Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 72 pages
Summary

Samenvatting - Internationale economie | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 72 pages

Studiemateriaal voor het vak Internationale economie in het Schakeljaar Handelswetenschappen aan KU Leuven. Het document behandelt fundamentele concepten zoals internationale handel, factormigratie, globaliseringspatronen, en de rol van vrije handelszones (FTZ's) en exportverwerkingszones (EPZ's). De stof is goed gestructureerd met duidelijke uitleg van kernbegrippen en praktische voorbeelden (België, EU, VS), wat het ideaal maakt voor examenvoorbereiding en het begrijpen van de basisprincipes van internationale economie.

Content preview

DEEL 1: De internationale economie in vogelvlucht
Hoofdstuk 1: Introductie tot de internationale economie
Waar gaat internationale economie over?
Internationale economie
= De interactie tussen landen door handel in goederen en diensten, kapitaalstromen en
investeringen.
 Door de continue groei van de wereldhandel wordt internationale economie steeds
belangrijker.
 Internationale handel hangt sterk samen met economische groei en BBP
 Landen worden meer afhankelijk van elkaar en verliezen deels economische
onafhankelijkheid.
Internationale handel gaat ook altijd over input en output:
 Input van het productieproces: arbeid (L) en kapitaal (K)
 Output: goederen en diensten
o Exportbedrijven kopen intermediaire goederen (=tussenproducten) en diensten bij
niet-exportbedrijven
 Factoren die internationaal bewegen:
o Goederen en diensten → internationale handel
o kapitaal en arbeid → internationale factormigratie
o Vb:
 Kapitaal: BDI/FDI
 Arbeid: geschoolde en ongeschoolde arbeid
Verklaring van globaliseringspatroon
Internationale handel ontstaat doordat landen verschillen in:
 Natuurlijke hulpbronnen en klimaat zijn soms determinerend.
o koper → Chili ; olie → Saoedi-Arabië ; Koffie → Brazilië
 Arbeidskosten
 Technologie
 Kapitaal en productiviteit.
Landen specialiseren zich in producten waarin ze relatief efficiënter zijn.
Welvaartswinst & welvaartsverdeling
 Winnaars maar ook verliezers. De verliezers gaan zich meestal verenigen en/of zich afzetten
tegen internationale handel.
Twee types handel
Interindustry trade Intraindustry trade
 Handel gebaseerd op verschillen tussen  Handel tussen gelijkaardige/homogene
landen. landen.
 Landen exporteren producten waarin ze  Landen importeren en exporteren
gespecialiseerd zijn producten uit dezelfde sector.
Bv. België exporteert chocolade en importeert Bv. België exporteert auto’s naar Duitsland en
olie uit Saudi-Arabië. importeert Duitse auto’s.
Vandaag domineert intraindustry trade, vooral door de sterke groei van handel in intermediaire
goederen en internationale productieketens
Europese handel
 Grootste deel van EU export/import bestaat uit: intermediaire goederen
 VS = belangrijkste exportbestemming
 China = grootste oorsprong van import




1

,Handel van België
 België handelt vooral met buurlanden: Nederland, Duitsland, Frankrijk
 VS is op de vierde plaats voor zowel import als export. Er is geen handelsoverschot naar VS.
Gevolg: Belgie doet veel aan intraindustry trade
 Dit wijst op een sterke concurrentie met de buurlanden.
 België moet competitief blijven via: Loonkosten, arbeidsproductiviteit, andere kosten
 België heeft een kleine maar positieve handelsbalans.
Voordelen internationale handel
 Koper en verkoper verhandelen een product uit vrije keuze en maken winst.
 Door internationale handel kunnen landen producten kopen die ze zelf moeilijk produceren.
o Vb exotisch fruit
 Landen kunnen zich focussen op productie waarin ze productief zijn.
→ Landen gebruiken hun beperkte PFen efficiënter door te produceren waar ze de hoogste
productiviteit in hebben.
Gevolgen van internationale handel
Positieve gevolgen Negatieve gevolgen
 Meer productkeuze voor consumenten.  Verlies van jobs in sectoren die niet
 Efficiënter gebruik van PFen. competitief blijven.
 Specialisatie verhoogt productiviteit.  Toenemende inkomensongelijkheid.
 Schaalvoordelen verlagen  Druk op lonen en sociale bescherming.
productiekosten.  Politieke spanningen en protectionisme.
Onstaan van handel
Globalisering periode 1.0 (1492 – 1800)
 Eerste wereldwijde integratie gebaseerd op imperialisme en religie.
 Imperialisme = focus van uitbreiden van imperium en overnemen van andere gebieden en
kolonies
 Grondstoffen gingen vanuit “kolonies” naar “moederland”. Het moederland produceerde dan
producten die ze weer doorverkochten.
 Eerste wereldwijde handelsnetwerken ontstonden.
 VOC was een vroeg voorbeeld van een internationale multinational.
 Globalisering ontstond door technologische vernieuwingen, zoals nieuwe energiebronnen
(windkracht, paardenkracht en later stoomkracht).
Globalisering periode 2.0 (1800–2000)
 Piekperiode 1870–1913, nog steeds gebaseerd op kolonialisme en handelsliberalisering
o 1846: Corn Laws afgeschaft in VK → stap naar unilaterale vrijhandel.
o Protectionisme werd afgewezen en handelsvrijheid stond centraal.
 De industriële revolutie
o Dalende transportkosten door de stoommachine, schepen en spoorwegen.
o Dalende telecommunicatiekosten door de telegraaf, telefoon, satellieten, …
 Opkomst van massaproductie;
 Ontstaan van multinationals;
 Groei van vrijhandel;
 Later opnieuw protectionisme tijdens crisissen en oorlogen.
o Er kwamen invoertarieven en handelsbelemmeringen.
o Protectionistische maatregelen bleven bestaan van 1929 tot na WO II.
 Aanvankelijk waren het VK, Frankrijk en Nederland economisch dominant.
o Na WO I namen de VS steeds meer de leiding over in de wereldeconomie.
o In 1995 werd de World Trade Organization (WTO) opgericht.



2

,Container (1956) – kenmerken
 Containers hebben een gestandaardiseerde omvang en zijn gemakkelijk stapelbaar.
 Containers maakten laden en lossen goedkoper dan bij andere transportvormen.
 Veilig, maar maken illegale handel soms ook gemakkelijker.
 Besparen ruimte en kosten in havens.
 Flexibel: ze kunnen verschillende soorten goederen bevatten.
 Schaalvoordelen: Transport met containers is veel goedkoper dan bulktransport.
Globalisering 3.0 (2000 – heden)
 Globalisering 3.0 is sterker gericht op het individu.
 Digitalisering zorgt voor een “flat playing field”.
o Individuen kunnen wereldwijd samenwerken en communiceren.
o De wereld wordt meer geïntegreerd door de afname van handelsbelemmeringen.
 Er vindt een economische verschuiving plaats van Noord-Amerika en Europa naar China.
o China werd lid van de WTO in 2001.
o Niet-westerse machten krijgen meer invloed in de wereldeconomie.
 Het concept “flat world platform” ontstaat.
The world is flat
The World is Flat – Thomas Friedman
 Beschrijft de wereld als een “flat world” of een wereldwijd netwerk.
 Technologische vooruitgang zorgt ervoor dat de wereld meer verbonden raakt.
 Intellectueel werk en kennis kunnen van overal ter wereld geleverd worden.
 De wereld “lijkt” kleiner door technologische vooruitgang en globalisering.
Mobility
 de mate waarin personen of goederen zich gemakkelijk kunnen verplaatsen.
o Mobility hangt samen met transportkosten, afstand, tijd en de aard van het product.
o Ook politieke factoren zoals wetten, grenzen, tarieven en regelgeving beïnvloeden
mobility.
o Wanneer mobility hoog is, zijn economische activiteiten minder beperkt door
afstand.
Globaliseringsproces
 Globalisering creëert een sterke relatie tussen ontwikkeling, productie, distributie en
consumptie.
 Transportkosten en transporttijd dalen.
o Bedrijven produceren steeds vaker waar de kosten het laagst zijn.
o Productie wordt gemakkelijker verspreid over verschillende landen.
 Handelsbelemmeringen nemen af.
o Tarieven worden afgeschaft of verminderd.
o Productieprocessen en machines worden meer gestandaardiseerd.
o Informatie verspreidt zich sneller dankzij technologie.
 Informatie wordt toegankelijker en sneller beschikbaar.
Commodity chain
 Er ontstaan transnationale productienetwerken of “commodity chains”.
o Een product wordt geproduceerd waar dit het goedkoopst of efficiëntst is.
o De onderdelen van één product kunnen uit verschillende landen komen.
 Interconnectivity = wereldwijde verbondenheid via technologie.
o Globalisering draait om groeiende wereldwijde verbondenheid.
 Globalisering nam al toe na WO II, maar versnelde sterk vanaf de jaren 1990.
o De computer en digitalisering speelden hierin een grote rol.
Men onderscheidt vaak drie fases van globalisering: 1.0, 2.0 en 3.0.



3

, Technologie en globalisering
 De wereld wordt wereldwijd verbonden door technologische infrastructuur
Containerisering en wereldhandel
 Containertransport blijft sterk groeien.
 Het aantal vervoerde containers (TEU) stijgt wereldwijd sterk.
 De coronapandemie veroorzaakte tijdelijk een daling in containertransport in 2020.
Wereldwijde containerhavens
 Azië domineert vandaag de wereldwijde containerhandel.
o 16 van de 20 grootste containerhavens liggen in Azië.
o Shanghai is momenteel de grootste containerhaven ter wereld.
World Container Index
 toont de gemiddelde kost om een 40’ container vanuit China naar belangrijke Europese en
Amerikaanse havens te vervoeren
 De containerprijzen stegen enorm tijdens de coronaperiode.
COVID-19 veroorzaakte tijdelijk extreme stijgingen van containerprijzen door:
 hoge vraag;
 logistieke verstoringen
 tekort aan containers en capaciteit
Strategische zeeroutes en kanalen
 Het Panamakanaal is een cruciale schakel in de wereldhandel.
o Het kanaal verkort de route tussen de Atlantische en Stille Oceaan sterk.
 Het Suezkanaal is één van de belangrijkste maritieme chokepoints ter wereld.
o Veel handel tussen Europa en Azië verloopt via de Rode Zee en het Suezkanaal.
 Conflicten en piraterij kunnen handelsroutes verstoren.
o Aanvallen in de Rode Zee zorgen ervoor dat schepen soms om Afrika varen.
Nieuwe zeeroutes door klimaatverandering
 Klimaatverandering maakt nieuwe noordelijke zeeroutes mogelijk.
 De Noordpoolregio krijgt daardoor steeds meer geopolitiek belang.
o Landen zoals Rusland, de VS, Canada, Noorwegen en Denemarken tonen meer
interesse in het gebied.
Geopolitiek en de Noordpool
 De Noordpool krijgt steeds meer geopolitiek belang.
 Groenland is strategisch belangrijk.
o Donald Trump stelde ooit voor om Groenland van Denemarken te kopen.
o Groenland bevat belangrijke grondstoffen zoals olie, gas, uranium en zeldzame
aardmetalen voor hoogtechnologische toepassingen.
o Groenland wil meer onafhankelijkheid, maar vreest ook buitenlandse invloed en
economische afhankelijkheid.
 Er is steeds meer nood aan multilaterale samenwerking.
o Samenwerking is nodig rond veiligheid en duurzaamheid.
o Nationalistische spanningen maken internationale samenwerking soms moeilijker.

Maritieme gevolgen
 Nieuwe zeeroutes kunnen de reistijd tussen China en Europa sterk verkorten.
o De route via de Noordpool kan de vaartijd bijna halveren.
 Er zijn ook negatieve gevolgen voor het milieu.
o Scheepvaart verhoogt de vervuiling van kwetsbare ecosystemen.
o Het risico op milieuschade neemt toe.
 Scheepvaart in het Noordpoolgebied blijft voorlopig beperkt.



4

Document information

Study
Uploaded on
May 24, 2026
File latest updated on
June 4, 2026
Number of pages
72
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.99

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
LindaQuinten
4.0
(3)
Sold
18
Followers
0
Items
9
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions