HOOFDSTUK 1. De verbintenis: begrip, kenmerken en soorten
1.1 Algemene Inleiding
Defenitie van een verbintenis staat in art. 5.1 BW
-> Een verbintenis is een rechtsband die ontstaat tussen twee personen waarbij 1 persoon (de SE)
recht heeft op een prestatie van de tweede persooon (SA), deze prestatie mag die afdwingen
(opeisen) in rechte.
SA heeft een verbintenis tegenover SE (verplichting om een prestatie te leveren)
SE heeft een vorderingsrecht tegenover SA (recht om de prestatie te eisen)
De verschillende prestaties: verplichting om iets te geven, iets te doen, iets niet te doen en iets te
garanderen
Een verbintenis kan gaan tussen zowel rechtspersonen als natuurlijke personen en een mix van
beide
Oefening:
Kunnen er hier verbintenissen ontstaan?
-> ja, voor de betrokken minderjarigen én hun ouders. Het zal hier gaan over buitencontractuele
aansprakelijkheid, waardoor er een schadevergoeding geeist zal worden -> dit is de prestatie dat
verplicht wordt
Als de minderjarigen ouder zijn dan 12 jaar kunnen zij aansprakelijk worden gesteld, maar de
rechter zal de schadevergoedingsplicht beperken. De ouders zijn sowieso aansprakelijk als het gaat
over minderjarigen onder de 16 jaar, als de kinderen ouder zijn dan 16 jaar kunnen ze proberen aan
te tonen dat de fout niet onder hun toezicht viel waardoor ze kunnen ontsnappen aan de
aansprakelijkheid.
,Kan je weigeren te betalen?
-> NEE, er is een contract, een contract ontstaat op het moment dat er een wilsovereenstemming
is, dit moet niet op papier te staan maar kan ook mondeling of via mail = CONSENSUALISME
1.2 Situering en vindplaats van het verbintenissenrecht
In het
recht
Verbintenissen-
recht
In de In de
opleiding wetgeving
1.2.1 Situering in het recht
Privaatrecht -> Burgerglijk recht -> Verbintenissenrecht
1.2.2 Vindplaats in de Belgische wetgeving = Boek 5 en 6 BW
Boek 5 BW = “Verbintenissen”
Boek 6 BW = “Buitencontractuele aansprakelijkheid”
Oud BW blijft wel relevant ingevolge overgangsbepaling
= Art. 64 Wet 28 april 2022 houdende boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek, BS 1 juli
2022
- Rechtshandeling of –feit na 1 januari 2023? Boek 5 BW toepassen.
Tenzij verbintenis is ontstaan vóór 1/1/23.
- Rechtshandeling of –feit vóór 1 januari 2023? Oud BW toepassen.
Ook toekomstige gevolgen van deze rechtshandelingen of –feiten.
Tenzij contractueel bepaald om toch Boek 5 BW toe te passen.
-> Je moet kijken naar de datum van je rechtshandeling of rechtsfeit om te zien welke regels je moet gebruiken
(oud BW of boek 5 BW)
,1.3 Begripsomschrijving en karakteristieke eigenschappen van de verbintenis
1.3.1 Het begrip verbintenis
Art. 5.1 BW: ‘Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een
schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen.’
1.3.2 Karakteristieke kenmerken van verbintenissen
1. Een verbintenis creëert een rechtsband tussen personen
De schuldenaar heeft een verbintenis of schuld tegenover een schuldeiser
-> Hij is “gehouden tot” het leveren van een prestatie
De schuldeiser heeft een vorderingsrecht tegenover een schuldenaar
-> Hij kan een prestatie vorderen of eisen van de schuldenaar
Vorderingsrecht is een synoniem van een persoonlijk recht, persoonlijke rechten worden
onderscheiden van zakelijke rechten (zie hieronder)
Zakelijke rechten Persoonlijke rechten (=vorderingsrechten)
Recht op een goed Band tussen personen
-> zakelijke rechtsvordering -> persoonlijke rechtsvordering
Geven rechtstreekse zeggenschap Geven recht op een prestatie (doen, niet doen,
(heerschappij) over een bepaald goed geven of garanderen – art. 5.46, tweede lid
BW) van een ander rechtssubject
Nadruk ligt op het goed Nadruk ligt op een persoon
Absolute werking (volgrecht) Relatieve werking (geen volgrecht)
Gesloten systeem (numerus clausus) Open systeem
o.a. eigendom, erfpacht, …
Goederenrecht (Boek 3 BW) Verbintenissenrecht (Boek 5 en 6 BW)
Relatieve werking -> je kan alleen iets gaan eisen bij de persoon waar de verbintenis van op toepassing is
Absolute werking -> het recht volgt het goed, waardoor je het bij de huidige eigenaar moet halen
OEFENING
, Casus 1: Karel is eigenaar van een huis in een landelijke buurt. Jan, de buurman, heeft een
erfdienstbaarheid van overgang over het perceel van Karel naar zijn eigen perceel. De buren, die
ook beste vrienden zijn, hebben dit destijds laten vaststellen in een juridisch sluitende
overeenkomst. Karel wil nu dichter bij zijn (klein-)kinderen gaan wonen, zodat hij ze vaker kan zien.
Om die reden stelt hij zijn huis te koop. Een projectontwikkelaar koopt het perceel van Karel met de
bedoeling om het volledig te bebouwen met appartementen. Ook het pad naar de woning van Jan
zou er aan moeten geloven.
Kan Jan zich hiertegen verzetten, hoewel hij geen contract heeft met de projectontwikkelaar?
-> Ja Jan kan zich hiertegen verzetten, dit is een zakelijk recht dat een band creert tussen de
eigenaar van het heersend erf (jan) en lijdend erf (het wegje). Ongeacht wie er eigenaar word van
het perceel zal het recht van Jan moeten accepteren want het gaat hier om volgrecht.
(goederenrecht)
Casus 2: Tom sluit een contract met Joris over de uitlening van zijn heggenschaar. Op 1 november
2024 mag Joris de heggenschaar van Tom komen ophalen, zodat hij die feestdag aan de
snoeiwerken kan beginnen. Op 1 november 2024 meldt Joris zich bij Tom aan om de heggenschaar
op te halen. Groot is zijn verbazing als Tom hem vertelt dat Tom de heggenschaar niet meer kan
overhandigen, aangezien hij deze verkocht heeft aan Amira.
JORIS rijdt onmiddellijk naar Amira om de heggenschaar op te eisen op basis van het gesloten
leencontract. Amira weigert om de schaar af te geven en stelt dat JORIS geen aanspraken heeft
t.o.v. haar. Klopt dit?
-> Er is een contract gesloten tussen Tom en Joris, het gaat hier om een persoonlijk recht, Tom heeft
een verbintenis tegenover Joris en Joris een vorderingsrecht tegenover Tom, Joris kan alleen iets
vorderen in rechte tegenover Tom. Amira staat hier volledig buiten en Joris kan dus niks van haar
vorderen. Tom is contractueel aansprakelijk hiervoor en Joris zou hier een schadevergoeding voor
kunnen krijgen.
2. Een verbintenis heeft een in geld waardeerbare aanspraak tot voorwerp
Het klassieke verbintenissenrecht concentreert zich op de vermogensrechtelijke verbintenissen
-> Een verbintenis is altijd in geld waardeerbaar
3. Een verbintenis is afdwingbaar
Afdwingbaar = je kan dat bij de rechter gaan afdwingen
Niet- afdwingbare toezegging -> een afspraak van sociale aard dat van nature afzegbaar is, je kan
dit dus niet in de rechtbank laten afdwingen, , partijen hadden niet de intensie om een juridisch
afdwingbare verbintenis te laten ontstaan (bv. Peter en meter zijn)
Juridische verbintenissen zij wel afdwingbaar
Natuurlijke verbintenis - Art. 5.2 BW