep verkopers te
identificeren en onderscheiden van de concurrent.

Merk door Riezebos = is ieders treken dat in staat is de waren of diensten van
een onderneming te onderscheiden en dat in materiële dan wel immateriële zin
een zekere betekenis kan hebben voor consumenten.

Merk door Franzen = bestaat alleen in de hersenen van mensen. Is een netwerk
van associaties tussen elementen in het geheugen die het resultaat van
gezamenlijke, gelijktijdige verwerking in ruimte en tijd van zintuigelijke prikkels
en van het denken over verschillende fenomenen in relatie tot elkaar.
Bv: McDo = frietjes, hamburgers, …

7 componenten van een merk:
1. Merk-awareness
2. Merkbetekenissen (koppeling van het merk aan betekenisvolle beelden en
info)
3. Merkgevoelens (emotionele respons op merk)
4. Merkpositionering (merk indeling t.o.v. andere merken)
5. Merkattitude (houding t.o.v. het merk
6. Merkgedragstendentie (autonome neiging om weer het merk te kopen)
7. Merkrelatie (merktrouw en -betrokkenheid)

Purpose marketing = organisatie/merk koppelt een authentieke en betekenisvolle
drijfveer aan wensen + behoeften van de klant, consument + stakeholders om
positieve bijdrage aan maatschappij te leveren = Brand purpose = promoten van
gelijke kansen en helpen van mensen van overkomen van hun tekortkomingen
en zwaktes en het behalen van hun dromen

Een merk moet zijn: (voor klant + consument + maatschappij)
 Relevant
 Onderscheidend
 Geloofwaardig

Soorten merken:
1. A-merk = premium merk (coca cola, Nutella, …)
2. B-merk = goedkoper merk (boerinneke, …)
3. Private label = merk van de winkel zelf (356, bony, …)
4. Fancy merk = 1malig of kortstondig (bekende ontwerper collab met h&m,
…)
5. Wit/generiek merk = geen aandacht voor want witte verpakking + saai
(witte rijst zonder merk, …)
6. Kopiemerk = imitatiemerk (olé wafels, …)
7. Corporate brand = associeren met organisatie (microsoft, unilever, …)
8. Product brands = eerst aan product denken want 2 bestaan (mars, …)


2

, 9. Concept brands = aan gedachtengoed denken (body shop, triodos bank,
…)
10.Dienstenmerken = bieden diensten aan (telenet, kbc, helan, …)
11.Personal brands = op persoon gebasseerd (harry potter, jeroen meus, …)
12.Business-to-business merken = merk kopen om toe te voegen aan eigen
product/dienst = zichtbaar (ingrediënt branding) of onzichtbaar
13.Wereldwijde merken/global brands = wereldwijd verkrijgbaar = uniforme
lading = schaalvoordelen voor het merk MAAR nadeel = moeilijk inspelen
lokale behoeften (coca cola, youtube, gillette, …)
14.Local brands = hechte band met klant = aanpasbaar aan lokale merkt =
lokae operationele + logistieke voordelen = sterke band bevolking (thums
up, …)

Merken o.b.v. functie en belang:
o Statusmerken
 Voor status
 Hoog financieel + sociaal risico
 Belang design, ego, …
o Kennismerken (Guesse handtas)
 Productinfo + -vergelijking
 Grote infobehoefte
 Complexe diensten/producten
 Merk is kwaliteitsgarantie
o Commoditymerken
 Gekocht voor gemak
 Gebruik zonder denken
 Product = hoofdrol
o Gebruiksmerken (wc-papier)
 Kopen o.b.v. productvoorkeur
 Laag aankooprisico

Functies van een merk:
 voor bedrijf
 voor klant/consument
 voor retailer

Functies voor het bedrijf:
1. Marge en winst
= meer geld vragen voor een merk
2. Merkportfolio
= meerdere soortgelijke producten binnen 1 markt onder meerdere
merknamen bv: mondelez
3. Juridische bescherming
= registratie in merkregister mogelijk tot juridische bescherming +
vervolging tegen imitaties (merknaam, logo, payoff, … beschermen)
4. Differentatie
= onderscheidend vermogen op plaats van aanbieding (opvallen t.o.v.
andere merken)
5. Waardecreatie
= naam in hoofd vast van consument
 brand equity = waarde van merken en invloed ervan op consumenten =
waarde die merk toevoegd aan product = objectieve waarde (financiële en
niet-financiële voordelen basis van consumenetenvertrouwen, loyaliteit en
merkbekendheid)

3

, Functies voor de klant/consument:
 Identificatie
= hogere prijs betalen want merk draagt bij aan hun identiteit = deel van
communiy = statussymbool (kledij; elektronica; juwelen, …)
= namaakindustrie is booming = toont belang aan dat consument waarde
hecht aan een merk als status
 Differentiatie
= door unieke kermerken onderscheiden van concurrentie en overbrengen
naar consument
 Zekerheid
= consument gevoel van zekerheid voor constante kwaliteit geven door
merk = doet wat het beloofd
 Herkenbaarheid
= logo + merknaam = houvast in jungle van merken = status

Functies voor de retailer:
 Marge maken
 Impuls aankopen
 Exclusiviteit

Beeldmerk vs merkbeeld
Beeldmerk = onderdeel logo
 Woordmerk = naam (Apple)
 Beeldmerk = logo (appel)
Merkbeeld = niet uitspreekbaar = symbool, ontwerp, verpakking = link door
ervaring consument en marketingcommunicatie

Monogram = woordmerk wordt beeldmerk (YSL)
Merknaam = gedeeltje van merk dat kan worden uitgesproken
=> makkelijk uit te spreken + spellen + onthouden (in verschillende talen)
=> opvallend + differentiëren
=> betekenisvol
=> overdraagbaar naar andere productcategorieën
=> taal + cultuur neutraal
=> verkrijgbaar
=> aantrekkelijk
=> aanpasbaar
Household names = soccesvolle merknamen die na een tijd deel van spreektaal
worden bv: pampers

Merkassociaties:
= aan merk gekoppelde materiële en immateriële beelden, ervaringen,
overtuigingen en opvattingen in hoofd van consument  associatief netwerk
o.b.v. waarom de consument voor een merk kiest
- Intrinsiek = merkcompetenties (functioneel: vorm, smaak, prijs, …)
- Extrinsiek =merkuitstraling (lifestyle, symboliek, persoonlijkheid, …)

Merkwaarden:
= waarom koop ik een merk
= welke waarden straalt het product voor mij uit
= vormen boodschap die het merk uitdraagt naar externe doelgroepen
= waarde die de merknaam aan een product toevoegd


4

Document information

Study
Uploaded on
May 24, 2026
Number of pages
36
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
10
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions