1. INLEIDENDE BEGRIPPEN
Overzicht:
i. Voedingsleer
ii. Voedingsstoffen
iii. Voedingsmiddel
iv. Voedingswaarde
v. Voedingsmatrix
vi. Biologische beschikbaarheid
vii. Voedingsmiddelentabel
viii. Optimale voeding & gezondheid
ix. Voedingsinname en -behoefte
x. Voedingstoestand of voedingsstatus
xi. Voedingsaanbevelingen
xii. Hoge Gezondheidsraad
xiii. Het Vlaams instituut Gezond leven vzw
Voedingsleer
Studie van voeding in relatie tot het begrip van gezondheid
Het is multidimensionaal: epidemiologie, genetica, economie,
sociologie…
Voedingsstoffen
Chemisch definieerbare bestanddelen van een voedingsmiddel
- Enorme hoeveelheid
- Veel nog niet geïdentificeerd
3 groepen:
1. De nutriënten of essentiële voedingsstoffen
2. Non-nutriënten en bioactieve componenten
3. Xenobiotica en natuurlijk voorkomende toxinen
Nutriënten/ essentiële voedingstoffen =Voedingsstoffen zijn
chemische stoffen uit ons voedsel die het lichaam nodig heeft als
energiebron en als bouwstof, zodat het optimaal kan groeien,
onderhouden en herstellen.
1
,Essentiële VS versus niet-essentieel?
Essentiële voedingsstoffen moet je via de voeding binnenkrijgen omdat
je lichaam ze niet of niet voldoende zelf kan maken; bij tekort ontstaan
specifieke stoornissen die verdwijnen zodra je het nutriënt weer geeft
(zolang de schade niet blijvend is).
Niet-essentiële voedingsstoffen kan het lichaam wél zelf aanmaken,
waardoor een strikt dieetaanbod niet noodzakelijk is voor de basisfunctie,
al kunnen ze via de voeding nog steeds nuttig of zelfs gunstig zijn.
klassen:
1. Proteïnen
2. Koolhydraten (voedingsvezels)
3. Lipiden
4. Vitamines
5. Macro- en micro-elementen
6. Water
= we kunnen niet leven zonder de 6 klassen
2.1
1. Anorganische versus organische nutriënten:
Anorganisch: water, mineralen en sporenelementen (geen C)
Organisch: EW, KD, V en vitaminen
2. Energieleverende nutriënten versus nutriënten die geen energie
leveren:
Energieleverend: KD, EW en V
Geen energie, wel belang biochemische processen: water,
mineralen, sporenelementen en vitaminen
3. Macronutriënten versus micronutriënten:
Bepaald in functie van relatieve hoeveelheid die we innemen (g
μg/mg)
2.2 NON-NUTRIËNTEN & BIO- ACTIEVE COMPONENTEN
Non-nutriënten = chemische stoffen in VM die niet behoren tot de
klassieke ‘essentiële nutriënten’ en die geen gekende nadelige invloed
hebben op het menselijke lichaam.
Groeiend aantal wel gunstige effecten = bio-actieve
voedingscomponenten
2.3 XENOBIOTICA EN NATUURLIJK VOORKOMENDE TOXINES
= Potentieel toxisch effect op menselijk organisme ~ voedselveiligheid
Xenobiotica:
2
,= alle stoffen aanwezig in voedsel, die normaal niet in dat voedsel
voorkomen
• Intentioneel vs niet-intentioneel (onvermijdelijke = vermijdbare
aanwezigheid
Natuurlijke toxines
• Van nature in voeding ≠ gezond
Voedingsmiddelen
= Geheel van nutriënten, non-nutriënten en bioactieve componenten
Geen enkel voedingsmiddel bevat alle nutriënten
Bevat wel meerdere voedingsstoffen
Voedingswaarde VM
= Bepaald door gehalte aan voedingsstoffen, energie en
gebruikshoeveelheid
Nutriëntdensiteit:
Hoog = "nutriëntrijk VM" = veel micronutriënten + weinig energie
Laag = weinig tot geen micronutriënten + veel energie
VOEDINGSMATRIX
= het belang van de interactie tussen de verschillende voedingsstoffen en
niet alleen de verschillende stoffen op zich
BIOLOGISCHE BESCHIKBAARHEID
Of biobeschikbaarheid
= de efficiëntie of de graad waarmee een voedingscomponent
geabsorbeerd en gebruikt kan worden door en in het lichaam
o Uitgedrukt in percentages van inname
o Start bij de biologische toegankelijkheid = de vrijlating van een
nutriënt uit de voedingsmatrix
o Wordt gestuurd door interne en externe factoren
o Moeilijk te bepalen
Belangrijke beïnvloedende factoren:
• Chemische structuur
• Vorming van complexen
• Nutriëntcompetitie
3
, • Nutriëntaffiniteit
• Nutritionele status
• Medicatie, alcohol en cafeïne
Gevolgen?
• Gevarieerd voedingspatroon -> effecten heffen elkaar op
• Problemen? Specifiek aandacht schenken aan deze factoren
Andere beïnvloedende factoren:
• Verteringsenzymen
• Excretie via urine/feces
• Binding en opname door de intestinale mucosa
• Transport doorheen de darmwand naar circulatie/organen
Voedingsmiddelentabel
Belgische voedingsmiddelentabel (Nubel):
• Concentratie van een nutriënt in een VM
• ‘Beste benadering’ werkelijkheid
• Hoeveelheden ≠ hoeveelheid geabsorbeerd
OPTIMALE VOEDING & GEZONDHEID
Optimale voeding
= Evenwichtige voeding die alle noodzakelijke voedingsstoffen bevat in
een juiste
hoeveelheid om ons lichaam optimaal te laten functioneren
Gezondheid
= Een toestand van volkomen fysiek, psychisch en sociaal welbevinden
(WHO,
1946) met zelfmanagement van chronische aandoeningen (toevoeging
2011)
VOEDINGSINNAME EN -BEHOEFTE
Aanbevolen inname van een VS wordt bepaald door de menselijke
behoefte aan die VS
4