1. Introductie
1.1 Kernbegrippen: informatiesystemen en ICT
1.2 Economische en maatschappelijke opportuniteiten dankzij ICT
1.2.1 Sneller, correcter en goedkoper werken
1.2.2 Meer inclusiviteit
1.2.3 Meer transparantie
1.2.4 Minder materie nodig
1.2.5 Minder fysieke transport
1.3 Uitdagingen op vlak van duurzaamheid
1.3.1 Het rebound-effect
1.3.2 Een levenscyclus analyse
1.3.2.1 Het totaalplaatje
1.3.2.2 De productiefase
1.3.2.3 De gebruiksfase
1.3.2.4 Levenseinde
2. Digitale weergave van gegevens: Booleans, numerieke & alfanumerieke gegevens
2.1 De basis: de binaire representatie
2.2 Binaire representatie van booleaanse waarden
2.3 Binaire representatie van getallen
2.3.1 Gehele getalen
2.3.2 Reële getallen
2.4 Binaire representatie van alfanumerieke gegevens
2.4.1 ASCII-encodering
2.4.2 ISO Latin-1 encodering
2.4.3 Unicode encodering
2.4.4 Tekstbestanden
2.4.5 Base64: alfanumerieke representatie van binaire gegevens
3. Binaire weergave van multimediale gegevens
3.1 Stilstaande beelden
3.2 Bewegende beelden
3.3 Geluid
3.4 Compressie
3.5 Uitsmijter: quantum computers
4. Websites
4.1 HTML-tags en elementen
4.2 Hypertext: ankers, verwijzingen en links
4.3 Stijl en visualisatie van HTML-documenten
4.4 Responsive websites
4.5 Websites beschikbaar maken: de web-server
4.6 Dynamische websites
5. Gestructureerde data in XML-documenten, JSON & YAML
5.1 Opbouw van een XML-document
5.2 Syntaxis-regels voor XML
5.3 Omgaan met homoniemen: XML-namespaces
5.4 Gegevensvalidatie op basis van XML schema’s
5.5 Transformaties met XSLT
5.6 Andere documentformaten: JSON en YAML
,6. Relationele databases
6.1 Specificatie van een relationeel gegevensschema
6.2 Sleutelattributen
6.3 Referentiële relaties
6.4 SQL: Structured Query Language
6.5 Data importeren en exporteren
6.6 ACID-transacties
6.7 Optimalisatie van gegevensbanken
6.8 Databasemanagementsystemen (DBMS)
7. Persistente gegevensopslag en -toegang
7.1 Fysieke opslagmedia
7.1.1 Karton
7.1.2 Magnetisme
7.1.3 Optische opslagmedia
7.1.4 Halfgeleiders
7.1.5 Verificatie van gegevensintegriteit
7.1.6 Data verwijderen
7.2 Bestandssystemen
7.3 Client-server architecturen
8. Gegevensinvoer en -uitvoer
8.1 Traditionele in-en uitvoerapparaten
8.1.1 Toetsenbord
8.1.2 Aanwijsapparatuur
8.1.3 Invoer via magnetische dragers
8.1.4 Beeldscherm
8.2 Visuele of optische invoer
8.2.1 Tekstherkenning
8.2.2 Streepjescode
8.2.3 Tweedimensionale visuele codes
8.2.4 Beeldherkenning
8.3 Contactloze in- en uitvoer via RFID, NFC en Bluetooth
8.3.1 Radio Frequency IDentification (RFID)
8.3.2 Near-field communication (NFC)
8.3.3 Bluetooth
8.4 Lokalisatie
8.5 Internet-of-Things
8.6 Evoluties in de relatie tussen mens en informatiesysteem
9. Communicatienetwerken
9.1 Computernetwerken: algemeen
9.1.1 Netwerktopologie
9.1.2 Circuit- versus pakketgeschakelde communicatie
9.1.3 Netwerkprotocols
9.1.4 Het OSI gelaagde netwerkmodel
9.1.5 De Internet protocolstapel
9.2 De netwerktoegang-laag
9.2.1 Terrestriële netwerken
9.2.2 Niet Terrestriële netwerken
9.3 De netwerklaag/ internetlaag: het Internetprotocol (IP)
9.4 Transportlaag: UDP of TCP
9.5 De applicatielaag van het Internet
, 1. Introductie
1.1 Kernbegrippen: informatiesystemen en ICT
Wat is een systeem?
= een verzameling verbonden componenten die samen een bepaald doel realiseren en die interageren
met de omgeving (vb. menselijk lichaam, productiesysteem…)
4 types componenten:
→ Invoer
→ Verwerking
→ Uitvoer
→ Management
Wat is een informatiesysteem (IS)?
= een verzameling van samenhangende componenten om gegevens te verzamelen, te verwerken, op
te slaan en te verspreiden, met als doel de activiteiten van een organisatie (bedrijf, overheid…) te
ondersteunen of mogelijk te maken
Vb.
→ Invoer: ruwe data
→ Verwerking: data opslag
→ Uitvoer: data, informatie of kennis
→ Management: informatie management
Bemerk: ook papier, pen en mensen kunnen deel uitmaken van een informatiesysteem
Wat is informatie- en communicatietechnologie?
• Informatietechnologie (IT) = alle technische bouwstenen die het vergaren, verwerken, opslaan
en beschikbaar maken van informatie ondersteunen en mogelijk maken (zowel hardware als
software
• Communicatietechnologie (CT) = technologie voor informatie-uitwisseling tussen systemen
(netwerkapparatuur zoals modems, routers, bekabeling…)
→ ICT = verzameling van IT en CT en kan gebruikt worden om informatiesystemen te realiseren
• Operationele technologie (OT) = technologie ter ondersteuning van industriële
bedrijfsprocessen vb. de softwaresystemen die een productieband aansturen, pompsystemen,
productierobots
• Cyberfysieke problemen (CPS) = informatiesystemen waarbij de verwerkingen niet enkel leiden
tot informatie, inzichten en kennis maar waarbij de systemen zelf ook acties ondernemen in de
fysieke wereld vb. regelsysteem voor verwarming, zelfrijdende auto’s… (ICT is een bouwsteen
van CPS)
Gerelateerde concepten
ICT omvat
→ Hardware (tastbaar)
→ Software (immaterieel)
, Relevante rollen m.b.t. ICT in organisaties
→ CIO (Chief Information Officer): strategische planning in verband met ICT in een organisatie
→ Analyst: analyseert informatiesysteembehoeften van eindgebruikers in bepaald functioneel
domein (HRM, accounting, productie…) en vertaalt deze naar (informatie-)
systeemspecificaties
→ Projectmanager: coördineert projecten waarin nieuwe (deel-)systemen ontwikkeld of uitgerold
worden
→ Architect: beheert de fundamentele organisatie van informatiesystemen
→ Database administrator: beheert databanken, beheert gegevens binnen een organisatie
→ Netwerkbeheerder: beheert netwerk en netwerksoftware van een organisatie
→ Programmeur/ ontwikkelaar: ontwikkelt en onderhoudt service
1.2 Economische en maatschappelijke opportuniteiten dankzij ICT
1.2.1 Sneller, correcter en goedkoper werken
→ Dankzij automatisatie kunnen taken sneller, correcter en goedkoper uitgevoerd worden
→ Dankzij verbeterde beheersing van gegevens kunnen organisaties hun interne werking
optimaliseren
→ Intra-organisationele en inter-organisationele praktijken optimaliseren
Tegenwoordig wordt IS vaak opgezet als een gedistribueerd systeem waarbij service orchestration
gebeurt
1.2.2 Meer inclusiviteit
Veel vlottere toegang → ICT laat een efficiëntere en effectievere data-uitwisseling toe
• Informatie wordt beschikbaar
→ Voor iedereen met internet-toegang via websites, sociale media…
→ Voor slechtzienden via website readers, audioboeken…
→ Voor anderstaligen door real-time vertalingen
• Informatie wordt eenvoudiger te begrijpen
→ Door dynamisering (vb. statische papieren IKEA-handleidingen zijn moeilijker te volgen dan
dynamische filmpjes die uitleggen hoe je de meubels in elkaar steekt)
→ Informatie-overload beperken